Skip to main content

Full text of "Termijnhandel in goederen"

This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non- commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 

at http : //books . google . com/| 



Digitized byVjOOQlC 



%A 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized by VjOOQiC 



.v-^ 






55 



TEEMIJNHANDEL 

IN^ G-QEDEEBK 



32. 



STELLINGER 



, - l)ÖOK 



Eb. Jaoobsön. 



M. WYT & ZONEN. — HOT'TCRDAM. 



tiit^:*-: 



Digitized by VjOOQlC 



J, 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized byVjOOQlC 



TERMIJIEAIDEL DT G-OEDERM. 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized by VjOOQlC 



TERMIJNHANDEL IN GOEDEREN. 



/ PROErSOHRIFT 

TER VERKRIJGING VAN DEN GRAAD VAN 

DOCTOR IN DE RECHTSWETENSCHAP 

AAN DE RIJKS-ÜNIVBRSITEIT TE LEIDEN, 
OP GEZAG VAN DEN RECTOR MAGNIFICUS 

Dr. J. M. VAN BEMMELEN, 

Hoogleeraar in de Faculteit der Wis- en Natuurkunde, 

voor de Faculteit te verdedigen 
op DINSDAG 9 JULI 1889, des namiddags te 2 uren, 

DOOR 

EDUARD LEONARD JAGOBSON 

geboren te Rotterdam. 

;$i^ci 



32 



M. WYT & ZONEN - ROTTERDAM . 
1889. 



r 



Digitizedby Google* /' f 



< 



^ 



iM'1 



Digitized by VjOOQiC 



Ctan fn^ne (^udet^s. 



Digitized by VaOOQlC 



Digitized byVjOOQlC 



INHOUD. 

Blz. 
Inleiding 1 



EERSTE HOOFDSTUK. 

Beschrijving van den Termijnhandel. 

Koop en verkoop op tijd 5 

Verrekening van prijsverschil 10 

Nadere bespreking van de tijdsbepaling 14 

Premiezaken 16 

Facultés 18 

Report-zaken 20 

Afwikkeling van eene geheele reeks van termijnzaken, door 

middel van volgbriefjes 22 

Waarborging door verplichte stortingen 31 

Toepassing in Amerika 37 

Toepassing in Europa (Liquidatie -kassen) 45 

Samenvatting van het verhandelde 51 



TWEEDE HOOFDSTUK. 
Geschiedenis van den Termijnhandel. 

In Nederland 53 

In- Engeland 76 

In Frankrijk 78 

In Duitschland 79 

In de Vereenigde Staten 80 

Reglementen voor den termijnhandel te Amsterdam ... 81 

Oprichting van Exchanges in Amerika 85 

Oprichting van Liquidatie-kassen in Europa 87 



Digitized byVjOOQlC 



DERDE HOOFDSTUK. 

Beoordeeling van den termijnhandel uit het oogpunt van 

de staathuishoudkunde en in 't bijzonder 

uit dat van den handel. 

Blz. 

Verschillende zienswijzen in den handel en bij de staat- 

huishoudkundigen 94 

Lichtzijden van den termijnhandel . . , 103 

Schaduwzijden van den termijnhandel 134 

Samenvatting 164 

Nadere beschouwing van de verplichte stortingen .... 165 

Nadere beschouvdng van de Liquidatie-kassen 170 



VIERDE HOOFDSTUK. 

Beschouwing van den termijnhandel uit het oogpunt 
van het recht. 

Aard der contracten 174 

Verhouding tusschen de Liquidatie-kas en hare contractanten 180 
Beschouwing van de termijnzaken uil het oogpunt van het 

strafrecht 185 

Beschouwing van de geldigheid der termijnzaken uit het 

oogpunt van het burgerlijk recht 188 



VIJFDE HOOFDSTUK. 

Overzicht van den staat van wetgeving en rechtspraak 
in Nederland en in het buitenland. 

Nederland 196 

Frankrijk 212 

België 217 

Duitschland 217 

Oostenrijk 222 

ItaHë 223 

Engeland 223 

Vereenigde Staten 224 

Andere landen 224 



Digitized byVjOOQlC 



LIJST VAN SCHRIJVERS, 
die meermalen worden aangehaald. 



Prof. Mr. T. M. G. Asser in „de Gids'' Maart 1869 blz. 585-593. 

GoFpmiÈREs „de la Bourse et des spéculations sur les efifets publics" 
Paris 1824. 

Prof. Dr. GüSTAF Gohn „Zeitgeschafte und Differenzgeschafte" in 
deel VII (1866) der „Jahrbücher für National-Oekonomie und 
„Statistik" blz. 377-428, met een „Nachtrag ' in deel IX (1867) 
blz. 73-77. 

A. Frémery „Etudes de droit commercial," Paris 1833. 

Prof. Dr. Garl Gareis „die Klagbarkeit der Differenzgeschafte", 
Berlin und Leipzig 1882. 

Mr. M. Th. Goudsmit „Beursspel" in Therais 1886, blz. 22-59. 

Prof. Dr. Grünhut „die Borsengeschafte" in deel III van Endemann's 
„Handbuch des Deutschen Handels-, See- und Wechselrechts", 
blz. 1-35. 

P. Lacoste ^Explication de la loi du 28 Mars 1885 sur les 
marchés k terme", 1889. 

Le Moine de l'Espine en Le Long „de Koophandel van Amsterdam" 
10^* uitgave, Amsterdam 1801. 

Prof. Dr. W. Lexis „Handel", in deel II der 2*^* uitgave van 
Schönberg's „Handbuch der Politischen Oekonomie", 1886, 
blz. 663-790. 

Logré „Législation", Paris 1828, deel XV. 

Mr. E. LuzAC „Hollands Rijkdom/' Leiden 1780. 

Henri Mettetal „Les jeux de beurse et la législation," Paris 1882. 



Digitized byVjOOQlC 



Dr. Abraham Munting „Waare Oeffening der Planten," Amsterdam 
1672 (bibliotheek van den Heer J. H. Krelage). 

Mr. G. W. Opzoomer „Hei Burgerlijk Wetboek verklaard," deel X. 

P.-J. Proudhon „Manuel du spéculateur k la Bourse," uitgave 
van 1869. 

J. P. RiCARD „Le Négoce d'Amsterdam," Amsterdam 1722. 

Olivier Senn „Etude sur les marchés a terme en marchandises 
„et leur liquidation," Paris 1888. 

A. G. Stevens „Futures in the Wheat Market" in „the Quarterly 
„Journal of Economics," Boston, October 1887 blz. 37-63. 

S. Vainberg „Le mechanisme des opérations de bourse", Paris 1882. 

Mr. S. Vissering „Het groote tafereel der dwaasheid", in „de Gids" 
Mei 1856, blz. 643-684. 

Mr. J. G. Voorduin „Geschiedenis der Nederlandsche Wetboeken," 
Utrecht 1837. 

Mr. H. WiERSMA „Over de natuur van den tijdkoop van openbare 
„fondsen," Leiden 1868. 

Max Wirth „Geschichte der Handel skrisen," 2^* uitgave, Frankfurt 
am Main 1874. 

S. B. Zeverijn „Termijnhandel in Koffie" in „de Economist" 
Maart 1888 blz. 153-180. 



Digitized byVjOOQlC 



INLEIDING. 



Het is ruim iO jaren geleden, dat nu wijlen de Heer 
H. WiERSMA zijn academisch proefschrift wijdde aan den 
„Tijdkoop van openbare fondsen.'' Evenals hij, hebben 
nagenoeg allen, die vóór en na hem over tijdhandel ge- 
schreven hebben, zich tot de fondsen bepaald. Intusschen 
heeft zich de tijdhandel in goederen zoozeer ontwikkeld en 
uitgebreid, dat hij dien in effekten begint voorbij te streven. 

Wie de markt- en handelsberichten in de nieuwsbladen 
der laatste jaren geregeld heeft doorgezien, zal daarin 
bij verscheidene artikelen, naast de prijsnoteering voor 
in loco aanwezige waren, eene andere gevonden hebben 
voor dezelfde waren op levering. En bij vele daar- 
van zal men zelfs verschillende prijsnoteeringen hebben 



Digitized byVjOOQlC 



2 

aangetroffen, naarmate de levering moet volgen op ver- 
schillende termijnen, Januari, Februari, Maart, enz. 

Dezelfde „bestendige lezer'* zal hebben opgemerkt, hoe dit 
verschijnsel in omvang toeneemt, hoe de noteeringen op levering 
telkens bij meerdere artikelen en telkens meer gespecificeerd 
beginnen voor te komen. Was dit aanvankelijk alleen het 
geval met buitenlandsche markten, in den allerlaatsten tijd 
heeft het zich tot onze groote handelssteden uitgebreid. 
Steeds grooter worden de hoeveelheden goederen, die aldus 
„op levering" of ,,op termijn'' verhandeld worden. In vele 
handelscentra wordt voor het sluiten en afwikkelen van die 
zaken gebruik gemaakt van de bemiddeling van ,,Liquidatie- 
„kassen**, geheel nieuwe instellingen, die men daartoe in 
het leven geroepen heeft. 

Eene geheele reeks dus van verschijnselen, wijzende op 
eene volkomen verandering in de wijze van handeldrijven 
zooals die vroeger gebruikelijk was. Bij het meerendeel 
van hen, die er buiten staan, ontbreekt eene duidelijke 
voorstelling van die veranderde wijze van zaken doen. En 
de meeste kooplieden hebben geene bepaalde aanleiding 
om zich rekenschap te geven van het rechtelijk karakter 
dier zaken, terwijl de daaromtrent in Nederland en elders 
bestaande rechtspraak ook niet algemeen bekend is. Over 
het wenschelijke of noodzakelijke eindelijk van de plaats 
grijpende wijziging in den handel, daarover loopen de 
meeningen hemelsbreed uiteen. 

Daarom heb ik gemeend, dat het zijn nut kon hebben, 



Digitized by VjOOQiC 



dit onderwerp eens opzettelijk te behandelen, en zoo heb 
ik voor het schrijven mijner dissertatie mijne keuze daarop 
gevestigd. Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn, dat ik 
mij niet als Mr. Wiersma tot eene uitsluitend theoretische 
ibeschouwing wensch te bepalen; ik heb getracht, aan mijn 
arbeid ook eene practische strekking te geven. 

In de eerste plaats wensch ik in het licht te stellen, op 
welke verschillende wijzen termijnhandel in het algemeen 
w^ordt gedreven, en welke bijzondere contractvormen daarbij, 
de ééne meer, de andere minder dikwijls, voorkomen. 

In een tweede hoofdstuk stel ik mij voor, een overzicht 
Ie geven van de geschiedenis van het onderwerp, voorzoover 
ik die heb kunnen nasporen, en van den omvang, dien de 
termijnhandel tegenwoordig heeft bereikt. 

Vervolgens zal ik de beteekenis trachten aan te wijzen, 
die aan den termijnhandel moet woorden toegekend uit het 
oogpunt der staathuishoudkunde, en meer bijzonder uit het 
oogpunt van den handel. Daarbij zal gelegenheid zijn, de 
verschillende argumenten ter sprake te brengen, die door 
voor- en tegenstanders plegen te worden aangevoerd. 

Het vierde hoofdstuk zal mijne meening bevatten omtrent 
het juridisch karakter van den termijnhandel en voorts het 
standpunt aangeven, waarop de wetgever zich m. i. tegen- 
over deze zaken behoort te stellen. 

In het vijfde hoofdstuk eindelijk zal de tegenwoordige 
staat van wetgeving en rechtspraak in Nederland en in het 
buitenland worden aangewezen. 



Digitized byVjOOQlC 



Op deze wijze heb ik gemeend de behandeling van mijn 
onderwerp te moeten inkleeden. Mocht mijne bijdrage eenig 
nut opleveren voor hen, die belang stellen in dit zoo moeilijk 
vraagstuk, waarover het laatste woord nog wel in lang niet 
zal gesproken worden, ik zal mij daarover verheugen, al 
schreef ik in de eerste plaats ter voldoening aan eene 
verplichting mij tot eigen oefening opgelegd. 



Digitized byVjOOQlC 



EERSTE HOOFDSTUK. 
Beschryying: van den TermynhandcL 

Koop en verkoop is eene overeenkomst, waarbij de eene 
zich verbindt om eene zaak te leveren, en de andere om 
daarvoor den bedongen prijs te betalen. 

Aldus art. 1493 B. W. Het is de definitie, die ieder 
geven zou, en die dan ook te allen tijde gegeven is. Zij 
bevat de drie vereischten, die reeds de Romeinen stelden: 
res, pretium, consensus. Eene bepaalde zaak (bepaald 
ten minste ten aanzien van hare soort), een bepaalde prijs, 
en de wilsovereenstemming van twee personen, om die zaak 
tegen dien prijs te leveren resp. te ontvangen ; - zoodra die 
drie vereischten aanwezig zijn, is de overeenkomst gesloten. 

Koop en verkoop is eene wederkeerige overeenkomst, 
en de nakoming behoort van beide zijden gelijktijdig te 
geschieden. Zoo bepaalt het B. W. in art. 1550, dat de 
kooper moet betalen op den tijd waarop de levering ge- 
schieden moet, en in art. 1514, dat de verkooper niet 
Terplicht is het goed te leveren, indien de kooper den koop- 
prijs niet betaalt (en de verkooper hem geen uitstel van 
tetaling heeft toegestaan). 

Deze beiderzijds gelijktijdige nakoming nu kan plaats 
hebben hetzij terstond na het sluiten der overeenkomst, 
hetzij op een later, bij de overeenkomst vast te stellen, 
tijdstip. Het eerste noemt men een koop en verkoop a 



Digitized byVjOOQlC 



contant, het tweede een koop en verkoop op tijd of op» 
levering. (1) 

Bij koop en verkoop a contant volgt.de levering zeer 
spoedig op het sluiten der overeenkomst. Dikwijls zelfs 
onmiddellijk, b. v. als men het in een winkel gekochte met 
zich naar huis neemt. Maar dit behoort niet tot het wezen- 
van een koop a contant. Vooreerst zal het vervoer eenigen. 
tijd vorderen als de kooper op eene andere plaats woont, 
en voorts kan het gebruik meebrengen, dat de levering den. 
volgenden dag plaats heeft (zooals hier te lande bij eflfekten> 
het geval is) of ook wel na twee of meer dagen; vandaar 
dan ook de benamingen: ,,Kauf auf morgen", ,,Kauf auf 
einige Tage Lieferung", voor den koop a contant. Wat 
de betaling aangaat^ die behoort met de levering samen te 
gaan, zooals ons uit art. 1514 B. W. is gebleken. Echter 
voegt datzelfde artikel er bij, dat de verkooper uitstel van 
betaling kan verleenen, en daarvan wordt nog al gebruik 
gemaakt. Zoo bij hetgeen men van leveraneiers op nieuw- 
jaars-rekening koopt. Zoo ook in den handel; bij tal van 
artikelen toch is het gebruikelijk, te verkoopen op 3 maanden: 
de verkooper levert terstond, en stelt zich tevreden met een 
door den kooper geteekenden wissel of acceptatie> die over 
3 maanden betaalbaar is. Maar dergelijke latere betaling 
geschiedt alleen ingevolge den wil d^s verkoopers ;. ze brengt 



(1) De Franschen spreken van »marché au eomptant''" tegenover tmarché 
fa terrae" en froarché a livrer." 

De Daitschers hebben een groot aantal uitdrnkkingen, eenerzij ds: Tagskauf^ 
Tagsgeschaft, Comptont-Kauf, Kauf Zag um Zag, Eassa-Geschaft, Kaaf 
gcgen unraitt«lbaren Umsatz, Prompter Kaaf, Kaaf aaf Morgen, Kaaf aaf 
einige Tage Lieferang, en anderzijds: Lieferongskauf, Zeitkaaf, Zeitgeschaft^ 
Zielkanf, Kaaf aaf Frist, Terminalkaaf. 



Digitized byVjOOQlC 



geene verandering in het wezen van den koop en verkoop 
a contant, waartoe behoort dat de nakoming van de 
overeenkomst zoo spoedig mogelijk volge. (1) 

Bij den koop en verkoop op tijd of op levering daaren- 
tegen wordt de geheele nakoming, zoowel de betaling als 
de levering, uitgesteld tot een later tijdstip, dat bij de 
overeenkomst wordt vastgesteld. De overeenkomst is dus 
terstond verbindend, maar de uitvoering wordt gedurende 
een bepaalden tijd opgeschort (vgl. art. 1304 B. W. (2). 
Wat beweegt de contracteerende partijen tot die opschorting? 
Daarvoor kunnen bij haar zeer verschillende gronden bestaan, 
maar toch mag men in het algemeen wel als reden aan- 
nemen, dat de verkooper de goederen pas later zal kunnen 
leveren maar daarvoor den op het oogenblik bestaanden 
prijs wil bedingen, en dat de kooper de goederen pas later 
zal noodig hebben maar zich daarvan al vast tegen den op 
het oogenblik bestaanden prijs Avil verzekeren. 

Stellen wij b.v. dat de prijs van goed ordinaire Java-koffie (3) 
in Januari is 40 ets. per ^ kilogram. A, die op Java 100 bn. 



(1) Voor dien koop a coDtant, waarbij de betaling onmiddellijk bij de 
levering plaats heeft, hebben de Dnitschers nog weer den bij zonderen naam 
van Baarkanf of Kanf gegen Baares. Bij ons spreekt men dan wel van 
# gloeiend contant." 

(2) Uit de vele definitiën geef ik hier: 

die van Meblin (Répertoire de Jnrisprndence) //Marché a terme est nne 
//convention par laqaelle une personne s'oblige de fonrnir a nne époqne fixe 
#certaine chose moyennant un prix détermine", 

en die van Grünhut (aangehaald werk blz. 6) tdas Zeit- oder Liefernngs- 
ior geschaft ist ein Eaafvertrag, dessen Erfüllang bis zn einer gewissen 
#fixen Zeit nach dem Abschluss verschoben ist." 

(3) Dit en de volgende voorbeelden zijn ontleend aan het artikel Koffie, 
omdat daarin de termijnhandel hier te lande de meeste aandacht getrokken heeft» 



Digitized byVjOOQlC 



8 

dergelijke koffie heeft liggen en order heeft gegeven om die 
naar Nederland te verschepen, waar ze uiterlijk 1 Mei 
zullen aankomen, wordt bevreesd dat de prijs door ver- 
meerderend aanbod in dien tijd zal dalen tot 35 ets. 
B daarentegen, die tegen 1 Mei 100 bn. dergelijke koffie 
noodig zal hebben, heeft eene andere meening omtrent 
den vermoedelijken loop van den marktprijs; hij acht 
het op grond van ingewonnen inlichtingen waarschijnlijk, 
dat juist tegen Mei eene sterke vraag by verminderend 
aanbod den prijs zal doen stijgen tot 45 ets. Deze beide 
personen nu, door een makelaar of anderen tusschenpersoon 
tot elkander gebracht , sluiten eene overeenkomst van koop 
en verkoop, onder beding dat die pas met 1 Mei zal 
worden nagekomen. Intusschen zijn zij reeds dadelijk aan 
elkaar gebonden. A heeft de zekerheid, dat, als zijne 
koffie in het land komt en de prijs tot 35 ets. gedaald 
is, hij dan toch voor zijne koffie nog 40 ets. van B zal 
krijgen. En B heeft de zekerheid, dat, als hij in Mei koffie 
hebben moet en de prijs is tot 45 ets. opgeloopen, hij dan 
toch voor slechts 40 ets. de koffie van A zal krijgen. 

Bij deze soort van transactiën worden de goederen öf 
nader omschreven of enkel bepaald wat hunne soort betreft, 
zoo b.v. „100 bn. Malang-koffiC; gemerkt M, zeilende per schip 
„De drie gebroeders", vertrokken van Batavia 16 Januari," 
ofwel eenvoudig: „100 bn. goed ordinaire Java-koffie." In 
het laatstgenoemd geval kan de verkooper zoodanige koffie 
leveren als hij verkiest, mits ze beantwoordt aan het type 
„goed ordinair Java." Hij behoeft dan de koffie ook niet 
op het oogenblik van het sluiten der overeenkomst te 
hebben, als hij maar zorgt, dat hij ze heeft op den voor 



Digitized byVjOOQlC 



9 

de levering vastgestelden tijd. Hij kan ze dus nog op het 
laatste oogenblik koopen. Intusschen is hij dan op het oogen- 
blik, waarop hij de leveringsverplichting op zich nam, niet 
door werkelijken voorraad gedekt. Men noemt dit een 
„blanco-verkoop'^ of „verkoop a découvert'\ 

In ons voorbeeld van zooeven stelden wij dat A, die 
eene koffie-plantage op Java heeft, zijn produkt rechtstreeks 
verkocht aan B, die het voor eigen gebruik noodig zal 
hebben. Dit is echter niet het gewone geval. In den regel 
toch gaan de goederen niet uit de handen van den producent 
ierstond in die van den consument over, maar gaan ze 
eerst door de handen van een aantal kooplieden, die de 
goederen koopen om ze weer te verkoopen. Hunne belooning 
zoeken die kooplieden in een prijsverschil : de prijs, waarvoor 
zij verkoopen, moet hooger zijn dan die, waarvoor zij ingekocht 
hebben. Hebben zij de zaak goed ingezien, bestaat er werkelijk 
groote vraag naar de door hen ingekochte goederen, dan zullen 
zij bij wederverkoop een prijsverschil in hun voordeel kunnen 
boeken; in 't andere geval, bij geringe vraag of groot aan- 
bod, zullen zij de goederen beneden inkoopsprijs van de 
hand moeten doen en dus aan de zaak verliezen. 

Voor al die personen nu, die de goederen niet zelf 
produceeren noch zelf consumeeren, maar die ze koopen 
om ze te verkoopen en voordeel aan den prijs te behalen, 
voor de eigenlijk gezegde kooplieden dus, levert de laatstelijk 
besproken vorm van tijdkoop, n.m. die waarbij de goederen 
alleen ten opzichte van hunne soort worden bepaald, een 
ruim veld voor operatiën. 

Nemen wij eens aan, dat in het vroeger gebezigde voor- 
beeld A en B niet een planter en een verbruiker zijn, maar 



Digitized byVjOOQlC 



10 

twee kooplieden, elk bezield met eene verschillende meening 
aangaande den vermoedelijken loop van den koffieprijs. 
De koopman B, die in Januari eene rijzing tegen Mei ver- 
wacht van 40 op 45 ets., zal nu van den koopman A koffie 
willen koopen tegen 40 ets., te leveren in Mei; hij verwacht^ 
dat, als de koffie hem in Mei geleverd wordt, hij ze alsdan 
terstond tegen 45 ets. ter markt zal kunnen verkoopen, en 
alzoo 5 ets. per i kilogram winst behalen. De koopman A 
daarentegen verwacht eene daling tot 35 ets.; wanneer hij 
nu in Januari 100 bn. goed ordinaire Java-koffie verkoopt^ 
te leveren in Mei, dan doet hij zulks in de verwachting, dat 
hij in Mei 100 bn. koffie, die aan de qualificatie „goed ordinair 
„Java'' beantwoorden, ter markt zal kunnen koopen tegen 
35 ets., voor welke 100 bn. hij dan terstond van B 40 ets. 
zal krijgen, zoodat hij 5 ets. per ^ kilogram zal verdienen. 
Hoe zal het nu gaan, als de tijd van levering, de maand 
i, is aangebroken? In geval A zich de 100 bn. koffie 
ds tevoren heeft aangeschaft, zal hij ze aan B leveren, 
geval B reeds tevoren 100 bn. goed ordinaire Java-koffie 
en Mei aan een consument verkocht had, zoo zal hij 
1 A vorderen dat deze ze hem levere, opdat hijzelf 
1 zijne verplichting tegenover zijn afnemer kunne voldoen, 
tfaar ook kan zich het geval voordoen, dat A zich de 
fie, die hij te leveren heeft, nog niet aanschafte, en dat B 
koffie, die hij te ontvangen heeft, niet alreeds aan een 
de heeft verkocht. Stellen wij nu, dat A's verwachting 
lewaarheid geworden, dat de prijs van goed ordinaire Java- 
fie op 1 Mei is: 35 ets. Nu zal A ter open markt 100 bn. 
en dien prijs kunnen inkoopen, en ze terstond aan B 
eren tegen 40 ets., zoodat hij 5 ets. per J kilogr., d. i. over 



Digitized byVjOOQlC 



11 

100 bn. (1 baal = GO kilogr.) f 600, als winst overhoudt (1). 
B daarentegen, die de koffie niet zelf verbruikt, maar ze weer 
verkoopen moet, heeft bij dezen prijsstand evenveel verlies^ 
als A's winst bedraagt. Meent hij nu, dat zijne verwachting^ 
van sterke rijzing wel voorloopig onjuist gebleken is maar 
binnenkort toch zal bewaarheid worden, dan zal hij de koffie- 
van A ontvangen en ze voor zich behouden, met het oogmerk 
om ze b.v. in Juli tot verhoogden prijs weer van de hand te 
doen. Meent hij echter, dat de rijzing niet meer komen zat 
of in allen gevalle niet groot genoeg zal wezen om rente 
en onkosten gedurende twee maanden te dekken, dan zal 
hij de koffie liefst maar zoo spoedig mogelijk verkoopen, 
om ten minste door afwachten niet nog meer te verliezen.. 
Hij betaalt dus aan A 40 ets., verkoopt aan een derden 
persoon voor 35 ets. en heeft dus 5 ets. per J kilogram,, 
makende per 100 bn. f 600, verloren, zijnde evenveek 
als de winst van A bedraagt. Er zal dus f 600 zija 
overgegaan uit den zak van B in dien van A; die ƒ 600 
zijn het verschil tusschen den in de overeenkomst bepaalden, 
prijs en den marktprijs op den voor hare nakoming 
vastgestelden tijd. Om tot dit eindresultaat te komen, heeft 
A iemand moeten zoeken, van wien hij 100 bn. goed ordinaire- 
Java-kofRe koopen kon, om die te leveren aan B, die op 
zijne beurt heeft moeten zoeken naar iemand, aan wien hij 
ze zoo spoedig mogelijk weer zou kunnen kwijtraken;: 
bovendien is tweemaal betaling noodig geweest, misschien; 



(1) In dit en de volgende voorbeelden is kortheidshalve geene rekening, 
gehonden met de conditiën^ volgen» welke in. den handel de afrekeningen, 
worden opgemaakt. 



Digitized byVjOOQlC 



12 

ook een deskundig onderzoek, of de geleverde koffie wel 
beantwoordde aan het overeengekomen type. Nu is het te 
begrijpen, dat A en B onderling overeenkomen, dat B 
de f 600 prijsverschil, waarop de geheele zaak voor hen 
beiden toch neerkomt, maar terstond aan A zal betalen, 
waarmee zij dan beiden van al de bovengenoemde moeiten 
en bezwaren bevrijd blijven. In dit geval zal dus de 
vereffening, van het prijsverschil voor beide de partijen 
gewenscht zijn, en zullen zij tezamen besluiten, dat bij het 
nakomen van hunne koopovereenkomst die vereffening de 
plaats zal innemen van de betaling en de levering. 

Stellen wij daarentegen, dat B's verwachting zich heeft 
bewaarheid, en dat de prijs is opgeloopen van 40 ets. in 
Januari tot 45 ets. in Mei. Nu zal de verkooper A f 600 ver- 
liezen en de kooper B evenzooveel winnen. Soortgelijke over- 
wegingen als de bovenstaande zullen zich nu bij hen doen 
gelden. A zal tevreden zijn, als hij door de enkele betaling 
van zijn verlies zich van alle verdere beslommering kan 
afmaken. En als B niet aan verdere rijzing gelooft, zoodat 
hij geen belang heeft om de koffie te ontvangen en te 
bewaren, dan zal ook aan hem die eenvoudige vereffening 
niet ongevallig wezen. 

Een en ander kunnen wij samenvatten als volgt. De over- 
eenkomst van koop en verkoop van goederen op tijd behoort 
te worden nagekomen door levering en betaling op den 
vastgestelden termijn. Indien nu echter op dien tijd de 
verkooper geene zoodanige goederen heeft (of ze wel heeft, 
maar zich niet er van ontdoen wil) en ze zou moeten koopen 
om te kunnen leveren, en andererzijds de kooper zoodanige 
goederen niet van noode heeft en ze dus na ontvangst weer 



Digitized by VjOOQiC 



13 

verkoopen zou (1), dan kunnen partijen die levering en 
betaling vervangen door vereffening van het verschil tusschen 
den in de overeenkomst uitgedrukten prijs en dien van den 
dag der nakoming. En zij zullen aan deze wijze van op- 
lossing de voorkeur geven, als zij, geleid door de omstandig- 
heden en door hunne meening omtrent den toekomstigen 
loop der prijzen, zulks in hun belang achten. 

Feitelijk is bij artikelen, waarin een uitgebreide tijdhandel 
bestaat, het aantal der tijdkoopen, die op deze wijze in 
verschil-vereffening zich oplossen, vele malen grooter dan 
dat van die, welke langs den gewonen weg door levering 
en betaling worden nagekomen. Maar van geen enkelen 
is vooruit te zeggen, op welke der beide wjyzen hij zal 
afloopen. Immers in allen gevalle kan op den bepaalden 
tijd de verkooper leveren of de kooper levering eischen. 

Dikwijls kan dit ook reeds vroeger geschieden. En hiermede 



(1) Met opzet gebruik ik hier deze eenigszios lange omschrijving. 

WiERSMA op biz. 55 van zijn in mijne Inleiding genoemd proefschrift 
zegt: //als beide partijen door de overeenkomst enkel hebben gespeculeerd op 
«rden koers." Die formnleering acht ik te eng. Het is toch zeer wel mogelijk, 
dat de oplossing door verschilbetaling zal plaats hebben ook in ons eerste 
voorbeeld, waar de planter A rechtstreeks verkocht aan den verbruiker B, en 
waar het dus den eersten te doen was om zich een afnemer te verzekeren, 
en den laatsten om zich intijds van zekeren voorraad te vergewissen, en 
geen van beiden op den koers wilde speculeeren. Men kan zich zeer wel 
voorstellen, dat de 100 bn. koffie, die A uit zijnen oogst bestemd had voor 
B, niet in tijds aankomen, zoodat hij tot den inmiddels tot 45 ets. gestegen 
prijs andere goed ordinaire Java-koffic zou moeten koopen om aan B te 
kunnen leveren tegen 40 ets.; en eveneens is het zeer wel mogelijk, dat B, 
kort nadat hij van A de 100 bn. voor 40 ets. gekocht had, in de gelegenheid 
is geweest om eene gelijke hoeveelheid tot 38 ets. te koopen, en dat hij deze 
laatste reeds heeft ontvangen, zoodat hij die van A niet meer noodig heeft» 
en ze terstond tegen 45 ets. zou verkoopen. In dit geval zullen beide partijen 
gebaat zijn, als de levering en de betaling worden vervangen door de ver- 
effening van het prijsverschil. 



Digitized byVjOOQlC 



14 

komen wij tot eene nadere bespreking van de tijds- 
bepaling. De eenvoudigste is wel die, waarbij een vaste 
dag voor de nakoming der overeenkomst wordt aangewezen. 
Deze eenvoudigste regeling is echter niet de meest gewone. 
Bij de meeste tijdkoopen toch wordt een recht van ver- 
vroeging bedongen. De ééne partij heeft dan het recht 
oïn' de nakoming van hare wederpartij ook vóór den aan- 
gewezen, dag te vorderen en wel hetzij onbepaald, hetzij eerst 
na verloop van een zekeren tijd. Dan doet die wederpartij 
afstand van de tijdsbepaling, van het „délai stipulé pour 
„Fexécution du marché"; de tijdsbepaling Averkt dus enkel ten 
voordeele van de partij, die voor zich het vervroegingsrecht 
bedongen heeft, en die voor dit voordcel vergoeding zal 
moeten geven in den vorm van een iets hoogeren koopprijs 
resp. een iets lageren verkoopprijs. 

Gemakshalve sprak ik van ;, vervroegingsrecht", schoon 
onze taal evenmin deze als eenige andere uitdrukking heeft 
voor dit beding, dat de Franschen „droit d'escompte'*, de 
Duitschers „Wandelclausel" noemen. In de contracten wordt 
dit beding aldus uitgedrukt : „te leveren op 1 Mei of vroe- 
„ger in koopers keuze''; ,,ou plus tót a volonté''; „auf 
„Verlangen früher''; „auf Verlangen taglich zu beziehen'' of 
„zu liefern''. 

Ingeval nu de kooper B - om bij ons vroeger voorbeeld 
te blijven - die in Januari kofiSe gekocht heeft tegen 40^ et. , 
te leveren in Mei of vroeger in koopers keuze (1), in Maart 
ziet dat zijne berekening faalt, en dat de prijs geenszins rijst 
maar zelfs reeds tot 38 ets. gedaald is met neiging tot nog 



(1) De ^ cent prijaverhooging is de vergoeding voor het den kooper 
toegekende recht om vervroegde levering te eischen. 



Digitized by VjOOQiC 



15 

verdere daling, dan zal hij, om grooter verlies te voorkomen, 
gebruik maken van zijn beding en A oproepen tot levering. 
Is daarentegen de prijs wel gestegen tot b. v. 42 ets., maar 
schijnt daarmee het hoogste punt bereikt, ook dan zal B 
niet nalaten, deze zijne bevoegdheid uit te oefenen. In 
zoodanige gevallen zal eene oplossing der koopovereenkomst 
in eene verrekening van het prijsverschil tusschen B en A, 
geenszins tot de zeldzaamheden behooren. 

Evenzeer is het mogelijk, dat de verkooper zich het 
recht bedingt om het tijdstip der nakoming te vervroegen, 
en dit beding is bij den tegenwoordigen termijnhandel in 
goederen het meest gebruikelijk. Voor de nakoming der 
overeenkomst wordt eene maand, b. v. Mei, aangewezen; 
den laatsten (somtijds den op twee na laatsten) werkdag 
dier maand is de kooper bevoegd om levering te vorderen, 
en de verkooper verplicht om levering aan te zeggen; 
maar buitendien is de verkooper daartoe bevoegd op 
eiken vroegeren werkdag der maand (somtijds ook op een 
der drie laatste werkdagen van de vorige maand). Op 
welken dag nu de verkooper van zijne bevoegdheid gebruik 
zal maken, dat zal hij laten af hangen van zijne persoonlijke 
omstandigheden en van den algemeenen toestand der markt. 

Dit voor zooveel de tijdsbepaling betreft. 

Stellen wij ons nu in het geval van den kooper B, die 
tegen Mei koffie gekocht heeft a«40 ets., in de hoop op rijzing. 
De prijs loopt echter steeds terug en is in Februari reeds tot 
36 ets. gevallen. B's geloof aan rijzing is hierdoor gevoelig 
geschokt, maar hij versvacht tegen Mei toch nog wel een 
prijs van 38 et. Daarom koopt hij in Februari nog eene 



Digitized byVjOOQlC 



16 

gelijke hoeveelheid koffie er bij, eveneens in Mei te leveren, 
tegen 36 ets. Staat nu werkelijk de prijs in Mei op 
38 ets., dan heeft hij aan zijn tweeden koop evenveel 
gewonnen als aan zijn eersten verloren, en heeft hij dus 
door dien tweeden koop zijne positie verbeterd ; daarzonder 
zou hij reeds verlies gehad hebben, als de prijs in Mei ook 
maar even beneden 40 ets. stond, terwijl thans de prijs 
beneden 38 cents moet staan, om hem te doen verliezen. 
In zoodanig geval spreken de Franschen van „se faire une 
„moyenne". Bij ons heeft men de uitdrukking „dooreenprijs^'. 
De Duitschers spreken van „Durchschnittspreis"; zij noemen 
het een „Meliorations- oder Bonifications-geschaft", en zeggen 
dat de kooper eene „Vereinigungs-speculation" bij zijne 
„Grundspeeulation" voegt. 

Loopt intusschen de prijs nog meer terug, zoodat hij in 
Mei op 30 ets. gekomen is, dan heeft deze „verbeteringszaak'* 
de positie des koopers nog verergerd, want, behalve 10 ets. 
per i kilo aan de eerste, verliest hij nu ook nog 6 ets. aan 
de tw^eede zaak. Dergelijke prijsverschillen komen voor, 
en in den langen tijd, op welken deze zaken wel gedaan 
worden (er zijn termijnen van 12, ja van 15 maanden), 
kunnen ze nog wel grootere afmetingen aannemen. Reeds 
bij de verschillen in ons voorbeeld zou B, als hij telkenmale 
slechts 500 bn. (het in den termijnhandel vrij algemeen 
aangenomen minimum) gekocht had, in Mei een verlies te 
betalen hebben van f 9600. 

Geen wonder dus, dat men naar een middel heeft om- 
gezien, om bij het doen van dergelijke zaken, het mogelijk 
verlies althans eenigszins te beperken. Zulk een middel 
heeft men gevonden in de premie, tegen welker betaling 



Digitized byLjOOQlC 



17 

eene der partijen zich het recht voorbehoudt om tot op een 
bepaalden dag alsnog van de overeenkomst af te zien. Men 
spreekt dan van een premie-koop tegenover een vasten 
tijdkoop, van „marché libre ou a prime" tegenover „marché 
„ferme". Degene, die de premie ontvangt (rencaisseur de 
prime, Ie tireur de prime), is dus gebonden in elk geval, 
terwijl de andere naar omstandigheden de zaak kan vol- 
houden of er van afzien, voor welke bevoegdheid hij dan 
ook premie moet betalen. 

Nemen wij eerst het geval dat de koop er premie 
betaalt (prime pour livrer; Lieferungs- oder Vorpramie). 
Is nu op den dag, waarop hij zich moet verklaren, de 
prijs gerezen, dan houdt hij de overeenkomst in stand, en 
gaat het bedrag der premie van zijne winst af; is de prijs 
daarentegen gedaald, dan verklaart hij, van de overeen- 
komst af te zien, en verliest hij nooit meer dan de premie. 

Het tegenovergestelde geldt, als de verkooper premie 
betaalt (prime pour recevoir; Empfangs- oder Rückpramie) 
en dus alleen de kooper vast verbonden is. 

Eene verbinding van twee premiezaken biedt eene schoone 
gelegenheid tot opereercn aan voor iemand^ die in den 
eerstvolgenden tijd prijsschommelingen voorziet, maar niet 
kan berekenen, of die op rijzing dan wel op daling zullen 
uitloopen. Deze koopt b.v. van A op tijd en betaalt hem 
premie, en hij verkoopt op denzelfden tijd eenè gelijke 
hoeveelheid tegen denzelfden prijs aan B en betaalt ook aan 
dezen eene premie. Is nu op den voor de verklaring vast- 
gestelden dag (jour de la declaration ; Erklarungs- oder Stichtag) 
de prijs gerezen, dan laat hij A leveren en treedt hij tegenover 
B terug. Is de prijs gedaald, dan levert hij aan B^ en treedt 

2 



Digitized byVjOOQlC 



18 

hij terug tegenover A. Is eindelijk de prfls dezelfde gebleven, 
dan treedt hij tegenover beiden terug, en verbeurt hij alzoo 
de twee .premiën. Maar meer dan dat kan hij nooit ver- 
liezen. Zijne hoop is gevestigd op eene prijsverandering 
naar de eene of andere zijde van zóó grooten omvang, dat 
ze het bedrag der beide premiën overtreft. 

Ook kunnen twee premiezaken tot ééne worden vereenigd. 
Bijv. A betaalt aan B eene dubbele premie (welker bedrag 
dik\\ijls iets lager is dan 2 X een enkelvoudige premie) 
en bedingt zich daartegen de keus om zich op den vast- 
gestelden dag kooper of wel verkooper te verklaren; B moet 
zich dan de overblijvende rol laten aanleunen, en zal dus 
nadeel lijden, maar hij verwacht dat dit nadeel niet zóó 
groot zal zyn als de door hem ontvangen premie. Men 
noemt dit een „premie-contract met vrije keus'' („Stellage" 
of „Stellgeschaft", omdat de een den ander zijne „Stelle'* 
aanwijst). 

Dë dag, waarop de premiegever moet beslisssen omtrent 
de door hem te volgen gedragslijn, is gewoonlijk de vijf- 
tiende van de maand voorafgaande aan die, welke voor 
de levering is vastgesteld. 

In al deze gevallen heeft de ééne partij eene groote 
vrijheid, en de andere, die altijd aan haar verbonden is, 
vindt daarvoor vergoeding in een verhoogden prijs of in 
eene afzonderlijk ontvangen premie. 

Eene toepassing van hetzelfde beginsel vindt men bij eene 
andere reeks van transactiën, welke in Duitschland met 
den naam van „Optionen'^ in Frankrijk met dien van 
„facultés'' bestempeld worden. Deze vervallen weer in 
tweeën. Vooreerst de zoogenaamde „Nochgeschafte'\ Daar- 



Digitized byVjOOQlC 



19 

l)g bedingt zich de kooper van eene hoeveelheid goederen 
tegen betaling van een hoogeren dan den marktprijs, het 
recht om op den bepaalden dag nog eene of meer gelijke 
hoeveelheden tegen denzelfden prijs te verlangen (Geschaft 
mit noch). Evenzoo kan de verkooper zijnerzijds het recht 
bedingen om meer te mogen leveren (Geschaft mit Ankün- 
<iigung); daarvoor zal dan de verkoopprijs lager zijn dan 
de gewone marktprijs. De tweede soort dezer zaken gaat 
in tegenovergestelde richting; en draagt den naam van: 
^,Schluss auf fest und oflfen.'' Daarbij heeft de kooper 
het recht, om een deel der goederen (die oflfene) niet in ont- 
vangst te nemen, mits de rest (die feste) tot een hoogeren 
-dan den overeengekomen prijs nemende. 

Deze zijn de verschillende vormen, waarin de goederen- 
termijnhandel zich vertoont. 

Li den eflfektenhandel bestaan, buiten de besprokene, nog 
zeer veel andere vormen. (1) Daaronder zijn er verscheidene, 
die uit hunnen aard bij den goederenhandel niet kunnen 
voorkomen. Zoo b. v. het „Heuergeschaft'' ; de houder van 
dividendbewijzen of premieloten, waarop de uitkeering on- 
zeker is, verkoopt aan een ander de kans op het eventueel 
voordeel. Andere van die vormen zijn ook in den goederen- 
handel over te brengen, en by de snelle verandering die wij 
dezen zien ondergaan, zal dit wellicht al spoedig gebeuren. 

Het is alreeds gebeurd met eene soort van zaken, die 
eene zeer gewichtige rol in den effektenhandel speelt. 



(1) Mr. M. Th. Goudsmit (Themis 1886 blz. 37) vermeldt een werk 
van James Mosrb tdie Lehre tod den Zeitgeschaften", waarin er tot 52 
toe behandeld worden. 

2* 



Digitized byVjOOQlC 



i20 

den „marché a report^^ (Kost-, Prolongations-^ 
Report-geschaft^. Dit is eene operatie, waardoor de 
kooper, die de gekochte fondsen op den aangewezen 
termijn niet betalen kan, zich het benoodigde geld ver- 
schaft; hij verkoopt namelijk die hem geleverd wordende 
fondsen a contant aan een geldschieter, die echter geen 
plan heeft om ze te houden, en ze daarom op hetzelfde 
oogenblik op den volgenden termijn (1 maand of 14 
dagen) aan hem terugverkoopt tot een hoogeren koers; 
hoe groot dit koersverschil (report), en dus des geld- 
schieters voordeel zijn zal, hangt ook voor een groot 
deel van den stand der geldmarkt af. Ook het tegenover- 
gestelde is mogelijk: als het geld goedkoop is en vele 
koopers levering van de op termijn gekochte eflfekten eischen, 
dan zullen de blanco-verkoopers zich die moeten aanschaifen^ 
en, als zij op de open markt niet meer te recht kunnen, 
zullen zij moeten aankloppen bij kapitalisten, die in dergelijke 
fondsen (te Parijs vooral Fransche rente en spoorweg- 
aandeelen) hun geld belegd hebben; zij koopen die fondsen 
dan a contant van zulke kapitalisten, die echter niet van zins 
zijn om zich voorgoed er van te ontdoen, en ze dus terstond 
van hen terugkoopen op den volgenden termijn maar tot een 
lageren prijs (vaak zooveel lager, dat op deze wijze die 
effekten eene veel hooger rente aan hunne eigenaars op- 
brengen dan wanneer zij ze stil lieten liggen en enkel de 
upons er van knipten.) In dit geval (van gebrek aan 
idsen ter open markt) is dus de contant-prijs hooger dan de 
ijs op termijn, en dan wordt dit verschil „déport" genoemd, 
den goederenhandel nu is deze soort van zaken ook in 
aktijk gebracht, en men heeft daar almede de woorden 



Digitized byVjOOQlC 



21 

„report" en „déport" overgenomen, om aan te duiden of 
de termijnprijs hooger of wel lager dan de contant prijs is. 

In de verschillende landen is de ééne dier vormen meer 
doorgedrongen dan de andere; zoo zijn in ons land, waar 
de premiezaken reeds zeer oud zijn, de „Optionen" of 
„facultés" nog niet, of althans slechts bij hooge uitzonde- 
ring overgenomen. De grootste voordeden zijn dikwijls 
te behalen door vernuftige combinatiën van verschillende 
dier vormen, en door op verschillende markten tegenover- 
gestelde operatiën te verrichten (arbitragezaken), waardoor 
men met tijdelijke prijsverschillen zijne winst kan doen. 

Zoo b. V. wordt door iemand, die van deze zaken zijn 
werk maakt,, zelden eene premiezaak ondernomen om haar 
zelve, maar meestal om er op door te gaan, om ze als 
grondslag voor verdere operatiën te gebruiken. Stel b. v. 
dat hij, op rijzing rekenend, tegen een vervrijderden termijn 
een premiekoop voor 40 sluit. Na eene aanvankelijke rijzing 
2akt echter de prijs tot ^0 terug, en onze man voorziet 
verdere daling. Daarom verkoopt hij, ditmaal niet met premie, 
maar vast, eene gelijke hoeveelheid tegen denzelfden termijn. 
Nu zal hij, bij verdere daling, winst behalen aan deze laatste 
zaak, en alsdan zijne premie laten loopen. Als daarentegen 
weer rijzing intreedt tot b. v. 42, dan zal hij de premiezaak 
gestand doen, en de daarmee ontvangen goederen, eveneens 
tot 40, aan zijn eigen kooper leveren. De premie die hem 
eerst tegen daling beveiligde, verzekert hem nu tegen 
rijzing; meer dan het bedrag dier premie verliest hij nooit. 
Wel kan hij veel meer winnen. Zoo b. v. zal hij, als de 
daling weer haar laagste punt bereikt heeft, zijn verkoop 



Digitized byVjOOQlC 



22 

ad 40 kunnen afrekenen tegen een inkoop ad 38, waarna 
hij bij sterke rijzing weer van zijn preniiekoop profiteert. 

Voor wie er buiten staan, is het gewoonlijk zeer moeielijk,. 
het telkens wisselend plan in al die operatiën te ontdekken, 
en de verschillende soorten van premiezaken daarbij uit 
elkaar te houden. (1) 

Intusschen blijft de gewone tijdkoop de hoofdvorm, en 
zal ik my - ook ter wille van vereenvoudiging - tot dezen, 
bepalen bij de nu volgende beschouwingen. 

Tot nog toe stelden wij het geval aldus, dat A in Januari 
aan B verkoopt op den termijn van Mei, en dat B, als. 
die tijd gekomen is, de goederen van hem tegen betaling, 
ontvangt, of wel het prijsverschil met hem verrekent. 

Waar nu echter eene groote markt bestaat, blijven die 
zaken niet op zichzelf staan, maar sluiten A en B doorgaans- 
ieder vele dergelijke zaken in dezelfde of in tegengestelde 
richting, met andere kooplieden. Zoo zal b.v. het geval 
zich voordoen, dat vóór den aanvang van Mei B reeds weer 
verkocht heeft aan C, C aan D, en D aan E. Nu zal het. 
in hun aller belang zijn, dat niet 4 maal geleverd en betaald 
worde, maar dat A aan E levere, en de tusschenliggende 
partijen zich bepalen tot verrekening van prijsverschillen- 
Om dit een en ander zonder verwikkeling te doen plaats, 
hebben, zal het noodig zijn, eene vaste regeling te maken. 
Somtijds zal deze eenvoudig in een algemeen gevolgd wordend 
gebruik kunnen bestaan, maar gewoonlijk zullen belang- 



(1) Zie over de behandelde vormen o. a. de aangehaalde geschriften vaa 
Grünhut, Olivier Senn en Vainbebo. 



Digitized byVjOOQlC 



23 

hebbenden een reglement maken, waarnaar dan in alle 
contracten wordt verwezen. Eene der eerste bepalingen 
van zoodanige reglementen is de aanneming van eene alge- 
meene contract-eenheid , d. w. z. eene, voor elk artikel 
afzonderlijk vastgestelde hoeveelheid die verhandeld wordt; 
daarmee wordt bereikt, dat alleen de verschillende prijzen, en 
niet ook nog verschillende hoeveelheden, behoeven te worden 
verrekend. 

De afwikkeling geschiedt dan nu in algemeene trekken 
als volgt. Als de termijn, op welken de zaken gedaan zijn, 
is gekomen, geeft de eerste verkooper A een ,;VolgbrieQe" 
uit, dat geëndosseerd kan worden, en daarom ook wel 
„o verwijzing" wordt genoemd; in de andere moderne talen 
wordt het aangeduid met de namen „filière" (strook papier), 
„Andienung", „transferable notice". De eenvoudigste vorm 
van een volgbriefje is wel die, welke in den oliehandel te 
Amsterdam gebruikelijk is: 

Ik ondergeteekende neem aan, op 13 Mei '88 af te 
leveren aan B of order 5000 K.G. raapolie, om te 
worden ontvangen volgens het reglement enz., waarde 
ontvangen. 

geteekend A. 

B endosseert dit volgbriefje aan C, C aan D, D aan E; 
deze laatste, die niet weer verkocht heeft, zal zich met het 
aan hem geëndossseerde stuk bij A vervoegen, om de olie 
te ontvangen, of wel met hem de zaak te verrekenen. Zoo 
is E verplicht, om de zaak te beëindigen niet met zijn 



Digitized byVjOOQlC 



24 

verkooper D, maar met A, die hem door D en diens 
voorgangers wordt opgegeven. (1) 

In bovengenoemd formulier wordt geene bepaalde olie 
aangewezen; hiertoe is A eerst verplicht, als de laatste 
geëndosseerde hem het stuk vertoont; andere reglementen 
verplichten hem, die aanwijzing te doen op den dag, vooraf- 
gaande aan dien, waarop hij volgens het stuk leveren moet. 
Op verschillende plaatsen echter moet de aanwijzing reeds 
dadelijk in het volgbriefje gedaan worden, en moet daarbij 
zelfs een certificaat worden overgelegd ten blijke dat de 
aangewezen goederen beantwoorden aan het in de contracten 
vermelde type, (ordre de livraison, tegenover avis de livraison, 
als in het eerst behandelde geval). 

Op een volgbriefje in dezen laatsten vorm zal dus wel 
altijd levering plaats hebben, aangezien A de goederen nu 
toch er voor heeft. In het eerst behandelde geval heeft 
hij meer tijd om zich de goederen nog aan te schaffen, en 
ook de kans dat E geene levering eischen, maar de zaak 
met hem verrekenen zal. 

Hoe zal het nu echter gaan met de prijsverschillen? Stel 
dat A aan B heeft verkocht voor 40, B aan C voor 34, 
C aan D voor 38, D aan E voor 3G. Met de levering 

(1) Ëvenzoo is het mogelijk, dat een volgbriefje denzelfden weg in de 
tegengestelde richting gaat. Dit zal geschieden, als E begint met de levering 
van D te vragen; alsdan zal D hem een briefje geven, houdende verzoek aan 
C om de door dezen aan hem D verkochte goederen, in zijne plaats aan £ 
te leveren. C zal een gelijk verzoek op B, en B op A, afgeven, en deze 
laatste zal dus de door hem met B aangevangen zaak, moeten beëindigen 
met E. 

Schoon deze vorm op vele plaatsen voorkomt, is toch die, waarbij het volg- 
briefje van den eersten verkooper uitgaat, het meest gebruikelijk, en zal ik 
mij daaraan dan ook houden. 



Digitized byVjOOQlC 



25 

door A aan E loopt dus de zaak niet af. E betaalt aan 
A niet meer dan 36, en A moet dus nog 4 krijgen, evenals 
C, terwijl B 6 en D 2 heeft verloren. Hoe zal dit alles 
nu tot vereffening worden gebracht? 

De meest eenvoudige weg is wel die van de Amsterdamsche 
Katoenmakelaars- Vereeniging, die een Bureau van Verrekening 
uit haar midden aanwijst. Als het volgbriefje (hier „aan- 
„zeggingsbiljet" genaamd) door den een aan den ander 
geëndosseerd is, en ten slotte bij den laatsten kooper is 
aangekomen, wordt het door den (met die circulatie belasten) 
makelaar des afleveraars, aan genoemd Bureau ingezonden; 
dit deelt aan elk der endossanten zijne rekening mee, en 
bepaalt den dag der verrekening. Op dien dag moet de 
ontvanger E zijne koopsom 36 in geld aan het Bureau 
inzenden, desgelijks B en D hunne verliezen ad 6 en 2, 
tezamen 44, - een en ander uiterlijk 11 uren des morgens. 
En te 11^ uren kan dan A zijne verkoopsom 40, en C zijne 
winst 4, bij het Bureau doen ontvangen. 

Op de meeste andere plaatsen evenwel is men van 
dergelijke tusschenkomst niet gediend, hetzij omdat de 
kosten voor zulk een Bureau te bezwarend zijn, hetzij 
omdat men er nu eenmaal niet aan gewend is, of om welke 
andere reden dan ook. Dan is het echter voor B en D 
wel mogelijk om elk zijn eigen verlies te bepalen, maar niet, 
om te weten, aan wien nu die verliezen ten goede komen, 
en aan wien zij ze dus moeten aldragen. Daarom heeft men 
er iets anders op gevonden. Gesteld dat de prijs op den 
dag van de uitgifte van het volgbriefje is gekomen op 39, 
en dat de eerste verkooper A zich de te leveren goederen 
nog niet heeft aangeschaft, dan kan men zeggen, dat de 
positie op dat oogenblik deze is: 



Digitized byVjOOQlC 



26 

A kan koopen voor 39, heeft verkocht voor 40, wint 1. 
B heeft gekocht „ 40, „ „ „ 34, verliest 6. 

C „ „ „ 34, „ „ „ 38, wint 4. 

D „ „ „ 38, ,, „ „ 36, verliest 2. 

E „ „ „ 36, kan verkoopen „ 39, wint 3. 

Nu wordt het volgbriefje gesteld op 39, zijnde den 

prijs der te leveren goederen, zooals die op den dag van 

uitgifte aan de markt genoteerd wordt. In dat volgbrieQe 

zegt dus A, dat hij aan B zal leveren tegen betaling 

niet van den tusschen hen overeengekomen prijs 40, maar 

van den prijs 39, en B zegt in zijn endossement aan C, 

dat hij hem eveneens zal leveren tot den in het volgbriefje 

uitgedrukten prijs, enz. Men noemt dit den passage-koers 

(cours de compensation), en op den grondslag van dien 

koers heeft de verrekening plaats. Voor elke der partijen 

worden de koop en de verkoop gescheiden. Elk wordt als 

kooper gerekend, aan zijn verkooper te hebben terugverkocht 

tot dien passage-prijs, en betaalt hem het verschil, als die 

assage-prijs lager dan de oorspronkelijke koopprijs is, terAvijl 

1 't andere geval de verkooper het verschil aan hem betaalt. 

In evenzoo wordt elk als verkooper gerekend, van zijn 

ooper te hebben teruggekocht tot den passage-prijs, met 

etaling of ontvangst als voren. (1) 

(1) Zoo bepaalt rule XXI van den » Board of Trade of Chicago" in 

cdon 2, Uden zin: 

<yEach purchaser, receiving notice of delivery, shall be responsible 

o the seller, from whom the notice was received, for the difference 

)etween the price actually paid for the property and Iheir contract price.'*" 

Deze zin ziet enkel op het geval dat die contractprijs hooger is dan de 

'ijs van den dag; dit blijkt uit den volgenden zin: 

#In cases, where the seller's contract price is less than the price actually 

)aid for the property, snch seller shall be responsible to the 

)archasier, to whom he delivered the notice, for the difference." 



Digitized byVjOOQlC 



27 

Passen wij dit nu op ons voorbeeld toe. A heeft aan R 
verkocht voor 40, wordt geacht van B terug te koopen 
voor 39, ontvangt dus van B 1 , zijnde zijne winst. 

B heeft van A gekocht voor 40, wordt geacht aan A 
terug te verkoopen voor 39, betaalt aan A 1 ; B heeft aan 
G verkocht voor 34, wordt gerekend van C terug te koopen 
voor 39, betaalt dus aan C 5 ; B betaalt dus in het geheel 
6, zijnde zijn verlies. 

C ontvangt van B 5; hij heeft aan D verkocht voor 38, 
wordt geacht van D terug te koopen voor 39, betaalt dus 
aan D 1 ; C houdt dus over 4, zijnde zijne winst. 

D ontvangt van C 1, hij heeft aan E verkocht voor 36^, 
wordt geacht van E terug te koopen voor 39, betaalt aan 
E dus 3; hij betaalt alzoo per saldo 2, zijnde zijn verlies. 

E ontvangt van D zijne winst 3. Daartegenover moet hg 
aan A betalen niet den prijs 36, waarvoor hij van D 
gekocht heeft, maar den in het volgbriefje uitgedrukten 
passage-prijs 39 (zoodat hij per saldo zijne goederen voor* 
36 krijgt, terwijl A daarvoor van E 39, en van B 1, dus 
tezamen zijnen prijs 40, ontvangt). E kan ook met A- 
overeenkomen, dat zij niet zullen betalen en leveren, in 
welk geval E geacht wordt tot dien passageprijs 39 aan A 
terugverkocht te hebben, en er niets verder gebeurt, daar 
A zijne winst 1 reeds van B, en E zijne winst 3 reeds van 
D ontvangen heeft. 

Bij deze wijze van afrekening ontvangen C en D met de- 
ééne hand om met de andere weer te betalen; B betaalt 
6, C 1 en D 3, tezamen 10. Als het gegaan was zooals 
bij de katoen te Amsterdam, dan zou B 6 en D 2 betaald, 
hebben aan het Bureau van verrekering, dat die gelden. 



Digitized byVjOOQlC 



28 

weer aan A, C en E zou hebben uitbetaald. Er zou dan 
dus niet meer geld gebruikt zijn dan 8, terwfll thans 10 
noodig was. De laatst behandelde wijze van verrekening 
noodzaakt dus tot iets meerdere verplaatsing van geld, 
maar daarvoor kan men dan ook elke bemiddeling met de 
daaraan verbonden kosten ontberen, en hebben de tusschen- 
gelegen partijen enkel met hunne onmiddellgke verkoopers 
en koopers af te rekenen. 

Om bij dit laatste punt nog een oogenblik te blijven - 
ingeval er eenige moeielijkheid mocht ontstaan, ook dan 
heeft elke partij uitsluitend met haren onmiddellijken ver- 
kooper en kooper te doen. Immers met dezen heeft zij 
gecontracteerd, en met geen anderen. De circulatie van 
het volgbriefje brengt alleen den uitgever in een nieuwe 
rechtsbetrekking, n.m. met den eindelijken ontvanger, maar 
verandert niets aan de rechtsbetrekkingen der tusschen- 
liggende partijen. Als dus de laatste houder van het volg- 
briefje E den uitgever A niet betalen wil, dan moet deze 
zijn verhaal nemen op zijn eigen kooper B; evenzoo moet E, 
als A hem niet leveren wil, zich tot zijn eigen verkooper D 
wenden. Door het endosseeren van het volgbriefje en het 
onderling verrekenen der verschillen, zijn dus partijen nog niet 
van elkander af; dit kan eerst het geval zijn, als tusschen den 
uitgever en den ontvanger de zaak in orde is gebracht. 

Het schijnt intusschen, dat die zaak gewoonlijk in orde 
komt. Van moeielijkheden bij deze wijze van verrekening 
wordt ten minste weinig vernomen. 

Anders is het te Parijs en te Marseille, waar men weer 
eene andere wijze van afrekening volgt, die eenige overeen- 
komst heeft met die der Amsterdamsche Katoenmakelaars- 



Digitized byVjOOQlC 



29 

Vereeniging, in zooverre ze namelijk wordt opgedragen aan 
bepaalde personen, „liquidateurs de filières" of „agents 
„filiéristes". Terwijl echter te Amsterdam alle partijen hunne 
rekeningen gelijktijdig moeten inzenden, gaan deze liquidateurs 
de geheele reeks in volgorde langs (terwijl zij voor elk 
endossement 1 franc als kosten berekenen); het is eene 
,,liquidation par échange de factures". De liquidateur gaat 
met de gekwiteerde rekening ad 40 ets. van A naar B; 
B geeft hem in ruil daarvoor zijne eigene gekwiteerde 
rekening op C ad 34 ets., en betaalt hem de rest (zijn 
verlies) in geld; daarvan kan de liquidateur aan C zijn 
winst uitbetalen, terwijl hij diens gekwiteerde rekening ad 
38 ets. op D in ontvangst neemt, enz. Te Marseille nu 
geeft de liquidateur aan C een schuldbekentenis of cheque, 
en betaalt hij hem die, nadat hij al de verliezen heeft 
geïncasseerd. Te Parijs echter betaalt hij den wimiers 
terstond in geld. In ons voorbeeld zal er nu geen bezwaar 
ontstaan, omdat de groote verliezer B vooraankomt, en de 
liquidateur dus reeds geld in handen heeft. Gesteld nu 
echter, dat de eerste partijen in de reeks alle winners zijn, 
dan zal te Parijs de liquidateur, hun die whisten uitbetalend, 
dikwijls groote voorschotten doen; en als nu de groote 
verliezers, die achteraan komen, eens niet kunnen of willen 
betalen, hoe zal het dan moeten gaan? Moet dit tekort 
voor des liquidateurs rekening komen? of moet de uitgever 
der fllière het dragen? of moeten de eerste partijen de hun 
uitbetaalde winst teruggeven? Maar zij kunnen immers elk 
de gekwiteerde rekening van zijnen verkooper vertoonen? 
Bij de beantwoording dezer vragen komt zeer veel hierop 
aan, of men den liquidateur beschouwt als vertegenwoordiger 



Digitized byVjOOQlC 



30 

Tan den uitgever der filière tegenover alle endossanten, of 
wel telkens als vertegenwoordiger van lederen verkooper 
tegenover zijn kooper. Een ander betwist vraagpunt is, of 
men in de overgifle van de ééne gekwiteerde rekening in 
ruil tegen de andere eene schuldvernieuwing te zien heeft, 
of wel eene kwijting onder de ontbindende voorwaarde dat 
de verkooper ten slotte 'zijn geld zal krijgen. En de hoofd- 
vraag is ook hier weer, of de circulatie der filière al of 
niet verandering brengt in de uit elk koopcontract tusschen 
partyen ontstane rechtsbetrekking. 

De geheele verhouding heeft tot zeer verschillende be- 
schouwingen van rechtsgeleerden aanleiding gegeven, en tot 
de meest uiteenloopende beslissingen van verschillende 
kamers der Parijsche rechtscolleges. Wel heeft het Hof 
van Cassatie bij arrest van 25 Juli 1887 uitgemaakt, dat 
de afgifte der gekwiteerde rekening door den verkooper 
aan den kooper in ruil tegen diens kwitantie op den 
volgenden kooper, geenszins eene schuldvernieuwing maar 
enkel eene voorwaardelijke kwijting is, en dat ook na de 
circulatie der filière alles bij het oude blijft, zoodat de 
verkooper, als hij ten slotte geene volledige betaling krijgt, 
altijd nog zijn oorspronkelijken kooper kan aanspreken voor 
het tekortkomende (maar dus niet voor de namens hem 
door den liquidateur gedane voorschotten), - doch de strijd 
is ook daarna blijven voortduren, en de meest verschillende 
stelsels zijn nog opgeworpen. Daarbij komt, dat bij de 
meeste artikelen volgens reglement of gebruik de liquidateur 
beschouwd wordt als gemachtigde van den uitgever van de 
filière, en deze laatste (als „banquier de la filière") den 
liquidateur de voorschotten, waartoe deze verplicht is, moet 



Digitized by LjOO.Q iC 



31 

vergoeden, terwijl hij volgens de leer van het Hof van 
Cassatie die voorschotten, voorzoover ze zijn oorspronkelijken 
koopprijs te boven gaan, niet kan terugvorderen, zoodat hij 
bij eventuëele wanbetaling in een hoogst ongunstigen toestand 
verkeert. Dit gebrek aan overeenstemming tusschen de leer 
van het hoogste rechtscollege en de onderling ook weer 
verschillende gebruiken en reglementen, maakt deze wijze 
van liquidatie nog minder aanbevelenswaardig dan ze op 
zich zelf reeds is. (1) 

Dit een en ander moge volstaan omtrent de afwikkeling 
van eene reeks van op eenzelfden termijn afgesloten koop- 
contracten door middel van volgbriefjes. 

Gaan wij thans over tot de behandeling van de waar- 
borgen, waarmede men allengs deze soort van contracten 
is .gaan voorzien. 

Aanvankelijk, zoolang de termijnzaken nog niet algemeen 
gedaan werden, dacht men aan geene waarborgen. Naar- 
mate echter steeds meerdere personen zich er mee gingen 
bezig houden, is men naar waarborgende bepalingen gaan 
omzien. Er waren verschillende omstandigheden, die in 
deze richting dreven. Vooreerst deze, dat elke reglemen- 
teering begonnen is met eene minimum-hoeveelheid voor 
elk contract vast te stellen en wel meestal een tamelijk 
hoog minimum, zoodat elke zaak een groot geldelijk belang 



(1) Daar deze kwestiën zich in Nederland niet hebben opgedaan, heb ik 
het niet noodig geacht, ze opzettelijk in het vierde hoofdstuk te behandelen. 
Toch meende ik ze volledigheidshalve te moeten aanstippen. Wie er meer 
van weten wil, leze over de fiiière: Olivier Senn aangehaald werk, blz. 114 
e. V., en bepaaldelijk over de «rusages et règlements de Paris'*, blz. 140-170. 



Digitized byVjOOQlC 



32 

ging vertegenwoordigen. Daarbij komt, dat bij verdere 
ontwikkeling velen zich hoofdzakelijk bezig houden met 
arbitragezaken. Deze berusten op tijdelijke verschillen 
tusschen de prijzen van verschillende qualiteiten van 
een artikel, of van ééne zelfde qualiteit op verschillende 
termijnen of op denzelfden termijn op verschillende markten. 
De bedoelde personen verkoopen nu b. v. in laatstgenoemd 
geval op de hoogste markt en koopen op de laagste; 
als daarna de prijzen weer tot elkaar genaderd zijn, dekken 
zij zich op elke der beide markten door eene tegenge- 
stelde operatie. De prijsverschillen, waarmede zij aldus hun 
voordeel doen, kunnen nooit groot wezen, bij de snelheid 
waarmee de noteeringen telkens naar alle kanten bericht 
worden, en bij de concurrentie, die ook op het gebied der 
arbitrage zich doet gevoelen. Derhalve moeten deze arbi- 
tragezaken, om een aan de kosten en het risico geëven- 
redigd voordeel op te leveren, over zeer groote hoeveelheden 
loopen, zoodat aanmerkelijke sommen daarbij betrokken zijn. 

Let men nu op de groote prijsfluctuatiën, die in den 
loop van een niet eens bijzonder langen termijn voorkomen, 
dan springt het in het oog, hoe licht het kan gebeuren^ dat 
één of meer contractanten op den bepaalden tijd buiten 
staat zijn, de voor hen nadeelige prijsverschillen te betalen. 
Degenen, met wie zij gecontracteerd hadden, hebben mis- 
schien weer aan anderen verliezen geleden, die zij met de 
hun toekomende winsten meenden te dekken, zoodat het 
uitvallen van een enkelen schakel de geheele keten- va» 
contracten in gevaar kan brengen. 

Te erger wordt deze kwade kans, naarmate het aantal 
der door één persoon afgesloten zaken toeneemt, en naar- 



Digitized by VjOOQiC 



33 

mate de termijnen langer worden. Gesteld b. v. dat iemand 
zeer veel verkocht heeft op termijnen van 5, van 7 en van 
10 maanden, en dat de prijs zóo zeer rijst dat hij reeds bij den 
eersten dier termijnen zijne verliezen niet eens ten volle 
betalen kan, dan bestaat er voor degenen, die op de latere 
termijnen van hem gekocht hebben, alle kans dat hij jegens 
hen geheel in gebreke zal blijven, terwijl zij zelf niettemin 
hunne verplichtingen zullen moeten nakomen tegenover 
degenen aan wie zij weer verkocht hebben. Dat zij in- 
middels den loop der dingen maar lijdelijk zullen moeten 
afwachten, is met de eischen van het handelsverkeer niet 
wel te rijmen. 

De eerste waarborgende bepaling, die in de reglementen 
gemaakt is, is dan ook deze, dat, als ééne der partijen - 
ook buiten het geval van faillissement, waarin door de wet 
(bij ons artt. 1307 B. W., 778 K.) voorzien is - hare be- 
talingen staakt, of uitstel van betaling vraagt of op eenige 
andere v^djze kennelijke blijken van onvermogen of insolventie 
geeft, alsdan de andere partij zonder eenige voorafgaande 
sommatie bevoegd is, het gesloten termijncontract tegen 
den prijs van den dag te liquideeren, hetzij door eenvoudige 
verrekening, hetzij door met een derde een nieuw contract 
te sluiten en het verschil op de insolvente wederpartij te 
verhalen. Als dus A in Januari op Mei-levering aan B 
verkocht heeft voor 40, en B daarna in Februari, als de 
prijs 37 is, blijken van onvermogen geeft, dan heeft A 
belang om de gesloten zaak tot een einde te brengen, 
want, als de prijs nog verder mocht dalen, zal hij zijne 
winst zeker niet van B kunnen krijgen, en als hij nu nog 
in de plaats van B een solventen kooper voor 37 krijgen 

3 



Digitized byVjOOQlC 



34 

kan, dan blijft het wel onzeker, of hij het reeds bestaande 
prijsverschil van B betaald zal krijgen, maar heeft hij ten 
minste voor verdere prijsverschillen een solventen contractant. 
Daarom geven dan ook de reglementen hem de bevoegdheid 
om in dat geval de zaak met B op den bestaanden prijs 
van 37 te verrekenen, zoodat hij van B 3 te eischen heeft 
en alsnu een anderen kooper kan zoeken, of wel - hetgeen 
op hetzelfde neerkomt - de goederen, waarvan B kooper is, 
voor diens rekening te verkoopen, zoodat B hem het verschil 
tusschen die opbrengst (37) en den oorspronkelijken koop- 
prijs (40) schuldig blijft. 

Opdat daarbij de belangen van den insolventen persoon 
echter geen gevaar zullen loopen, dient op eiken beursdag 
de prijs van de op de verschillende termijnen te leveren 
goederen oflRciëel te worden vastgesteld. Voor B moet 
zekerheid bestaan, dat de prijs waarop A in Februari met 
hem verrekent, niet een willekeurige prijs is, maar werkelijk 
de prijs, dien de in Mei te leveren goederen op dat oogenblik 
waard zijn. Reeds om deze reden alleen is eene dagelijksche 
ofiiciëele noteering voor de geheele reeks van termijnen, 
waarop zaken gedaan worden, noodzakelijk. In de meeste 
reglementen wordt de zorg daarvoor opgedragen aan eene 
Commissie, op welker afwisselende samenstelling aan de 
belanghebbende handelaren meer of minder invloed wordt 
gegeven. 

De bovengenoemde waarborgende bepaling is intusschen 
gebleken, onvoldoende te zijn. Vooreerst kon het geval 
van insolventie van ééne der partijen niet zoo nauwkeurig 
in het reglement omschreven worden, dat geschil daarover 



Digitized by VjOOQiC 



35 

zou. zijn uitgesloten. (1) Ten tweede kan er gevaar voor 
niet-nakoming van de verplichtingen aanwezig zijn, langen 
tijd voordat zich kennelijke blijken daarvan aan de buiten- 
wereld voordoen; en dan is er alle kans, dat de aan de 
wederpartij toegekende bevoegdheid haar op het oogenblik, 
dat zij gebruik er van kan maken, niet veel meer baten 
zal. Zoo kan het gebeuren, dat iemand, die zeer omvang- 
rijke verkoop-verbintenissen op verwijderde termijnen heeft 
aangegaan, reeds spoedig niet meer in staat is om de 
ontstane prijsverschillen te betalen, maar dat zijne ver- 
schillende koopers - waarvan menigeen misschien niet eens 
iveet, dat zijn verkooper ook nog aan anderen zooveel 
verkocht heeft — hiervan niets bemerken voordat de termijn 
Terschenen is. 

Om deze redenen heeft zich als van zelve eene regeling 
opgedrongen, waarbij elke contractant, om dit zoo eens uit 
ie drukken, voortdurend voeling kan houden met de solventie 
van zijn mede-contractant ten opzichte van het prijsverschil 
van elk oogenblik. Deze regeling bestaat hierin, dat terstond 
bij het sluiten van een termijncontract door iedere partij 
eene zekere som wordt gedeponeerd en bepaaldelijk voor 
de nakoming van het contract verbonden, welke som verder 
moet worden aangevuld door die partij in Welker nadeel 
de prijs zich beweegt, en wel naar mate van die prijs- 

(1) In de talrijke processen, waartoe de Amsterdamsche olie-termijnhandel 
in de jaren 1840 en volgende aanleiding gaf, speelde art. 9 van het daarvoor 
vastgestelde reglement, welk artikel de besproken bepaling behelsde, eene 
gewichtige rol. O. a. deed zich het geval voor, dat een contractant zijne 
schnldeischers bijeenriep om han opening van den staat zijner zaken te geven, 
en daarbij rees de vraag, of dit geval in de termen van bedoeld artikel viel; 
de rechtbank te Amsterdam besliste ontkennend bij vonnis van 12 Nov. 1841 
W. 248. 

3* 



Digitized byVjOOQlC 



3G 

beweging, terwijl bij ingebrekeblijven de andere partij tot 
onmiddellijke liquidatie van het contract gerechtigd is. 

Stellen wij weder als vroeger, dat A in Januari aan B 
500 bn. koffie verkoopt, in Mei te leveren, a 40 ets. per 
i kilo. Nu moet elk beginnen met f 2, — per baal te 
deponeeren, dat is II cent per ^ kilo. Zoodra nu de 
prijs 39^ cent wordt, en dus een verschil van ^ cent ten 
nadeele van den kooper B ontstaan is, moet deze een 
met dat verschil overeenkomend bedrag bijstorten. Gesteld 
nu, dat de prijs op 18 Februari 37 ets. is, zoodat B lang- 
zamerhand 3 ets. per \ kilo heeft bijgestort, dat op 
19 Februari eene nieuwe daling van 1 et. intreedt, maar 
dat B tot nieuwe bijstorting van f 600, — opgeroepen, 
daarmee in gebreke blijft. Alsnu heeft A het recht, om 
terstond voor B^s rekening 500 bn. op Mei te verkoopen 
en wel tegen den dagkoers van 36 ets., zoodat hij van 
B 4 ets. per \ kilo te vorderen heeft. Daarin wordt voor 
de eerste dalingen voorzien door hetgeen B allengs had 
bijgestort, en voor de laatste daling door B^s oorspron- 
kelijk dépót, waarvan nu nog i et. per \ kilo overblijft 
en aan B wordt uitgekeerd, zonder dat A er bij verliest. 
Eerst in geval de laatste daling 2 ets. op één dag had 
bedragen, zou A er aan verloren hebben, en dan nog slechts 
i et. per \ kilo, dat is f 200, — over de 500 balen. 

Gesteld dat op 19 Februari, in plaats van de hernieuwde 
daling, eene rijzing ware ingetreden van 37 tot 38 ets., dan 
zou B 1 et. van zijne vroegere bijstortingen hebben terug 
gekregen, en als de prijs weder tot 40 ets. was gestegen, 
zou hij ze geheel hebben terug gehad. Bij verdere rijzing 
zou dan de verkooper A hebben moeten gaan bijstorten 
voor eiken ^ et. prijsverschil. 



Digitized byVjOOQlC 



37 

Beider oorspronkelijk dépót van f 2 per baal, d. i. voor 
elk f 1000 per contract, wordt niet terug gegeven, voordat 
de zaak is afgeloopen. 

Laatstgenoemd dépót heet in Engeland en Amerika „original 
^,margin'', de bijstortingen voor prijsverschillen „margins for 
„variations''. De Franschen hebben deze benamingen over- 
genomen als „roriginal déposit" en „les versements a titre 
^,de marge" of kortweg „les marges''. De Duitschers hebben 
hunne eigene uitdrukkingen: „Einschuss" en „Nachschuss'\ 

Het waarborgen-stelsel, waarvan ik zooeven de grondslagen 
omschreef, is in de reglementen op verschillende wijzen uit- 
gewerkt. Wenden wij ons, bij de nadere beschouwing 
daarvan, het eerst naar Amerika. 

Volgens de „Rules" van de „Coffee Exchange" te New- 
York (1) kan bij het sluiten van een „contract for future 
„delivery" door elke van beide partijen een „original margin" 
worden geëischt, mits zij zichzelf tot gelijke praestatie bereid 
verklare; is dit beding gemaakt, dan vloeit daaruit tevens 
voort (2), dat „margins for variations" kunnen worden 
gevorderd. De storting geschiedt bij de eene of andere 
Bank, waaromtrent partijen overeenkomen, en wel op de 
volgende wijze. De tot storting verplichte partij trekt tot 
het vereischte bedrag een „certifled check" aan de order 
van de Bank, en zendt dat stuk aan den „Manager (super- 
„ intendant) of the Exchange", die het deponeert bij de Bank; 



(1) De andere Amerikaansche reglementen zijn op dezelfde leest geschoeid 
met enkele kleine afwijkingen in de bijzonderheden. 

(2) Volgens de regelen der tCotton Exchange" is ook dan daartoe nog 
•een uitdrukkelijk beding noodig. 



Digitized byVjOOQlC 



38 

van deze ontvangt hij een „certificate of deposit", dat 
gesteld wordt collectief èn aan de order van den „Manager'* 
èn aan die van kooper en verkooper; de „Manager'' zendt 
dit regu aan de party, vcor wie hij de storting gedaaa 
heeft, en een afschrift er van aan de wederpartij. Als na 
beëindiging der zaak tusschen partijen is uitgemaakt, hoeveel 
van de gedeponeerde waarden aan elke harer toekomt, dan 
berichten zij zulks aan den „Manager", die deze cijfers^ 
verifieert en met zijne handteekening op het regu bekrachtigt; 
eerst daarna kan elke partij het haar toekomende deel van 
het gedeponeerde bij de Bank gaan ontvangen. 

Afgezien van de wijze van uitvoering, verdient vooral de 
aandacht, dat de geheele zaak facultatief is; elke partij 
kan, mits zelf stortend, de andere tot storting nood- 
zaken. Zulk een stelsel heeft altijd dit bezwaar, dat het 
gebruik maken van die bevoegdheid allicht als een beleedigend 
blijk van wantrouwen zal worden aangemerkt, tenzij de 
bevoegdheid algemeen en tegen iedereen wordt uitgeoefend. 
En daartoe zal het dan ook, te meer wijl het risico zoa 
groot is, op de meeste plaatsen wel komen. 

Vandaar dat in bijna alle (1) Europeesche steden^ waar 
het stelsel van stortingen bestaat^ de verplichting 
daartoe in eens aan alle handelaren door de reglementen, 
wordt opgelegd. 

(1) Er zijn slechts een paar nitzonderinj^en, en wel in den katoenhandel. 
Vooreerst te Bremen, waar alleen voor prijsverschillen gestort behoeft te 
worden, en dan rechtstreeks door de eéne partij in handen van de andere. 
£n teu tweede te Liverpool, waar ook enkel voor prijd verschillen stortingen 
plaats hebben; daar geschiedt dit bij het «rClearing House" der wCJotton- 
ff Association", dat niet de rol eener Liqnidatie-kas vervnlt,. maar die van de 
depots ontvangende Bank in Amerika,, waarom ze dan ook in het opraak- 
gebrnik wCotton Bank" wordt genoemd. 

Zie het aangehaald werk van Olivieb Skx»^ oh, 82,. 83. 



Digitized byVjOOQlC 



39 

Gelijk echter bijna elke zaak hare goede en hare kwade 
zijden heeft, zoo brengt de bovengenoemde regeling wel eene 
groote zekerheid aan de belanghebbenden, maar daartegen- 
over staat, dat zij ook zeer bezwarend kan wezen en, 
nadat zij haren dienst gepraesteerd heeft, haren druk blijvend 
doet gevoelen. 

Gesteld toch dat A in Januari aan B verkoopt 500 bn. 
koffie, in December te leveren, voor 40 ets per ^ kilogram, 
en dat B al spoedig eene gelijke hoeveelheid eveneens 
December-levering verkoopt aan C voor 38 ets. B weet 
dus, dat hij bij de afrekening in December 2 ets zal 
verliezen, en meer niet; want hij zal A's volgbriefje terstond 
aan C kunnen endosseeren. Al daalt dus de prijs nog 
verder, B verliest niet meer; hij heeft zich gedekt. Maar 
desniettemin zal hij, na reeds f 1000 {f 2 per baal) en 
bovendien f 1200 voor het prijsverschil gestort te hebben, 
nu bij lederen cent verdere daling nog f 600 hebben bij te 
storten. Is dit reeds bezwarend voor hem in Ameril^a^ 
waar hij noodeloos van zijn crediet bij zijne Bank moet 
gebruik maken - nog veel erger is het in Europa, waar de 
stortingen in gereed geld moeten geschieden of in effekten 
(waarop bij koersdaling ook bijgepast moet worden). Alzoo 
zal B van Januari tot December niet alleen belangrijke 
sommen missen (wel wordt hem rente vergoed, maar deze 
is niet hoog), maar ook voortdurend aan de kans blootstaan 
van nog meer te moeten bijstorten, - en dit alles zonder 
eenige noodzaak: hij heeft zijn inkoop van A met een 
vaststaand verlies (waarin door zijne eerste stortingen 
ruimschoots voorzien is) gedekt door een verkoop aan G, 
maar tot December kan hij er niet tusschen uit. 



Digitized byVjOOQlC 



40 

Bij het maken der reglementen is men nu bedacht geweest, 
om hem er zooveel mogelijk tusschen uit te 
helpen, door gelegenheid te geven tot afwikkeling 
vóór den termijn. 

Vooreerst heeft men overdracht van contracten mogelijk 
gemaakt (transfer of contracts), In het zooeven 
gestelde geval zal B zijn kooper C in zijne eigen plaats 
kunnen stellen tegenover zijn verkooper A. Daar echter A 
recht blijft houden op 40 ets., en G van B gekocht heeft 
voor 38, zoo moet B aan G het prijsverschil onder disconto 
uitbetalen, terwijl hij het van G ontvangen zou, ingeval 
diens koopprijs 42 ets. geweest ware. Er bestaat echter 
geene verplichting om in dergelijke overdracht te bewilligen, 
en wie er in toestemt, mag daarvoor een zeker bedrag in 
rekening brengen. (1) 

Een tweede middel is de vorming van een „Ring." 
~~iervoren (2) bij de behandeling der levering door volg- 
iefjes, zagen wij, dat, als de eerste verkooper tevens de 
atste kooper is en het volgbriefje dus tot hem terugkeert, 
dan geene levering en betaling behoeft te volgen, 
aar alles afloopt met verschilverrekening tusschen de in 
ïn kringloop begrepen contractanten. Welnu, zulk eene 
)sitie kan aanwezig zijn reeds lang voordat de termijn van 
vering aanbreekt; men zegt dan, dat er een „Ring" bestaat 
e uitdrukking is klaarblijkelijk ontleend aan de slang, die 



(1) Rule 14 of the New- York Coffee Exchange: Any party who, at the 
)uest of auother, transfers a contract or substitutes another for one held 

hirn, is entitled to one half of one cent per package as compensation for 
iking the change (transfer fee). 

(2) Blz. 27. 



Digitized byVjOOQlC 



41 

haren staart in den bek houdt). Als nu de aanwezigheid van 
eene zoodanige positie ontdekt wordt, bestaat er geene reden 
om met de onderlinge verrekening, waarin geene verandering 
meer kan komen, te wachten tot den bepaalden termijn en 
inmiddels alle partijen noodeloos te verplichten hare depots 
bij de Banken te laten en eventueel aan te vullen. Vandaar 
dat de Amerikaansche reglementen aan elke der betrokken 
partijen het recht geven „to make a Ring", d. w. z. van 
de aanwezigheid van den „Ring" kennis te 'geven aan al 
de andere partijen, die alsdan verplicht zijn, de contracten 
onderling te verrekenen, waarbij de officieel genoteerde prijs 
van dien dag tot grondslag wordt genomen. De wijze van 
verrekening is geheel dezelfde als die door middel van een 
volgbrieQe, welke op blz. 27 e. v. behandeld is; alleen heeft 
de betaling der prijsverschillen plaats onder korting, omdat 
de verrekening zooveel vroeger geschiedt dan volgens de 
contracten gevorderd zou kunnen worden. (1) 

De vorming van een „Ring" belet niet, dat bijstorting 
wegens prijsverschil kan geëischt worden door wie daartoe 
recHT hebben, totdat de verschillen betaald zijn. Met die 
betaling loopen al de in den „Ring" betrokken contracten 
af, en kan ieder zijne gedeponeerde gelden terug nemen. 

De vraag rijst nu: hoe ontdekt men het bestaan van een 
„Ring"? Onze voorbeelden bleven beperkt tot 5 personen, 
maar in de werkelijkheid is het aantal dikwijls veel grooter, 
b.v. van A tot Z. Nu weet A dat hij aan B verkocht, en 
ook dat hij van Z gekocht heeft; maar hoe komt hij aan de 

(1) Rnle 13 of the New- York Coifee Exchange. All parties paying 
difPerences shall be allowed a discount from the day of payment to the 
iirst day of the month named in the contracts at the rate of six per centum 
per annum. 



Digitized byVjOOQlC 



42 

wetenschap, dat B weer aan G, C aan D, enz., en eindelijk 
juist IJ aan Z verkocht heeft, alles op dezelfde maand? 

Om zich dit te verklaren, moet men vooreerst in aan- 
merking nemen, dat op sommige beurzen de namen der 
verkoopers officieel worden bekend gemaakt; dit kan reeds 
veel licht verschaffen. Verder houde men in het oog, dat 
iedereen belang heeft bij Jiet ontdekken van een „Ring", 
want dat opent de mogelijkheid om, in geval geene gelden 
gedeponeerd zijn, het risico te doen ophouden, en in het 
andere geval om de gestorte gelden weder te zijner beschik-^ 
king te krijgen. Zoo zal dan A, als hij eerst aan B verkocht 
en zich daarna door een inkoop van Z gedekt heeft, bij B 
informeeren, aan welke personen deze op dezelfde maand 
verkocht heeft , en zoo zal langzamerhand de keten kunnen 
gevonden worden. Die arbeid wordt gemakkelijk gemaakt 
doordien de zaken gedaan worden door tusschenkomst van 
makelaars, wier aantal altijd eenigszins beperkt is. Bedienden 
van alle makelaars komen dagelijks in een daartoe bestemd 
lokaal bijeen, ieder met eene lijst van de door zijn patroon 
afgesloten contracten, met de namen der daarbij betrokken 
koopers en verkoopers, en die bedienden houden zich dan 
uitsluitend bezig met te zoeken naar „Rings". Zoodoende 
zal men er wel in slagen, de meeste „Rings" te ontdekken. 
In Amerika, en ook aan de katoenmarkten te Bremen 
en te Liverpool, houdt men zich althans aan dit stelsel,, 
waarmede men wel breken zou, als het niet aan het doel 
beantwoordde. Dat echter alle ,,Rings'' gevonden, en vooral 
dat ze dadelijk gevonden worden, daarvoor bestaat geene 
zekerheid. 

Behalve de contract-overdracht en de ringvorming bestaat 



Digitized byVjOOQlC 



43 

er nog een derde middel tot afwikkeling vóór den termijn^ 
hetwelk echter niet voor algemeene toepassing vatbaar is^ 
Het is het middel van compensatie tusschen twee personen, 
die op eenzelfden leverings-termijn twee contracten in onder- 
ling tegengestelde richting met elkander loopende hebben. 
In ons voorbeeld heeft B in Januari van A 500 bn. koffie 
December-levering gekocht, en, als B een handelaar van 
beteekenis is, mag men aannemen, dat deze operatie slechts 
ééne uit vele is, en dat hij op diezelfde maand nog tal van 
andere contracten als kooper gesloten heeft, stel tezamen 
10,000 bn. Als nu de prijs dalende en in Februari op 38 
gekomen is, wil B - voor verdere daling beducht - zich 
dekken door eene gelijke hoeveelheid eveneens op December 
te verkoopen, waartoe hij aan zijn makelaar order geeft. 
Deze gaat dan koopers voor hem zoekenj, en nu is het 
zeer wel mogelijk, dat onder degenen, die zich als koopers 
opdoen, ook A zal worden gevonden, die, liever dan de 
toekomst af te wachten, zich met eene zekere winst van 
2 ets. wil vergenoegen. Zoo staan dan A en B reeds in 
Februari tegenover elkaar in de positie, die hen in December 
in staat zal stellen om hunne contracten te verrekenen door 
betaling van het prijsverschil ad 2 ets. per i kilo door B 
aan A. Als geene depots gestort zijn, zou A moeten af- 
wachten, of B die f 1200 in December nog zal kunnen 
betalen; als er wel gestort is, zou van beide zijden eene 
vaste som van f 1000, en bovendien eene afwisselende som 
van ééne zijde, moeten blijven vastliggen tot December. In 
beide gevallen zou onnoodig bezwaar woorden ondervonden.. 
Vandaar dat de reglementen aan elke der beide partijen,, 
die zich in zoodanige positie bevinden, het recht geven om. 



Digitized byVjOOQlC 



44 

de beide contracten tegen elkaar af te rekenen, zijnde de 
andere partij verplicht om daartoe mede te werken en het 
prijsverschil onder korting te betalen of te ontvangen. (1) 

Het zooeven geschetste middel, de compensatie, is onge- 
twijfeld het eenvoudigste en goedkoopste. Echter zullen dé 
gevallen, waarin het kan worden toegepast, altijd betrekkelijk 
zeldzaam wezen: de groote meerderheid der contracten zal 
niet aldus kunnen worden afgewikkeld. En zoo dikwijls als 
dus B zich tegenover zijn bij A aangeganen koop heeft 
gedekt door een verkoop niet aan A maar aan een derde - 
zal het telkens noodzakelijk zijn, dat naar een „Ring" 
worde gezocht, hetgeen immer met tijdverlies en moeite 
gepaard gaat, of wel dat A en de derde in eene contracts- 
overdracht bewilligen, hetgeen B hun moet gaan vragen en 
waarvoor zij eene kleine som kunnen in rekening brengen, - 
en als B zich dezen last niet getroosten wil, dan kan hij 
tot aan de leveringsmaand niet alleen zijn gestorte geld 
niet terugkrijgen, maar bovendien, ofschoon zijn verlies 
nooit kan aangroeien, toch nog genoodzaakt worden tot 
nieuwe stortingen volgens den loop der prijzen. 

Ten einde nu onzen B en de vele anderen, die dagelijks 
in hetzelfde geval komen, uit deze moeielijkheid te helpen, 
is men er op bedacht geweest, het door ons in de derde 
plaats genoemde middel algemeen bruikbaar te maken, 
d. w. z. de gelegenheid tot compensatie open te stellen 
zoodra iemand op ééne en dezelfde leveringsmaand een 



(1) Rule 12 of the New- York Coffee-Exchange. 

Aoy person holding a contract against another, corresponding in all respects, 
except as to price, with one held by the other party against bina, may close 
or cancel both by giving notice in writing to the opposite party, at any time 
before notice of delivery. 



Digitized byVjOOQlC 



45 

koop en een verkoop, onverschillig met wien, heeft gesloten. 
En dit doel heeft men bereikt door het stichten van 
Liquidatie-kassen. 

Liquidatie-kassen zijn naamlooze vennootschappen, 
opzettelijk voor het genoemde doel opgericht, en welker 
bemiddeling door de reglementen verplicht wordt gesteld 
voor alle termijncontracten. 

De zaak komt hierop neer, dat elk contract in twee 
contracten wordt gesplitst. Als A en B een contract sluiten 
en dit door de Liquidatie-kas geboekt is, dan staat de zaak 
aldus : A heeft verkocht^ niet aan B, maar aan de Liquidatie- 
kas, die harerzijds verkocht heeft aan B, welke laatste niets 
met A te maken heeft evenmin als A met hem. Zoodra 
nu B aan G verkocht heeft en dit contract op dezelfde wijze 
is behandeld, is B tegenover de Liquidatie-kas èn kooper 
èn verkooper, en bestaat voor hem de mogelijkheid van 
compensatie, die hem bij ontstentenis van zoodanig lichaam, 
alleen dan zou openstaan, als hij niet aan C maar weder 
aan A verkocht had. Sluit deze compensatie met een 
nadeelig slot voor B, zoo betaalt hij dit aan de Liquidatie- 
kas met korting a 3*^/o 's jaars, berekend over den tijd van 
den betaaldag tot den laatsten werkdag der leveringsmaand; 
een eventueel batig saldo wordt hem door de Liquidatie- 
kas uitbetaald onder gelijke korting van 6°/o. (1) In dit 
verschil ligt eene der bronnen van inkomst der genoemde 



(1) Bij deze cijfers en ook bij de volgende beschrijving der werking 
hond ik mij aan de reglementen der Amsterdamsche en Rotterdamsche 
Liiqnidatie-kassen. De regelingen bij bnitenlandsche instellingen wijken hiervan 
in sommige opzichten af, maar stemmen toch in hoofdzaak overeen met de 
regeling in ons land. 



Digitized byVjOOQlC 



46 

instelling. Een ander voordeel voor haar is, dat de ver- 
plichte stortingen nu niet meer by eene Bankinstelling ge- 
schieden, maar bij haar; voor zoover die stortingen in gereed 
geld gedaan worden, vergoedt zij daarover rente gelijk- 
staande met i^lo beneden het wisseldisconto der Ned. 
Bank, en ten hoogste 3*^/o 's jaars; alwat zij daarboven 
met die gelden kan verdienen, is winst voor haar. (1) 

Dat de Liquidatie-kas deze stortingen ontvangt, is een 
groot gemak. Vooreerst kan er nu nooit verschil ontstaan 
over de keuze van eene Bankinstelling. En ook is er bij 
Banken, die bij hare andere geldoperatiën dikwijls groote 
-risico's loopen, altijd kans dat de eene of andere harer eens 
niet aan hare verplichtingen zal kunnen voldoen, terwijl die 
kans bij eene voorzichtig bestuurde Liquidatie-kas gering 
is, daar deze instellingen een groot kapitaal hebben, waarop 
slechts een gedeelte gestort is, en daar zij bij eene doel- 
matige regeling betrekkelijk weinig risico loopen. 

Immers, zoodra een harer koopers of verkoopers in zijne 
stortingsverplichtingen te kort schiet, heeft de Liquidatie- 
kas de bevoegdheid om voor rekening van den nalatige te 
verkoopen resp.* te koopen, waardoor zij een nieuwen kooper 
resp. verkooper in zijne plaats krijgt. Want vóór alles moet 
zij zorgen, dat zij ten allen tijde evenveel koopers als ver- 
koopers heeft, opdat, zoodra een harer verkoopers haar 
levering aanzegt, zij die kunne overwijzen op een harer koopers, 



(1) Eindelijk is haar bij het reglement nog een derde voordeel verzekerd: 
alle zaken moeten bij haar aangebracht worden door bemiddeling van 
makelaars, die aanspraak hebben op i°/o voor inkoop en ^^/^ voor verkoop; 
deze courtage wordt door de contracteerende handelaren betaald aan de 
Liqaidatie-kas, welke laatste ze weder aan de betrokken makelaars uitkeert, 
maar onder inhouding van lO^/o van het bedrag voor haar zelve. 



Digitized byVjOOQlC 



47 

en opdat, zoodra een harer koopers zijn recht op levering 
kan doen gelden, zij harerzijds terstond dien eisch op een 
harer verkoopers kunne overbrengen. Zelve behoeft zij 
dus nooit te leveren of te ontvangen, en voor hetgeen 
de eene contractant van haar te vorderen heeft, is zij 
gedekt door de gelden, die de andere contractant bij 
haar gestort heeft. Daarom behoeft zij dan ook, schoon 
ze als partij in alle contracten optreedt, zelf geene waar- 
borgen te stellen. Dat geeft ook aan de contractanten het 
gemak, dat zij niet voortdurend op het behoorlijk bijstorten 
hebben toe te zien; die beslommering kunnen zij overlaten 
aan de Liquidatie-kas, die, alleen voor dezen werkkring 
bestaande, daaraan alle aandacht wijden kan. 

Zooals ik reeds zeide, wordt het contract tusschen A en 
B, zoodra het door de Liquidatie-kas in hare boeken is inge- 
schreven („geregistreerd," zooals de term luidt) gesplitst in 
twee contracten : één van elk hunner met de Kas. A en B 
hebben met elkander niets te maken. Als de termijn aan- 
breekt en A wenscht te leveren, dan zegt hij dat niet aan 
B aan, maar aan de Kas; deze zendt dan harerzijds eene 
aanzegging aan den eersten den besten, die in hare boeken 
als kooper op die maand vermeld staat. Het zou niet meer 
dan toeval wezen, als die persoon juist B was ; veelal zelfs 
zal B zich door een verkoop gedekt en zijne beide contracten 
bij de Kas tegen elkaar geliquideerd hebben, zoodat zijn 
naam, voor zooveel die maand betreft, reeds lang te voren 
uit hare boeken verdwenen is. 

Daar nu A en B dus volstrekt niet met elkaar in be- 
trekking komen, is het ook niet noodig, dat zij elkaar kennen. 

Stel dat A aan zijn makelaar last geeft om 500 tn. 



Digitized byVjOOQlC 



48 

koffie op de maand Mei te verkoópen tegen 40 ets., dan 
zal dit aanbod niet kunnen worden aangenomen door de 
Liquidatie-kas, omdat deze geen verkooper wil hebben 
tenzij een kooper daartegenover sta. Om dus aan A's 
opdracht te kunnen voldoen, moet de makelaar een kooper 
vinden ; zoodra hij nu van B een kooporder krijgt op dezelfde 
maand eveneens voor 40 ets., dan is de zaak in orde, 
zonder dat A en B van elkaar afweten. Er wordt dan ook 
geen contract tusschen hen geteekend, maar A teekent een 
verkoopbriefje en B een koopbriefje, luidende „verkocht" 
resp. „gekocht" „per de Liquidatie-kas volgens de bepalin- 
„gen van haar reglement". De makelaar biedt dit tweetal 
briefjes (1), aan de Kas ter inschrijving aan, en wel 
ieder briefje in twee exemplaren, beide door hem, en 
het ééne (als boven reeds gezegd) bovendien door den 
verkooper resp. den kooper geteekend. Dit laatste exem- 
plaar van elk wordt door de Kas behouden, het andere 
wordt aan den makelaar ten behoeve van verkooper en 
kooper teruggezonden, voorzien van het nummer dat het 
contract in de boeken der Kas heeft gekregen,en vergezeld 
van een bewijs van inschrijving (2), waarin de verklaring 
wordt opgenomen, dat de Kas overeenkomstig haar reglement 
de geregelde afwikkeling der zaak waarborgt. 

De verplichtingen der Kas vangen eerst aan met de registratie. 
Daartoe moeten de koop- en verkoopbriefjes worden aange- 
boden binnen een bepaald aantal uren nadat zij geteekend 



(1) Van deze en alle andere benoodigde stukken zijn gedrukte formulieren 
verkrijgbaar gesteld. 

(2) Deze inschrijving op formulieren in duplo heeft tamelijk veel over- 
eenkomst met de regeling, die het Burgerlijk Wetboek voor de inschrijving 
van hypotheken vaststelt. 



Digitized byVjOOQlC 



49 

zijn ; anders wordt de registratie geweigerd. Overigens heeft 
de Kas het recht om aan bepaalde personen het registreeren 
van zaken te weigeren, onder opgave van redenen. Alle 
contractanten en makelaars moeten ter plaatse gevestigd zijn 
en somtijds tevens leden wezen van eene Vereeniging voor 
den handel in de betrokken artikelen ; de makelaars moeten 
buitendien door de Liquidatie-kas zijn toegelaten, en zijn 
dan verplicht; alle door hunne bemiddeling gedane termijn- 
zaken bij haar ter registratie aan te bieden. 

Tegelijk met die aanbieding moet door of namens den 
kooper en den verkooper ieder voor zich, eene bepaalde 
som gedeponeerd worden bij de Kas, ter verzekering en als 
onderpand voor alle vorderingen, die zij op hem zal ver- 
krijgen. De Kas kan, bij algemeenen maatregel, die som 
tijdelijk verhoogen en andere dan de gewone voorwaarden 
stellen. Gelijke bevoegdheid heeft zij zich ook voor ieder 
bijzonder geval voorbehouden. 

De prijsnoteering wordt des vóór- en des namiddags 
(aan sommige buitenlandsche markten ook nog des avonds) 
opgemaakt door eene commissie, welke de Liquidatie-kas 
jaarlijks uit de bij haar toegelaten makelaars benoemt. Meest 
overal zijn alle belanghebbenden bevoegd om daarbij aan- 
wezig te zijn. De verschillende maanden, waarop transactiën 
plaats hebben, worden naar volgorde afgeroepen, en de 
prijs, dien de in elke dier maanden te leveren goederen 
op het oogenblik waard zijn, wordt vastgesteld. Bij deze 
afrpeping (de Amerikaansche term „call" is in Europa 
in het spraakgebruik overgenomen) worden vele con- 
tracten gesloten, daar alle belanghebbenden dan bijeen 
zijn, en ieder aanwezige kan verklaren, dat hij tegen 

4 



Digitized byVjOOQlC 



50 

een opgenoemden prijs op de aan de orde zijnde maand 
wil koopen of verkoopen, welk bod of aanbod terstond 
door ieder ander kan worden aangenomen. (1) 

Op den grondslag dier noteering roept de Liquidatie-kas 
hare contractanten op tot bijstorting voor prijsverschillen 
zooals dat boven beschreven werd. Over de executie bij 
niet-voldoening, en over de liquidatie van twee tegengestelde 
contracten vóór den termijn, zal ik eveneens na het vroeger 
gezegde niet verder behoeven uit te weiden. Tegen het einde 
der maand kan elke kooper, die zijn contract niet reeds 
tevoren tegen een verkoopcontract geliquideerd heeft, levering 
eischen van de Kas, die dan een harer verkoopers tot levering 
oproept. En gedurende de geheele maand kan elke verkooper 
haar de levering aanzeggen, waarna zij terstond aanzegging 
doet aan een harer koopers; als deze de aangezegde goederen 
weer verkoopen wil, moet hij zulks binnen een uur bewerk- 
stelligen en tevens de aanzegging bij de Kas terugbrengen; 
anders is hij zelf tot het ontvangen der goederen verplicht. 
Door de reglementen wordt uitvoerig voorzien in het des- 



(1) In de Amerikaansche reglementen is dit uitvoerig geregeld. Zoo 
luidt het b. V. in rule 1 of the New- York Coffeè-Excbange: 

The first offer to sell or buy at a price, shall be first accepted before 
subsequent offers at the same figures may be placed. Offers to sell or buy 
may be withdrawn (if not accepted) at the option of the parties offering. 

All disputes as to offers, acceptances or withdrawals (whether in time or 
not) shall be decided upon the spot by the caller, subject to an appeal to the 
members present. 

If an appeal be taken, the qnestion shall be put promptly, and a majority 
of the members present and roting upon the disputed point shall settle the 
same finally. 

In deze bepalingen straalt het democratisch karakter der Amerikaansche 
samenleving duidelijk door. In Europa, schoon daar op dit punt geene 
opzettelijke bepalingen gemaakt zijn, is de praktijk intnsschen vrij v^e 
in overeenstemming met de aangehaalde regelen. 



Digitized byVjOOQlC 



51 

kundig onderzoek, dat noodig kan wezen ter beoordeeling, 
of de goederen, die men leveren wil, beantwoorden aan het 
type, volgens hetwelk de zaken gesloten zijn. 

Ziedaar in korte trekken de werking der Liquidatie-kassen 
geschetst. Dat deze instellingen ook hare bezwaren met zich 
brengen, zal ons nader blijken; het zou reeds zijn af te 
leiden uit het enkele feit, dat de Amerikanen ze niet hebben 
nagevolgd, en het nog steeds daarzonder blijven stellen. 

Ta dezer plaatse was het ons intusschen slechts te doen 
om aan te toonen, hoe de termijnhandel bij zijne geregeld 
voortgaande ontwikkeling het aanzijn aan deze instellingen 
heeft gegeven. Hoe lang deze zijne jongste phase duren 
zal; is niet te voorspellen. Wie weet, hoe spoedig het 
tegenwoordig gebruikelijk mechanisme weder eene nieu\ve 
gedaanteverwisseling zal hebben ondergaan? Voor het 
oogenblik vormt intusschen de laatst beschreven inrichting 
het eindpunt van den ontwikkelingsgang, waarin wij in dit 
hoofdstuk den termijnhandel gevolgd hebben. 

Het verhandelde samenvattende, kunnen wij zeggen, dat 
die ontwikkelingsgang in het kort deze is geweest. 

De menigvuldigheid der koopen en verkoopen op tijd 
heeft aanleiding gegeven tot het afwikkelen van geheele 
reeksen dier contracten door middel van verrekening van 
prijsverschillen, terwijl aan het begin en aan het eind van 
elke reeks eene levering en eene betaling voorkomen. 

Naarmate de zaken toenamen en de termijnen langer 
werden, bestond er minder zekerheid voor de betaling der 
prijsverschillen. Daarom heeft men waarborgen gezocht, 
eerst in een recht van executie bij gebleken insolvabiliteit, 

4* 



Digitized byVjOOQlC 



52 

en, toen dit niet voldoende was, in de verplichting om 
stortingen in geld te bewerkstelligen. 

De2e verplichting was noodeloos bezwarend, zoodra degene, 
die gestort had, zich door eene tegengestelde operatie had 
gedekt, en zijn verlies dus niet meer kon aangroeien. 

Men heeft dus omgezien naar middelen tot liquidatie 
vóór den termijn, en als zoodanig gevonden de contracts- 
overdracht en de ringvorming, terwijl een derde middel, 
de compensatie, veel gemakkelijker was, maar niet. voor 
algemeene toepassing vatbaar. 

Om aan dit middel die algemeene toepassing te geven, 
en alzoo gelegenheid tot afwikkeling te verschaffen aan ieder, 
die zijne eerste operatie had gedekt door eene tegengestelde, 
al was die tweede operatie niet met denzelfden persoon 
afgesloten - daartoe zijn Liquidatie-kassen opgericht, aan 
welke nu ook het beheer der gestorte gelden en al hetgeen 
verder met de afwikkeling in verband staat, is opgedragen. 



Digitized byVjOOQlC 



TWEEDE HOOFDSTUK. 
Geschiedenis ran den termynhandel. 

In het algemeen gesproken, dagteekent de tijdkoop van 
het oogenbhk, waarop voor het eerst een kooper en een 
verkooper zyn overeengekomen, de levering en de betaling 
vast te stellen op zekeren termijn na het sluiten van 
het contract. 

Doch met eene geschiedenis er van kan men pas aan- 
vangen, zoüdra dergelijke handelwijze bij eenig artikel 
algemeen gevolgd wordt, en er dus niet langer van enkele 
op zichzelf staande tijdkoopen, maar van een bepaalden 
tijdhandel sprake is. 

Uit hetgeen ik hier en daar vermeld vond; zal ik 
trachten, een overzicht van die geschiedenis samen te stellen. 
Volledigheidshalve zal ik hierbij soms buiten den kring van 
mijn eigenlijk onderwerp moeten treden, door ook van de 
effekten gewag te maken. Overigens spreekt het van zelf, 
dat ik hetgeen ons eigen land betreft, meer uitvoerig zal 
behandelen, zonder echter de geschiedenis in het buitenland 
te veronachtzamen. 

Reeds terstond moet ik de aandacht bij Nederland 
bepalen. Het eerste verschijnsel van uitgebreiden tijdhandel 
toch, dat door de schrijvers vermeld wordt, betreft de 
aandeelen in de Nederlandsche Oost-Indische 



Digitized byVjOOQlC 



54 

Compagnie. Toen deze namelgk in de eerste jaren van 
haar bestaan (te beginnen met 1605) respectievelijk 15, 75, 
40, 20, 25 en 50 °/o uitdeelde, nam natuurlijk de vraag 
naar hare aandeelen voortdurend toe, en werd hun koers 
telkens hooger. Te begrijpen is het, dat iemand, die gaarne 
zulk een aandeel hebben wilde, maar pas over eenige maanden 
geld beschikbaar kon hebben, bevreesd werd dat hij het dan 
slechts tot veel hoogeren koers zou kunnen krijgen, en het 
daarom liever terstond b.v. in Januari kocht onder beding dat 
levering en betaling eerst op 1 Mei volgen zouden. Ge- 
beurde er nu intusschen in Maart het een of ander met de 
Compagnie, waardoor hij beducht werd voor een lager 
dividend (reeds in 1611, en daarna nog vele malen, ge- 
schiedde er in 't geheel geene uitdeeling) en daarmee gepaard 
gaande koersdaling, zoo is het alweder zeer goed te begrijpen, 
dat hij het op 1 Mei te ontvangen aandeel tegen denzelfden 
termijn met eenige winst verkocht aan een meer optimis- 
tisch persoon, en zelf zijne met 1 Mei vrijkomende gelden 
liever tot een ander doel gebruikte. 

Tot zoover alles goed en wel. Maar nu begonnen eenige 
lieden, die hoegenaamd geene aandeelen in eigendom noch 
ook te wachten hadden, niettemin aandeelen op tijd te 
verkoopen, in de hoop dat de koers inmiddels zou dalen 
en zij zich tegen dien verlaagden koers de aandeelen zouden 
kunnen aanschaffen ten einde ze met winst aan hunne 
koopers te leveren. Als nu die gehoopte daling uit bleef, 
trachtten zij, om het dreigend verlies af te wenden, 
alsnog eene daling te bewerken, en wel hoofdzakelijk door 
het uitstrooien van valsche geruchten aangaande de schepen 
en ondernemingen der Compagnie. 



Digitized by VjOOQlC 



55 

En zoo geschiedde het , dat reeds in het achtste jaar van 
het bestaan der Compagnie, de Staten-Generaal zich genood- 
zaakt vonden, bij plakkaat van 27 Februari 1610 (1) dat 
blanco-verkoopen te verbieden op boete van een vierdepart 
van den bedongen prijs, en tevens aan dusdanige verkoopers 
de rechtsvordering tegen den kooper te ontzeggen. Als 
beweegreden tot dezen maatregel wordt niet genoemd de 
onzedelijkheid van die handelingen, maar: dat zij strekken 
tot disreputatie van de Compagnie, en tot groote schade 
van weduwen, weezen en andere aandeelhouders, die niet 
tot de dividend-uitdeehng kunnen wachten en uit geldgebrek 
genoodzaakt zijn hunne actiën tot de omlaaggedreven prijzen 
van de hand te doen. De maatregel richtte zich dan ook 
niet tegen de koopers, daar die altijd den koers steunen, 
maar enkel tegen de blanco-verkoopers. 

Het plakkaat schijnt niet te hebben geholpen. Immers 
wordt in den „Koophandel van Amsterdam" (2) gewag 
gemaakt van eene „actie-negotie", (overeenkomend met den 
lateren rescontre-handel in de insgelijks op naam staande 
aandeelen der Nederlandsche Handelmaatschappij), en de 
schrijvers voegen er bij, dat de dividenden tot en met 1611 
in de contracten niet vermeld worden, omdat de bepaalde 
negotie in actiën pas na dien tijd (dus juist na het plakkaat) 
begonnen is , en met de uitdeelingen van volgende jaren de 
contracten hun begin nemen. 



(1) Groot Placaetboeck 1, 553. 

(2) De «Koophandel van Amsterdam", ontworpen door Le Moine de 
l'Espine, vermeerderd door Le Long. Voor het eerst verschenen in 1694, 
beleefde dit werk zijne 10de uitgave in ISOl; in die uitgave wordt de 
bedoelde handel besproken in deel II, bU. 95 e.v. 



Digitized byVjOOQlC 



56 

Zóó aanlokkelijk was deze actiën-handel , dat eene ver- 
meerdering van materiaal met graagte ontvangen werd. 
Nauwelijks toch was het octrooi voor de oprichting van de 
West-Indische Compagnie verleend, of hare actiën 
werden reeds verhandeld, schoon de inschrijving nog niet eens 
geopend was. Deze praktijk - men ziet dat ze niet pas van 
John Law, maar reeds van eene eeuw tevoren dagteekent - 
gaf den Staten-Generaal den 15^^° Juli 1621 aanleiding tot 
een nieuw plakkaat (1), waarin de bepalingen van 1610 
werden herhaald en tot de actiën der West-Indische Com- 
pagnie uitgebreid. 

Ook hieraan schijnt men zich weinig te hebben gestoord 
Reeds den 3<^^° Juni 1623 moest het voor de actiën O.-I. C. 
worden gerenoveerd (2). 

De 20^*® Mei 1624 bracht een nader plakkaat op het 
verkoopen der actiën in de W.-I. C. , en ook dit blijkt 
weinig te hebben uitgewerkt, terwijl de Staten-Generaal 
kennelijk geen ander middel wisten dan herhaling; immers 
wij vinden in het Groot Plakkaatboek aangeteekend, dat 
bovenstaand plakkaat zondereenige verandering is gerenoveerd 
op 1 October 1630, en wederom op 27 Mei 1636 (3). 

Even weinig hielp het optreden van de Staten van 
Holland en West-Friesland, die den 16^^^ September 1677 
een soortgelijk Plakkaat uitvaardigden waarvan ik de 
overwegingen (als zijnde die hier het volledigst) hieronder 
laat volgen. (4) 

(1) Gr. PI., I, 661. rS) Gr. PL, I, 665. 

(2) Gr. PI., I, 564. (4) Gr. PI., III, 1307: 

'AIsoo tot Onse kennisse ghekomen is, dat niet tegenstaeode verse hevde 
#voorgaende Placcaten betreffende het verkoopen van Actiën in de Generale 
/rGeoctroy eerde Oost-Indische Compagnie, als noch dagelijks veele en ver- 



Digitized byVjOOQlC 



57 

Inmiddels had zich de tijdhandel, behalve in deze actiën, 
ook in zekere koopmansgoederen ontwikkeld, nm. in traan 
en walvischbaarden. Sedert de oprichting der Noordsche 
Maatschappij in 1614 bloeide hier te lande de walvisch- 
vaart, en in de producten daarvan werd handel gedreven, 
weldra ook op levering. Het blijkt niet, of dit laatste 
voortkwam uit de behoefte eenerzyds voor den verkooper 
om zich den afzet der producten te verzekeren, andererzijds 
voor den kooper om zich intijds te voorzien van hetgeen 
hij daarvan zou noodig hebben. Wel blijkt, dat de vrissel- 
valligheid van de walvischvangst en de daaruit voortvloeiende 
onzekerheid omtrent de te wachten hoeveelheden baarden 
en traan, deze noodzakelijke artikelen tot een zeer geschikt 
voorwerp van speculatieven tijdhandel maakten, en dat ook 
hierbij „valsche en bedriegelijke konstenarijen" niet uitbleven. 
Althans wordt door Zorgdrager melding gemaakt van een 
Mandament, omstreeks het jaar 1635 of 1636 verleend, 
„waarbij alle driftige, winderige en ongegronde voorkooperijen 



i^scheyde Personen haer onderstaen hebben ende onderstaen te verkoopen 
//groote sommen van Actiën, monterende tot eenige Tonnen Gouts, dewelcke 
8y\ujdeu daerinne niet hebben noch participeren, maer alleen soecken, 
i^Ioopende den tydt van de T^everantie en Opdracht van deselve Actiën, 
#door sinistre practycqaen en onbehoorlycke middelen de Actiën tot veel 
//minderen en lageren Pryse als die waren ten tyde van de verkoopingen, af 
^te jagen ende neder te dringen, valschelyck uytstroyende en disseminerende 
ffyeel schadelijcke en nadeelige gheruchten ende tydingen, zoowel tot achter- 
*deel van den Staet ende de Begeringe in het gemeyn, als van de voorsz 
«'Compagnie in het particulier, alles tot grooten ondienst van den Lande, 
/r disreputatie ende discredit van deselve Compagnie, ende verachteringe van 
/rden goeden voortgangh van dien, soo binnen als buyten 's Landts, alsmede 
/rtot groote schade van Weduwen, Wesen, ende alle anderen, dewelck niet 
iirghelegen zijnde te verwachten den tijdt van de nytdeelinge bij de voorsz. 
^Compagnie te doen, genootsaeckt werden hare hebbende Actiën in de voorsz. 
^Compagnie tot alsolcken lagen prijs te verkoopen." 



Digitized byVjOOQlC 



58 

„van traan en walvischbaarden beteugelt werden," (1) nml. 
door ontzegging van rechtsvordering uit dien hoofde. 

Omstreeks dienzelfden tijd ontstond de beruchte tulpen- 
handel (2). De aanleiding daartoe was de Fransche 
Mode („die pestige Aartsdwingelandinne") ; de Franschen, 
vooral te Parys, gaven honderden, ja duizenden van guldens 
voor eene licht verwelkelijke tulp; „zij vereerden die aen 
„hare Juffers, die dezelve met veel stuipen en nijgen aen- 
„ namen, en aen de linke zijde van haren boezem (kwanswijs 
„de i)laets van 't hart) vastmaekten en daermede gingen 
„pronken." Zoo kwam er omstreeks 1623 voor Fransche 
rekening groote vraag naar tulpen in Nederland, waar ze, 
evenals nu nog, hoofdzakelijk rond Haarlem werden geteeld, 
en de rijzing verlokte velen om hun bedrijf in den steek te 
laten, en in den boUenhandel te gaan. (3) 

De bollen werden verkocht bij hun gewicht, in Azen 
uitgedrukt ; zoo werden 200 Azen Semper Augustus verhandeld 
tot f 5500, — , 500 azen Admiraal Liefkens tot f 4400,— enz. 



(1) C. 6. Zorgdrager //Bloeijende opkomst der aloude en hedendaagsche 
-rGroenlandsche Visscherij", Iste druk (1720) blz. 260, 2de druk (1727) blz. 300. 
Omtrent liet woord # voorkooperijen" zie hierna blz. 61 noot 2. 

(2) Schoon de tulp in Italië en Provence inheemsch is, begon %e in 
Westelijk Europa pas de aandacht te trekken, toen ze er uit den Levant 
werd ingevoerd, en de natuurvoracher Conrad Gessner ze in 1559 in den 
tnin van een bloemenliefhebber te Augsburg gedetermineerd had (van- 
daar de naam Tulipa Oeftsneriana), Kort daarna was te Amsterdam de 
eerste tulp te zien bij den apotheker Walig Siewerts. 

(3) Koophandel van Amsterdam, deel III blz. 3-7. Zie voorts Dr. Abraham 
MüNTiNG #Waare Oeffening der Planten" (Amsterdam, 1672) blz. 629-637; 
deze Groningsche hoogleeraar was de zoon van een bollenkweeker. Vergelijk 
ook de " Samen spraecke tusschen Waermondt ende Gaergoedt nopende de 
«opkombte ende ondergangh van Flora", Haarlem 1637^ herdrukt 1643^ 1734, 



Digitized byVjOOQlC 



59 



Als toelichting diene, dat men voor de ƒ 2500, — die 
voor een bol genaamd Vice-Soi werden gegeven, toen- 
maals kon bekomen 2 last tarwe, 4 last rogge, 4 vette ossen, 
8 dito varkens, 12 dito schapen, 2 oxhoofden wijn, 4 tonnen 
bier, 1000 pond kaas, een bed met zijn toebehooren, ee» 
pak kleederen en een zilveren beker. 

Zijii toppmit bereikte deze handel in de jaren 1634-37, 
en toen werden de tulpen ook op levering (tegen den vol- 
genden oogsttijd) verhandeld. Er werd ook in herbergen 
beurs gehouden, waar de koopen en verkoopen door beambten 
werden opgeteekend tegen betaling van eene bijdrage in de 
kosten daarvan. (1) Terecht doet Gustav Cohn (2) opmer- 
ken, dat de grondslag tot dezen handel ook weer eene 
werkelijke behoefte, zij het dan eene weelde-behoefte geweest 
is. Immers ware het niets dan een zwendel geweest, zoo 
zouden de op den nieuwen aanplant gevolgde ongewoon 
groote oogsten (3) het geheele samenstel hebben moeten 
doen ineenvallen, doordien de prijzen zich niet zouden hebben 
kunnen handhaven. En integendeel zag men ze aldoor 
stijgen. De groote fout onzer voorouders is geweest, dat zij 
gemeend hebben, dat de hartstocht voor tulpen blijvend 
zijn zou, en Nederland, waar de teelt reeds zoozeer 
ontwikkeld was, het rijkste land der wereld zou worden. 
Zoo kwam het, dat men zulke fabelachtige sönamen voor 



(1) Th. Schbevelius 'Harlemnm", Leiden 1647 blz. 167: "collegia in 
«diTersoriis freqnentant; emnnt, vendunt qnod non habent, praesente scriba, 
^qni venditionis et emptionis coutractus refert in tabnlas pnblicas, data in 
/i'sumptus pecania collatitia, pro floram pretio, numero et pondere." 

(2) Aangehaald werk, blz. 398. 

(3) ScuBEVBLius t. a. p. «flores plantare et propagare caepere; inde 
//floram messis innsitata". 



Digitized by VjOOQiC 



60 

de bollen besteedde; men dacht altijd wel een ander te 
zullen vinden, die nog meer er voor zou willen geven. 

Intusschen wordt ook door Gohn niet ontkend, en blijkt 
het uit de bronnen duidelijk, dat in den allerlaatsten tijd 
van dien tulpenhandel blanco-verkoopers met hoop op 
daling begonnen op te treden. Laspeyres (1) schrijft dit 
toe aan de omstandigheid, dat men in actiën wegens de 
plakkaten niet meer ongehinderd handelen kon, zoodat men 
zich nu op de tulpen wierp; ik geloof echter, dat men, 
lettende op de geringe uitwerking der genoemde plakkaten, 
die uitlegging moeielijk kan aannemen; onafhankelijk van 
allen actiënhandel lokte de buitensporige rijzing der tulpen 
sommigen tot operatiën op daling uit. Dan, hoe dit ook zij, 
deze lieden kwamen dikwijls zeer slecht van de reis, en, 
als tegen den leveringstijd slechts enkele bollen van de door 
hen in groote hoeveelheid verkochte soort aan de markt 
waren, moesten zij have en goed verkoopen om het verschil 
te betalen (2). „Anderen die winst getrokken hadden, 
„bedreven groote uitsporigheden, en staken den biesbos uit; 
„die onlangs de grootste kalissen waren, kwamen als de 
„grootste Hansen voor den dag." 

Ten langen leste kon een ommekeer niet uitblijven. De 
prijs was te hoog opgevoerd om zelfs van de op tulpen 
verzotte lieden nog vraag uit te lokken. En plotseling trad 
de daling in, nog vóór den oogsttijd en dus zonder dat 

(1) Db. e. Laspeyres tGeschichte der Volkswirthschaftlichen Anschaa- 
//QDgen der Niederlander," Leipzig 1863, blz. 278, Beckmann «Beytrage 
/znr Geschichte der Erfindnngen", Leipzig 1786, I blz. 228-240, is zelfs van 
meen ing, dat het in dien geheelen handel eigenlijk volstrekt niet om de 
tnlpen zelf te doen was. 

(2) Max Wibth «Geschichte der Handelskrisen", 2de uitgave, Frankfort 
a/Main 1874, blz. 6. 



Digitized byVjOOQlC 



61 

levering van het op tijd verkochte den prijs drukte. Volgens 
het verhaal van een tijdgenoot (1) is op 3 Februari 1637 
in eene herberg, waar eenige bloemisten als naar gewoonte 
tezamen kwamen, eene bloem bij het verkoopen van 
f 1250 op f 1000 gevallen. Dit werd als een loopend 
vuurtje door de stad verspreid, en allen bloemisten sloeg 
de schrik om het hart. In eene algemeene vergadering 
te Amsterdam werd, om nog zooveel mogelijk van de zaken 
terecht te brengen, een verdrag gesloten „dat alle koopen 
„van tulpen, aangegaan tot den laatsten van Slagtmaand 
„1636, zouden moeten gestand blijven; doch die daarna 
„gedaan waren, zoude de kooper mogen vernietigen, mits 
„den verkooper tien ten honderd gevende." (2) Dit laatste 
recht was door sommige voorzichtige koopers reeds te voren 
bedongen (3). 

Tevens wendden zij zich tot de Staten van Holland en 
West-Friesland. Deze achtten zich niet voldoende op de 
hoogte van den tijd en den oorsprong der successieve groote 
rijzing en der subiete daling, en evenmin van de verschillende 
gesloten contracten. Daarom noodigden zij bij plakkaat van 
27 April 1637 de stedelijke magistraten uit, om zoo mogelijk 
een akkoord tusschen de contractanten te doen treffen, en 
anders de noodige inlichtingen te geven (4). Middelerwijl 
werden bij hetzelfde plakkaat de planters (dus niet ook de 



(1) Geciteerd door Cohn blz. 399, 400. 

(2) Koophandel van Amsterdam, deel III, blz. 6. Aldaar wordt ook gezegd, 
dat eenigen de groote sommen '/voorkooppenningen" niet konden betalen. 
vVoorkoopen" werd vfoeger meermalen gebezigd in den zin van: vooruit 
opkoopen van een geheelen oogst of aanvoer, ten einde zich een feitelijk 
monopolie te verschaffen. 

(3) Zie Munting, blz. 636. 

(4) Gr. PI. II, 2364. 



Digitized byVjOOQlC 



62 

andere verkoopers) geautoriseerd om, na behoorlijke sommatie, 
hetzij hmme verkochte tulpen te behouden, hetzij ze ten laste 
der nalatig blijvende koopers te verkoopen en het verschil 
op hen te verhalen. De overige contracten bleven inmiddels 
ongeprejudiciëerd. Er wordt geen nader plakkaat op dit 
stuk vermeld. 

Het gevolg van een en ander was, dat de tulpen in 
enkele weken weer tot haren oorspronkelijken prijs terug- 
vielen, en dat slechts ƒ 15 werd gegeven voor een bol, die 
kort te voren f 5000 waard was. Nu leerden onze land- 
genooten met schade en schande, hoe weinig die lichtvaar- 
digheid van het navolgen der Fransche mode hun paste ; want 
,,als de Fransjes den afslag der tulpen in Holland vernomen 
„hadden, was hare groote achting voor die bloemen zoo 
„kort van duur, als derzelver schoonheid is". (1) 

Zoo eindigde de tulpenhandel met een terugkeer van elk 
tot zijn ambacht, met groote verliezen en groote schande. 

Tegen het einde der zelfde 17**® eeuw, die met den actiën- 
handel begonnen en met den tulpenhandel voortgezet was, 
vinden wij gewag gemaakt van optie-partijen in koop- 
manschappen. Op 22 Oct. 1693 (2) namelijk achtten 



(1) Koophandel van Amsterdam, deel III, blz. 7. 

Dat die achting groot geweest was, blijkt o.a. uit het feit, dat een liefhebber 
te Rijssel voor een tulpenbol eene brouwerij gaf, die nog in 1828 «Brasserie 
/rde la tulipe'' werd genoemd. (Dict. des sciences naturelles, in voce: 
tulipe de Gesner). 

(2) Ongeveer terzelfder tijd, in 1695, is de eerste prcmie-zaak in Engeland 
gedaan, n.l. een contract van dé East-India Company met Sir Basil Fibebbass. 
Ik vond dit zonder nadere aanduiding vermeld door prof. FiCK (op blz. 47 
yan deel V (1862) van Qoldschmidt's Zeitschrift für das gesammte 
Handelarecht), die het weer ontleent aan fLaw Magazine" deel V (1858). 



Digitized byVjOOQlC 



63 

Mijne Heeren van den Geregte der Stad Amsterdam het 
noodzakelijk, de ordonnantie op de makelaars aan te vullen 
met een nieuw artikel, houdende: 

„Dat van nu voortaan geen Makelaar eenige optie partije 
„zal moogen sluyten, waarbij premie gegeven of ontfangen 
„werd op koopmanschap, waardoor het in de keure van den 
„een of d'ander soude staan, dezelve binnen of op seekere 
„gelimiteerde tijd te ontfangen of niet". (1) 

Op overtreding werd boete gesteld, en dergelijke contracten 
zouden nietig zijn. Reeds op 25 Mei 1703 werd dit artikel 
echter weder ingetrokken, en werden de makelaars ont- 
slagen van dit gedeelte van hunnen eed. (2) 

Kwam dus de Amsterdamsche Regeering van het verbod 
terug, anders oordeelden de Staten-Generaal voor zoover 
het graan betrof. 

Op 17 October 1698 vaardigden zij een plakkaat (3) 
uit, verbiedende absolutelijk alle verkoopingen op 
tijd, en die men optie-partijen noemt, van tarwe, 
rogge, gerst, spelt, haver, boekweit, erwten of- 
boonen. 

Het zou geoorloofd zijn, de granen, die iemand binnen- 
of buitenslands had, te verkoopen, mits de eigendom terstond 
zou overgaan en het risico ten laste des koopers komen zou. 
Maar niemand zou granen mogen verkoopen, die hij op dat 
oogenblik niet in eigendom had, en niemand zou ook mogen 
koopen van een ander, dien hij zal weten zoodanige granen 
niet te hebben. Bij overtreding van dit plakkaat zouden 



(1) Handvesten van Amsterdam II, 1072. 

(2) Handvesten van Amsterdam terzelfder plaatse. 

(3) Gr. PI. IV, 1371. 



Digitized by VjOOQlC 



64 

de contracten worden gehouden voor invalide en van 
onwaarde; er zou geen recht op worden gedaan, ook al 
hadden de contractanten speciaal aan het plakkaat gerenun- 
tieerd. Buitendien werd overtreding streng gestraft, t.w. 
met verbeurte der waarde van de verkochte of gekochte 
granen, en f 3000, — boete zoo voor verkooper als kooper; 
voorts „dat oock geene Maeckelaers, Notarissen, of andere 
„Persoonen, över zoodanige Contracten sullen mogen staen, 
„nochte die coucheren of instellen, alles op de poene van 
„duysendt guldens, boven de privatie van hare Offlciën". 

Als beweegreden vermeldt het plakkaat, dat door den 
tijdhandel „dezelve Granen merckelijck in prijs souden konnen 
„steygeren'' (1). Ook ditmaal wordt dus niet de tijdhandel 
op zichzelf afgekeurd, maar wel zijne mogelijke gevolgen. 
Gelijk in 1610 en volgende jaren de Staten-Generaal beducht 
waren voor het dalen der actiën, omdat dit tot schade der 
houders en tot discrediet' van de Compagnie zou strekken , 
zoo meenden zij thans te moeten waken tegen het stijgen 
van den graanprijs wegens het nadeel, dat daaraan voor 
de graanverbruikende bevolking zou verbonden wezen. 

Tengevolge van dit plakkaat van 17 Oct. 1698 ontstonden 
kwestiën omtrent de afwikkeling van die tijdverkoopen, welke 
vóór deszelfs afkondiging waren gesloten. Ter oplossing 
daarvan volgde een nader plakkaat van 1 Dec. 1698(2), welke 
tusschenkomst der overheid thans vreemd zou schijnen, maar 
in dien tijd zeer gewoon was. Er werd n. m. bepaald, dat 
de bedoelde verkoopers niet behoefden te leveren, maar 

(1) Er heerschte toen een hevige graannood, waartegen door de overheid 
alle mogelijke maatregelen werden genomen, als o. a. verbod van uitvoer van 
graan en ook van stijfsel. 

(2) Gr. PI. IV, 1379. 



Digitized byVjOOQlC 



65 

zouden kunnen volstaan met betaling van de helft van het 
verschil tusschen den in hunne contracten bepaalden prijs, 
en den prijs waarop de granen en verdere speciën zijn 
geweest ten tijde van het verbod; deze laatste prijs zou 
voor de overige artikelen moeten blijken uit de prijscourant 
van den 18^®" October, maar werd voor de rogge „om veele 
„redenen" door de Staten-Generaal zelf bepaald (op 200 
goudguldens het last gezonde gedroogde rogge). 

Dat ook ditmaal het optreden der Staten-Generaal niet 
geheel doel trof, zal zoo straks blijken. 

Intusschen zijn wij genaderd tot het jaar 1720, „'t nood- 
„lottige jaar voor veel zotten en wijzen", waarvan de heugenis 
ten onzent wordt levendig gehouden door het „Groote 
„Tafereel der Dwaasheid, vertoonende de opkomst, voort- 
„gang en ondergang der Actie-, Bubbel- en Windnegotie, 
„in Vrankrijk, Engeland en de Nederlanden, zijnde een 
„verzameling van alle de Gonditiën en Projecten van de 
„opgeregte Compagniën in Nederland, als meede Konstplaaten, 
„Gomediën en Gedichten tot beschimpinge deezer verfoeijelijke 
„en bedriegelijke Handel". Meest iedereen heeft wel eens 
een exemplaar van dit boek gezien. Wijlen Mr. S. Vissering 
behandelde het in den „Gids" van 1856, blz. 643-684. 

Naar dit belangrijk opstel kan ik hier grootendeels 
verwijzen. Toch meen ik zelf deze gebeurtenissen niet ge- 
heel met stilzwijgen te mogen voorbijgaan, omdat ze met 
mijn onderwerp in verband staan, al is het dan ook slechts 
in een meer verwijderd verband. 

Immers zij betroffen hoofdzakelijk het oprichten van 
tallooze compagnieën, sommige levensvatbaar, maar andere 

5 



Digitized byVjOOQlC 



66 

onzinnig, en welker aandeelen weldra buitensporig in prijs 
stegen, terwijl eerst later blanco-verkoopers optraden. 
De toestand is te vergelijken met den vroegeren tulpen- 
handel, en met de latere spoorwegkoorts van 1844 in 
Engeland en Duitschland, en de „Gründungen" in laatstge- 
noemd rijk in 1871 en volgende jaren. 

Met het oprichten van compagnieën is men in Frankrijk 
in 1715 begonnen. Het maakte daar deel uit van het 
zoogenaamd „finantieel systeem" van den Schot John Law, 
waarmee deze den Regent Philips van Orleans zou in staat 
stellen tot gemakkelijke aanvulling van de schatkist, die hem 
door LoDEWiJK XIV geheel ledig was nagelaten. Te dien 
einde werd vooreerst eene circulatie-bank met onbeperkte 
en ongedekte biljetten-uitgifte ingesteld. De tweede stichting 
was de Compagnie van Louisiana of der Missisippi, die 
ontzaglijke winsten scheen te beloven (en denkelijk ook wel 
had kunnen opleveren), zoodat hare aandeelen terstond in 
de hoogte gingen. Toen nam die Compagnie een deel der 
Staatsschuld over, en loste daarvan af door ruiling tegen 
nieuw uitgegeven aandeelen tot den koers van 1000 °/o, 
waartegen des Staats crediteuren ze gaarne namen. Zoo 
ging alles goed, en ieder verdiende geld met zijne actiën. 
Weldra kocht men niet meer op verwachting van groote 
uitdeelingen, maar om weer te verkoopen ; men kocht tegen 
koersen, die men wist dat veel te hoog waren, alleen omdat 
men rekende op een ander, die nog meer er voor zou willen 
geven. Zoo werden de koersen losgemaakt van al wat in normale 
omstandigheden invloed er op had moeten oefenen. Dat in het 
midden der papierkoorts ook blanco-verkoopers optraden, 
blijkt uit de door -de overheid genomen maatregelen. Maar voor 



Digitized byVjOOQlC 



67 

verreweg het grootste deel was het eene volkomen ongegronde 
opjagerij, die als een kaartenhuis ineenvallen moest, zoodra 
iemand begon te realiseeren. Dit geschiedde, toen de 
aandeelen der Compagnie op 4000**/o waren gekomen, en 
volgens de Fransche schrijvers waren het de voorzichtige 
Hollanders, die het voorbeeld gaven. Van toen af greep 
de daling altijd verder om zich heen, de aandeelen en de 
bankbiljetten werden ontzettend gedeprecieerd, en de 
geruïneerde houders keerden zich in hunne woede tegen 
den eerst vergoden John Law, die in December 1720 als 
lakei vermomd uit het land moest vluchten. 

Inmiddels had de zwendel navolging gevonden in Engeland, 
waar hij alras nog veel grootere afmetingen aannam. Te 
beginnen met de Zuidzee-Gompagnie; volgden de projecten 
elkander op; daar waren Compagnieën tot handel in 
menschenhaar, tot invoering van ezels, tot uitvinding van 
een perpetuum mobile. Zoo groot was de razernij, dat, 
toen iemand 's morgens in een schoenmakerspothuis eene 
inschrijving opende op eene Compagnie, onverschillig welke, 
met een kapitaal van eenige millioenen, verdeeld in actiën 
van £ 1000, met contante storting van 1 shilling, - het 
kapitaal reeds des middags volteekend was, waarna de 
man met de shillings spoorloos verdween. 

Kort daarna begon hetzelfde in ons land. Hier waren 
het voornamelijk de stedelijke regenten, die de Compagnieën 
oprichtten. Alleen Leiden, Haarlem en Amsterdam onthielden 
zich er van, maar overigens had elke stad hare Compagnie. 
De doeleinden waren gewoonlijk omschreven als: assurantie, 
disconteering en beleening^ of wel; algemeene commercie 
en navigatie en visscherij ; andere gewaagden van oprichting 

5* 



Digitized byVjOOQlC 



68 

van fabrieken, lijnbanen, tabaksplanting en boekweitteelt 
in het Gooi; Utrecht zou c^n groot kanaal door de heide 
graven naar de Zuiderzee, enz. (1) Om het uitvoeren van 
deze plannen was het echter volstrekt niet te doen ; op de 
ontzaglijke kapitalen (o.a. te Alkmaar 24, Vlissingen 30 
millioen guldens) werd gewoonlijk niet meer dan l**/o gestort, 
waarna de actiën endossabel waren en al spoedig tot ver 
boven pari konden worden verkocht, tot niet gering voor- 
deel der heeren regenten, die een aantal actiën voor zich 
gereserveerd hadden en zich nu haastten ze tot die buiten- 
sporige prijzen van de hand te zetten. 

Dit was dus een echte windhandel, die nu letterlijk op 
niets berustte. (4) Nog in hetzelfde jaar 1720 liep de zaak 
dan ook reeds ten einde. Van al de Compagnieën bleef 
bijna niets over. (3) Velen hadden alles verloren. Anderen 
hadden het ook wel verloren, maar betaalden het niet. (4) 



(1) Mr. VissERiNa in zijn aangehaald Gids-artikel herinnert in eene 
noot op blz. 668 aan hetgeen Langendjk (Qaincampoix of de Windhandelaars) 
den slim men boekhouder Krispijn doet zeggen, als hij op eigen houtje eene 
Compagnie gaat oprichten: 

*Wij zijn al meesters van het zpnt, 
^Men kan 't heel hoog in prijs doen stijgen, 
//Wijl elk 't van ons zal moeten krijgen." 

Hiernit blijkt, dat de thans in Engeland op toaw gezette //salt-boom" ook 

al geen oorspronkelijk denkbeeld van deze eeuw is. 

(2) Tegenover de onzinnige rijzing bleven contraminenrs niet nit. Er 
werd veel op premie gehandeld. Spoedig nam men zijne toevlucht tot valsche 
tijdingen, quasi door visscherschepen uit Engeland aangebracht, en die werden 
bekend gemaakt in de koffiehuizen (het Engelsche, het Fransche, de Karsse- 
boom, de Oude Graaf) te Amsterdam, welke stad - al mocht men er geene 
Compagnieën oprichten - toch het brandpunt van den zwendel 'was. 

(3) Met uitzondering alleen van de thans nog bestaande -^Maatschappij 
"VAn Assurantie, Discontering en Beleeniug der stad Rotterdam". 

(4) Van dezulken werd gezegd - en de uitdrukking komt in de gedichten 
en op de prenten herhaaldelijk voor - : #hij gaat naar Cuylenburg" of fhij 



Digitized by VjOOQIC 



69 

Het groot gerucht, dat deze actiën-handel maakte, is 
waarschijnlijk oorzaak, dat, terwijl ieder daarvan wel eens 
gehoord heeft, men daarentegen nooit hoort spreken van den 
termijnhandel in goederen, die ter zelfder tijd te 
Amsterdam een grooten omvang had verkregen. 

Hierover wordt gehandeld in den „Koophandel van 



#moet naar Vianen verzonden worden"». Als reden daarvan wordt in het 
Na bericht van het *Groote Tafereel der Dwaasheid" opgegeven: «omdat 
#de twee plaatsen gelegen zijn aan de Rivier de Lek, beide seer vermakelijk, 
#in welke een Regt word genseerd dat, wanneer iemand op andere plaatsen 
«door sijn schald-eischers overvallen, tot daar konnende komen, met alle sijn 
«Goederen die hij bij zig heeft, word in bescherming genoomen, en dit 
«geschied voor een klyne Recognitie". 

Niet minder vaak dan deze vrijplaatsen komt eene andere uitdrukking 
voor, n.1. «zich met Fbedebik Hendrik dekken of behelpen", en wel voor 
hen, die bij verlies de rechtsongeldigheid hanner transactiën beweerden. In 
het genoemde Nabericht (eveneens bij Habbebomee in zijn Ned. Spreek- 
woordenboek) wordt deze zegswijze afgeleid van de plakkaten omtrent den 
handel in actiën Oost-Indische Gompanie, «dewijl de Heer Prince Fbedebik 
/^Hbndbik hier veel tot het nemen van deze Resolntiën hadde gedaan". Dit 
zou echter enkel kunnen doelen op de plakkaten van 1630 en 1636, aangezien 
de vroegere nog onder Maubits zijn gemaakt, en daar nu die twee plakkaten 
niet . meer dan eenvoudige hernieuwingen waren, zoo geloof ik niet dat het 
spreekwoord daaraan zijn oorsprong zou te danken hebben. 

Mr. VissEBiNG, in zijn aangehaald Gidsartikel (blz. 650), leidt het af 
van het Mandament tegen den tijdhandel in traan en walvischbaarden, dat 
ik op blz. 57 vermeldde. Hij doet dit op gezag van Zobodbageb t. a. p., 
maar het komt mij twijfelachtig voor, of de actiënhandelaars zich wel zullen 
hebben beroepen op dit Mandament, dat geheel andere artikelen betrof. 

Het meest aannemelijk schijnt mij hetgeen door de schrijvers van den 
«Koophandel van Amsterdam" (deel II, blz. 103) gezegd wordt, n.1. dat het 
plakkaat, waarop de verliezers zich beriepen, tevergeefs gezocht werd, zoodat 
velen niet zonder reden oordeelden, dat het er nooit geweest was en slechts 
tot eene uitvlucht strekte. 

Daarmee stemt overeen wat de tijdgenoot RiCABD in zijn .vNégoce d'Am- 
ATsterdam" (1722) op blz. 402 aangaande het beweerde plakkaat opmerkt: «Je 
«rai cherché partont et même chez plusienrs Avocats, saus pouvoir Ie trouver, 
«et la plnpart soutiennent qu41 est tont-a-fait chimérique, et qu'il n'y en a 
«jamais en; on pretend qn'il déclare nnls et invalides tous les Achats qui se 
«font h terme," 



'Digitized byVjOOQlC 



70 

„Amsterdam'' (1), en uitvoeriger door Jean Pierre Rigard 
"légoce d'Amsterdam" 1722 (2). 

aanleiding tot dien handel wordt door deze schrijvers 
i gezocht, dat een koopman, die goederen wachtende 
i öf zich eene winst verzekeren öf zijn verlies bepalen 
aan een anderen koopman, die integendeel uitzicht van 
►oging heeft of zich van de partij verzekeren wil, zoo- 
:e verwacht wordende goederen verkoopt. Ingeval nu 
iemand een geheim bericht kreeg dat de uitvoer van 
ï uit Egypte verboden was, en hij dientengevolge 

4 maanden eene groote rijzing voorzag, zoo liet 
jroote partijen koffie op 6 maanden koopen tegen 
meer dan den prijs van den dag. Dit ging altijd 
kkelijk, want, zegt Rigard, er zijn te Amsterdam altijd 
lieden die koffie liggende of zeilende hebben, en dezelve 
ie op tijd verkoopen, als de hoogere prijs hun eene 
>ende rentevergoeding en winst oplevert. Als nu het 
lit bewaarheid werd en de prijs binnen de 4 maanden 
, dan verkocht de kooper de koffie op 2 maanden met 
3 winst. Zoo kon hij zaken doen tot een veel hooger 
ip dan waartoe zijn kapitaal hem anders in staat zou 
n. 

ze gemakkelijk verkregen winsten verlokten velen, die 
inaamd geene goederen verwachtten of wilden ontvangen^ 

Deel I, blz. 367-374. 

Blz. 52-62. 
kKD was, evenals le Moine de l'ëspine en le Long, een Amster- 
\i koopman van Franschen oorsprong. 

sr schreef een Fransch advocaat Accariasde S^rionnb, zijne ^Richesse 
Hollaude", (1768, 2de uitgave 1778), welk werk echter geheel over- 
iwdwerd door dat van zijn Nederlandschen collega. Mr. Elias LuzAC, 
nds Rijkdom'' 1780, hetwelk o.a. herhaaldelijk in het Daitsch vertaald is. 



Digitized byVjOOQlC 



71 

om ze niettemin op tijd te verkoopen of te koopen, ingeval 
groote dan wel kleine aanvoeren er van verwacht werden, 
en zulks om voordeel te behalen uit het prijsverschil. Zoo 
ontstond de gewoonte om, als de tijd gekomen was, de 
gesloten koopen en verkoopen te verrekenen, zoodat enkel 
een verschil over te dragen bleef. Op deze wijze kon het 
aantal zaken sterk worden uitgebreid, en ontstond de ge- 
legenheid tot operatiën op groote schaal. 

„l'Esprit du Gommerce regne tellement a Amsterdam", 
zegt RiGARD, „qu'il faut absolument qu'on y négocie de 
„quelque maniere que ce soit, et qu'on y peut négocier 
„diverses sortes de marchandises de cette maniere, quand 
„même il n'y en aurait point du tout en ville, et que Ton 
„n'y en attendroit point." En verder zegt hij omtrent dezen 
tijdhandel: „Il n'y a presque aucune sorte de marchandises, 
^qui puisse en être exemptée, lorsqu'il commence d'en 
„manquer ou qu'il y en a en grande quantité, pourvu 
„qu'elle se puisse taxer a un certain degré de bonté, qu'il 
„faut nécessairement établir dans pareilles occasions" (1). 
Als de voornaamste artikelen waarin tijdhandel gedreven 
werd, noemt hij: 

Poivre , 

Salpètre, 

Gaflfé tant du Levant que des Indes, 

Cacao , 

Cochenille, 



(1) Uit deze merkwaardige zinsnede blijkt o. a., dat ook de zg. stand- 
monsters in den termijnhandel geene uitvinding van onzen tijd zijn. Over 
het fdgemeen komt men bij het lezen van Ricard tot de slotsom, dat er ook 
op dit gebied niet veel nieuws is onder de zon. Het is om dit aan te toonen, 
dat ik bij zijne mededeelingen langer stil sta dan misschien noodig schijnt. 



Digitized byVjOOQlC 



Eaux de Vie, tant de Vin que de Grain, 

Grains , 

Fanons et Huiles de Baleine, 

Amidon, 

Borax. 
Onder deze nam de koffie de eerste plaats in, welk 
artikel het meest op de termijnen van 1 Januari, 1 Mei, 
1 Juli en 1 October werd verhandeld. „Il se fait un nombre 
,4ncroyable de parties, qui s'amortissent au bout du terme 
„en se payant Ie surplus les uns aux autres; bien des gens 
„qui n'ont pas dix mille florins, en achètent souvent pour 
„plus de 100 mille pour un seul terme, et d'autre eóté les 
„Courtiers qui sont dans Ie commerce, ne manquent pas 
„d'animer ceux qui s'en mêlent, tantót par une opinion, 
„tantót par une autre, et par des Nouvelles souvent inven- 
„tées pour leur profit." 

Van elk gesloten contract werden door den makelaar 
twee koopbriefjes opgemaakt, waarvan hij het ééne door 
den verkooper liet teekenen en aan den kooper overhandigde, 
en het andere door den kooper liet teekenen en aan den 
verkooper ter hand stelde. Van deze koopbrieQes waren ge- 
drukte formulieren in de boekwinkels verkrijgbaar, waarop 
de makelaar slechts de namen van partijen, den naam, de 
hoeveelheid en den prijs der goederen, en den termijn van 
levering behoefde in te vullen. (1) 



(1) Ziehier een formulier naar de Fransche vertaling van Ricard; de door 
den makelaar ingevulde woorden zijn cursief gedrukt. 

Contract que Ie Vendenr signe. 

Je 80U88igné reconnois avoir vendu a Monsieur N. N. qnatre mille Zivres 
Caffè du Levanty sain et livrable, et cela au prix de vingt-nevf sols argent 
courant chaqu^ livre, étant ce marché ferme pour recevoir au premier Mal 1719, 



Digitized byVjOOQlC 



73 

Als nu die termijn gekomen waS; geschiedde de verreke- 
ning der in koffie gedane zaken door de makelaars. Elk 
van dezen hield een rescontre-boekje, waarin hij aanteekende, 
hoeveel en van wie zijn meester gekocht, en hoeveel en aan 
wie deze verkocht had. Als de eerstgenoemde hoeveelheid 
grooter was dan de laatstgenoemde ^ en de meester het 
overschot niet wenschte te ontvangen, zoo gaf hij den 
makelaar last om het te verkoopen of wel om met den 
verkooper te rescontreeren. De makelaars liquideerden 
onderling de zaken hunner verschillende meesters, voor wie 
zij ook de prijsverschillen ontvingen en betaalden. 

Geschiedde dus bij de koffie de geheele afwikkeling mon- 
deling door de makelaars, bij den brandewijn bediende men 
zich daartoe van „o verwijsingen". Gesteld b.v. dat 25 kisten 
(pièces) brandewijn verkocht waren door A aan B voor 
8 „ponden van 40 groot" (de toenmalige rekenmunt), door 
B aan G voor 8^, door G aan D voor 8f , door D aan E 
voor 8J, dan schreef B een briefje waarin hij A verzocht de 
25 kisten te leveren aan G op den voet van 8^ pond, en 
hem zijn half pond winst uit te betalen; B gaf dit briefje 
aan G, die het met gelijke prijsonderscheiding aan D endos- 
seerde, enz., totdat de laatste kooper de 25 kisten van A 
in ontvangst nam of wel de zaak met A verrekende. Deze 
wijze van behandeling vindt Rigard veel lastiger; „car j'ai 
„vu pester mille fois des Marchands d'Eau de Vie, pour ne 



Diais a condition qne ^i 1'Achetear demande les dites 4000 Livrea de Café 
avant Ie dit joar, Ie Yendeur sera pret a les livrer, et qae TAcheteor les 
payera en argent courant. 

Ainsi fait a la bonne foi a Amsterdam, etc. 

Men ziet, dat dit formulier niet veel verschilt van die, welke thans gebruikt 
worden. 



Dfgitized by LjOOQiC 



74 

„pas savoir quand, ni a qui ils livreroient TEau de Vie, qu'ils 
„avoient ainsi vendue, et j'ai vu jusques a 36 endossemens 
,,pour une même partie de 25 pièces d'Eau de Vie." (1) 

Velen verkozen, om hun verlies te beperken, niet anders 
dan premie-zaken te doen. Ook daarvoor bestonden ge- 
drukte formulier-contracten, luidende aan toonder; zij konden 
zonder eenige garantie worden overgedragen, en de houder 
kon binnen den termijn nakoming eischen (2). Rigard 
vestigt de aandacht op het groote gevaar, dat de premie- 
nemers loopen bij de niet zelden onverwacht voorkomende 
prijsfluctuatiën van 25 a 30 "/o, dikwijls door allerlei 
oneerlijke middelen veroorzaakt. Hij zegt, dat hij een 
boekdeel zou kunnen vullen met de kwade praktijken, die 
hij gedurende 20 jaar in dezen handel heeft opgemerkt, maar 
hij wil dit liever niet doen, en besluit zijn hoofdstuk met 



(1) Ingeval een verkooper wilde leveren en zijn kooper niet verkoos te 
ontvangen, dan liet hij de goederen door een Notaris met getuigen aan de 
Waag aanbieden aan des koopers werkvolk, en als dit geen order tot ontvangen 
had, dan werd protest opgemaakt, waarna de verkooper eenvoudig aan Schepenen 
vergunning verzocht om de goederen voor 's koopers rekening te mogeu ver- 
koopen. De vergunning werd altijd verleend. Dezelfde weg moest worden 
gevolgd door den kooper, als de verkooper niet wilde leveren. 

(2) RiGABD zegt, dat hij zelf veel premiën placht te geven voor stijfsel, na 
eens «a livrer'' dan weer »k recevoir". Een contract-formulier zooals in 't laatste 
geval door dengene, die de premie nam, geteekend werd, laat ik hier volgen: 

Je soussigné coufesse avoir re9U du Porteur la somme de loOJtorins argent 
courant pour laquelle Prime je m'engage et m'oblige de recevoir dès a présent 
et a toute heure jusques au premier de Janvier 1715, ce jour-la incius, 
10000 livres d'Amidon de Hollands bon et livrable, aux prix de 16 fiorins 
argent courant les 100 livreSy a payer comptant et suivant l'usage ordinaire, 
mais si Ie Porteur du présent ne m'anonce pas de recevoir les dites dix 
mille livres d^Amidon^ entre ce jour et Ie premier de Janvier 1715 et ce 
jour la inclus, je serai libre et décharge du présent Contract, et la Prime 
me restera, sans que je puisse jamais être obligé de la restituer, ou qu Ton 
puisse me la redemander. 

Ainsi fait è la bonne foi a Amsterdam ce 6 Janvier 1714. 



Digitized byVjOOQlC 



75 

de nuchtere opmerking ^qu'on fait mille fois mieux de 
„donner des Primes que d'en tirer", omdat de premiegever 
altijd weet, met hoeveel verlies hij er af is. 

Onder de door Rigard opgenoemde koopmanschappen, 
v^aarin te Amsterdam termijnhandel werd gedreven, vinden 
wij ook de granen vermeld, en dat wel niettegenstaande 
alle verkoopingen op tijd in dit artikel volstrekt verboden 
waren door het plakkaat van 1698. Daarom vaardigden 
de Staten-Generaal op 29 Nov. 1756 een nieuw plakkaat 
van gelijken inhoud uit, waarin de overgangsbepalingen, 
die de vorige maal pas later gevolgd waren, nu reeds 
dadelijk werden opgenomen (1), en dat op 20 Mei 1757 
nader verklaard en gealtereerd werd (2). Uit de bewoor- 
dingen van dit plakkaat blijkt, dat men het nu voornamelijk 
op de premie-zaken gemunt had. 

Of ditmaal het verbod doel getroffen heeft, mag betwijfeld 
worden. Zeker is het, dat de handel op tijd en op premie 
inmiddels sterk toenam in een ander artikel, n.1. in olie en 
oliezaden (raapzaad, hennipzaad en lijnzaad), en dat dit 
den Staten-Generaal aanleiding gaf om hiervoor gelijke 
verbodsbepalingen als voor de granen uit te vaardigen bij 
plakkaat van 9 Mei 1775 (3). Ook hier weer luidde de 
beweegreden „dat de Olye, en de Oly e-Zaden, door zoo- 
„ genaamde Praemiën-Contracten en Optie-Partijen, zeer hoog 
„in prijs werd opgejaagd, en tot merkelijk nadeel zoowel 
„van de Gemeynte als van de Fabrycquen, den Olye van 
„Zaat gebruykende, werd opgehouden." 



(1) Gr. PI. VIII, 1289. 

(2) Gr. PI. VIII, 1294. 

(3) Gr. PI. IX, 1344. 



Digitized by VjOOQlC 



76 

De reden van de tusschenkomst der overheid tijdens de 
Republiek was nooit gelegen in den tijdhandel op zichzelf, 
maar in de daardoor veroorzaakte prijsstijging van de groote 
verbruiksartikelen. In andere goederen werd de tijdhandel 
ongemoeid gelaten. 

Keeren wij thans terug tot het jaar 1720 en wenden wij 
ons naar de overzijde van het Kanaal, waar zich, evenals 
bij ons, op het Fransche voorbeeld eene onzinnige com- 
pagnieën- en aetiën-koorts had ontwikkeld. Toen deze ook 
hier uitgewoed had en de onuitvoerbaarheid van de meeste 
ontwerpen erkend was , begon de eenmaal opgewekte 
zwendelgeest zich met iets anders bezig te houden, en wel 
met de staats f ondsen^ waarvan de uitgifte in den loop 
der 18**® eeuw steeds toenam wegens de groote behoeften 
der Regeeringen aan geld voor de aanhoudende oorlogen. 
Deze werkelijk bestaande effekten boden een veel vastereu 
grondslag dan de veelal gefingeerde „bubble-companies'', en 
het was vooral te Londen, in Exchange- Alley, dat zich 
kwade praktijken vertoonden. Reeds in 1734 werd op 
voorstel van Sir John Barnard uitgevaardigd „an Act for the 
„better preventing the infamous practice of stockjobbing". 
Dat echter ook hier de wetgever niet veel uitwerkte, blijkt 
uit een door Gustav Gohn (1) aangehaald boekje „Every 
„man his own broker", dat, in 1761 verschenen, reeds in 
datzelfde jaar zijn vijfden druk beleefde en ook op het vaste- 
land grooten opgang maakte. 

Onder het pseudoniem „Mortimer*' stelt de schrijver van 
dit boekje - „who has lost a genteel fortune by being the 

(1) CoHN, aangehaald werk blz. 377 e.v. 



Digitized by VjOOQlC 



77 

,, innocent dupe of the Gentlemen of Ghange Alley" - zich ten 
doel, zijne medemenschen te waarschuwen door de schande- 
lijke gedragingen van de „jobbing brokers" te onthullen. 
Dezen vormden volgens zijne beschrijving een bepaald gilde 
met verschillende graden (doctors , pupils) en eene afzonder- 
lijke taal; bepaalde personen waren aangewezen om valsche 
tijdingen uit te strooien, schijncontracten te sluiten, onjuiste 
koersen op te geven, enz.; kortom, hij schildert den 
Londenschen eflfektenhandel als een stelselmatig bedrog, 
waarbij het geen wonder is, dat de ,,jobbing brokers" de 
eenige winnende partij zijn , terwijl alle verlies voor rekening 
van hunne cliënten komt, waaronder trouwens vele luie en 
onkundige gelukzoekers te vinden waren. 

Onder hetgeen Cohn uit het genoemde geschrift meedeelt, 
is er één punt, dat meer rechtstreeks mijn onderwerp betreft. 
MoRTiMER zegt namelijk, dat in het jaargetijde, waarin de 
meesten op het platteland vertoefden en de eflfektenmarkt in 
rust verkeerde, de te Londen blijvende lieden de zaken op 
andere wijze wilden voortzetten en zich daartoe bedienden 
van . . . doperwten en makreelen. In schijn werd een tijdkoop 
gesloten van honderd manden doperwten of duizend makreelen, 
en de termijn was „for the earliest season or first coming 
„in". „In schijn" zeg ik, want de tijdkoop was slechts de 
vorm, levering was uitgesloten ; zoodra de eerste erwten en 
makreelen in de stad waren aangebracht, zonden partijen 
eene boodschap naar Shuttleworth (een groentenkoopman?) 
en naar Billingsgate (de vischmarkt), om naar den prijs 
te vragen, en naarmate die hooger of lager was dan de 
door partijen overeengekomen prijs, ontving of betaalde de 
kooper het verschil. Deze transactiën waren dus volkomen 



Digitized by VjOOQlC 



78 

losgemaakt van den werkelijken handel in die artikelen; 
de eflfektenkoopers hadden buitendien geen verstand van 
warmoezierderij en visscherij, en zelfs al hadden zij daarvan 
eenige kennis bezeten, dan nog zou het voor hen onmogelijk 
zijn geweest, eene ook maar eenigszins gegronde gissing te 
maken omtrent den oogst of de vangst van het toekomende 
jaar. Het waren dus zuivere weddenschappen, in den trant 
van die, welke in die tijden ook in ons land werden aan- 
gegaan over het leven van den Paus of andere r^eerende 
of hooggeplaatste personen, zoodra zij ziek waren. (1) 

Van een wezenlijken termijnhandel in koopmansgoederen 
in Engeland in de 18**® eeuw blijkt nergens iets. 

Evenmin in Frankrijk tot aan de Omwenteling. Alle 
vromere verbodsbepalingen van 1717 af, betroffen enkel de 
„eflfets royaux ou autre quelconques". In de plaats der 
koninklijke eflfekten traden na de Omwenteling de Assignaten. 
Men weet, hoe van dit papieren geld al spoedig zóó onmatig 
veel werd uitgegeven, dat eene daling zijner waarde niet 
kon uitblijven. In afwachtig daarvan werd het voordeelig, 
goud en zilver en ook wissels op het buitenland, die in 
goud of zilver betaald moesten worden, te koopen tegen 
een termijn, waarbinnen men verwachtte dat de waarde 
der edele metalen tegenover het papieren geld zou gerezen 



(1) Ook RiCARD maakt onderscheid tasschen termijnhandel en wedden- 
schappen. Immers zegt hij op blz. 427 in zijn hoofdstak over de walvisch- 
vangst: /^ Pendant que les vaisseaax sont k la Pêche, il se fait a Amsterdam 
ird*assez g^osses gageures sar Ie nombre des Baleines qoe la Flote raportera, 
con donne et on tire aussi beaacoap de Primes poor livrer oo pour recevoir 
«les fanons et Thnile de Baleine a un certain prix pendant les mois 
/rd'Octobre, de Novembre et de Déccmbre." 



Digitized byVjOOQlC 



79 

zijn. Hierdoor bezorgd geworden, verbood de Nationale 
Conventie bij wetten van 13 Fructidor an III en 28 Ven- 
démiaire an IV allen tijdhandel in goud en zilver en in 
buitenlandsche wissels, op straffe van 2 jaar gevangenisstraf, 
plaatsing aan een schandpaal met een bord waarop „agioteur'' 
stond geschreven, en verbeurdverklaring van alle de goederen 
der overtreders. Op gelijke straffen werd alle blanco- 
verkoop van effekten en goederen verboden. 
• Ondanks dit een en ander bloeide in de volgende jaren 
te Parijs de tijdhandel welig, vooral in effekten maar toch 
ook in goederen. Als voorbeelden vindt men bij Coffinières (1) 
vermeld : suiker, olie en gedisteleerd ; van dit laatste artikel 
kwam, evenals thans nog, de „trois-six" (alcohol van 36**) 
voor tijdhandel in aanmerking (2). Bij gelegenheidvan eene 
beraadslaging in de kamer van Afgevaardigden over een 
verzoekschrift om maatregelen tegen den termijnhandel, op 
27 Januari 1826, werd wel voornamelijk over effekten ge- 
sproken, maar hoorde men toch den Minister van Finantiën, 
DE ViLLÈLE, verklaren: „C'est ainsi qu'on vend a terme les 
„eaux-de-vie, les cafés, les sucres, toutes les choses enfin 
„sur lesquelles on peut spéculer" (3). 

Wat Duitschland aangaat, daar was deze soort van 
zaken vóór 1807 niet bekend (4). Sedert dat jaar van 
Pruisen's vernedering door Napoleon, stonden de papieren 



(1) CoppiNièRES, advocaat te Parijs, schreef in 1824 een uitvoerig werk 
ffde la Boarse et des spécnlations snr les effets pablics". 

(2) MOLLOT «Bourses de Coramerce," 3ième édition (Paris 1863,) n°. 823. 

(3) Mettetal, aangehaald werk blz. 44. 

(4) Ik zeg dit en het volgende op gezag van VON Schmalz, die in 1826 
eene Dnitsche vertaling van GOFFINIÈBES' werk in het licht gaf. 



Digitized byVjOOQlC 



80 

van dien Staat beneden pari. Echter werden ze bij de 
koninklijke kassen tot hunne nominale waarde in betaling 
genomen. Al wie nu over eenigen tijd, wegens belasting of 
uit anderen hoofde, eene groote som aan den Staat te 
betalen had, kocht op dien termijn Pruisische eflfekten tot 
den bestaanden lageren koers; werden ze hem nu op den 
ter betaling bestemden dag niet geleverd, zoo had hij 
natuurlijk recht op het prijsverschil als d^ eenig mogelijke 
vergoeding der door hem geleden schade. Hierdoor raakte 
men te Berlijn vertrouwd met het afwikkelen van koop- 
overeenkomsten door verschilbetaling, en ging men het ook 
bij andere eflfekten en bij goederen in praktijk brengen. 
Opmerking verdient dat Leipzig en Dantzig volgens Gohn's 
getuigenis tot 1866 het voorbeeld der hoofdstad op dit stuk 
niet gevolgd hadden. 

Een zelfde verschijnsel als wij bij de Fransche omwenteling 
zagen, deed zich voor in de Vereenigde Staten van Noord- 
Amerika tijdens den Burgeroorlog. Ook daar begon toen^^ 
ondanks den gedwongen koers van het papieren geld 
(de z.g. greenbacks), het goud agio te doen, en dit gaf 
aanleiding tot koopen en verkoopen op tijd in dat metaal. 
Bevreesd voor eene verdere depreciatie harer muntbiljetten, 
vaardigde de Regeering der Noordelijke Staten op 20 Juni 1864 
eene wet uit , waarbij alle tijdkoopen van goud nietig werden 
verklaard, en tevens strafbaar (met ten minste 1 jaar ge- 
vangenisstraf en 1000-10,000 Ds. boete). Ter voorkoming 
van ontduiking werd verordend, dat bij geen enkel con- 
tract eene andere betaling dan in wettige betaalmiddelen 
mocht worden bedongen, en dat elke in papier geleende 



Digitized by VjOOQiC 



81 

som ook weer in papier, en niet in goud, moest w 
teruggegeven. 

Wegens het ontbreken van overgangsbepalingen, st 
deze wet aanvankelijk haar doel voorbij. Immers de 
hare inwerkingtreding gesloten contracten om goud te Ie 
moesten nog worden nagekomen; degenen, die daarl 
verkoopers waren opgetreden, konden aan hunne verplii 
tot levering nu - wegens het verbod - niet anders vc 
dan door zich zelf a contant van goud te voorzien bij 
die voorraad van dit artikel hadden; deze laatsten, zie 
hun oogenblikkelijk monopolie bewust, eischten een h 
prijs, en zoo kwam het, dat in de eerste dagen van 
werking de wet juist den goud-agio deed stijgen. 

Of zij later meer doeltreffende gevolgen zou gehad he 
heeft niet kunnen blijken, want reeds na 10 dagen, 
de Minister Chase zijn ontslag had genomen, werd zij 
trokken. (1) Daarna steeg de goud-agio verder (op 1 
waren 100 Ds. in goud gelijk aan 285 Ds. in biljettei 
^schoon hij na den vrede weer verminderde ^ is hij h 
bestaan, totdat krachtens eene wet van 1875 de s 
betaling hervat werd. 

Tot Nederland wederkeerend, vinden wij na het h 
der onafhankelijkheid den termijnhandel te Amstc 
en ook op andere plaatsen terug. Vooreerst bij de eff 
Daarvan gaven o.a. de beruchte Kansbiljetten tot pi 
zaken aanleiding; eene zoodanige transactie, te Sch 
gesloten, leidde in 1825 tot een proces in twee insta 



(1) Over deze wet zie deel III (\SQ4) der "JahrbUcher fUr Ni 
tOékonomie nnd Statistik'', blz. 52-54. 

6 



Digitized by VaOOQlC 



82 

Het meest bekend is wel de rescontre-handel in aan- 
deelen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Reeds bij 
de oprichting van dit lichaam in 1824 werd aangaande 
de zeer aanzienlijke inschrijvingen beweerd, dat ze meer 
het gevolg waren van spel dan van zucht voor den 
handel; dit kan echter slechts voor een gering gedeelte 
het geval geweest zijn, getuige het zeer groote aantal van 
kleine inschrijvingen (1). Dan, hoe dit ook zij, toen een- 
maal de Maatschappy was tot stand gekomen en zeer 
uiteenloopende meeningen over hare vooruitzichten verkon- 
digd werden, kon het wel niet anders, of velen moesten 
zich met hare aandeelen gaan bezig houden, evenals dat 
vroeger met die der Oost- en West- Indische Compagnieën 
het geval was geweest. Daarbij kwam nog het volgende. 
Terwijl het kapitaal volgens het oorspronkelijk Koninklijk 
Besluit van 29 Maart slechts 12 of ten hoogste 24 millioen 
zou bedragen, werd voor bijna 70 millioen ingeschreven. 
Ieder kon dus slechts rekenen op toewijzing van een deel 
van het bedrag, waarvoor hij had ingeschreven. Velen 
wilden gaarne nog iets meer hebben, zij het dan ook tot 
hooger prijs. Anderen wilden tot een koers van b.v. 
106 °/o wel afstand doen van de aandeelen, die hun zouden 
worden toegewezen. Zoo ontstond een handel in aandeelen, 
te leveren binnen 2 maanden na de uitgifte. De koers daarvan 
steeg tot 110°/o, zelfs - tengevolge van een valsch gerucht, dat 
het kapitaal op niet meer dan 12 millioenbepaald zou worden - 
tot 115 °/o, om, nadat het bij Koninklijk Besluit van 19 April 
op 37 millioen bepaald was, tot 102 °/o terug te vallen. 

(1) Mr. H. W. Ttdeman *de Nederlandsohe Handelmaatschappij", Leiden 
1867, blz. 140. 



Digitized byVjOOQlC 



83 

De aldus te Amsterdam ontstane tydhandel in deze 
aandeelen is sedert onafgebroken voortgezet, en nog 
heden ten dage is de termijn, waarop hij gedreven wordt, 
twee maanden, zijnde de afrekeningsdagen op 15 Januari, 
15 Maart, enz. De bij dezen termijnhandel betrokken 
personen hebben gezamenlijk daarvoor een reglement vast- 
gesteld, dat bij een notaris gedeponeerd en waarnaar in het 
contractformulier verwezen werd. De telkenmalige ver- 
anderingen in den koers der aandeelen, meest in dalende 
richting, werden - schoon ze meerendeels aan de onlusten 
op Java en den ongunstigen afloop der eerste ondernemingen 
waren toe te schrijven (1) - uitsluitend aan dien termijn- 
handel geweten. Daarom werd in de bij Koninklijk Besluit 
van 22 Juni 1827 vastgestelde, niemve artikelen van over- 
eenkomst (met welker hoofdbeginselen de stemgerechtigde 
deelhebbers tevoren hunne instemming hadden betuigd) 
bepaald, dat de aandeelen op naam zouden worden gesteld, 
terwijl die aandeelen aan toonder, welke niet binnen 
6 maanden op naam zouden zijn overgebracht, als gewone 
obligatiën, rentende 4^ °/o, zouden worden beschouwd, 
zonder ooit op eenig hooger dividend te kunnen aanspraak 
maken. Uit de geschiedenis der vroegere Indische Com- 
pagnieën had men kunnen weten, dat het op naam stellen 
der aandeelen hoegenaamd geen beletsel voor de speculanten 
oplevert. Dit bleek ook nu weder: op 4 Maart 1828 werden 
in het bovengenoemde reglement voor den termijnhandel, de 
door den nieuwen maatregel noodig geworden veranderingen 
aangebracht. En voor zoover de transactiën niet door 
verschilbetaling worden afgerekend, worden ze sindsdien 



(i; Tydbman, aangehaald werk, biz. 168. 



6* 



Digitized byVjOOQlC 



84 

vervuld door overschrijving, in plaats van (als tevoren) door 
overgifte, van de aandeelen. 

Evenals voor den termijnhandel in deze aandeelen, 
werden ook voor dien in goederen door de betrokken 
Amsterdamsche kooplieden reglementen gemaakt, die bij een 
notaris werden in bewaring gegeven, terwijl afdrukken al- 
gemeen verkrijgbaar werden gesteld. Het eerste van dien 
aard is het „Reglement op den handel in olie op termijn, 
„van 6 Juni 1828, gedeponeerd bij den notaris A. van Etten 
„te Amsterdam," dat de hoofdrol speelt in de talrijke 
olie-processen, die in 1840 en volgende jaren te Amsterdam 
en ook elders' zijn gevoerd. Volgens dit reglement kozen 
alle contracteerende partijen domicilie in het Logement 
de Pool op het Water (Damrak) bij de Korenbeurs, 
alwaar des Maandags, Woensdags en Vrijdags de koop- 
lieden bijeen kwamen. (1) Het waren vooral de koop- 
lieden uit de Zaanstreek, die aan dezen handel een groot 
aaindeel namen (2); vandaar de bepaling, dat de olie kon 
worden gelieverd naar verkiezing te Amsterdam, Zaandam, 

(1) Op het Water was van oudsher de plaats van samenkomst van alle 
handelaren in granen en olie. En wel oorspronkelijk onder de luifels der 
huizen. Dan - , dewijl dit den bewoonderen zoowel als den graanhaodelaren 
«zeer lastig was" - besloot de stedelijke regeering reeds in 1547 tot het stichten, 
van eene korenbeurs, die echter paa in 1017 voltooid werd; ze was van hout, 
en werd in 1768 door een steenen gebouw vervangen. 

(2) De Zaanlanders hebben ten allen tijde voor den handel der hoofdstad 
eene groote beteekenis gehad. Zoo o. a. wat betreft de kassierderij, welker 
groote bloei de Hollanders in staat stelde om aan de vreemdelingen belangrijke 
voorschotten te geven op hunno hierheen gezonden goederen, hetgeen veel 
bijdroeg om onzen handel in het noodlottige laatste kwartaal der 18e eeuw nog 
staande te houden. Die kassierderij nu is haren oorsprong verschuldigd aan 
de gewoonte van eenige Zaandamscbe kooplieden, die, om niet gedurig geld heen 
en weer van Amsterdam naar huis te brengen en daarmede op reis belemmerd 
te zijn, hunne penningen te Amsterdam aan iemand in bewaring lieten. 

LUZAC, «Hollands R\jkdom'' III blz. 394. 



Digitized byVjOOQlC 



85 

Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Krommenie, 
Knollendam, Assendelft, Wormer, Jisp, Oost- of Westzaan, 
maar op geene andere plaatsen. In de latere jaren is deze 
olie-termijnhandel in omvang eenigszins afgenomen. Het 
reglement van 1828 is op 16 Maart 1871 vervangen door 
een nieuw, dat sedert herhaaldelijk gewijzigd en in Maart 
1886 herdrukt is. 

Ook voor den termijnhandel in rogge werd een reglement 
gemaakt, dat o. a. te pas kwam in een geding voor de 
rechtbank te Zwolle in 1868. Na tal van wijzigingen te 
hebben ondergaan, is het opnieuw vastgesteld op 15 April 1887. 

Dat voor de tarwe dagteekent van 24 Januari 1873, is 
gewijzigd herdrukt in 1876, en heeft daarna nog eenige 
verandering ondergaan op 6 Februari 1878. 

Het jongste dezer reglementen is dat voor den termijn- 
handel in ohezaad (lijnzaad en koolzaad) van 3 Maart 1886. 

Van eenigszins anderen aard is het op 16 Februari 1888 
opnieuw vastgestelde Reglement der Amsterdamsche Katoen- 
Makelaars-Vereeniging. Hier toch zijn het niet belangheb- 
benden, die zich uitsluitend over de bij tijdhandel in acht 
te nemen regelen onderling verstaan, maar is het eene 
bepaalde Vereeniging, die eene volledige regeling vaststelt 
„voor alle soorten en partijen katoen, verkocht op voor- 
„ waarden van levering binnen een bepaalden termijn, of wel 
„zeilende, landende, verscheept of te verschepen". 

Deze vorm is als het ware een overgang tot dien, welke 
thans in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika gebrui- 
kelijk is. Daar toch zijn in de laatste jaren „Exchanges" 
verrezen, lichamen die den geheelen handel in een of 



Digitized by VjOOQiC 



86 

artikelen omvatten en aan vaste regelen binden, en 
oveel mogelijk alle belanghebbenden in zich opnemen. 
i dien aard is o.a. de „New-York Cotton Exchange", 
it 8 April 1871 en erkend door de Regeering van den 
New-York. Toen zich ook bij den handel in andere 
len eene beweging in dezelfde richting begon te ver- 
1, oordeelde de wetgevende macht van dien Staat 
oodig, dergelijke instellingen niet langer als gewone 
otschappen te behandelen, maar bijzondere bepalingen 
oor te maken bij „an Act to pro vide for the incorpo- 
n of Exchanges or Boards of Trade", van 3 Mei 1877. 
m grondslag dezer wet werd het „Charter" der „Cotton 
nge" gewijzigd in 1880 en 1881, en volgde de oprichting 
e „Coflfee Exchange of the City of New-York" op 16 Maart 

(deze heeft thans een gewijzigd „charter" sedert 
i 1885) en van de „Importers and Grocers Exchange 
ew-York" op 21 Augustus 1883. 

andere Staten bestaat geene zoodanige algemeene 
maar wordt elke instelling bij eene afzonderlijke wet 
Ligd; zoo b.v. de „Board of Trade of the City of 
ago" bij „a legislative act of the General Assembly of 
5tate of Illinois'' van 18 Februari 1859, welks „rules and 
iws", laatstelijk met 1 April 1887 opnieuw vastgesteld, 

uitvoerige bepalingen bevatten omtrent den termijn- 
'1 in graan, reuzel, varkensvleesch („mess pork"), en 
iit laatste meer bijzonder „short ribs" en „sweet 
led hams". 

:e instellingen nu hebben eene tamelijk groote gelijkenis 
de oude gilden. Niet dat er eene verdeeling van de 

in klassen bestaan zou; zoo iets ware misplaatst in 



Digitized byVjOOQlC 



87 

onzen tijd; en vooral bij de democratische denkbeelden, die 
in Amerika op elke, en zoo ook op deze, instelling hunnen 
stempel drukken. Maar de overeenkomst ligt in de volkomen 
ondergeschiktheid van de leden aan het geheel, in de volledige, 
tot in de kleinste bijzonderheden afdalende regeling van het 
bedrijf, die met eene strenge discipline wordt gehandhaafd 
door tal van Gommissiën uit de leden. (1) Daarin wordt 
aangaande de levering van verkochte goederen o.a. bepaald, 
dat ze moet geschieden uit pakhuizen, die van het „Gover- 
„ning Gommittee" na advies van den „Board of Super^asors" 
(dit is de commissie van toezicht op het „Glassification 
„Gommittee") een „license" hebben gekregen; geene monsters 
en wichtnota's worden erkend dan wanneer ze afkomstig 
zijn van behoorlijk daartoe aangstelde monstertrekkers en 
wegers. Wie in strijd met het reglement mocht handelen, 
wordt beboet of geschorst, en in sommige gevallen geschrapt. 

In Europa is dit stelsel gedeeltelijk nagevolgd. Hier staat niet 
zoozeer het reglementeeren van het geheele bedrijf op den voor- 
grond, maar is het hoofdzakelijk te doen om de termijnzaken 
met grootere waarborgen te voorzien. Te dien einde werden 
Liquidatie-kassen opgericht, waarvan ik op blz. 45 e. v. de 
werking heb beschreven. Waar deze instellingen verrezen, 
ontstonden ze natuurlijk uit eene behoefte aan de genoemde 
waarborgen en konden de oprichters dus verzekerd zijn, dat de 
termijnzaken althans in den beginne algemeen door tusschen- 
komst der Kassen zouden worden gesloten. Zij hadden echter 

(1) Zoo bestaan de tbylaws" van de /rCoffee Exchange" te New- York uit 114 
artt., waarvan de meeste niet bepaald kort zijn te noemen; daarbij komen nog 
34 ttrade rales". Een aitvoerige index is dan ook aan het boekdeeltje toegevoegd. 



Digitized byVjOOQlC 



88 

geene zekerheid, dat dit zoo zou blijven, hetzij dan dat de 
handel de aangeboden waarborgen te duur zou gaan vinden, 
hetzij dat eene tweede dergelijke instelling met de eerste 
zou komen mededingen. Ten einde nu de bedoelde zeker- 
heid aan de Liquidatie-kassen te verschaffen , hebben 
in sommige steden de handelaars in de verschillende 
artikelen Vereenigingen opgericht, die in hare reglementen 
de bepaling opnamen, dat de leden hunne termijnzaken 
door tusschenkomst van de Liquidatie-kas moest-en doen, 
terwijl deze laatste wederkeerig zich enkel met die zaken 
inlaat, welke door leden der Vereeniging zijn gedaan. Als 
eenmaal dergelijke Vereenigingen bestaan, willen natuurlijk 
velen, die - zonder zelf termijnzaken te doen - toch bij 
den handel in het onderhavig artikel betrokken zijn, mede 
daarin worden opgenomen, en ligt het voor de hand, 
dat zij ook voor andere punten dan den termijnhandel, 
regelen gaan vaststellen. En zoo komt men in Europa tot 
hetzelfde resultaat als in Amerika : reglementeering van den 
handel door corporatiën van de daarbij betrokken personen. 
Waar de reglementen met nauwkeurigheid worden opgesteld, 
kan op deze wijze veel strijd over het al of niet bestaan 
van usantiën worden afgesneden. 

In Frankrijk is de eerste van de bedoelde liquidatie- 
instellingen verrezen te Havre op 6 November 1882. Deze 
„Caisse deLiquidation des affaires en marchandises au Havre," 
met een kapitaal van 4 millioen francs, houdt zich bezig 
met de afwikkeling van termijnzaken in katoen, koffie, reuzel, 
en thans ook indigo. In 1887 heeft de Fransche hoofdstad 
dit voorbeeld gevolgd, en verrees de „Gaisse de liquidation 
„des opérations sur marchandises a Paris", waar tarwe, 



Digitized byVjOOQlC 



89 

rogge, meel, suiker, spiritus, raap- en lijnolie en kofifie op 
termijn worden verhandeld. (1) Nog in hetzelfde jaar 
werd te Marseille eene Kas opgericht, die een kapitaal van 
slechts één millioen francs heeft; deze is sedert 1 Mei 1888 
in werking en houdt zich voorhands uitsluitend met koffie 
bezig. 

In België volgde men het voorbeeld der zuidelijke 
naburen, met het stichten eener ,,Caisse de Liquidation 
„des affaires en marchandises a Anvers" in October 1887; 
kapitaal 3 millioen francs. Den 7^*° November van dat 
jaar werd er de termijnhandel in koffie geopend. 

Geprikkeld door den spoedig ontzaglijk toenemenden 
omvang der werkzaamheden van de Havreser instelling, 
stichtte men te Hamburg de „Waaren-Liquidations-Casse" 
met een kapitaal van 3 millioen Mark, welker „Regulativ 
,,für Gaffee-Termin-Geschafte" den 11 ^«° Juni 1887 inwerking 
werd gebracht in overleg met den ,,Verein der am Kaffee- 
„handel betheiligten Firmen" (welks statuten de dagteekening 
van 24 Maart 1886 dragen). Met den aanvang van 1888 
heeft deze Kas hare werkzaamheden uitgestrekt tot suiker 
(Rübenrohzucker). 

Te Londen, waar voor de liquidatiën ter effektenmarkt 
reeds het „Stock Exchange Clearing House" (2) gevestigd 
was, nam eene combinatie van groote bankiers het initiatief 
tot de oprichting van een „London Produce Clearing House*' 

(1) Terzelfder tijd werd te Parijs met gel\jk doel ook de «Caisse de 
garantie" opgericht. Deze is geene zelfstandige instelling, maar eene afdeeling 
van de «Banqae commerciale et industrielle", zoodat de zekerheid, welke zij 
aanbiedt, grootendeels van de operatiën dier financiëele instelling afhangt. Zie 
Olivibb Sbnn, aangehaald werk, blz. 111. 

(2) Wel te onderscheiden yan het • Bankers Clearing Honse,'' dat alleen ter 
yerrekening van wederzijdscbe ohëqaes dient. 



Digitized byVjOOQlC 



90 

met een kapitaal van £ 1 millioen, dat op 27 Februari 1888 
vele malen volteekend werd. Deze instelling heeft daarop 
„regulations for future delivery business" vastgesteld, en wel 
in Mei voor koffie, in Juli voor suiker, en in Mei 1889 voor 
thee, zich voorbehoudende later meerdere artikelen binnen 
haren werkkring te betrekken. 

Te Liverpool was reeds vroeger de termijnhandel in katoen 
gereglementeerd door de „Liverpool Cotton Association", 
met een „Clearing House" (zie de noot op blz. 38). 

Ook in Nederland heeft men het allerwege gegeven 
voorbeeld nagevolgd. In 1887 werden daartoe pogingen 
in het werk gesteld zoo in den graan- als in den koffie- 
handel. In eerstgenoemden zijn die pogingen tot het in het 
leven roepen van eene „Productenbeurs met Liquidatie-kas" 
te Rotterdam, niet geslaagd. Voor koffie echter hebben de 
ontwerpers hunne denkbeelden zien verwezenlijken, èn te 
Rotterdam, èn ook te Amsterdam, evenwel niet zonder 
tegenstand. 

De Amsterdamsche „Vereeniging voor den Koffiehandel" - 
op welker statuten de Koninklijke bewilliging werd verleend bij 
Besluit van 23 September 1887 n°. 23 - laat zich in het 
geheel niet met termijnhandel in. Zij maakte zich nuttig 
door het vaststellen van een reglement en conditiën voor 
in- en verkoop van koffie, en van een arbitrage-reglement. 
Een voorstel om ook voor de instelling van een termijn- 
handel werkzaam te zijn, werd verworpen. Toen benoemden 
de voorstanders uit hun midden eene Commissie met opdracht 
om toch aan het denkbeeld uitvoering te geven. Die Commissie 
nu stelde zich in betrekking met de inmiddels opgerichte 
„Vereeniging voor den Rotterdamschen Koffiehandel''. Dez.e 



Digitized byVjOOQlC 



91 

had reeds dadelijk den termijnhandel opgenomen in de 
omschrijving van haar doel, welke aldus luidt: „den handel 
„in koffie te bevorderen en al zoodanige maatregelen te 
„nemen en regelingen te treffen als in het belang van den 
„koffiehandel in het algemeen en den termijnhandel in koffie 
„in het bijzonder zullen blijken wenschelijk te zijn." Hare 
statuten werden goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 
17 Februari 1888 n«. 17. 

Na eenige gedachtenwisseling werden opgericht de naam- 
looze vennootschappen „Rotterdamsche Likwidatiekas" en 
„Amsterdamsche Liquidatiekas", waarvan de statuten zijn 
goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 2 April 1888 n°. 8 
resp. 5 April 1888 n**. 10. Eerstgenoemde heeft een kapitaal 
van 2 millioen gulden, waarvan de helft is uitgegeven ; op 
de uitgegeven aandeelen is 25°/o gestort. Te Amsterdam 
bedraagt het kapitaal 1 millioen; daarvan is f 300,000 
uitgegeven in volgestorte aandeelen. 

In de statuten, die nagenoeg gelijkluidend zijn, wordt het 
doel dezer vennootschappen omschreven als volgt: „om^ vol- 
„gens vast te stellen reglementen en tarieven, den geregelden 
„afloop of afwikkeling te bezorgen en te waarborgen van 
„termijnzaken in koopmansgoederen te Rotterdam en te 
„Amsterdam afgesloten." (1) Te Rotterdam is de Directie 
verplicht, by de behandeling der zaken zich te houden aan 
de conditiën voor den termijnhandel, zooals die in overleg 



(l) Aanvankeiyk beperkte zich elke der beide yennootschappen tot termijn- 
zaken binnen hare eigene stad afgesloten. Later werd overgegaan tot de 
wederzgdsobe uitbreiding van werkkring, zooals die in den tekst is aangegeven; 
dit maakte eene wijziging der statuten noodig, waarop de Koninklijke bewilli- 
ging is verleend bij Beslaiten van 21 Jali 1888 n^. 27 voor de Rotterdam- 
sche, en van 28 Jali 1888 n^. 27 voor de Amsterdamsche vennootschap. Sedert 
die wijziging nemen de beide Kassen elkaar over en weder als contractanten aan. 



Digitized byVjOOQlC 



92 

met Directie en Commissarissen zijn of zullen worden vastge- 
steld door als rechtspersoon erkende, te Rotterdam bestaande 
Vereenigingen voor den handel. Het verband met die Ver- 
eenigingen komt verder uit in de bepaling, dat de Kas zich 
enkel in betrekking stelt met kooplieden, die leden van 
Vereenigingen zijn. Te Amsterdam bestaan natuurlijk geene 
dergelijke bepalingen. 

De beide Liquidatie-kassen hebben voorloopig alleen voor 
koffie reglementen (1) gemaakt, op welker grondslag de 
termijnhandel in dat artikel geopend is te Amsterdam op 
1 Mei en te Rotterdam op 16 Mei 1888. 

In Augustus heeft de Rotterdamsche ook een speciaal 
reglement opgemaakt voor premie- of optie-contracten (optie- 
inkoop, optie-verkoop, en vrije keus) in dien termijnhandel. 

Dit voor zooveel betreft de Liquidatie-kassen. 

Thans nog een enkel woord over de Europeesche steden, 
waar zonder dergelijke insteUingen een termijnhandel in 
goederen bestaat. 

Over dien in tarwe, rogge, olie en oliezaden en katoen 
te Amsterdam, hebben wij reeds gehandeld op blz. 85 en 86. 
Wat Duitschland aangaat, komen in de eerste plaats de 
granen in aanmerking. Te Berlijn, te Keulen en te Stettin 
worden tarwe, rogge, spiritus („Sprit") en raapolie op termijn 
verhandeld, in eerstgenoemde plaats bovendien nog haver 
en mais. Verder bestaat te Maagdenburg een omvangrijke 
termijnhandel in suiker, voor welk artikel die stad eene der 



{)) Te Rotterdam 8 Mei, gewijzigd 26 Juli, 5 December 1888, 'il Februari 
1889; te Amsterdam 18 April, opnieuw vaBtgesteld 13 Augustus 1888, en daarna 
nog driemaal aangevuld. Deze herhaalde wijzigingen zullen welhaast eene 
nieuwe uitgave dier reglementen noodzakelijk maken. 



Digitized byVjOOQlC 



93 

hoofdmarkten is. Nu onlangs iè te Berlijn eene termijnmarkt 
opgericht voor wol en kamwol („Kamnizug", bewerkte wol, 
waarvan daarna garen gemaakt wordt), hoofdzakelijk om 
zich onafhankelijk te maken van die, welke te Antwerpen 
voor deze artikelen reeds bestond. 

Zeer bekend is de tijdhandel van de laatste jaren in 
koper en tin, welke beide metalen door Parijsche syndicaten 
op groote schaal werden ingekocht. Verder komt Loitden 
in aanmerking voor oHe en petrolemn, Glasgow voor ijzer, 
Marseille voor granen en olie, Bremen voor katoen. 



Digitized byVjOOQlC 



DERDE HOOFDSTUK. 

Beoordeeling yan den termqnliandel uit het 

oogpunt yan de staathuishoudkunde en in 

't bqzonder uit dat yan den handel. 



Zooals ik in de Inleiding reeds opmerkte, is er bijna geen 
onderwerp, waarover zóó groot verschil van meening 
bestaat, zoowel bij de betrokken handelaren zelve als bij 
de staathuishoudkundige schrijvers. 

Wat eerstgenoemden aangaat, zoo is aan het oordeel van 
sommigen hunner de al of niet gunstige afloop van eigen 
proefnemingen allicht niet geheel vreemd. Doch ook bij hen, 
die door zoodanige overwegingen zich niet in hun oordeel 
laten leiden, wordt zeer weinig overeenstenmiing aangetroffen. 

De voorstanders voeren aan, dat het verkeer, bij de 
aanhoudende versnellingen en verbeteringen die het in 
den laatsten tijd heeft ondergaan en nog ondergaat, zich 
niet meer laat denken zonder een termijnhandel; die de 
mogelijkheid verschaft voor de producenten om zich van 
te voren eenen afzet hunner voortbrengselen te verzekeren, 
en voor de consumenten om zich bij voorbaat van het 
noodige te voorzien, die voor allerlei operatiën een ruim 
veld opent, en alzoo den geheelen handel verlevendigt en 
hem meer aan zijne bestemming, de bemiddeling van den 
goederenomloop, doet beantwoorden. 



Digitized byVjOOQlC 



95 

Anderen stemmen toe, dat eene markt, waar de 
termijnhandel het operatie- veld verruimt, meer goederen- 
aanvoer en meer kooporders tot zich lokt, zoodat andere 
markten, waar hij niet bestaat, gevaar loopen van verdrongen 
te w^orden; daarom stappen zij heen over de bezwaren, 
schoon ze die zeer groot vinden, en nemen zij schoorvoetend 
den termijnhandel aan als een noodzakelijk kwaad. Evenzoo 
ziet men op elke markt, die een termijnliandel invoert, velen 
zich daartegen verzetten en aanvankelijk bij dat verzet vol- 
harden, maar als zij bemerken, dat zij de hun gegeven 
orders niet altijd gemakkelijk kunnen uitvoeren, terwijl hunne 
concurrenten aldoor gelegenheid hebben tot in- of verkoop 
op termijn, dan bekruipt hen de vrees van overvleugeld te 
worden, en ziet men hen langzamerhand aan de beweging 
deelnemen, sommigen hunner echter enkel voorzoover zij 
van anderen orders krijgen en nooit voor eigen rekening. 

Zeer velen eindelijk achten het genoemde voordeel al te duur 
gekocht voor den hoogst nadeeligen invloed, dien volgens hun 
gevoelen de termijnhandel uitoefent op den handel in 't algemeen. 

Immers terwijl iemand, die zich uitsluitend met werkelijk 
bestaande goederen ophoudt, kapitaal moet hebben om het 
gekochte te betalen en eenigen tijd te bewaren, terwijl hij 
verder moet zorgen voor het verkrijgen van eene vaste 
cliënteele aan welke hij de gekochte goederen kan afzetten, 
terwijl hij eindelijk behoort te zijn toegerust met eene 
degelijke kennis van het artikel waarin hij zich beweegt 
en zijn naam ook als zoodanig bekend moet slaan, terwijl 
hij alzoo na geregelde voorbereiding en met voortdurende 
inspanning , moet blijven arbeiden om eene dikmjls niet 
eens daaraan geëvenredigde winst te behalen, althans den 



DigitizedbyVjOOQlC . 



96 

kost te kunnen verdienen - ziet hij den termijnhandelaar, 
die op niets van dat alles kan bogen, plotseling aanzienlijke 
sommen verdienen. Deze toch verkoopt, maar levert het 
verkochte niet; hij koopt, maar zonder het gekochte te 
ontvangen; hij behoeft alleen maar zooveel kapitaal als 
noodig is om te voldoen aan zijne stortingsplichten, zoo- 
lang hij eene zijner operatiën niet door eene tegenover- 
gestelde heeft gedekt; hij krijgt welUcht nimmer een 
werkelijk stuk goed in zijne handen, en heeft er misschien 
zelfs nooit een gezien; hij heeft enkel maar de berichten, 
-4ie hem eiken dag van alle kanten der wereld toe- 
stroomen, te lezen en met elkaar in verband te brengen, 
daaruit zijne berekening te maken omtrent den ver- 
moedelijken loop des artikels, en dienovereenkomstig de 
noodige koopen of verkoopen te eflfectueeren, om, als de 
zaken den door hem verwachten loop nemen, wederom te 
verkoopen resp. in te koopen, en een dikwijls belangrijk 
prijsverschil als winst in den zak te steken. Juist in de 
onbeperkte vermeerdering, die vraag en aanbod door de 
operatiën der termijnhandelaars kunnen ondergaan, schuilt 
het groote gevaar voor den werkelijken handel. Want 
indien b. v. degenen, die op eene toekomstige daling ge- 
opereerd hebben, bemerken dat de prijs juist in de hoogte 
gaat, dan trachten zij hem alsnog in de laagte te drijven 
door onophoudelijk groote hoeveelheden in blanco te ver- 
koopen, waarbij zij volstrekt niet binnen de perken van den 
aanwezigen voorraad behoeven te blijven, daar het immers 
slechts papieren goederen geldt. Zoo wordt de prijs in 
eene tegennatuurlijke richting gedreven tot niet gering 
nadeel van de houders, die de waarde hunper goederen 



Digitized byVjOOQlC 



97 

zien verminderen op een oogenblik, waarop zij volgens 
hunne gegronde verwachting juist moest toenemen. Wel 
zal die rijzing ten slotte intreden, als de bovengenoemde 
drijvers het oogenblik gekomen achten om hunne blanco- 
verkoopen te gaan dekken door tegen den nu verlaagden 
prfls inkoopen te bewerkstelligen, - maar intusschen kan 
reeds groote schade zijn geleden. In elk geval was deze 
schommeling van den prijs geenszins noodzakelijk^ maar 
integendeel volmaakt willekeurig. Men is van niets meer 
zeker; de prijs hangt niet meer af van natuurlijke vraag 
en aanbod, maar van de houding, die de termijnhandelaars 
gelieven aan te nemen. Die onzekerheid is een nadeel 
voor de producenten en voor de houders van voorraden, 
en voor de consumenten evenzeer, en zulks enkel ten voor- 
deele van de drijvers van den termijnhandel, of liever van 
diegene hunner die tijdelijk de machtigste zijn, terwijl hunne 
tegenstanders meedoogenloos worden afgemaakt. Door deze 
onzekerheid wordt de termijnhandel tot een hazardspel, 
waaraan ook lieden, die met den handel niets te maken 
hebben en hoegenaamd geene kennis er van bezitten, 
kunnen deelnemen, hetgeen hun buitendien op alle mogelijke 
wijzen gemakkelijk wordt gemaakt. Er zijn toch tal van 
termijnhandelaars, die ten einde meer provisie te verdienen, 
allerlei menschen, die geheel buiten den handel staan, overhalen 
om ook eens hun geluk te beproeven, dikwijls door hun 
de zaak op eenzijdige wijze voor te stellen en zelfs door de 
betaling der verplichte depots voor hen op zich te nemen. 
Zoo wordt op groote schaal de speelzucht aangewakkerd en 
geëxploiteerd: wie verliest, wil herwinnen; wie gewonnen 
heeft, haakt naar meer; maar vroeg of laat krijgt ieder op 

7 



Digitized byVjOOQlC 



98 

zijne beurt de keerzijde der medaille te zien, en bemerken 
de lichtzinnige spelers, dat er in den termijnhandel wel 
gemakkelijk veel verdiend, maar even gemakkelijk evenveel 
verloren kan worden. Geene productieve kracht gaat van 
dezen windhandel uit: alleenlijk wordt er geld verplaatst 
van den een naar den ander, echter met deze beperking, 
dat een deel er van wordt opgestoken door de tusschen- 
personen, van wier bemiddeling de spelers moeten gebruik 
maken. En gelijk bij het kaartspel eene kleine winst dikwijls 
geheel heengaat aan hetgeen voor kaartengeld is verschul- 
digd , zoo komt hier de operatie niet zelden ook den winner 
op een verlies te staan, en hebben beide partijen tezamen 
gespeeld uitsluitend ten voordeele van de tusschenpersonen , 
die hen er toe verlokt hebben. 

Bij dit spel worden bovendien allerlei kwade praktijken 
ingevoerd. Zoo het uitstrooien van leugenachtige geruchten 
om de maitt in eene zekere richting te drijven. Zoo het 
heimelijk op touw zetten van allerlei machinatiën, bestemd 
om de argelooze spelers in de val te lokken. Velen ziet 
men in dezen windhandel alles verliezen, zich en de hunnen 
in armoede en ellende dompelen, zich tot eiken productieven 
arbeid ongeschikt maken; en van hen, die bij het spel 
gelukkiger zijn, geldt maar al te dikwijls het „zoo gewonnen, 
„zoo geronnen". Middelerwijl worden tal van krachten aan 
de productie onttrokken, en is er voor wezenlijk nuttige 
ondernemingen vaak geen geld te krijgen. 

Kortom, volgens de zooeven geschetste meening (1) brengt 



(1) Zij wordt o. a. met kracht verdedigd door een koopman te H&yre, 
Lacerda, in eene brochare «La crise ëconomique dae aax affaires h, terme" 
(Havre 1886). 



Digitized byVjOOQlC 



99 

de termijnhandel niets dan onheil aan de maatschappij, en 
hoe grooter de omzet in papieren goederen, des te meer 
wordt de handel in werkelijk bestaande goederen bedorven. 
Wie zoo denken, onthouden zich van alle deelneming, en, 
als zij dientengevolge de concurrentie niet kunnen volhouden, 
dan doen zij hunne zaken aan kant, liever dan ook maar 
één enkel contract op termijn af te sluiten. 

Dit wat betreft de meeningen, die men in den handel 
hoort verkondigen. 

En nu de schrijvers? Velen hunner zijn het gevoelen toe- 
gedaan, dat men, door het bestaan der gelegenheid om op 
verwijderde termijnen te kunnen koopen en verkoopen, 
meer onafhankelijk wordt van den toestand op eene be- 
paalde plaats en een bepaald oogenblik, - dat de thans 
mogelijk geworden uitbreiding van vraag en aanbod krachtig 
bijdraagt om de prijzen van een artikel op verschillende 
plaatsen en tijden zooveel mogeUjk gelijk te doen worden, 
en dat alzoo de handel met en door de termijnen beter in 
staat is om aan zijne roeping te beantwoorden en zijne 
economische rol naar behooren te vervullen. 

Zoo wordt het optreden van de groote hoeveelheid lieden, 
die op termijnen koopen en verkoopen, door Mighaëlis (1) 
genoemd „ein Kampf der Urtheile durch welche die Einsicht 
„gelautert und der wahre Preis gefunden werden soll." Zoowel 



(1^ o. MiCHAËLIS »die wirthschaftliche Rolle des Specalationshandela" 
in zijne jrVolkswirthscbaftliche Schriften" deel 2, blz. 3 e. v., ook in de 
tVierteljahrschrift fUr Volkswirthschaft uod Culturgeschichte", deel 2-4, 
(1864-65.) 

Garnier «de la nature des ope'rations de bourse et de Tagiotage", Journal 
des Eoonomistes, deel 42 (1864) blz. 878. 

Peze beide schrijyers worden geciteerd door COHN blz. 392, 393. 



Digitized byVjOOQlC 



100 

hij als o. a. Garnier beweren, dat er van spel hier geene 
sprake is, en dat wie goed den handel en de prijs wetten 
kent en op alle teekenen let, winnen moet, terwijl hij, die 
verkeerde gevolgtrekkingen gemaakt heeft, met verlies gestraft 
wordt. 

Daartegenover staat de meening van vele anderen, dat 
geenszins de juistheid der berekeningen over den uitslag der 
operatiën beslist, maar hetzij het blinde toeval hetzij geweten- 
looze manoeuvres. Zoo schildert Jeannotte Bozérian (1) den 
gewonen toestand der Parijsche eflfektenbeurs met deze woor- 
den: „Aujourd' hui panique des porteurs de titres et triomphe 
„des vendeurs a découvert; demain, halte forcéedans les opéra- 
„tions a la baisse; retour des achats a découvert, manoeuvres 
„des vendeurs de primes se couvrant par des achats fermes, 
„OU des acheteurs enlevant les cours au moyen d'escomptes 
„inattendus, et victoire des spéculateurs a la hausse." Zoo 
wordt door Goffdwères de geheele termijnhandel afgemaakt 
met deze getuigenis: „reprouvé par la saine morale, loin 
„d'être utile, il est contraire a Tintérêt et au crédit public." 

Even kort en krachtig luidt ten onzent het oordeel van 
den Heer Zeverijn: „dat noemt men nu handel op termijn, 
„maar tot de eenvoudigste verhoudingen teruggebracht, komt 
„het daarop neer dat er een weddenschap is aangegaan." (2) 

Nog van eene andere zijde gaan er stemmen op, die den 
termijnhandel afkeuren. Zoo de bekende Proudhon, die 
waar hij zijne grieven opsomt tegen de verhoudingen, die 
de in beginsel door hem goedgekeurde speculatie langzamer- 



(1) In zijn werk «La Boarse,'* 1858; zie Wiersma blz. 1.28. 

(2) S. 6. ZbvbbIJN «De Termijiihandel in koffie," in «de Economist'' 
1888, blz. 167. 



Digitized byVjOOQlC 



101 

hand heeft aangenomen, zich uitlaat zooals hieronder volgt. (1) 
Even sterk zijn, ten aanzien van de richting van den 
handel in onzen tijd, de uitlatingen van den grondvester der 
Duitsche arbeiderspartij, Ferdinand Lassalle, in zijn strijd- 
schrift „Herr Bastiat-Schultze von Delitzsch, der ökonomische 
„Julian, oder Capital und Arbeit (1864)/' (2) 



(1) Pboudhon, (aangehaald werk) bis. 19 zegt: f A oette henre la spëca- 
•lation (in effekten op termijn) n'est plas nn jeu oü chaoun a Ie droit de 
«faire tout oe qne la loi ne déiend pas, et de corriger, antant que Ie permet 
fla prodence, les caprices dn hasard. C'est nne rëunion de tous les dëlits et 
«crimes commerciaaz.'* Nader op blz. 3: «Sous Tapparence de transactions 
irëgnliëres et libres, de rëalisations facoltatives, d'exercice lëgitime de la 
«propriëté, sévissent, sans nnl empêchement, Ie charlatanisme, la corrnption, 
^rinfidélitë, Ie chantage, Tescroquerie, la conoassion, Ie vol." Bij de verdere 
behandeling van het onderwerp licht hij deze stelling toe, waarna h\) aan het 
einde van het eerste deel (blz. 148) zijne slotsom neerlegt in deze woorden: 
*I1 fant que cette situation ait une issne; et il n'y en a que deux possibles: 
fou Ie triomphe dn système, c^est è.-dire rexpropriaiion en grand du pays, la 
fconcentration des capitauz, dn travail sous toutes ses formes, Talienation de 
*la personnalitë, du libre arbitre des citoyens au profit d'une poigne'e de 
f croupiers insatiables ; - ou la liquidation." En wat de schrijver onder dit 
laatste verstaat, blijkt al spoedig: fSi les 80 milliards d'operations qui se 
ifont annuellement k la Bourse, n'ajoutent pas un centime k Taotif social, 
trexecutlon en masse de cette population parasite ne crëera pas non plus un 
f centime de deficit. QuMIs partent! .... La liquidation, ce sera Ie retour k 
ffVordre, une nuit du 4 aoüt. Gloire au travail, pais h ceux qui produisent, 
«nnion et force entre tous ceux qui ëchaugent: voilk la liquidation. Qiie si la 
«caste crie encore a la spoliation, au martyre, du moins on ne dira plus que 
«c'est Ie Juste qui est sacrifië pour Ie salut du Peuple!" 

(2) Daarin lezen w^j op blz. 31: 

f Die ganze Geschiohte der europ&ischen Industrie in diesem Jahrhuudert ist 
«nichts als eine fortlaufende Abwechslung von «ausschweifenden Speculationen,'' 
«einer aus ffUnkenntniss der Thatsachen'' entspringenden fieberhaften Ueber- 
f spannung des Kredits und hierauf gegrUndeten zUgellössen Ueberproduktion und 
thierauf folgenden Krisen, Sinkender IVaarenpreise weit unter ihre Produktions 
ffkosten, Arbeits-Verminderung, Arbeits-stockung und oft mehr oder weiniger 
«anhaltende Arbeitseinstellung." 

«Der Rücken der Arbeiter ist also der selbstlose grUne Tisch, auf welchem 
"die (Jnternehmer und Spekulanten das Glücksspiel spielen, zu welchem die 
«heutige Produktion geworden ist. Der BUcken der Arbeiter ist der grüne 
«Tisch, auf welchem sie die Goldhaufen einkassiren, welche ihnen der gunstige 
«Coup der Roulette ziiwirft, und auf welchen schlagend sie sich fUr den 
/rungbnstigen Wurf mit der Hoffnung besserer Chance fUr nftchstens vertrösten.*' 



Digitized byVjOOQlC 



102 

Voorbeelden genoeg om te doen zien, hoe zoowel onder 
de mannen der theorie als onder die der praktijk een zeer 
groot verschil van meening aangaande ons onderwerp valt 
waar te nemen: volstrekte goedkem-ing aan de ééne, onvoor- 
waardelijke veroordeeling aan de andere zijde. 

Gelijk bij zoovele zaken, ligt m. i. ook hier de waarheid 
in het midden. Èn zij, die, enkel lettende op de wezenlijke 
voordeelen die de termijnhandel bestemd is te verschaffen, 
blind zijn voor de grove misbruiken waartoe hij zich zoo 
gemakkelijk leent, èn zij, die, alleenlijk op die misbruiken 
het oog gevestigd houdend, de goede gevolgen voorbijzien - 
beiden maken zich aan de fout van eenzijdigheid schuldig. 
Qui bene distinguit^ bens docet; hield men dit ware woord 
meer in het oog, er zou zeker met minder heftigheid vóór 
en tegen den termijnhandel gesproken, geschreven, gepleit, 
gepetitionneerd zijn geworden. Trachten wij dan eene 
behoorlijke onderscheiding te maken, en vormen wij ons 
eerst een denkbeeld van de rol, die de termijnhandel in de 
hedendaagsche maatschappij komt vervullen, om ons daarna 
af te vragen, in hoeverre het doel, dat er mede moet 
verwezenlijkt worden, nu ook tot zijn recht komt. 



«Der Arbeiter ist es, welcher mit Lohn-Verminderung, mit Aufopferung 
/rmUhseliger Ersparnisse, mit silDzlicber Arbeiis- uod somit Existenzlosigkeit 
«die nothwendigen Misserfolge in jenem Spiel der Arbeitsherren nnd Spekulanten 
«bezahlt, deren falsche Spekulationen und Berechnuugen er nicht bcrvorgebracbt 
•bat, deren Gier er nicbt verscbaldet, und deren Glückserfolge er nicht theilt.'" 

En het is mede op dit een en ander, dat LA8SALLE zich grondt bij zijnen 
aanval op onze maatscbappelüke ordening, waar «das Eigenthum Fremdthum 
"geworden ist" (blz. 209) (X) en waar «auf ökonomischem Gebiet hentzutage 
«jeder verantwortlich ist fUr das was er nicht gethan bat." (blz. 22). 

(l) Men vergelijke hiermede Proudhon'S fflapropriétëc'estle vol." 



Digitized byVjOOQlC 



108 

Beginnen wij met kortelijk de beteekenis na te gaan, die 
aan den handel in het algemeen moet worden toegekend* 
Daartoe moeten wij een eind weegs terug gaan. Er zal 
wel een tijdperk geweest zijn, waarin ieder mensch in staat 
was om zelf te voorzien in zijne nog weinig talrijke behoeften. 
Lang kan dit evenwel niet geduurd hebben. Zoodra de 
menschen meerdere behoeften kregen, ontstond van zelve 
voor hen de noodzakelijkheid om zich, waar de bevrediging 
daarvan boven ieders krachten ging, met elkander in be- 
trekking te stellen. Immers gezamenlijk zijn zij bij machte 
om zeer veel tot stand te brengen, en wel vooreerst 
door arbeidsverbinding met deeling der opbrengst, en ten 
tweede door arbeidsverdeeling met ruil. Hoe grooter de 
ontwikkeling der maatschappij werd, des te meer nam 
vooral het tweede dier beide middelen in beteekenis toe, 
en op ons tegenwoordig standpunt zijn er eigenlijk zeer 
weinig personen, die iets voortbrengen waarmee zij hunne 
eigene behoeften bevredigen. Ieder heeft tal van zaken 
noodig, die door anderen geproduceerd worden, en hij 
verschaft zich die door ruiling tegen hetgeen hij zelf 
voortbrengt. In het daaruit voortspruitend onderling ver- 
keer geschiedde aanvankelijk de overgave van de ééne zaak 
tegen rechtstreeksche overgave van de andere, maar al 
spoedig begon men zich van geld als een algemeen ruilmiddel 
te bedienen, en later is, door het meer en meer gebruik 
maken van crediet, het verkeer in steeds toenemende mate 
ontwikkeld, terwijl er ook thans nog geen oogenblik stilstand 
in dien gestadigen vooruitgang valt waar te nemen. 

Naarmate de menschen zich over de aarde begonnen te 
verspreiden, en naarmate zij zaken leerden kennen, die 



Digitized byVjOOQlC 



/ 



104 

enkel op verwijderde plaatsen konden worden voortgebracht, 
werd het voor elk hunner onmogelijk, zelf zijne producten 
te ruilen tegen hetgeen hij het meest behoefde. Ook op 
dit stuk werd de arbeidsverdeeling in praktijk gebracht. Er 
vormde zich eene klasse van personen, die hun beroep 
gingen maken van de bemiddeling van den goederenomloop, 
anders gezegd van den handel. Zij nemen de goederen van 
de producenten over en bezorgen ze aan degenen, die ze 
voor hun verbruik noodig hebben, terwijl zij de door die 
laatste personen geproduceerde goederen daarvoor in ruil 
nemen en weder aan anderen toevoeren. De diensten, die 
zij op deze wijze aan de maatschappij bewijzen, moeten 
natuurlijk beloond worden; daartoe zullen allen, die van 
deze diensten gebruik maken, het hunne moeten bijdragen, 
en zij zullen dat gaarne doen, omdat de handelaars hen 
ontheffen van de noodzakelijkheid om zelf den afzet hunner 
producten en het opzoeken hunner benoodigdheden ter 
hand te nemen. 

Het meest wenschelijke is nu, dat alle zaken geproduceerd 
worden op die plaatsen, waar dat met de minste moeite 
kan gedaan worden, en dat ze worden vervoerd naar die 
andere plaatsen, waar ze het meest noodig zijn. Het is 
echter niet wel mogelijk, daarvoor eene tabel vast te stellen, 
vooreerst omdat men niet alles kan weten, en ten tweede 
omdat ieder koopman^ voor zichzelf handelt en men hem 
geene wetten kan stellen. Litussch^ zal de handel uit 
eigenbelang van zelf werken in de bovengenoemde richting. 
De weg wordt hem gewezen door de prijzen, die voor verschil- 
lende goederen op verschillende plaatsen gevraagd en geboden 
worden. Zijn eigenbelang toch schrijft hem voor, daar te 



Digitized byVjOOQlC 



105 

koopen, waar hij het laagst terecht kan, om wederom te 
verkoopen op die plaats, waar men hem het hoogste biedt. 
Mocht de een of andere koopman dien aangewezen weg niet 
volgen, zoo zijn er concurrenten genoeg, die het in zijne 
plaats zullen doen, zoodat hij zich mede in de aangegeven 
richting moet gaan bewegen, als hij tenminste niet zijne 
verdiensten verliezen wil. En zoo zal het eigenbelang de 
kooplieden drijven om elk van zijn bijzonder standpunt 
datgene te doen, wat van het algemeen maatschappelijk 
standpunt het meest wenschelijk is. Wel is waar wordt 
dit ideaal evenmin als eenig ander ten volle bereikt (1), 
maar men komt er toch vr^j nabij, en dit wel te meer 
naarmate de verbetering der verkeersmiddelen het mogelijk 
maakt ) om de behoeften ook van verwijderde landstreken 
ten spoedigste te vernemen en voor de bevrediging er van 
zorg te dragen. 

Tot de aldus omschreven taak van den handel behoort 
ook het op de doelmatigste wijze verdeelen van de geheele 
wereldproductie ten opzichte van tijd en plaats; er moet 
gezorgd worden, dat een artikel niet op het ééne oogenblik 
overvloedig, op het andere bijkans niet te krijgen is, en dat 
er niet op de ééne plaats een veel te groote voorraad aan- 
wezig is, terwijl het op de andere plaats nagenoeg geheel 



(1) Dat het niet geheel bereikt wordt, w^ten vele communistische schrijvers 
aan het bestaande «kapitalistische voortbrengings-systeem", waardoor thans 
volgens hen ontzaglijk veel arbeid verspild wordt, die pas tot zijn recht zal 
komen, als hunne denkbeelden worden aangenomen en alle productie door en 
van wege den op communistische wijze ingerichten Staat zal plaats hebben. 
Hoe die Staat dan echter te weten zal komen, waar elke zaak het gemakkelijkst 
kan worden voortgebracht en waar ze het meest noodig is - hetgeen de tegen- 
woordige ondernemers uit den door vraag en aanbod bepaalden stand der prijzen 
althans met yrlj grooto zekerheid kannen opmaken - dat wordt door hon niet 
voldoende aangetoond. 



Digitized byVjOOQlC 



106 

ontbreekt. Dit gedeelte van de taak des handels wordt 
aangeduid met de termen arbitrage (1) en speculatie.(2) 
Ook hier is het weer het eigenbelang, dat den handel drijft 
in de voor de vervulling dier taak het meest passende 
richting. Immers zoodra eenig artikel aan de markt te A 
betrekkelijk hooger genoteerd staat dan aan die te B, 
bestaat er voor een koopman belang om in dat artikel tusschen 
die beide plaatsen te arbitreeren, d. w. z. het te B in te 
koopen en te A te verkoopen, waarbij hij dan zooveel winst 
heeft als het prijsverschil na aftrek van kosten bedraagt; 
door deze operatiën doet hij den prijs te B rijzen en te A dalen, 
en daar deze operatiën zoolang worden voortgezet totdat 
zij geene winst meer zouden opleveren, zoo naderen de 
prijzen van beide plaatsen elkander zoo dicht als mogelijk 
is. Dus wordt door deze operatiën voor de maatschappij 
het voordeel verkregen, dat de bewoners van verschillende 
plaatsen het betrokken artikel kunnen krijgen tot prijzen die, 
afgezien van de naar elks afstand van het productieland ver- 
schillende vervoerkosten, ten naaste bij aan elkaar gelijk zijn. 
Evenzoo kan men op éénzelfde plaats arbitreeren tusschen 
verschillende qualiteiten van eenig artikel, of tusschen 
meerdere artikelen die tot éénzelfde doel kunnen gebezigd 

(1) LbxiS geeft in zijn aangehaald werk (blz. 704) de volgende definitie: 

ff Der eigentliche Arhüragehandel besteht in dem Kauf und Verkauf an ver- 
ffschiedenen Börsen zu dem Zwecke, Gewinn ans den auftretenden Cnrsver- 
ffscliiedenbeiten desselben Objectes zu ziehen, wodurch dann zugleich eine 
«Ansgleichnng dieser Verschiedenheiten erfolgt.'^ 

(2) Lexis zegt daaromtrent: 

ff Speculation ist die BemUbung, die PreisverhAltniBse der nahereu Zaknnft 
f BchfLtziingsweise vorauBzasehen und nach diesen Vermuthungen die Gegenwait 
»zu benutzen (blz. 694). Die objective Aufgabe derselben besteht darin, 
«mitteUt einer Wahrscheinlichkeits-schatzung der kün/tigen MarktverhaltnisBe 
idie Waarenzufuhr möglichst zweckmasBig der Zeü nach zu vertheilen and zu 
.Iciten" (blz. 727). 



Digitized by VjOOQiC 



107 

worden. De prijzen dier goederen hebben, alle overige 
dingen gelijk zijnde, de strekking om evenredig te zijn aan 
hunne betrekkelijke nuttigheid. (1) In geval nu de feitelijke 
toestand niet daarmee in overeenstemming mocht wezen, 
en b. V. een artikel in verhouding tot een ander dat even- 
veel nut oplevert, te hoog in prgs is, dan wordt het 
voordeelig, om op dien prysstand het te laag staande 
artikel te koopen en het andere te verkoopen, zoolang tot- 
dat het verschil verdwenen is. Hoe dit gedaan wordt, 
komt het duidelijkst uit bij de eflfekten, die slechts zeer 
geringe kosten van bewaring met zich brengen en gemak- 
kelijk zijn te verhandelen; waar nu soliditeit, aflossingskans 
en alle andere omstandigheden gelijk zijn, moeten de prijzen 
der efifekten zich verhouden als de rentebedragen die elk 
hunner oplevert. Zoo b. v. de 2^ en de 3°/o N. W. S., 
die natuurlijk beide even solide zijn en in wier toestand 
ook overigens geen verschil bestaat; hunne prijzen moeten 
zich dus verhouden als 2^ tot 3, en zoo vindt men dan 
ook, als de 2i®/o ongeveer 75°/o genoteerd staan, voor de 
3® /o een koers van ongeveer 90°/o in de prijscourant. Mochten 
laatstgenoemde al eens een koers van b. v. 95°/o bereiken, 
zoo zou dit niet lang kunnen duren, want tal van houders 
zouden gaan verkoopen, en 2i®/o in de plaats nemen, omdat 
daarvan op de bestaande prijzen meer rente zou zijn te maken*. 
Die ruilingen zouden voortgaan, totdat de koers van de 
3 ®/o zooveel gedaald, en die van de 2^ °/o zooveel gestegen 
zou zyn, dat het evenwicht ware hersteld. Zoo is de 
arbitrage werkzaam om de natuurlijke gezonde prijsver- 
houding te herstellen overal, waar die door de eene of 



(1) Zie Mr. N. G. PiBBSON, ^Leerboek der Staathuiflhoudknnde." I, bl. 317. 



Digitized byVjOOQlC 



108 

3re buitengewone omstandigheid mocht zijn gestoord, 
Ie goederen even goed als bij de efifekten. 
it gelijkmaken, dat wij zooeven zagen plaats hebben 
chen de prijzen van verschillende gelijksoortige goederen 
op verschillende markten, geschiedt ook tusschen de 
;en op verschillende tijden. Deze werkzaamheid wordt 
r Lexis (1) - wiens omschrijving m.i. de meest juiste is - 
mdere gezaghebbende schrijvers „speculatie'' genoemd. (2) 
r de prijs der toekomst wel vrij nauwkeurig benaderd 
r nooit met zekerheid gekend kan worden, terwijl bij 
arbitrage beide de betrokken prijzen bekend zijn, zoo 
e speculatie altijd eene meer gewaagde zaak. Zij komt 
rnamelijk te pas bij die artikelen , welker prijzen zich 
r groote gevoeligheid kenmerken. Dit vereischte wordt 
zuiverst aangetrofifen bij de efifekten. Van de goede- 

komt hun in dit opzicht het graan het meest nabij, 
lers de onontbeerlijkheid van het graan is quantitatief 
• boven en naar beneden zeer eng begrensd (3), d. w. z. 
) zekere hoeveelheid graan is onontbeerlijk, en met 
ier kan men niet toe, maar heel veel meer kan men 

weer niet gebruiken. Stel b. v. dat een land ten minste 
lillioen Hectoliter graan voor zijn verbruik noodig heeft, 

Lexis aangehaald werk blz. 694|: 
ie Speculation bildet also gewissermasBen eine Arbitrage in der Zeit : wie 
der gewöhnlichen Arbitrage erwogen wird, welcher Ort unter mehreren 
den Kauf und welcher fUr den Verkauf am geeignetsten sei, bo hat sich 
Speculation zu entscheiden. ob sie in der Gegenwart kaufen und in der 
anft verkauf en, oder in der Gegenwart verkauf en boII, um in der Znkunft 
'er zurückzukanfen." 

Ten opzichte- van de beteekenis van het woord tspecnlatie'' bestaat 
geuB groot verschil van gevoelen, indien al niet verwarring van denk- 
en. Dit blijkt o.a. uit de door WlEBSMA blz. 19 aangehaalde voorbeelden. 

Zie GOHN in zijn aangehaald artikel, blz. 382. 



Digitized byVjOOQlC 



109 

en ten hoogste 10 millioen zou kunnen verbruiken; is er 
nu een oogst van 8 millioen, en daarna een van 11, dan 
ontstaat in het eerste jaar bepaald broodsgebrek, terwijl in 
het tweede een zóó groote overvloed aanwezig is, dat men 
er geen weg mee weet (het graan is soms als veevoeder, ja 
zelfs wel als brandstof gebezigd). Van den anderen kant is 
de productie van graan in hooge mate afhankelijk van de 
natuur; naarmate deze al of niet meewerkt, is zij in het 
eene jaar groot, in het andere klein, en de mensch moet 
dat nemen zooals het is. Productie en consumtie kunnen 
zich hier niet, als bij andere goederen, naar elkander voegen. 
Vandaar dat groote prijsslingeringen bij dit artikel van 
oudsher eene zeer gewone zaak geweest zijn. Eene zoodanige 
onzekerheid in den prijs van een hoofdbestanddeel voor 
's menschen voeding kan niet anders dan zeer nadeelige 
gevolgen na zich sleepen: een aanhoudende middenprijs is 
voor elke huishouding, en voor de volkshuishouding in het 
algemeen, het meest wenschelijk. 

De zorg nu voor dat zooveel mogelijk behouden van een 
middenprijs, deze is de taak, die op den speculatie-handel 
rust. Hij heeft te zorgen, dat elke productie ten doel- 
matigste worde verdeeld over den tijd, gedurende welken 
zij in de behoeften der consumtie moet voorzien; is de 
loopende oogst klein, maar zal de volgende zeer groot en 
vroegtijdig wezen, dan kan met den bestaanden voorraad 
iets ruimer worden geleefd, en in het omgekeerde geval moet 
uit een grooten oogst het noodige voor een volgend jaar wor- 
den^bewaard. Zoo wordt natuurlijk niet elke prijsverandering 
vermeden, ja zelfs kan de prijs nog zeer sterk slingeren, 
maar tegen onmatige- rijzingen en dalingen, die met het 



Digitized byVjOOQlC 



110 

oog op de toekomst ongemotiveerd en in Kare gevolgen 
hoogst nadeelig zijn, kan gewaakt worden. 

Ook hier weer is het hun eigenbelang, dat den speculanten 
den weg aanwijst ter vervulling van deze hunne taak. Zij 
berekenen den loop van zaken in de toekomst, en zij koopen, 
wanneer de prijs huns inziens op zijn laagste standpunt is, 
terwijl zij verkoopen, zoodra z\j meenen dat hij zijn hoogste 
heeft bereikt. Daardoor drijven zij den prijs van zijn laagste 
standpunt naar boven, en van zijn hoogste naar beneden, 
en, terwijl zij aldus tegen elke overdrijving waken, ver- 
schaffen zij aan producenten en consumenten het voordeel 
van een prijs, die zoo weinig verandert als in de gegeven 
omstandigheden mogelijk is. Niet dat zij zich hiervan bewust 
zijn; integendeel, de groote meerderheid hunner beschouwt 
de zaak louter uit het oogpunt van eigenbelang, en ieder 
is er op uit , zooveel mogelijk winst te maken voor zich 
zelven. Van degenen, die uit een overvloedigen oogst een 
zekeren voorraad bewaren voor een volgend jaar van mis- 
gewas dat zij voorzien, van dezen zullen er wel niet velen 
zijn, die dit doen uit louter menschlievendheid en uitsluitend 
bedacht zijn op het behoeden van hunne medeburgers voor 
hongersnood in den tijd van gebrek. Neen, bij de meesten 
van hen zal wel de gedachte op den voorgrond staan, dat 
het voor hen zeer voordeelig zijn kan, in de jaren van 
overvloed voorraden te verzamelen, waarvoor in de jaren 
van schaarschte eene veel hoogere prijs zal te maken zijn. 
Maar al is hunne handelwijze dan niet belangeloos, in 
hare gevolgen is ze daarom toch niet minder heilrijk; 
immers ze komt hierop neer , dat zij in de vette jaren een deel 
van den oogst aan de markt onttrekken, waardoor zij eene al te 



Digitized by VjOOQiC 



111 

groote daling van den prijs beletten, en dat zij later dien voor- 
raad toevoegen aan de kleine oogsten der magere jaren, waar- 
door dan de prijs niet tot het uiterste behoeft te stijgen. 
Zoo wordt gezorgd, dat de producenten niet eerst gebukt 
behoeven te gaan onder een gebrek aan verdiensten, 
waarvoor latere prijsstijging hen meestal niet ten volle zou 
kunnen schadeloos stellen, en anderzijds dat de consumenten 
niet eerst door al te lage prijzen verwend en evenmin later 
door al te hooge prijzen getroffen worden. En zoo oefent 
de speculatie een algemeen nivelleerenden invloed op de 
prijzen, die ten goede komt aan tal van huishoudingen, 
welker budget op bepaalde prijzen voor de verschillende 
artikelen is ingericht, en door al te groote afwijkingen 
daarvan in verwarring zou worden gebracht. 

Eene gelijke, prijsverschillen nivelleerende werking heeft 
de speculatie ook bij andere artikelen dan het graan, en 
wel het meest bij die, welke producten van den grond, en 
naar gelang van weersgesteldheid en andere natuurlijke 
invloeden, nu eens overvloedig, dan weder schaarsch zijn, 
zoo bij olie, koffie, suiker, enz. 

Gelijkmaking dus van verschillen, hetzij die bestaan 
tusschen de prijzen van meerdere artikelen op eenzelfden 
tijd en plaats, hetzij ze voorkomen tusschen de prijzen van 
één artikel op verschillende tijden en op verschillende 
plaatsen - dat is de bestemming, die arbitrage en speculatie 
in den handel hebben te vervullen. Al zijn degenen, die 
deze bedrijven uitoefenen, zich dikwijls van die bestemming 
niet bewust, daar ze enkel op hun eigen voordeel acht 
geven, niettemin vervullen ze hunne rol in het groote 
raderwerk van het verkeer; hoe grooter de prijsverschillen 



Digitized byVjOOQlC 



112 

zijn, des te meer zullen zij tot eigen voordeel opereeren, 
en des te meer zullen zij tevens bgdragen tot het algemeen 
maatschappelijk voordeel door het gelijkmaken van die 
prijsverschillen. Bij de groote ingewikkeldheid, die het 
verkeer langzamerhand heeft gekregen, en bij de gewoonte 
der menschen om zich bij het beschouwen daarvan te 
plaatsen op het standpunt van hun eigen persoon, is het 
dikw\jls moeielijk te ontdekken, welke taak ieder deelnemer 
in het verkeer bezig is ten uitvoer te brengen, en bij ons 
onderwerp is het bijzonder lastig wegens de vele andere 
invloeden die zich daarin mengen. Echter zal men, in den 
grond der zaak doordringend, bevinden, dat ieder^ die zich 
met de beschreven operatiën bezig houdt, zij het dan op 
nog zoo kleine schaal, deelneemt aan die gelijkmaking van 
oneffenheden in de prgzen, welke een zoo groot maat- 
schappelijk nut oplevert en volgens velen het einddoel van 
allen handel is. 

Naarmate de maatschappij zich verder ontwikkeld heeft, 
is zy dit einddoel altijd meer genaderd. En wel hoofd- 
zakelijk door de ontzaglijke verbetering en uitbreiding, die 
de verkeersmiddelen in den loop der tijden hebben ondergaan. 
Daardoor toch is er tegenwoordig bijna geen land, of het 
staat met de geheele wereld in verbinding. Het is voor 
de vervulling zijner behoeften niet meer beperkt tot wat 
het zelf voortbrengt en tot wat het van zijne naaste buren 
kan krijgen. Neen^ het kan zijne benoodigdheden van alle 
kanten laten komen, en de handel zorgt wel, dat het aan 
aanbiedingen daartoe niet ontbreekt. Terwijl oudtijds de 
Romeinen voor hetgeen zij aan graan behoefden, nagenoeg 
uitsluitend afhingen van Egypte, is er tegenwoordig bijna 



Digitized byVjOOQlC 



113 

geen land, of het kan zijne benoodigde hoeveelheid ontbieden 
niet enkel uit Egypte, maar van de Zwarte Zee, van de 
Oostzee, van Australië, van Amerika. In al die streken 
rijpt de oogst in een verschillenden tijd des jaars, en op 
elk oogenblik is er dus eene streek, waar graan voor uitvoer 
gereed is, en vanwaar men het per telegraaf kan ontbieden 
om het per eerste stoomgelegenheid aangevoerd te krygen. 
Zoo stelt elke nieuwe verbetering of vermeerdering van 
verkeersmiddelen den handel telkens beter in staat tot het 
volbrengen van zijne taak, het gelijkmatig verdeelen van 
alle producten over de geheele wereld. In de beschaafde 
wereld, voorzoover ze aan het internationaal verkeer deel- 
neemt, is in de laatste tyden een hongersnood niet meer 
voorgekomen, en heeft ook de graanprijs niet meer zulke 
geweldige schommelingen vertoond als waarvan wij o. a. 
nog in de jaren 1699 en 1700 voor ons eigen land vinden 

gewag gemaakt. (1) In die jaren nl. werd per last betaald 

1699 1700 

voor witte Zeeuwsche tarwe. ... ƒ 560 f 240 

„ Pruissische Rogge 392 „126 

„ Boekweit „250 „102 

„ Gerst ,176 „ 60 

,. Haver „120 „ 42 

Dat zulke verschillen thans niet meer voorkomen, is zeker 

voor een goed deel te danken aan de opheffing van allerlei 

het verkeer belemmerende bepalingen, maar voor een niet 

minder belangrijk deel ook aan de snelheid, waarmee 

tegenwoordig van alle kanten in dergelijke plotselinge 

behoeften zou kunnen worden voorzien. 



(1) irDe Koophandel van Amsterdam" deel T, blz. 288. 



8 



Digitized by VaOOQlC 



114 

Van deze groote verkeers verbetering nu is de tijdhandel 
eene noodwendige aanvulling, iets dat met haar gepaard 
moet gaan en de strekking heeft om haar nut nog meer 
te verhoogen. In het voorafgaand geschiedkundig over- 
zicht hebben wij dan ook gezien, hoe de tijdhandel ontstaan 
is in die periode, waarin het verkeer met verwijderde streken 
grootere afmetingen begon aan te nemen, en hoe hij steeds om- 
vangrijker is geworden, naarmate nieuwe middelen aan dat 
internationaal verkeer werden toegevoegd. Immers van de 
snelheid, waarmee men op de ééne plaats kennis krijgt 
van hetgeen op de andere voorvalt, en van den spoed 
waarmee de goederen kunnen vervoerd worden, - daarvan 
kan eerst recht partij getrokken worden, als de mogelijkheid 
bestaat om transactiên af te sluiten, die eerst in de toekomst 
zullen werken, hetgeen vooral van gewicht is voor eene 
doelmatige verdeeling van de productie over een zeker 
tydvak. En die mogelijkheid zal niet uitblijven; immers 
als de in het productieland opgemaakte oogstramingen 
terstond naar alle deelen der wereld worden bekend 
gemaakt, dan zullen zich van zelf overal speculanten opdoen, 
die daarnaar hunne berekening maken omtrent den loop 
der prijzen in de toekomst, en transactiën afsluiten met 
het oog op die toekomst. 

Hierboven bespraken wij het geval van een grooten, 
gevolgd door een kleinen oogst, en zagen wij, hoe de 
speculatie zich nuttig maakt door voorraden uit den eersten 
op te koopen en die voor den tweeden te bewaren. 
Vestigen wij nu onze aandacht op het omgekeerde geval, 
waarin de kleine oogst voorafgaat en de prijs dus stijgende 
is. Nu zal de speculant, die door telegrammen uit de 



Digitized byVjOOQlC 



115 

productielanden weet dat de volgende oogst zeer ruim 
belooft te wezen, tegen den bestaanden prijs eene zekere 
hoeveelheid willen verkoopen, die hij pas zal behoeven te 
leveren over eenige maanden, als hij zich eene zoodanige 
hoeveelheid tegen lageren prijs uit den dan overvloedigen 
voorraad kan hebben aangeschaft. Hij breidt dus het 
aanbod uit met hoeveelheden die er nog niet zijn, maar 
die binnenkort op de markt zullen verschijnen, en vervroegt 
den invloed, dien zij dan zullen uitoefenen. 

Dit optreden is natuurlijk alleen mogelijk bij artikelen, 
die in ruime hoeveelheid voorkomen, en tevens weinig 
verschil in hoedanigheid opleveren. Ook deze eigenschappen, 
evenals de gevoeligheid van prijs, vindt men bij de efifekten 
het zuiverst, en van de goederen staan ook hierin de granen 
hun het naast. Intusschen zal het reeds bij de granen, en 
meer nog bij andere goederen, noodzakelijk wezen, in de 
contracten een bepaald type^s^n te wijzen, waaraan de te 
leveren waar zal moeten beantwoorden en waaraan zij ten 
allen tijde gemakkelijk kan getoetst worden. (1) 

Op het eerste gezicht is er iets vreemds gelegen in het 
verkoopen van goederen die men nog niet in zijn bezit 
heeft, en die men zich slechts door lateren aankoop zal 
kunnen verschaffen. Vooral bij vele onzer landgenooten 
bestaat bezwaar tegen dit verkoopen a découvert^ als iets 
onnatuurlijks. Naar hunne opvatting is er geen handel dan 
die eerst koopt en pas daarna weer verkoopt. Volgens die 
opvatting kan de handelaar alleen bij prijsstijging winst 



(1) Op deze typen zullen wij uader moeten terugkomen. Dat hunne 
noodzakelijkheid reeds spoedig is ingezien, blijkt uit de op blz. 71 aangehaalde 
woorden Tan BiGARD. 

8* 



y' 



Digitized byVjOOQlC 



116 

hebben, en moet zijn streven steeds op het maken van een 
hoogeren prijs gericht wezen; in eene dalende markt kan 
hij geene nieuwe zaken op touw zetten, en lijdt hij bovendien 
veriies op den reeds door hem gekochten voorraad. Maar 
waarom zou hij niet ook zijn voordeel mogen doen met 
het intreden van eene dalende prijsbeweging? Het is 
waar, dat hij daartoe moet beginnen met een verkoop 
van toekomstige zaken (die intusschen volgens de wet 
- art. 1370 B.W. - volkomen geoorloofd is), en dat hij 
dus eene verbintenis op zich neemt, tot welker vervulling 
hij op het oogenblik niet in staat is. Maar men mag 
vragen, of ieder, die iets koopt en zich dus tot betaling 
verbindt, ook dadelyk tot die betaling bij machte zou 
wezen. Dikwijls zal dit niet het geval zijn, en daaropa 
bedingt h\j dan, dat de betaling pas na zekeren termijn 
zal volgen, binnen welken h\j zich de vereischte gelden 
zal weten te verschaffen. Niemand keurt dit af; ieder doet 
het zelf dagelijks. Welnu, waarom zou de verkooper niet 
ook zijnerzijds aldus mogen handelen, en bedingen dat de 
werking der geheele overeenkomst worde uitgesteld tot een 
bepaalden tijd, waarop hij zich sterk maakt de goederen 
te zijner beschikking te hebben? 

Hier mag niet onvermeld blijven het in Fransche 
geschriften over dit onderwerp vermelde antwoord, dat 
Napoleon I ontving, toen hij bij het ontwerpen van den 
Code Pénal de vraag stelde, of het a découvert verkoopen 
van eflfekten niet als stellionaat moest worden strafbaar 
gesteld. (1) Hij raadpleegde daarover een toenmaals beroemd 

(1) Stellionaat is ten slotte in de Fransche evenals in onze wetgeving in 
het geheel niet strafbaar gesteld; alleen als het onroerend goed betreft (verkoop 
van een onroerend goed, van hetwelk men weet de eigenaar niet te zijn), heeft 
het voor den bedrijver eenige burgerrechtelijke nadeelen ten gevolge (lyffidwang; 
geen voorrecht van boedelafstand; geene rehabilitatie na faillissement). 



Digitized by VjOOQIC 



117 

agent de change, en deze antwoordde hem als volgt: „Si j'ai 
„besoin de deux tonneaux d'eaux, mon porleur d'eau 
„commettra-t-il un stellionat, lorsqu'il s'engagera a me les 
„livrer, quoiqu'il n'en ait qu'un a ma porie? Il pourra prendre 
„eet engagement, car il sait qu'il y a une rivière d'eau a la 
„Seine. Eh bien! il y a une rivière d'effets publics a la 
,,Bourse.'^ (1) 

Het is waar, de mogelijkheid bestaat dat de rivier 
minder ruim blijkt te vloeien dan hij gedacht had, of wel 
dat te veel personen op hare rykelijkheid gerekend hebben, 
zoodat de a découvert gedane verkoop een schadepost 
oplevert, maar risico is er b\j elke handelsonderneming, en 
bij deze niet zooveel meer dan bij elke andere. Hij, die 
goederen koopt, is ook niet zeker dat hij ze tot hoogeren 
prijs zal kunnen verkoopen; hij kan niet meer dan het 
berekenen, terwijl hij alleen zijn koopprijs kent. Evenzoo 
kent de verkooper a découvert slechts één der twee prijzen, 
welker verschil zijne winst moet vormen; ook hij heeft op 
grond der aanwezige teekenen en verschijnselen zijne be- 
rekening gemaakt, n.1. dat de prijs, waarvoor hij ten bepaalden 
dage zal kunnen inkoopen, lager zijn zal dan zijn vast- 
staande verkoopprijs. Is nu zijne berekening per se 
meer gewaagd dan die van den ander? Wel is waar zal 
hij, als zijne meening onjuist blijkt en de prijs stijgt, 
misschien buiten staat wezen om aan zijne verpUchtingen 
te voldoen, maar dit is even goed bij den ander mogelijk; 
inmiers degene, die op crediet koopt met het plan 
om zijnen verkooper te betalen met de som, die hij 



(1) Zie Mbttetal, aangehaald werk blz. 58. Hetzelfde in eenigszins 
andere bewoordingen bij WiEBSMA blz. 167. 



Digitized byVjOOQlC 



118 

zelf weêr voor de goederen maken zal, ook deze kan, 
als die som veel kleiner uitvalt dan hij gedacht had, 
buiten staat geraken om zich van zijne verplichtingen te 
kwijten. De beste berekeningen kunnen falen, en in het 
algemeen kan men niet zeggen, dat hij, die verkoopt en 
de goederen nog niet heeft, meer waagt dan hij, die koopt 
en het geld nog niet heeft. En aan de maatschappij kunnen 
beiden evenzeer goede diensten bewijzen. 

Zoo maakt in het laatstelijk door ons gestelde geval van 
een kleinen oogst met een grooten in de toekomst, de 
verkooper a découvert zich nuttig doordien hij eene onmatige 
prijsverhooging belet, hnmers als hij niet optrad, zouden 
de houders en opkoopers van den betrekkelijk kleinen 
aanwezigen voorraad al zeer spoedig hun belang zien 
in het hoog houden van den prijs, en dan zouden 
degenen, die zich voor hun bedrijf zekere hoeveelheden 
moeten aanschaffen, gedwongen wezen om die hooge pryzen 
te besteden. En dit met de wetenschap, dat binnen enkele 
maanden een ruime oogst de prijzen weêr naar beneden zal 
doen gaan. Die wetenschap is er, maar men kan er geen 
gebruik van maken. Tot dit laatste nu opent de verkooper 
a découvert de gelegenheid. Hij verklaart zich bereid om 
uit den komenden oogst nu reeds te verkoopen en na 
eenige ' maanden te leveren. Daardoor vervroegt hij den 
invloed, welken die oogst op den prijs zal komen oefenen, 
waardoor de bewegingen van dien prijs worden gematigd, 
en voorkomen wordt dat eene al te groote rijzing door 
eene ook weer zooveel grooter daling worde gevolgd. Het 
is die aldus vervroegde invloed der te verwachten toevoeren, 
die de houders van den bestaanden voorraad verhindert. 



Digitized byVjOOQlC 



119 

misbruik te maken van hun feitelijk monopolie. Immers 
voor de afnemers bestaat nu, stel in Januari, niet alleen 
de waarschijnlijkheid, dat in Mei de prijs zal gedaald wezen, 
maar in elk geval de gelegenheid om zich thans reeds tegen 
Mei tot den lageren prijs te voorzien. Zij zullen dus in 
dien tusschentijd zoo weinig koopen als hun maar eenigszins 
mogelijk is, tenzij de tegenwoordige houders, uit vrees 
van met hunne goederen te blijven zitten, hunne eischen 
lager gaan stellen. 

Aldus oefent de speculatie, door de verschijnselen 
der toekomst reeds vooruit te doen werken, haren nivel- 
leerenden invloed uit op den prijs, en voegt zij de twee 
tijdperken, dat van zeer hooge en dat van zeer lage 
prijzen, tezamen tot één tijdperk, waarin dê prijs betrekkelijk 
slechts geringe bewegingen ondergaat^ hetgeen voor de 
geheele maatschappij niet anders dan nuttig zijn kan. Het 
is begrijpelijk, dat in het laatst behandelde geval de houders 
van voorraden ontevreden zijn, omdat die vervroegde invloed 
hen belet om zóó hooge prijzen te maken als daarzonder 
mogelijk zijn zou, en dat in het tegenovergestelde geval 
de afnemers zich beklagen dat zij bij een grooten oogst 
niet eens meer laag terecht kunnen, enkel omdat de volgende 
een misoogst zijn zal. Doch beiden vergeten, dat deze 
nivelleerende werking hen ook behoedt tegen het andere 
voor hen minder aangename uiterste, en dat ten slotte 
allen tezamen het best gediend zijn met een voortdurenden 
gematigden middenprijs. 

Het is in deze gelijkmaking, dat een der groote 
voordeelen van den termijnhandel is gelegen. 



Digitized byVjOOQlC 



120 

De gebeurtenissen der toekomst, voorzoover men ze voor- 
zien kan, worden reeds vooruit gedisconteerd. Soms vrij 
lang voordat ze intreden, wordt de invloed er van reeds 
gevóéld op de markt, zoodat, wanneer ze eindelijk komen, 
elkeen geleidelijk daarop is voorbereid, en ze niet die 
storende en verwarrende uitwerking kunnen hebben, waartoe 
anders alleszins aanleiding zou bestaan. 

Zoo is dan de termijnhandel het complement van de 
verbeterde gemeenschapsmiddelen. Door de telegraaf ver- 
krijgt men de wetenschap, hoe het op elke plaats en op 
elk oogenblik gesteld is met de productie en met al die 
omstandigheden die op den afzet van invloed kunnen zijn. 
Op die verschillende berichten vormt ieder zich eene mee- 
ning aangaande den vermoedelijken loop, dien de prijs \an 
het betrokken artikel in de toekomst nemen zal. En nu 
is een koop of een verkoop op tijd het middel om de 
verkregen wetenschap in praktijk te brengen, om aan de 
gevormde meening uiting te kunnen geven in den vorm 
van transactiën, die hare vruchten zullen afwerpen zoo aan 
dengene, die ze onderneemt, als aan de geheele maatschappij. 

Van de verkeersverbetering is de termijnhandel niet alleen 
een complement, maar een noodwendig complement. Immers 
zoodra een koopman op grond van ontvangen berichten 
zich eene overtuiging heeft gevormd omtrent de kansen van 
rijzing of daling, dan zal hij overeenkomstig die overtuiging 
handelen, zal hij zich daardoor laten leiden bij het op 
touw zetten van operatiën, en zal hij met name operatiën 
op tijd willen ten uitvoer leggen. 

Zoo zagen wij in het vorige hoofdstuk (blz. 70), hoe 
reeds in vroeger eeuwen handel op tijd werd gedreven door 



Digitized by VjOOQiC 



121 

sommige kooplieden, die geheime berichten uit het buiten- 
land hadden gekregen. Het verschil met den tegenwoordigen 
tijd bestaat daarin, dat toenmaals enkele kooplieden door 
uitgebreide relatiën en snelvarende schepen de belangrijke 
tijdingen het eerst ontvingen en daarmee hun voordeel deden 
door op groote schaal te opereeren, voordat het bericht alge- 
meen bekend geworden v^as, terwijl tegenwoordig door 
de overal onmiddellijk gepubliceerde berichten der groote 
telegraaf-agentschappen, alle handelaren op dit punt gelijk 
staan. Elk hunner is thans in de gelegenheid, naar 
aanleiding der jongste berichten zich eene meening te 
vormen en dienovereenkomstig te handelen. Aangezien het 
hier toekomstige verhoudingen geldt, waarover wel dikwijls 
met vrij groote, maar toch nooit met volkomen zekerheid 
valt te oordeelen, zullen de meeningen, die zich onder de 
kooplieden ontwikkelen, nog al eens verschillen, en dit 
brengt levendigheid op de markt. Zoo zal b. v. na het 
bericht van eene groote oogstraming de één eene zeer 
sterke prijsdaling over eenige maanden onvermijdelijk achten, 
terwijl . de ander meent, dat het nog zoo'n vaart niet loopen 
zal, en derhalve bereid is om eene zekere hoeveelheid te 
koopen voor den lagen prijs, waarvoor de eerste ze hem 
tegen dien tijd verkoopen wil. Die verschillende inzichten 
dragen bij tot verlevendiging van den omzet, en met een 
variant is ook hier van toepassing: „du choc des opinions 
Jaillit" .... de prijs, die op het gegeven oogenblik kan 
geacht worden de meest juiste te zijn. Vroeger, toen ieder 
koopman alleen bij rijzing kon profiteeren, werd de toestand 
te veel uit dat ééne oogpunt bezien. Thans, nu er ook 
zijn die bij daling voordeel hebben, worden beiderzijds alle 



Digitized byVjOOQlC 



122 

argumenten in het vuur gebracht. Aldus worden ook zij, 
wien de tijd ontbreekt om persoonlijk alles na te gaan, 
thans beter en vollediger op de hoogte gebracht van al 
hetgeen er voorvalt. 

In zoo verre is Michaëlis gerechtigd tot zijne op blz. 99 
aangehaalde voorstelling van den termijnhandel als „ein 
„Kampf der Urtheile, durch welche die Einsicht gelautert 
„und der w^ahre Preis gefunden werden soU". 

Ook die transactiën, welke niet met levering en betaling 
afloopen, doordien partijen in verschil-verrekening haar 
belang zien, - ook die kunnen op den prijsstand nuttfg 
werken, daar zij op het oogenblik harer afsluiting de 
richting der markt sterker doen uitkomen, de rijzende of 
dalende beweging accentueeren, terwijl het daarvoor onver- 
schillig is, op welke wijze ze ten slotte afloopen. 

Maar vooral op het gebied der arbitrage ligt het belang 
dezer transactiën. Immers het is nu mogelijk, tusschen 
verschillende plaatsen te arbitreeren, zonder goederen van 
de eene naar de andere te zenden. Is de prijsstand 
voor een zeker artikel b. v. aan de markt te A 40, aan die 
te B 39, dan zullen velen op zekere termijnen verkoopen 
te A, en koopen te B, totdat de pariteit tusschen beide 
markten is hersteld op 39^, als wanneer zij zich binnen den 
termijn zullen dekken te A door een koop tegen den 
gedaalden, te B door een verkoop tegen den gestegen prijs, 
al welke operatiën dan met elkander worden verrekend. 
Zoo is het evenwicht hersteld, zonder dat eene verplaatsing 
van goederen behoefde te geschieden. Door de groote 
snelheid, waarmee dagelijks de noteeringen van elke markt 
naar alle andere geseind worden, bestaat er b. v. voor 



Digitized by VjOOQiC 



123 

Amerikanen mogelijkheid om tusschen twee Europeesche 
markten te arbitreeren. Bij de groote en algemeene concur- 
rentie, die aldus in deze soort van zaken ontstaan is, geldt 
in hooge mate het spreekwoord, dat men het ijzer moet 
smeden, terwijl het heet is, want het zal wel geen betoog 
behoeven, dat prijsverschillen, die door de eene of andere 
omstandigheid ontstaan, tegenwoordig niet lang in wezen 
kunnen blijven. Zoo komt de termijnhandel ten goede aan 
die groote functie des handels, het nivelleeren der prijzen. 

Het tweede groote voordeel van den termijn- 
handel is, dat hij de markt verruimt, en zoo voor produ- 
centen als voor consimienten de gelegenheid opent om zich 
op elk oogenblik een bepaalden prijs te verzekeren voor de 
goederen, die zij over eenigen tijd beschikbaar resp. noodig 
zullen hebben. 

Tot een voorzichtig beleid van zaken behoort mede, dat 
men zich zooveel mogelijk vergewist van de prijzen, die 
men zal kunnen bedingen resp. zal moeten besteden. 
Nemen wij b.v. een olieslager, die eene hoeveelheid raap- 
zaad koopt en nu berekent, wanneer hij de olie daaruit zal 
kunnen geslagen hebben, en op hoeveel ze hem dan te staan 
komt. Als hij nu gelegenheid heeft om reeds thans tegen 
dien tijd eene even groote hoeveelheid olie te verkoopen 
tegen een prijs waarin voor hem eene voldoende winst ligt 
opgesloten, dan zal hij voorzichtig handelen met daartoe 
over te gaan. Als hij met den verkoop wacht, totdat de 
olie kant en klaar is, dan heeft hij nevens de goede kans, 
dat de olieprijs inmiddels nog gestegen is, ook de kwade 
kans dat eene daling kan zijn ingetreden. Hij zal dus het 



Digitized byVjOOQlC 



124 

zekere voor het onzekere nemen, en tot den redelijken prijs, 
die hem nu voor dan geboden wordt, de olie verkoopen, b.T. , 
aan een zeepzieder. Deze is dan weer zeker, dat hij te zijner 
tijd zijne grondstof tegen een bepaalden prijs zal kmmen krijgen, 
en kan, daarop voortbouwend, reeds nu met zijne afnemers 
omtrent toekomstige levering van zeep tegen een eveneens 
vaststaanden prijs contracteeren. Al deze personen stellen 
zich daardoor in veiligheid tegen prijsveranderingen, die 
voor hen nadeelig zijn zouden; mogen dio dan nu ook al 
intreden, hen kunnen ze niet meer deren. Evenzoo zal 
iemand, die heeft aangenomen, aan den Staat of aan een 
bijzonder persoon zekere hoeveelheden goederen op ver- 
schillende termijnen tegen vaste prijzen te leveren, voorzichtig 
handelen met zelf reeds terstond de benoodigde hoeveelheden 
op termijn te koopen tegen den prijs van het oogenblik, 
waarnaar hij zijne berekening heeft gemaakt; later toch 
zou hij misschien hoogere prijzen moeten besteden en zijne 
winst zien verloren gaan. 

Niet anders is het met dengene, die producten uit het 
land van herkomst naar de landen van consumtie aanvoert. 
Zóó b.v. iemand, die in Januari op Java eene partij goed 
ordinaire koffie doet aankoopen, om die naar Nederland te 
doen zenden, waar ze in Mei kan verwacht worden. Als 
hij nu met verkoopen moet wachten, totdat de koffie is 
aangekomen, dan draagt hij gedurende die vier maanden 
het risico van prijsdaling. Allengs is men er dan ook 
toe overgegaan, de goederen te verkoopen, terwijl ze nog 
zeilende zijn. Intusschen moet men hiertoe altijd een kooper 
zoeken, dezen de noodige inlichtingen geven, en verderen om- 
slag maken, waarmee aUicht eenige tijd verloren gaat. Bestaat 



Digitized by VjOOQiC 



125 

er nu echter ter plaatse een termijnmarkt, waar dagelijks 
koopers te vinden zijn, dan kan hij zich desnoods dadelijk 
na zijn inkoop, tegen prijsdaling dekken door verkoop van 
eene gelijke hoeveelheid op den termijn van Mei tegen 
den prijs van den dag. Hij is dan altijd zeker, dat de 
koffie hem dien prijs zal opbrengen. Immers als ze 
in 't land komt en de prijs dan lager is geworden, zoo kan 
hij öf zijn verkoop nakomen door levering, öf wel hij kan 
de koffie voorloopig bewaren (b. v. als ze blijkt te zijn van 
eene qualiteit, die juist bijzonder gezocht is) en zijn verkoop 
ter termijnmarkt liquideeren door een inkoop, zoodat die 
termijnzaak hem evenveel winst geeft als zijn oogenblikkelijk 
verlies aan de koffie zelve bedraagt. Zijn verkoop op 
termijn lost zich dan in verschilverrekening op, maar heeft 
middelerwijl hem als verzekering gediend tegen ongunstige 
prijsbeweging; wel zal hij, als de prijs integendeel gerezen 
mocht zijn, daarvan geen extra-voordeel hebben (immers in 
dat geval verlitïst hij bij zijne termijn-liquidatie evenveel als 
hij aan de koffie zelve wint), maar hij heeft zekerheid gehad, 
en dat is hem meer waard. 

Dit voorzoover zijn persoonlijk belang betreft. Beschouwen 
wij nu de zaak van een algemeen standpunt. Dan doet 
zich de vraag voor, wat degene, die ih Januari van onzen 
importeur 500 bn. koffie Mei-levering gekocht heeft, ver- 
volgens heeft gedaan. Als de prijs doorgaand gedaald is, 
dan kunnen wij veilig aannemen, dat die eerste kooper 
zich reeds na eenige dagen gedekt heeft door eveneens 
500 bn. Mei-levering te verkoopen met eenig verlies, 
om grooter schade te voorkomen. De tweede kooper 
zal bij het voortgaan der daling evenzoo hebben ge- 



Digitized byVjOOQlC 



126 

handeld, en, als de maand Mei gekomen is, vinden \vij 
den prijs sterk gedaald, en het verlies verdeeld over 10, 20, 
ja misschien nog meer personen, die de een van den ander 
hebben gekocht. Aan het begin en aan het einde dier 
reeks staan eene werkelijke levering en eene werkelijke 
betaling. Hiertoe doet niet af, of de importeur levert dan 
wel zich door een inkoop gedekt heeft ; in het laatste geval 
wordt de reeks enkel iets langer. Immers het is een feit, 
dat op elke termijnmarkt in elke maand een aantal con- 
tracten door levering en betaling wordt vervuld. Tegenover 
dit aantal moge dat der contracten, die verrekend worden, 
buiten alle verhouding groot wezen - dat is eene andere 
vraag, die wij later zullen bespreken, maar hetzij dan de 
reeks tusschenliggende contracten langer of korter is, het 
staat vast, dat elke reeks begint met eene levering en 
eindigt met eene betaling. 

Wat is nu de functie geweest van de tusschenliggende 
contracten, die, in het onderstelde geval van doorgaande 
daling, alle met verlies geliquideerd worden? Zij hebben 
gediend, om het verlies, dat anders door den importeur 
alleen zoü geleden zijn, over te dragen en het te verdeelen 
over een aantal personen, die elk daardoor veel minder zwaar 
getroffen worden. Het is dus eene verdeeling van risico. 
Ieder gaat uit van zijn eigen belang, maar het geheel werkt 
als eene onderlinge verzekering tegen het nadeel van prijs- 
daling. (1) Terwijl vroeger alleen hij importeeren kon, die 

(1) Vgl. over deze functie van den termijnhandel een drietal artikelen in 
de «Hamburger Böreenhalle" van 27-29 Maart 1889, waarvan een overdruk als 
brochure (»der Terminhandel") is uitgegeven. De schrijver zegt zeer Juist, dat 
de zekerheid hier nog wel wat duur gekocht wordt, daar men ze niet kan 
krijgen dan door van gunstige kansen afstand te doen. H\j acht het echter 
waarschijnlijk, dat - /rfreilich nicht von heute zu morgen" - een systeem zal 
worden gevonden voor eene bepaalde assurantie tegen prijsverandering; Met 
de premiezaken beweegt men zich reeds in die richting. 



Digitized byVjOOQlC 



127 

het noodige kapitaal had om het gevaar eener tijdens de 
reis mogelijke prijsvermindering voor eigen rekening te 
nemen, bestaat thans ook voor den op kleine schaal werkenden 
koopman de gelegenheid om goederen te ontbieden, daar 
hij door een verkoop op termijn het genoemde gevaar ter- 
stond kan overdragen op een ander, die zijnerzijds zich 
ook spoedig van het gevaar ontlast, door het op een derde 
over te dragen, enz. Elk dezer personen loopt het gevaar 
gedurende korteren of langeren tijd, en die mogelijkheid van 
overdraging maakt het importeeren minder gewaagd en dus 
meer voor iedereen toegankelijk. 

Bij eene prijsbeweging in tegenovergestelde richting zullen 
nu natuurlijk ook de winsten over een groot aantal personen 
verdeeld worden, terwijl die vroeger uitsluitend den impor- 
teur ten goede kwamen. Ook in dit opzicht past de 
ontwikkeling van den termijnhandel geheel in het kader 
van onzen tijd. De mogelijkheid van ontzaglijke winsten, 
waaraan die van niet minder ontzaglijke verliezen gepaard 
ging, behoort grootendeels tot het verleden. De reusachtige 
uitbreiding van het verzekeringswezen en de snelheid waar- 
mede iedereen op de hoogte wordt gebracht van alles wat 
overal voorvalt, hebben het ondernemen van handelszaken 
onder het bereik gebracht van hoe langer hoe meer lieden, 
die te voren daaraan niet konden denken. En met de 
mogelijkheid van buitengewone verhezen is ook de kans op 
buitengewone winsten telkens kleiner geworden. 

Tot hiertoe onderstelden wij het geval van eene door- 
gaande beweging van den prijs in ééne richting. Meestal 
zullen er echter wel schommelingen geweest zijn, en zullen 
dus van de tusschengelegen contractanten sommige winnen 



Digitized byVjOOQlC 



128 

en andere verliezen. Hier zou het voor de hand Uggen, te 
concludeeren, dat al deze contracten, daar ze met een 
overgang van geld uit de beurs van den één in die van 
den ander afloopen, terwijl de prijs ten slotte vrij wel tot 
zijn uitgangspunt teruggekeerd is, dat al deze- contracten 
daarom tot niets hoegenaamd nut zijn geweest. Bij nadere 
beschouwing zal men echter inzien, dat iedere contractant, 
op het oogenblik dat hij zijne eerste operatie met eene 
kleine winst of een klein verlies door eene tegengestelde 
dekte, zulks gedaan heeft om van het risico verder bevrijd 
te wezen, om zich tegen de nooit met zekerheid te voor- 
zeggen prijsbeweging in veiligheid te stellen. Dat nu ach- 
teraf blijkt, dat menigeen zich op een later oogenblik had 
kunnen dekken met een grooter voordeel, hetwelk nu aan 
een anderen contractant te beurt valt, dit verandert niets 
aan de zaak; op het oogenblik der dekking was hij al blij, 
dat die andere contractant het risico van hem overnam. 
Dit stelsel van risico- verdeeling (1) komt nu het best tot 



(1) Dienaangaande wil ik nog wijzen op hetgeen voorkomt in het rapport 
der Commissie ait de Kamer van Afgevaardigden in Frankr^k, aan welke in 
1882 het onderzoek was opgedragen van het wetsontwerp, dat de wet van 
28 Maart 188ö is geworden. 

In dat rapport lezen w^j op blz. 39: irGn reconnaitra qu*un des röles les 
tplns ntiles de la spëcalation, celui peut-être par lequel s'en accuse Ie mieux 
ffla nëcessitë, consiste k rëpartir les pertes et les bënëfices. Grace h cette 
•répartition ane hausse snrvient: plus-value, prodnction, - tont Ie monde 
«participe aux benëfices ; c'est une baisse qui se produit : - anëantissemement de 
«valeur, - mais, sanf dans des cas tont a-fait exceptionnels. c^tte baisse se 
«produit par gradation; il ya distribution de la perte comme il y avait en, 
f dans Ie cas precedent, distribution des benëfices; personne n'est mortellement 
ratteint." 

Bn op blz. 41 : <rËt maintenant les chainons intermëdiaires ils out 

«contribuë dans la mesure de beaucoup la plus large h cette rëpartition des 
frisques, qui est la condition essentielle du progrës ëconomique." 

Evenzoo zegt Dr. Cabl Gabeis^ aangehaald werk blz. 28: 

/rEndlich sei darauf aufmerksam gemacht, dass eine möglichst lange Kette 



Digitized byVjOOQlC 



129 

zijn recht op eeno termijnmarkl, waar dagelijks vele koopers 
en verkoopers Ie vinden zijn. Daar immers is elke kooper 
zeker, dat hij, zoodra hij het oogenblik gekomen acht, weer 
zal kunnen verkoopen, terwijl elke verkooper de zekerheid 
heeft dat 'hij zich zal kunnen dekken op elk oogenblik 
waarop het hem zal believen. 

Eene duidelijke toelichting van het dagelijksch leven aan 
zoodanige termijnmarkt geeft een Amerikaansch schrijver (1) 
door het volgende voorbeeld. Een koopman in Kansas heeft 
in Augustus van de boeren uit den omtrek 16,000 bushels 
wintertarwe opgekocht voor ongeveer 54 dollar-cents per 
bushel. Hij meent dat deze tarwe zal beantwoorden aan 
het te New-York in gebruik zijnde standaardmonster No. 2. 
De kosten van vervoer naar New-York beloopen 25 cents 
per bushel, en de prijs is daar op het oogenblik 80 cents. 
Kort na zijn inkoop begint hij daling te vreezen. Hij be- 
sluit dus, van het eerste het beste vleugje gebruik te maken. 
De lieden in Kansas worden per telegraaf op de hoogte 
gehouden van de dagelijksche gebeurtenissen ter New-Yorker 
markt, en op een goeden dag meldt de dépêche van daar 
eene rijzing van li cent. Fluks telegrafeert nu onze vriend 
aan een New-Yorkschen commissionair om voor zijne reke- 
ning 16.000 bushels wintertarwe No. 2 op September- 
levering te verkoopen, en gaat over tot het inladen van 
zijne tarwe naar New-York, ten einde aan zijne verplichting 
te voldoen. De commissionair voert ter beurze de order uit. 



•von Zeitgescb&ften geeignet ist, das Risico, welcbes sich an eine Unternehmnng 
«knOpft, Gewinn oder Schaden aas demselben anf einc m»glichst grosse 
/rAnzahl von Personen zu vertheilen, und dass diese Vertheilung ebenso von 
/retbiscbem wie von finanziellem Wertbe ist." 
(1) A. C. Stbveks, aangehaald artikel bis. 89. 

9 



Digitized byVjOOQlC 



130 

Zijn kooper is de vertegenwoordiger van een huis in Enge- 
land, dat tarwe importeert en hem juist eene kooporder 
heeft gezonden. Spoedig na zijn inkoop krijgt echter deze 
kooper spijt, dat hij de order zoo dadelijk heeft uitgevoerd, 
daar de markt verflauwi: en bovendien daling in de vracht- 
prijzen ontstaat, terwijl het voor zijn Engelschen lastgever 
op een dag vroeger of later niet aankomt. Hij gaat dus den 
volgenden dag wederom ter beurze, en verkoopt er 16.000 
bushels September-levering aan een molenaar, die deze 
hoeveelheid noodig heeft. In den loop van den dag krijgt 
echter die molenaar van buiten af een goedkooper aanbod, 
dat hij aanneemt, terwijl hij zich voor zijn eersten koop 
dekt door een verkoop. Zijn kooper is een New-Yorksch 
graanhandelaar, die den gevraagden • prijs nog al goedkoop 
vindt. Deze zal zich al spoedig met een klein voor- of 
nadeel van de zaak afmaken, enz. enz. Voordat September 
is aangebroken en de tarwe uit Kansas ter levering is aan- 
gevoerd, hebben op die wijze misschien twintig achtereen- 
volgende verkoopen plaats gehad. En als de daling, die de 
eerste verkooper tegemoet zag, werkelijk is gevolgd, dan is 
het nadeel daarvan verdeeld over een grooter of kleiner 
deel van de successieve koopers. 

Dit voorbeeld zou met tal van andere kunnen vermeerderd 
worden, maar ik meen, dat dit ééne voldoende is om een 
denkbeeld te geven van den gang van zaken aan eene 
uitgebreide termijnmarkt. 

Het behoeft na dit alles wel geen betoog, dat zoowel 
koopers als verkoopers worden aangetrokken naar die 
handelscentra waar de markt door termijnhandel verruimd 



Digitized by VjOOQiC 



131 

wordt, en dat dus andere steden bij deze moeten achter- 
staan. Immers de Amerikaansche exporteur b. v. zal zijne 
producten bij voorkeur naar die Europeesche havens zenden, 
waar hem de ruimste gelegenheid wordt geboden om ze 
reeds te voren te verkoopen, en om dien verkoop des- 
verkiezend weer door een inkoop te liquideeren, als hij 
meent dat later een betere prijs zal zijn te bedingen. Even- 
zoo zullen de koopers liefst dë.ar ter markt komen, waar 
dagelijks een ruim aanbod voorhanden is, en waar tevens 
gelegenheid bestaat om zich door een verkoop weer van de 
zaak af te maken, zoodra men kans ziet om zich op voor- 
deeliger voorwaarden te voorzien. 

Eene zoodanige havenplaats zal dus het cijfer van haren 
invoer uit productielanden zien toenemen. Dit komt vooreerst 
weer ten goede aan den uitvoer van zulk eene haven en 
de daarachtergelegen streken, haar de genoemde productie- 
landen. Immers wanneer de schepen, die in deze havens 
laden, kans hebben dat zij daarheen weer retourvracht gullen 
vinden en niet in ballast behoeven terug te keeren, dan zal 
zulks op de te betalen vrachtprijzen van invloed zijn. 
Tevens wordt dan de instelling van geregelde stoomvaart- 
lijnen mogelijk, hetgeen wederom tot verlevendiging van de 
reederij en het geheele verkeer bijdraagt. En in de tweede 
plaats krijgt zoodanige plaats meer eigen handel. Zij be- 
hoeft dan niet uitsluitend te drijven op een doorvoerhandel, 
die, hoe winstgevend ook, echter altijd onderhevig is aan 
de kwade kans dat elders eene betere of goedkoopere ge- 
legenheid komt en de doorvoeren naar die andere plaats 
verlegd worden. Aan den anderen kant worden, zooals 
wij zagen, kooporders aangelokt, en zoo wordt de kring, 

9* 



Digitized byVjOOQlC 



132 

waarin de havenplaats hare aanvoeren afzet, uitgebreid 
tot streken , die daarin anders niet zouden betrokken 
worden. 

Als eene havenplaats of ander handelscentrum aldus in 
bloei toeneemt tengevolge van het drijven van termijnhandel, 
dan behoeft het geene bevreemding te wekken, als hare 
mededingsters, te wier nadeele die toeneming plaats heeft, 
uit zucht tot zelfbehoud eveneens zich op het vestigen eener 
termijnmarkt gaan toeleggen. 

Met name bij het artikel koffie heeft men dit verschijnsel 
kunnen waarnemen. Sedert 1882 hadden New- York en 
Havre voor dat artikel eene termijnmarkt, waar de omzetten 
al spoedig zeer sterk toenamen. De bovengenoemde gevolgen 
bleven niet uit. Vooral bleek dit ten aanzien van Havre. 
Aldaar toch nam eenerzijds de aanvoer van koffie sterk toe , 
ten koste van de andere Fransche havensteden (o. a. Marseille 
en Bordeaux) en van Hamburg. Andererzijds verruimde 
Havre het gebied zijner afleveringen, en begon het een 
klimmend aandeel te nemen in het voorzien zelfs van de 
Duitsche markten. Hierdoor vooral werd afbreuk gedaan 
aan Hamburg , dat nu gevaar begon te loopen, in eigen land 
door vreemden te worden verdrongen. Voor Duitschland 
zelf was het ook wat gewaagd, al te veel te gaan steunen 
op voorziening van uit Havre; in geval van oorlog met 
Frankrijk zou de aanvoer vandaar ophouden, en dan zou 
de fnuiking van Hamburgs rechtstreeksche aanvoeren uit de 
productielanden, te laat worden betreurd. Op grond van 
een en ander vond Hamburg zich in 1887 genoopt, insgelijks 
eene termijnmarkt in te stellen, hetgeen vooralsnog de 
daarvan verwachte gevolgen heeft opgeleverd voor zooveel 



Digitized byVjOOQlC 



133 

betreft de mededinging met Havre. De meeste Pruisische 
Kamers van Koophandel hebben in hare adviezen aan de 
Regeering verklaard, dat Hamburg in de gegeven omstan- 
digheden niet anders heeft kunnen handelen, wilde het zijne 
koftiemarkt niet verliezen. In de in Maart 1889 verschenen 
„Denkschrift der Handelskammer in Hamburg über den 
„Kaffee-Terminhandel" wordt hetzelfde betoogd en met tal 
van statistieken nader aangetoond. 

Hamburgs voorbeeld heeft andere steden doen volgen: 
Antwerpen, Marseille, Londen, Amsterdam en Rotterdam, 
uit gelijke beweegredenen, en ten deele met gelijk gevolg. 

Zoo heeft Nederland zijne aanvoeren van Santos-koffie 
sedert de oprichting der termijnmarkten, reeds niet onbe- 
langrijk zien toenemen, zooals uit het volgend staatje kan 
blijken, en het is weer ten deele aan die toeneming, dat 
het tot stand komen van eene geregelde stoomvaartlijn op 
Zuid-Amerika te danken is. 



Oogstjaar, 


Santos-uitvoer, 


waarvan 




hiervan 


IJali-SOJaDi. 


Totaal. 




naar Europa. 


naar Nederland. 


1879/80 


1.046.100 bn. 


830.100 bn. 


57.200 bn. 


1880/81 


1.228.300 


// 


971.800 


II 


37.900 „ 


1881/82 


1.555.000 


II 


1.306,900 


II 


46.000 „ 


1882/83 


1.874.600 


II 


1.532.100 


II 


* 99.600 „ 


1883/84 


1.936.500 


II 


1.491.800 


II 


27.100 „ 


1884/85 


2.171.500 


II 


1.684.100 


II 


21.900 „ 


1885/86 


1.666.500 


II 


1.181.600 


II 


44.800 „ 


1886/87 


2.527.700 


II 


1.955.500 


II 


* 110.600 „ 


1887/88 


1.327.800 


II 


891.400 


II 


11.300 „ 


1888/89 


2.548.000 


II 


2.033.000 


II 


159.200 „ 



* Deze aanvoeren waren het gevolg van toen reeds gedreven termijnhandel, 
die echter niet gereglementeerd, en daardoor meer incidenteel was. 



DigitizedbyVjOOQlC '' 



134 

Tot dusver zagen wij hoe de termijnhandel de 
strekking heeft van krachtig bij te dragen tot de nivelleering 
van prijsverschillen ten aanzien van tijd en plaats en ook 
tusschen gelijksoortige goederen, - hoe hij voorts zeer bevorder- 
lijk is aan het verdeelen van risico's en alzoo het onder- 
nemen van handelszaken vergemakkelijkt, en hoe hij aan 
de plaatsen waar hij gedreven wordt, grootere aanvoeren, 
ruimeren afzet en verlevendiging van het geheele verkeer 
aanbrengt. 

Gaan wij thans over tot de keerzijde van de 
medaille. Er is- wel haast geene goede zaak ter wereld, 
of ze heeft hare schaduwzijden. En bij den termijnhandel 
zijn die waarlijk niet gering. Misbruiken toch zijn hierbij 
zeer licht mogelijk, en ze komen ook op groote schaal voor. 
Hoezeer de verschillende misbruiken nauw aan elkaar 
verwant zijn, en dikwijls het eene uit het andere voortvloeit, 
heb ik toch gemeend, ze onder twee hoofden te kunnen 
brengen. Vooreerst de veel te groote en hoogst lichtzinnige 
uitbreiding van de termijnzaken door tal van kooplieden, 
en dit niet alleen voor himne eigen rekening, maar ook 
voor rekening van allerlei buiten den handel staande personen, 
die zich daartoe bij hen aanmelden of wel door hen tot 
meedoen worden overgehaald. Ten tweede het bezigen van 
allerhande kunstmatige en soms bedriegelijke middelen om 
de prijzen in de gewenschte richting te drijven. 

Het gevolg van een en ander is, dat zeer velen in het 
ongeluk worden gestort en het algemeen zedelijkheidspeil 
verlaagd wordt, en ook dat de verwezenlijking van een der 
groote voordeelen, die de termijnhandel bestemd is te brengen. 



Digitized byVjOOQlC 



135 

namelijk het vinden van den waren prijs op ieder oogenblik, 
voor een groot deel wordt verijdeld. 

Wij zullen deze gevolgen thans nader aanwijzen bij de 
bespreking van de genoemde misbruiken. 

Vooreerst dan de te groote uitbreiding van de 
termijnzaken, ook voor rekening van buiten den 
handel staande personen. 

Wij zagen, dat zij die zich bezig houden met specu- 
latie, d. i. met het doelmatig verdeelen van de productie 
over het geheele tijdperk waarvoor zij dienen moet, in- 
koopen en verkoopen afsluiten op tijd, en dat afgescheiden 
van de voordeelen voor de maatschappij , het hun persoonlijk 
te doen is om voordeel te behalen aan den prijs. Zij 
berekenen den vermoedelijken loop van zaken naar de 
verschijnselen, die zij op het oogenblik waarnemen of 
waarvan hun bericht wordt gezonden. Daar nu bij het 
waardeeren van den toekomstigen invloed van zulke ver- 
schijnselen vele factoren in aanmerking moeten worden 
genomen en veel afhangt van subjectieve inzichten, zoo 
zullen de berekeningen van verschillende personen verschil- 
lend uitvallen. Li de meeste gevallen zullen dus onder de 
speculanten zoowel koopers als verkoopers worden aange- 
troffen, en de meening die het meest gedeeld wordt, zal ten 
slotte haren stempel drukken op den prijs. Dat de tusschen 
deze speculanten gesloten overeenkomsten, al worden ze 
in verschilverrekening opgelost, evenwel niet zonder nut 
zijn, hebben wij mede hierboven gezien. 

Litusschen dient elk voor zich indachtig te wezen aan het 
feit, dat hij zijne berekening maakt voor de toekomst. 



Digitized byVjOOQlC 



136 

waaromtrent nooit iets met volkomen zekerheid kan voorzegd 
worden, - dat anderen zelfs eene geheel aan de zijne tegen- 
overgestelde verwachting koesteren , en dat , al is zijne 
berekening ook volkomen juist en gegrond, er altijd nog 
omstandigheden (b.v. misgewas, vermindering van het ver- 
bruik enz.) kunnen tusschen komen, die haar den bodem 
inslaan. En voor 't geval dat zijne verwachtingen mochten 
worden teleurgesteld, dient hij zich voorbereid te houden 
op de noodzakelijkheid van het betalen eener misschien niet 
onaanzienlijke som gelds. Gesteld dat iemand eene groote 
hoeveelheid van eenig artikel op termijn koopt, en, in stede 
van de door hem verwachte rijzing, eene gevoelige daling 
plaats grijpt, dan zal hij zich allicht tegen verder verlies 
willen vrijwaren door een verkoop; hij vermeerdert daar- 
mee het aanbod, terwijl bij de voortgaande daling toch 
reeds weinig vraag bestaat, en, zoo het hem al gelukt zich 
te dekken, dan zal dat in allen gevalle gepaard gaan met 
een groot verlies, dat moet betaald worden, als de termijn 
aanbreekt. Is de termijn verloopen zonder dat hij zich 
gedekt heeft, dan zal hij öf de zaak met verlies moeten 
afrekenen, öf de gekochte goederen in ontvangst moeten 
nemen en betalen ; in dit laatste geval kan hij zich wel geld 
verschaffen door de goederen terstond te beleenen, maar 
daarvoor krijgt hij natuurlijk lang niet de volle geldswaarde , 
die de goederen op dat oogenblik hebben, terwijl bovendien 
zijn koopprijs nog heel wat hooger is. In al die gevallen 
moet hij dus eene som gelds betalen, en, als zijne termijn- 
contracten over groote hoeveelheden loopen, kan die som 
zeer belangrijk worden. Hij dient dus bij het op touw 
zetten zijner operatiën te bedenken, of hij in staat zal zijn, 
die mogelijke verliezen te dragen. 



Digitized byVjOOQlC 



137 

Aangezien nu evenwel de geheele zaak op tijd 
en hij vooreerst niets behoeft te betalen, (1) is < 
king groot, ^m aan die mogelijke verliezen niet i 
of zoo de gedachte daaraan zich al aan hem op( 
die dan weg te redeneeren, hetzij met een ] 
„wie dan leeft, die dan zorgt," hetzij met een 
de immers zoo nauwkeurig opgemaakte berekenir 
welke hij moet winnen; het is toch een algemeen v( 
dat, als men met veel zorg en studie eene 1 
gemaakt heeft en die maar dikwijls genoeg bij z 
herhaalt, men ze ten slotte voor onomstootelijk ga 
En zoo komt het, dat vele kooplieden veel me( 
zaken hebben gedaan en daarbij veel meer ver] 
hebben op zich genomen dan met hunne draagkrad 
kwam, en dat dergelijke overmatige speculatie] 
voor hen ongunstigen keer van zaken, op hunnen 
ondergang zijn uitgeloopen. Wanneer^ zij geene 
hadden kunnen verkoopen dan die zij werkelijk ir 
hadden, en wanneer zij er geene hadden kunn 
zonder ze te betalen, dan zouden zij zich minder g 
overladen hebben, want zij zouden rekening hebb 
houden met hunne middelen of hun crediet. Ths 
nu alles op tijd kan gedaan worden en de £ 
nog ver in het verschiet ligt, bestaat die breidel 
de verleiding tot overspeculatie veel sterker. Int 
in werkelijke goederen overspeculatie even goe 
en is zij ook dikwijls genoeg voorgekomen. Oc 



(1) Bij deze behandeling stellen wij ons voor het oogenblik 
punt van den termijnhandel, zooals hij vroeget algemeen, en tbao 
plaatsen en in vele artikelen, gedreven wordt, dat is zonder verplicl 



Digitized byVjOOQlC 



138 

van termijnhandel sprake was, zijn er ten allen tijde koop- 
lieden geweest, die door al te gewaagde operatiën zich en de 
hunnen in het ongeluk gestort hebben, en hunne schuld- 
eischers hebben benadeeld door niet aan hunne verplichtingen 
te voldoen. Doch sedert er termijnhandel bestaat, is het 
aantal dier al te gewaagde operatiën ontegenzeggelijk buiten 
verhouding toegenomen. 

Wat den invloed betreft, dien dergelijke lichtvaardige zaken 
op den prijs oefenen, die behoeft niet per se verkeerd te 
wezen; immers al gaan de koopen of verkoopen boven de 
kracht van dengene die ze uitvoert, ze zijn en blijven de 
uitvloeiselen van eene bepaalde berekening, van,eene des- 
kundige meening, en uit den strijd der meeningen komt de 
juiste prijs te voorschijn. 

Anders echter wordt het, als niet-deskundigen , zoo- 
genaamde ,, outsiders"; zich met den termijnhandel gaan 
inlaten. En voor dezen is het vaak verleidelijk genoeg, 
vooral wanneer eenig artikel een geruimen tijd in prijs blijft 
stijgen. De kooplieden, die dan in den aanvang gekocht 
hebben, boeken, als de termijn daar is, op hunne opera- 
tiën eene groote winst. Het publiek nu let niet op de 
deskundige en zorgvuldige berekeningen, die aan deze onder- 
nemingen zijn ten grondslag gelegd, en ook niet op het 
groote risico, dat er aan verbonden was. Het ziet enkel, 
dat de betrokken personen in korten tijd zeer aanzienlijke 
winsten hebben behaald, zonder dat zij iets anders gedaan 
hebben dan contracten sluiten en ze weer verrekenen. 
Kennis van zaken is daarvoor niet noodig, denkt het publiek; 
contracten sluiten kunnen wij ook wel, als wij met de 
goederen zelf maar niet te doen krijgen, en het opstrijken 



Digitized by VjOOQiC 



139 

van de winst is nog veel gemakkelijker. Zoo wordt door 
het gezicht van de vaak reusachtige winsten van specu- 
lanten, bij vele lieden de lust gewekt om het ook eens op 
die wijze te beproeven. De zucht om zonder arbeid rijk te 
worden, is ten allen tijde sterk in den mensch. Er schijnt 
zich nu eene goede gelegenheid voor te doen, en het gevolg 
is, dat het gebied van den handel wordt betreden door 
allerlei slag van lieden, die in gewone tijden met geheel 
andere werkzaamheden den kost verdienen, en ook door 
velen, die hoegenaamd geene werkzaamheden hebben, maar 
getrouw de handelsberichten in de nieuwsbladen lezen, 
waarna zij zich verbeelden eene zelfstandige meening over 
den loop van het betrokken artikel te hebben. 

Dergelijk optreden van „outsiders'' heeft in den loop der 
geschiedenis reeds tallooze malen plaats gehad in de meest 
verschillende artikelen, waarin plotsehng eene groote rijzing 
ontstond en veel geld te verdienen viel Ook zonder 
termijnhandel heeft men jan en alleman zich op het een 
of ander fonds of op deze of. gene koopwaar zien werpen 
én daarvoor een tijd lang telkens hooger prijzen zien be- 
steden, totdat de geheele overdreven beweging ineenzonk. 
Maar met een termijnhandel is deelneming veel gemakke- 
lijker, omdat men na eiken inkoop spoediger tot hoogeren 
prijs verkoopen kan en zich aldus eene winst verzekeren, 
zonder dat men de fondsen of de koopwaren behoeft te 
ontvangen of zelfs maar te zien. En daardoor wordt Uchter 
vergeten, dat, als na een inkoop eene kentering intreedt en 
het wederverkoopen zeer moeielijk wordt, - in stede van eene 
beperkte winst een bijkans niet te beperken veriies te 
wachten staat. 



Digitized byVjOOQlC 



140 

Het schijnt, dat op dit punt de lessen der geschiedenis 
voor de meesten zonder vrucht blijven. Dit moet wel aan 
de menschen liggen. Aan het getal lessen ligt het ten 
minste niet. In ons gescliiedkundig overzicht zagen wij, 
tot hoe groote dwaasheden en rampen de tulpen- en daarna 
de actiënzwendel hebben geleid. Ook later heeft men uit 
het verloop van menige handelscrisis zoo in Hamburg als 
vooral in Engeland kunnen leeren, hoe groote gevaren aan 
overspeculatie verbonden zijn. In de jaren 1844 en volgende 
heeft men de spoorwegkoorts gehad. En in de tweede 
helft dezer eeuw hebben de tijdperken van overspanning 
en inzinking elkander met steeds korter tusschenpoozen 
afgewisseld. Het begon met de al te hooge vlucht, die 
handel en nijverheid na de Californische en Australische 
goudontdekkingen namen, en die na den Krim-oorlog op 
de geweldige crisis van 1857 uitliep. 

Men denke verder aan de katoenspeculatie tijdens den 
Amerikaanschen Burgeroorlog, toen de toevoer uit de Zui- 
delijke Staten ophield en dientengevolge de prijs van Oost- 
Indische katoen (fair suratte) te Liverpool in de hoogte ging 
van 6nr pence per pond in 1861 tot gemiddeld 21^ pence 
in 1864; toentertijd deed iedereen in katoen, en bekend is 
het geval van eene baker, die hare betalingen moest staken, 
toen na den vrede de prijs wederom daalde tot 8| pence in 
1867. Na den Fransch-Duitschen oorlog en het binnenkomen 
der 5 milliarden, volgde in Duitschland de tijd der „Grün- 
„dungen," en werd daar op de meest roekelooze wijze geld 
gestoken in allerlei gewaagde ondernemingen. Omstreeks 
denzelfden tijd heerschte ook in Oostenrijk een geest van 
grenzenlooze zwendelarij, terwijl een en ander samenviel met 



Digitized byVjOOQlC 



141 

het oprichten van de schier ontelbare Amerikaansche spoor- 
wegmaatschappijen en het plaatsen van hare aandeelen en 
obligatiën in Europa. In Mei 1873 volgde de „Wiener Krach," 
en daarna brak de crisis over de geheele handelswereld uit. 
Nog geen tien jaren later had Frankrijk, als gevolg van 
het buitensporig opdrijven der koersen van sommige papieren, 
de crisis te doorstaan, die met het bezwijken van Bontoux' 
„Union générale" werd geopend. En thans weer is men daar 
lijdende onder de rampen van den val van het ,,Gomptoir 
„d'Escompte", dat zich te diep had gestoken in de groote 
opkoopings-operatie, die inkoper op touw gezet \v as, maar 
welke men evenmin als die in tin heeft kunnen doorzetten. 
Terzelfder tijd, in de jaren 1887 en 1888, werden allerwege, 
en niet het minst in Nederland, tal van particulieren aan- 
gelokt door de tijdelijke groote rijzing, die als gevolg van 
kleine oogsten^ in het artikel koffie plaats vond, en waarbij 
veel geld verdiend, maar later ook weer veel verloren is. 

Zoo is het dus altijd geweest, en zoo zal het nog wel 
geruimen tijd blijven. „Wat baatte onzen vaderen de droevige 
„ervaring van 1720?" vraagt Mr. Vissering, Gids 1856, 
blz. 683, en hij komt tot de slotsom, dat die hun hoe- 
genaamd geen baat gebracht heeft. En Max Wirth 
vangt de tweede uitgave (1) zijner „Geschichte der Handels- 
„krisen^' aldus aan: „Ein Ereigniss, welches durch unser 
„Werk eigentlich hatte verhindert werden sollen, gibt Ver- 
„anlassung, dass es zum zweiten Mal in neuem Gewande 
„erscheint - die Krisis von 1873." 

Het is voornamelijk bij opgaande prijsbeweging, dat het 

(1) 1874. 



Digitized byVjOOQlC 



142 

publiek neiging tot meedoen gevoelt. Eene dalende markt 
lacht dengene die er buiten staat, niet zoozeer toe, en het 
schijnt wat gewaagd, zich met een verkoop a découvert te 
mengen in een artikel, waarvan men geen verstand heeft. 
Maar eene rijzende markt lokt de lieden met groote kracht 
tot zich, en elk wil van de te behalen winsten zijn deel 
hebben.,, Achetez moi de ce qui monte", met deze woorden 
kwam in 1882 (tijdens de beweging in de aandeden der 
,,Union générale" en der „Suez-kanaal-maatschappij") eene 
groentenvrouw te Lyon, hare spaarpenningen aan een eflfekten- 
handelaar brengen. Dit type vindt men op groote schaal 
in alle klassen der maatschappij. Ambtenaren, officieren, 
kleine renteniers, barbiers, koffiehuisknechts, kortom het 
meest vreemdsoortige mengelmoes van personen, wier 
beroep geheel andere werkzaamheden meebrengt, - alles 
doet naar de gelegenheid van den dag in olie, in graan, in 
koffie, in suiker, in elk artikel waarvan eene tijdelijke 
schaarschte den prijs doet stijgen. (1) 

Dat dit zoo voor de personen zelf als voor de maat- 
schappij zeer nadeelig werkt, behoeft wel niet veel betoog. 
Bij velen wordt de lust tot werken uitgedoofd; zij laten 
hun bedrijf verloopen, en dit is niet altijd gemakkelijk weer 
op te werken, als zij met schade en schande van hunne 
speculatieve uitstapjes zijn teruggekeerd. Wel wordt er 
soms grof geld verdiend door hen, die er vroeg bij zijn en 
zich op het juiste oogenblik weten terug te trekken; maar 



(1) Vgl. hierbij de op "blz. 71 aangehaalde plaats van RlCABD. 

Als cnriositeit verdient nog vermelding, dat in Znid-Afrika, toen de struis- 
vogels daar een t\jd lang schaarsch waren, een aanmerkelijke handel daarin 
werd gedreven en de prijs somt\jds tot/ 12,000 per stuk werd opgezweept. Zie 
Hendbik P. N. Muller, in het tijdschrift .Nederland" Febuari 1889 blz. 197. 



Digitized byVjOOQlC 



143 

met dat geld gaat het maar al te dikwijls, „zoo gewonnen, 
„zoo geronnen"; het wordt in weelde of erger verteerd, of 
in nieuwe operatiën verloren. Reeds de ouden zeiden: 
„Repente dives nemo factus est bonus." 

Het meerendeel der „outsiders" echter wint niet. Vooreerst, 
en dit wordt door den Heer Zeverijn (1) zeer duidelijk uit- 
eengezet, moeten zij aan de tusschenpersonen, die hunne 
orders uitvoeren, tweemaal commissie betalen, en het prijs- 
verschil moet dus die dubbele commissie te boven gaan 
voordat er winst verkregen .wordt. Ten andere zijn de 
„outsiders" in het nadeel, omdat zij van het artikel niet 
op de hoogte zijn; meestal gaan zij te laat er in, en ook 
weer te laat er uit. De rijzing begint pas de algemeene 
aandacht te trekken als zij eenigen tijd op gang is, en 
vooral tegenwoordig, nu de invloed van alle verschijnselen 
reeds bij voorraad gedisconteerd wordt, zal zij dikwijls haar 
hoogtepunt genaderd zijn, als het gropte publiek eerst tot deel- 
neming overgaat. Die deelneming houdt dan de rijzing nog 
eenigen tijd gaande, maar alras komt de kentering ; sommige 
van de „outsiders'', nog altijd in de rijzing geloovend, blijven 
afwachten, maar andere gaan verkoopen en versterken daar- 
mede de daling, die de veHiezen met ieder oogenblik grooter 
doet worden. En zeer vele van deze lieden kunnen die 
verliezen niet dragen; zij moeten tot hun laatste goed op- 
offeren, en worden vaak plotseling in het ongeluk gestort. 
Ontelbaar zijn de voorbeelden van personen, die behoorlijk 
den kost voor zich en de hunnen konden verdienen, maar zich 
lieten verlokken door de kans om zonder arbeid rijk te 



(1) irEcouomist" 1888, blz. 168 e.v. 



Digitized byVjOOQlC 



144 

worden, en na met afwisselend geluk geopereerd te hebben, 
ten slotte alles verloren en in het zweet huns aanschijns 
een kommervol stuk brood moesten zoeken of wel aan de 
openbare liefdadigheid vervielen. 

Inmiddels waren, gedurende den tijd hunner operatiën, 
hun kapitaal en hun arbeid onttrokken aan de productie; 
in plaats van te worden dienstbaar gemaakt aan de ver- 
meerdering van het maatschappelijk vermogen, zijn zij tot 
niets nut geweest. Wanneer termijn-operatiën, al is het 
dan op voor hen veel te groote schaal, door deskundige 
kooplieden worden uitgevoerd, dan werken die operatiën, 
als eene gemotiveerde meening vertegenwoordigend, mede 
tot het vinden van den juisten prijs, en als zoodanig hebben 
zij haar nut. Maar van de operatiën dezer ,, outsiders" kan 
hetzelfde niet getuigd worden. Hierbij toch is er geen 
sprake van een wijs en bedachtzaam verdeelen van de 
productie over een langer tijdvak, hier is geene nivelleerende 
werking op de prijzen, hier geene overdracht van risico, 
hier slechts een onstuimig ingaan op eene beweging in de 
meening dat die nog verderen voortgang zal maken. Het 
is de groote schaduwzijde van den termijnhandel, dat de 
gelegenheid welke hij opent om vraag en aanbod uit te 
breiden boven de op het oogenblik aanwezige hoeveelheid, 
dat die gelegenheid onbegrensd is, en dat daarvan kan 
worden gebruik gemaakt niet alleen voor nuttige doel- 
einden, maar ook om zonder kennis van zaken in den 
loop der prijzen in te grijpen. Door hun ondoordacht 
koopen lokken deze lieden vaak eene ongegronde rijzing uit, 
om daarna door hun gedwongen verkoopen de daling 
ohnoodig te verscherpen. Geene nivelleerende werking op 



Digitized byVjOOQlC 



145 

de prijzen dus, maar het tegenovergestelde daarvan, althans 
gedurende eenigen tijd, want op den duur kan de prijs niet 
door onkundigen geregeerd worden. 

Staat alzoo dit ingrijpen van „outsiders," waartoe de 
termijnhandel de gelegenheid opent, in den weg aan de ver- 
wezenlijking van zijn economisch doel, - voor die „outsiders" 
zelf is dat ingrijpen, waarvan de uitkomst zoo weinig te 
berekenen is, eene hoogst gewaagde operatie. Echter tellen 
zij de kwade kansen wemig, en letten zij enkel op de winsten 
waarvan zij zich reeds zeker wanen. Onder de kooplieden, 
tot wie zij zich moeten wenden om de operatiën voor hen 
te verrichten, zijn er wel, die hunne orders niet zullen uit- 
voeren dan na hun de gevaren onder het oog gebracht en 
hun den toestand van het betrokken artikel blootgelegd te 
hebben. Maar daartegenover staan vele andere, die van 
meening zijn, dat allen, die zich in deze zaken wagen 
willen, dat maar voor zich moeten weten, en dat men 
wel dwaas zou zijn, als men hun eene zaak, die mischien 
juist goed kan uitkomen, ging afraden en daardoor zelf de aan 
hen te verdienen commissie misUep, ja ze allicht aan een con- 
current, die geen bezwaren maakt of eene andere opinie over 
het artikel heeft, in den schoot ging werpen. Bovendien: 
de eerste zaak, die zulk een „outsider" doet, brengt 
vrij zeker eene tweede in tegengestelde richting met zich; 
immers de „outsider" zal zich vóór het aanbreken van den 
termijn willen dekken, uit vrees dat anders aan hem als 
kooper de goederen zullen worden geleverd, waarmee hij 
geen raad zou weten, of wel van hem als verkooper leve- 
ring zal worden gevraagd, waaraan hij niet zonder moeite 

10 



Digitized byVjOOQlC 



146 

of omslag zou kunnen voldoen. Heeft hij bij die dekking 
winst, zoo zal hij allicht eene tweede maal zijn geluk willen 
beproeven; levert ze hem daarentegen verlies op, dan zal 
hij dat willen terugwinnen. In beide gevallen lacht het 
vooruitzicht van meerdere verdiensten den aangezochten 
handelaar toe , en zoo zullen bij de tegenwoordig bestaande 
concurrentie de meesten weinig lust gevoelen om aan iemand 
het meedoen te ontraden, maar zullen zij integendeel de 
nieuwe cliënten gaarne aannemen. 

Ja, wat erger is, er zijn er die zich niet ontzien, door 
fraaie voorspiegelingen allerlei personen in den termijnhandel 
te betrekken, die uit zich zelf niet tot deelneming zouden 
zijn overgegaan. Hierbij bedenke men, dat zich eene klasse 
van tusschenhandelaren gevormd heeft, die uitsluitend hun 
werk maken van het bemiddelen van termijn-operatiën, en 
dat ook onder hen de concurrentie schier met den dag 
toeneemt. Het aantal van de termijnzaken nu, die door 
kooplieden gedaan worden, zou niet voldoende zijn om aan 
al die tusschenhandelaren genoegzame verdienste te bezorgen. 
Daar zij geen handel drijven in het artikel zelf, en onder 
de afnemers daarvan geene relatiën hebben, en daar hun 
soms zelfs de kennis van het artikel nagenoeg geheel ont- 
breekt, zoo spitsen zij zich, ten einde hunne verdienste te 
* vermeerderen , op het uitbreiden van de termijnzaken ; hierbij 
komt, dat velen van hen als agenten van buitenlandsche 
termijnhandelaars optreden en aan deze hunne lastgevers 
liefst zooveel mogelijk teekenen van werkzaamheid geven. 
Zoo wenden zij zich dan tot personen, die geheel buiten 
het vak staan, van het mechanisme der operatiën geen 
begrip hebben, en het gevaar er van niet doorzien, te minder 



Digitized byVjOOQlC 



147 

als dit voor hen wordt weggeredeneerd door het licht alleen 
op de schoone kansen te doen vallen. Groot is het aantal 
dergenen, die, op deze wijze bepraat om ook eens hun 
geluk te beproeven, al verder en verder op het hellend vlak 
voortgegleden en ten slotte in hun ongeluk geloopen zijn. 
Welke nadeelige gevolgen dit voor de maatschappij heeft, 
behoeft geene nadere aanwijzing. Voor den handel is daar- 
aan, afgescheiden van de ongemotiveerde vermeerdering 
van vraag en aanbod, nog dit nadeel verbonden, dat het 
peil zijner zedelijkheid daalt door dit aanhitsen van menschen, 
die anders niet aan meedoen zouden denken. Er wordt 
zelfs verhaald van tusschenpersonen, die om maar een 
kooper en een verkooper tegenover elkaar te krijgen, aan 
A gingen vertellen dat eene groote rijzing op til was en er 
nu eens met een grooten inkoop een goede slag te slaan 
viel, en met evenveel verzekerdheid aan B verklaarden dat 
er eene groote daling te wachten stond en hij nu bepaald 
in blanco moest verkoopen; - hoe het met A en B afliep 
was hun onverschillig, zij hadden aan beiden hunne com- 
missie verdiend. Dat dergelijke handelwijzen het zedelijk- 
heidspeil in den handel verlagen, springt in het oog. 

Hiermede zijn wij vanzelf genaderd tot de op blz. 134 
vermelde tweede reeks van de misbruiken, waartoe 
de termijnhandel zich maar al te goed leent, het bezigen 
van kunstmatige en soms bedriegelijke middelen 
om de prijzen in de gewenschte richting te drijven. 

Wanneer iemand, op daling rekenend, groote partijen 
goederen op termijn verkocht heeft, en die termijn begint 
te naderen, terwijl de markt rijzende blijft, dan bekruipt 

10* 



Digitized by^LjOOQlC 



148 

hem de vrees, dat, als hij zich nu door een inkoop wil 
dekken, door zijne vraag de rijzing, en daarmee zijn verlies, 
nog zal toenemen. Als hij niet nauw van geweten is, zal 
tegelijk met die vrees de gedachte bij hem post vatten, of 
het niet mogelijk zijn zou, de uitblijvende daling alsnog te 
doen intreden. (1) 

Een eerste middel daartoe is het uitstrooien van 
valsche geruchten. Hoe oneerlijk dit middel ook zijn 
moge, het is in den loop der tijden meer gebezigd dan men 
misschien wel denken zou. (2) Ter effektenbeurze zijn het 
veelal politieke geruchten, die dienst moeten doen om de 
koersen naar boven of naar beneden te drijven, en de on- 
zekere verhoudingen in de staatkunde zijn zeer geschikt om 
^^^arop nu eens dit, dan weer dat bericht te bouwen. In 
den goederenhandel zijn het de oogstramingen die te baat 
worden genomen. Eene overdreven groote of kleine oogst- 
raming, per telegraaf verspreid, kan de termijn-noteeringen 
plotseling 'doen dalen of rijzen, en de verspreider kan zijn 
slag geslagen hebben, voordat het bericht wordt weer- 
sproken. Men zou zoo zeggen, dat dit middel op den duur 
moet falen, want dat dergelijke sensatie-tijdingen al spoedig 
alle gezag zullen verliezen. Men vergete echter niet, dat 
personen, die groote operatiën loopende hebben en voor wie 

(1) Evenzoo zal een soortgelijk persoon, die op rijzing had gerekend en 
door daling wordt teleurgesteld, overleggen of die voor hem ongunstige loop 
niet nog te keeren is. 

(2) Reeds in den aanvang der vorige eeuw werd ter Londensche beurs een 
valsch gerucht verspreid, meldende den dood der Koningin ANNA ; later 
hebbeu. doodsberichten van NAPOLEON herhaaldelijk dienst gedaan ; de befaamde 
f boodschap van den Tartaar" betreffende de inneming van Sebastopol, waarvan 
geheel Europa 24 uren dupe geweest is, was ook niets dan eene beurs manoeuvre. 

Zie Proudhon, aangehaald werk blz. 113. 



Digitized byVjOOQlC 



149 

elke cent prijsverschil duizenden guldens verlies of winst 
vertegenwoordigt, met zekere gejaagdheid de noteeringen en 
berichten lezen, en in zoodanigen toestand geraken dat elk 
sensatie-bericht, van wien ook afkomstig, invloed op hen 
oefent, en dat slechts één hunner uit angst de daarmee 
beoogde stappen behoeft te doen, om anderen te doen volgen 
en den uitstrooier van het bericht zijn doel te doen bereiken. 
Zoo heeft eenigen tijd geleden de kwestie van de vrij- 
verklaring der slaven in Brazilë de aanleiding geboden tot 
exploitatie van de koffiemarkt. Die vrijverklaring, welke 
sedert (bij wet van 13 Mei 1888) gevolgd is, maakte toenmaals 
nog een punt van overweging uit. Het was onzeker of en, 
zoo ja, hoe ze zou plaats hebben, en welken invloed ze c.q. 
op het binnenbrengen van den koffieoogst zou oefenen, - 
of namelijk de gewezen slaven als vrije arbeiders zouden 
blijven werken dan wel aanstonds het werk zouden staken, in 
welk laatste geval de Braziliaansche uitvoer van koffie tijdelijk 
sterk zou moeten afnemen. Een en ander hing natuurlijk af 
van Braziliaansche toestanden, waarvan men in Europa niet 
volkomen op de hoogte was. De zaak leende zich dus tot 
het verspreiden van allerlei tegenstrijdige, desnoods met 
schoonklinkende redenen omkleede berichten, van welker 
waarde men zich in Europa niet voldoende rekenschap kon 
geven, en die juist daarom niet nalieten, op de in span- 
ning verkeerende markt invloed te oefenen. 

Er is echter een ander, minder plomp middel om het 
boven aangegeven doel te bereiken, te weten: door voort- 
gezette blanco-verkoopen de daling bewerken, 
resp. door steeds meerdere inkoopen de rijzing 



Digitized byVjOOQlC 



150 

uitlokken, een en ander met het oogmerk om zich op 
het juiste oogenblik door tegengestelde operatiën te dekken 
en zonder verlies er uit te geraken. Om deze manoeuvre 
te kunnen doen slagen, moet men ze op groote schaal uit- 
voeren, en hier vertoont zich weer de schaduwzijde van 
den termijnhandel, n.m. dat niets in den weg staat aan eene 
uitvoering op zóó groote schaal als men maar aandurft, 
^-^v^-^^lleen (1) de vrees, dat de manoeuvre haar doel zal missen 
en dan het verlies ontzaglijk zal vermeerderd hebben, alleen 
die vrees kan tot zelfbeperking leiden, - doch daartegenover 
staat de zekerheid, dat men zonder de manoeuvre bepaald 
verliezen zal, en de hoop van met die manoeuvre de altijd 
gevoelige termijnmarkt nog „om" te krijgen. 

Dat dergelijke koopen of verkoopen, die geenszins in den 
toestand des artikels hunne rechtvaardiging vinden maar 
veeleer tegen de natuurlijke richting ingaan, eene verkeerde 
werking hebben, behoeft wel geen betoog: zij veroorzaken 
tijdelijke fluctuatiën, die geen anderen grond hebben dan 
het eigenbelang der operateurs, en die dan ook weer te 
niet gaan zoodra dit eigenbelang zich voldaan acht. 

Is zulk eene manoeuvre iemand een paar malen gelukt, 
dan rijst bij hem het denkbeeld om ze van tijd tot tijd te 
herhalen ook zonder dat vroegere transactiën hem daartoe 
aanleiding geven. Terwijl hij de eerste malen aanvankelijk 
had verkocht in de verwachting van daling, en toen die 
daling uitbleef, ze alsnog kunstmatig bewerkte - gaat hij nu 
verkoopen zonder dat hij daling verwacht, enkel omdat hij 
na de opgedane ervaring kans ziet om door zijne verkoopen 
den prijs zóó te drukken, dat hij zich met winst zal kun- 



(1) Wij beschoawen de %aak nog steeds zonder verplichte stortingen. 



Digitized byVjOOQlC 



151 . 

nen dekken. Evenzoo zijn er lieden, die eene kunstmatige 
rijzing trachten te verkrijgen door voortdurende inkoopen, 
ten einde op een gegeven oogenblik met winstneming er 
uit te gaan, of wel om te draaien en eene tegenovergestelde 
operatie te beginnen. Zeer ten nadeele natuurlijk van arge- 
looze lieden, die meenden dat de rijzing op degelijken 
grondslag steunde en daarom inkoopen gedaan hebben. 

„Het belang, hetwelk sommigen in het rijzen en anderen 
„wederom in het daalen der actiën stellen, maakt dat er 
„altijd twee partijen zijn, van welken de eene de actiën . 
„zoekt te doen daalen, ten einde koopjes te kunnen doen; 
„de andere dezelven te doen rijzen, om met winst te kunnen 
„verkoopen. De Actionisten hebben aan dit tegenstrijdig 
„belang, en aan de listen en kunstenaarijen , welke van 
„wederzijde om malkanderen eene vlieg af te vangen, in het 
„werk worden gesteld, den naam van mine en contre- 
„mine gegeeven.'^ (1) 

Zoo was het reeds in vorige eeuwen , en zoo is het nog. 
Dezelfde zaak onder andere namen. De term contra- 
mineur is gebleven, maar die van mineur is vervangen 
door amateur (bij ons meer gebruikelijk als werkwoord: 
liefhebberen), en nu laatstelijk door faiseur (Duitsch: 
Mach er). In de Nationale Conventie werden degenen, die 
werkten op daling der Fransche fondsen, betiteld als 
criminels, en de andere partij als imprudents. Tegen- 
woordig zijn de termen haussiers en baissiers het meest 
in gebruik. Zeer eigenaardig zijn de Engelsche benamingen 
bullsen bears aan de dierenwereld ontleend; immers 



(1) Aldus laidt eene vertaling uit de « Annales Belgiques Mois de Janvier 1773" 
bij LUZAC, «Hollands Rijkdom" II blz. 315, 316.* 



Digitized byVjOOQlC 



152 

terwijl de stier de hem in den weg liggende voorwerpen op 
zijne horens neemt en in de lucht werpt, is daarentegen 
de beer gewoon, zijn poot er op te zetten en ze tegen den 
grond te drukken. (1) 

Er zijn tijden, waarin de strijd tusschen die beide partijen 
zulke verhoudingen aanneemt, dat het, om zoo te zeggen, 
op leven en dood gaat. Dan komt het er maar op aan, 
welke harer het verst durft gaan en het meest wil wagen. 
Zoodra ééne van haar verflauwt, maakt de andere daarvan 
gebruik. Zoo ontstaan tal van kleine fluctuatiën, die aan 
nieuwe transacties het leven schenken. Ten slotte zegeviert 
ééne der partijen, en als deze nu tot aan den termijn het 
veld kan behouden, dan moet de andere zich dekken met 
groote verhezen, die aan de eerste ten goede komen. (2) 
Heeft die eerste haar doel bereikt, zoo laat ze den prijs 
weer aan zijn lot over, en kan deze zijn natuurlijken stand 
hernemen, tenzij de andere partij zich nu van hem meester 
maakt en hem in hare richting gaat drijven. 

Al deze fluctuatiën vinden haren grond enkel in kunst- 
matige invloeden, geenszins in verschijnselen, die met productie 
en consumtie in verband staan. Op die verschijnselen wordt 
in het heetst van den strijd nauwelijks meer gelet. Het kan 
zijn, dat alles wijst op geringe toevoeren, b. v. in Januari 
1890, en dat derhalve thans de termijnprijs van die maand 
hoog moest staan, maar dat nochtans die prijs naar de 
laagte gaat, als de baissiers den moed hebben om maar 
aldoor op die maand te verkoopen. Wanneer nu dezelfde 

(1) Deze verklaring van WebsTBB (Ënglish Dictionary in voce tbear'*) 
deel ik hier mede, omdat ik zelf ondervonden heb, dat ze zeer dienstig is tot 
het nit elkaar honden van die beide woorden. 

(2) Dat de verliezende 4)artij gewoonlijk met weinig mededoogen wordt 
behandeld, kan men leeren uit het volgende, door PBOaDHON (blz. 116) mee- 



Digitized byVjOOQlC 



153 

operatie op alle genoteerde maanden wordt tèn uitvoer 
gelegd, dan wordt ten slotte ook de loco-prijs daardoor 
aangetast, en bestaat er dus een misstand in de geheele 
prijsnoteering van het betrokken artikel. Die misstand kan 
niet van langen duur zijn, want hij is kunstmatig. Zoodra 
dan ook de baissiers de prijzen genoeg afgebrokkeld hebben 
en zich door inkoopen gaan dekken, treedt de rijzing met 
verdubbelde snelheid in. Maar dit neemt niet weg, dat 
tijdelijk de prijs in eene tegennatuurlijke richting gedrongen 
is en onnoodige fluctuatiën hebben plaats gehad. 

gedeelde populaire liedje, waarin men reeds op het eerste gezicht LA FONTAINB'S 
e La cigale et la fourmi'' herkent: 

La coulisse (*) ayant montë 

En pleine Becurité, 

Se trouva fort de'ponrvue, 

Quand la baisse fat venae. 

Pas d'argent, plus de cre'dit, 

Pour payer point de rëpit. 

Elle alla crier famine 

Chez la Banque, sa voisine, 

La priant de lui prêter 

Quelques sous pour tripoter 

Jusqu'k la hausse nouvelle. 

- Je vous pairai, lui dit-elle, 
Fin prochain, dëlai lëgal, 
Intérêt et principal. 

La Banque n'est pas prêteuse, 
C'est Ik Bon moindre dëfaut. 

- Que faisiez-vous du temps haut? 
Dit-elle k cette emprunteuse. 

- Chaque jour, k tout venant 
J'achetais, ne vous dëplaise. 

- Vous achetiez, j'en suis aise; 
Eh bien! vendez maintenant. 

(*) Ter verklaring van deze benaming diene het volgende: De ffagents de 
*change" te Parijs (thans 60 in getal) hebben voor den handel in sommige 
effekten een monopolie reeds sedert 1638. De plaats hunner samenkomst heet 
het parquet. In den gang^ die eertijds daarheen leidde, was een houten be- 
schot (coulisse), en daarachter kwamen diegenen bijeen, die van het monopolie 
uitgesloten waren, maar wier operatiën toch gewoonlijk oogluikend werden 
toegelaten. Over de geschiedenis dier coulissiers zie WlERSMA blz. 170 e.v,, 
FbéMEBY blz. 494. 



Digitized byVjOOQlC 



154 

Wij staan voor het feit, dat de termijnhandel, 
terwijl hij de strekking heeft om de prijzen te nivel- 
leeren en, over een langer tijdvak genomen, aan 
die bestemming ook beantwoordt, tegelijk voedsel 
geeft aan allerlei kleine en groote fluctuatiën 
van dag tot dag. En nu moge men de gevolgen van dat 
feit wel eens overdreven en eenzijdig voorstellen (1) - het 
is niet te weerspreken, dat een zoodanige toestand ernstige 
afkem*ing verdient, bok wegens de onzekerheid en gejaagd- 
heid, die hij doet ontstaan, en waardoor velen alle zelf- 
vertrouwen verhezen en tot de meest onberaden stappen 
gebracht worden. 

In dien strijd der partijen worden inzonderheid de 
meer ingewikkelde vormen van den termijnhandel als 
wapenen gebezigd. Zoo de premiezaken. Oorspronkelijk 
haar ontstaan dankend aan geoorloofde begeerte om een 
mogelijk verUes te beperken, zijn deze zaken al spoedig 
misbruikt om pressie op de markt uit te oefenen. Als 
b. V. de haussiers veel met premiën gekocht hebben 



(1) Zoo b.v. in de tPetition" van NiETSCHMANN & ÜEHMB aan den 
DnitBchen Rijksdag, (in druk verschenen bij OSWALD DiETZE, Berlijn 1889). 
Daarin leest men op blz. 9: 

«Der Consnment, der Kaffeetrinker ist derjenige, der in letzter Linie die 
j^durch die Machenschaften jener Biedermanner nnnatUrlich nnd unnöthig ge- 
# steigert en Preise zu bezahlen, und demnach die Kosten der Hansse-Specalation 
0zn tragen hat." 

«rDer Producent (aber) und der arbeitende Kaufmannstand siud genöthigt, in 
ffletzter Linie die Kosten der Baisse-Speculation zu tragen, ohne dem sich 
fentziehen zu können. 

Eenzijdig is deze voorstelling, omdat ze in elk der beide gevallen alleen op 
de benadeelde categorie let, voorbijziende dat dan de andere voordeel heeft. 
En ze is overdreven, eenerzijds omdat de kunstmatige hausse slechts tijdelijk 
z^jn kan en meestal heeft uitgewoed, voordat ze zich in den kleinhandel voort- 
geplant en den consument bereikt kan hebben, andererzijds omdat de producent 
niet altijd genoegen behoeft te nemen met de prijzen van den termijnhandel. 



Digitized byVjOOQlC 



155 

op de maand Mei, dan zal de 15^® April, de dag 
van de verklaring, door de tegenpartij met groote spanning 
w^orden tegemoet gezien. Immers als de haussiers verklaren, 
hunne inkoopen in stand te houden, dan zullen de baissiers 
zooveel meer hebben te leveren; daarom trachten deze 
laatsten dan soms den prijs te drukken, ten einde de 
premiegevers van hunne inkoopen te doen afzien. Evenzoo 
kan het al of niet gebruik maken van de bij „Nochgeschafte" 
voorbehouden bevoegdheid om veelvouden van de gecon- 
tracteerde hoeveelheid te eischen resp. aan te zeggen, een 
geweldigen invloed op de markt oefenen en haar eensklaps 
een geheel ander aanzien geven. Meer nog is zulks het 
geval bij de zaken op dubbele premie („Stellages"), waarbij 
het aan den premiegever staat, zich kooper of verkooper te 
verklaren. Onlangs hadden te Havre de haussiers in koffie 
veel premiën in die zaken genomen; buitendien hadden zij 
op dezelfde maand zooveel koop-contracten gesloten, dat zij 
alleen reeds met deze zich overladen gevoelden; als nu de 
premiegevers zich verkoopers verklaarden; zouden de haus- 
siers nog eene aanzienlijke hoeveelheid meer te ontvangen 
krijgen. Vandaar nu het verschijnsel, dat in de aan den 
verklaringsdag voorafgaande week elke dag opende met eene 
koersverhooging, die des namiddags weder verloren ging; 
dit kwam doordien de haussiers eiken dag beproefden eene 
rijzende beweging te bewerken, ten einde de baissiers te 
verlokken om zich koopers te verklaren, waardoor de haus- 
siers dan van die engagementen ontlast en tevens tegenover 
een deel hunner vaste koopen gedekt zouden worden. 

Er is eene andere manoeuvre, die vroeger en later 



Digitized byVjOOQlC 



156 

dikwijls beproefd is, en waarvan de Heer Zeverijn (1) eene 
zóó duidelijke uiteenzetting heeft gegeven, dat hier met eene 
korte schets en de vermelding van eenige der jongste voor- 
beelden kan worden volstaan. Deze manoeuvre dan bestaat 
hierin, dat de haussiers langzamerhand en in 't geheim den 
geheelen ter plaatse aanwezigen voorraad van eenig artikel 
opkoopen (ac ca par er) en bovendien nog een groot aantal 
inkoopen op termijn sluiten; bij het verschijnen van den 
termijn nemen zij dan geen genoegen met verrekening van 
prijsverschillen, maar eischen zij werkelijke levering; deze is 
onmogelijk, aangezien de haussiers al de aanwezige goederen 
geaccapareerd hebben, en dus kunnen zij aan hunne ver- 
koopers een afrekeningsprijs stellen zoo hoog als zij verkiezen, 
en loopt het met een „étranglemenV', eene slachting onder 
de baissiers, af. Somtijds zal de „étrangleur" daarbij eene 
betrekkelijke gematigdheid in acht nemen, „en sorte qu'il 
„gouveme et modère leur perte, afin d'éviter de ruiner 
„trop complètement ses vendeurs, dont Ie désastre, s'il 
„venait a éclater avec trop de scandale, pourrait découvrir 
„la nature de la spéculation et en compromettre Ie 
„succes {^Y\ en ook misschien ora hen nog in leven te 
houden en zich te laten herstellen, ten einde hen later 
opnieuw te exploiteeren, want ook op dit gebied zijn er die 
zich tweemaal stooten aan denzelfden steen. 

Kan een dergelijk „étranglement" wel eens door één 
persoon ondernomen worden in een fonds van beperkten 
omvang, - om hetzelfde te kunnen doen bij een in ruime 
mate voorkomend product, is gewoonlijk een syndicaat 

(1) fEconomiat" 1888, blz. 161 e.v. 

(2) FréHERT, aangehaald werk blz. 427 428. 



Digitized byVjOOQlC 



157 

vereischt van personen met ruime middelen, die zich ver- 
eenigen om te bewerken hetgeen in den goederenhandel bij 
voorkeur wordt aangeduid met de Engelsche benaming 
„corner" (de benaming ziet op den hoek, waarin de 
baissiers gedreven worden). Met ruime middelen kan men 
heel wat opkoopen, vooral wanneer men telkens het gekochte 
beleent en met het daarop verkregen geld weer verder 
opkoopt. Ook moet zulk een syndicaat zijn oogenblik 
kiezen; zal liet kans van slagen hebbeU; dan moet het 
werken in een tijd, waarin de voorraden gering zijn en 
vooreerst geen groote toevoer te wachten is. 

Zoo zien we ook hier, hoe de termijnhandel in het 
bereiken van zijn economisch doel wordt belemmerd door 
operatiën, waartoe hij zelf aanleiding heeft. Terwijl toch 
tot zijne bestemming almede behoort het verijdelen van 
monopoUstische pogingen door het vervroegen van den 
invloed der naderende toevoeren, zien wij hier, hoe hij 
juist weer pogingen tot monopoliseering in hel leven roept. 
Intusschen zijn bij meerdere ontwikkeling van den termijn- 
handel die pogingen steeds minder geslaagd. Ieder heeft 
thans overal zijne relatiën, en de bijzondere inlichtingen, 
waarop de „cornerers'' hunne plannen bouwen, wopden vrij. 
spoedig gemeen goed van allen. Ook is het bij de tegen- 
woordige verkeerssnelheid meestal mogelijk, nog intijds van 
elders goederen te laten komen, om die aan de „cornerers" 
te kunnen leveren. 

„The past eight months are strewn vrith the wrecks of 
„attempted corners in cotton at Galveston, New- York, and 
„Liverpool, and wheat at San Francisco and Ghicago", 
schreef de Amerikaan A. C. Stevens (1) in October 1887, 

(1) Aangehaald artikel blz. 56, 



Digitized by LjOOQiC 



158 

Met de latere pogingen is het al niet beter afgeloopen. Het 
syndicaat, dat zich gevormd had om den tinprijs op te 
drijven en aanvankelijk daarin geslaagd vv^as, bleek eene te 
zw^are taak op zich te hebben genomen; toen het op 
30 April 1888 uiteenspatte, daalde de tinprijs (Londensche 
noleering) in eens van ^166 tot ^100, Mreldra tot J083, 
per ton. Iets langer heeft het koper-syndicaat het uitgehouden, 
dat zich in October 1887 had gevormd onder leiding van de 
.,Société industrielle et commerciale des métaux" en haren 
administrateur-directeur Eügène Segrétan. De gestadige daling 
van den koperprijs in de laatste jaren had eenerzijds geleid tot 
sluiting van eenige Amerikaansche mijnen en anderzijds het 
verbruik doen toenemen. Dit scheen een gunstig oogenblik 
om eene hausse op touw te zetten en tegelijk, door contracten 
met het meerendeel der mijnen, het artikel te monopoliseeren. 
In alle stilte voorbereid, slaagde het plan voorloopig uit- 
stekend; de Londensche koperprijs werd van j^iO tot .^80 
per ton opgezet en op die hoogte gehouden. Velen, die de 
onderneming niet houdbaar achtten, verkochten aan haar 
steeds grooter hoeveelheden op termijn, maar toen de 
termijn kwam, bestond het syndicaat nog altijd, en werden 
de onvoorzichtige baissiers geëxecuteerd. Later echter nam 
het aanbod uit de buiten het contract staande en andere 
heropende mijnen toe, en verminderde de vraag door het 
bezigen van staal in de plaats van koper o. a. voor locomo- 
tieven. Wel werd toen het syndicaat gesteund door eene 
„Société auxiliaire des métaux'* en het „Comptoir d^escompte/' 
maar desondanks kon het zich niet handhaven, en in Maart 
1889 bezweek het syndicaat, het „Comptoir d'escompte'' in 
zijnen val meesleepend, en keerde welda de koperprijs weer 
tot jg 40 terug. (1) 

(1) Zie nitToeriger 6. M. B. in «de Bconomist" Maart 1889, blz. 221-236. 



Digitized by VjOOQiC 



159 

Op de maand September 1888 was te Hambm'g een 
koffie-comer op touw gezet, en de drie eerste weken van 
Augustus gingen kalm voorbij zonder dat de verkoopers nog 
lont roken; September-levering werd 21 Aug. nog 59f pf. 
per i kilo genoteerd. Den volgenden dag echter viel de 
aandacht op de geringheid van den plaatselijken voorraad, 
en begon zich bij de baissiers, daar de door hen verwachte 
aanvoeren uitbleven, eene begeerte naar dekking te open- 
baren, die allengs sterker werd. In de eerste dagen van 
September werden eenige aanzeggingen van levering gedaan, 
en toen de haussiers deze grif aannamen, en tevens niet 
(als tot dusver gebruikelijk) weder aan de markt kw^amen 
om den verkoopers gelegenheid tot dekking te geven, toen 
bemerkten de baissiers, dat zij tegenover eene zorgvuldig 
voorbereide combinatie stonden. Vandaar sedert 4 September 
eene paniek, waarvan de wederga - naar luid van sommige 
berichten - zelfs bij de vroegere speelbanken niet is aan- 
schouwd. Sommige baissiers dekten hunne September- 
verkoopen door September-inkoopen tot telkens hoogere 
prijzen, op 4 Sept. tot 87^, op 5 Sept. tot 93^, op 6 Sept. 
tot 130 pf. Den 7den des morgens werd eene poging tot 
bemiddeling gedaan, en werd den haussiers voor 8000 bn. 
September-levering 140 pf. geboden, maar dezen stelden 
het alternatief: 100,000 bn. voor 106 pf., of 10,000 bn. 
maar dan niet beneden 240 pf. Daarop sprongen de onder- 
handelingen af, en bereikte de paniek haar toppunt: er werd 
dien dag werkelijk tot 240 pf. betaald voor September- 
levering. 

Andere baissiers trachtten aan hunne verkoop-contracten 
te voldoen door werkelijke levering, en beproefden alles, om 



Digitized byVjOOQlC 



160 

nog vóór het einde der maand koffie naar Hamburg te doen 
komen. Met ontzaglijke geldelijke offers kochten zij bij de 
kleinhandelaars in het binnenland op wat zij maar konden 
vinden, desnoods bij ééne baal tegelijk. Zoo gelukte het 
hun, tusschen 29 Augustus en 6 September de levering van 
53,000 bn. aan de haussiers aan te zeggen. Hiermee waren 
zij intusschen nog niet dadelijk geholpen, want uit de van 
allerwege aankomende en vooral uit de bij kleine hoeveel- 
heden opgekochte balen behoorlijke (aan het standaardmon- 
ster beantwoordende) partijen van 500 balen samen te stellen 
en op de voorgeschreven zolders te brengen, - dat ver- 
eischte veel tijd en werkvolk, en er waren bijna geene 
handen genoeg. (1) De haussiers hielden zich streng aan het 
Hamburgsch standaardmonster voor „good average" Santos- 
koffie. Dit nu was kort te voren (met voorbedachten rade, 
naar men thans beweerde) verhoogd, zoodat de te Havre 
in omloop zijnde Santos-koffie meerendeels te Hamburg niet 
„andienbar" was. Alle andere soorten, hoezeer ook erkend 
beter dan Santos, werden onverbiddelijk geweigerd. Derge- 
lijke praktijken gaven natuurlijk voedsel aan de zoo vaak 
gehoorde bewering, dat de termijnhandelaars in het algemeen 
een afschrik hebben van werkelijke goederen en niets anders 
zien willen dan hunne contracten. Het is te begrijpen, dat. 
onder deze omstandigheden de werkelijke handel in koffie 
geheel stil stond. 

. Langzamerhand kwamen er berichten, dat koffie uit Havre, 
Genua en Triest per spoor, en uit Santos per 3 stoomschepen 

(1) Inmiddels moesten met elke rijzing nieuwe stortingen bij de Liqaidatie- 
kas worden gedaan, en wel gaf deze daarvan op eigen risico dispensatie aan al 
wie zekerheid van werkeiyke levering kon geven, maar dit nam het Damocles- 
zwaard boven hunne hoofden nog geenszins weg. 



DigitizedbyVjOOQlC . \ 



161 

in aantocht was, zoodat waarschijnlijk aan alle verplichtingen 
zou kunnen voldaan worden, zij het dan ook met opoffering 
van ontzaglijke sommen. Toen bekwam men allengs van 
den. schrik, en, schoon niet zonder groote schokken en 
nieuwe fluctuatiën^ was de September-prijs op den 25^*®** 
dier maand weer tot 64 pf. teruggekomen. Dien dag werd 
op alle nog loopende contracten de levering aangezegd. 

In het geheel waren nu aan het hausse-syndicaat 158,500 
balen geleverd. Een tijd lang was men bevreesd, dat het 
die houden en den corner op October voortzetten zou. 
Echter waren nog groote hoeveelheden koffie uit Santos 
onderweg, en in dat vooruitzicht was eene voortzetting 
te gewaagd; ook werd gezegd, dat de krachten van 
het syndicaat ten einde liepen. Dan, hoe dit ook zij, 
het syndicaat begon nu per October te verkoopen, en 
reeds den eersten dag w'aarop daartoe gelegenheid was 
(27 September), de levering van 50,000 bn. aan te zeggen, 
volgens velen om nu eene daling te verwekken en zoo mogelijk 
daarna lager weer in te koopen. Maar de afnemers, die 
door dê groote opkooping geheel van koffie ontbloot waren, 
kochten voor de consumtie juist per October, en de 50,000 
en meer balen, die het syndicaat aanzegde, werden grif 
opgenomen. 

Daarmee liep de zaak af. Of de haussiers er bij gewon- 
nen hebben, is niet na te gaan, maar het was stellig bij verre 
niet zooveel als waarop zij gerekend hadden. Wel hebben 
de baissiers ontzaglijke offers moeten brengen, die ten goede 
zijn gekomen aan degenen, bij wie zij de koffie opkochten. 
Aan de haussiers is bijna alles werkelijk geleverd, en 
Hamburg is behoed gebleven voor het schouwspel van een 

11 



Digitized byVjOOQlC 



162 

dicteeren van een willekeurigen afkoopprijs door een on- 
verbiddelijk syndicaat aan de lichtzinnige baissiers; nog juist 
intijds heeft men zich daartegen in veiligheid kunnen stellen. 
Ook deze corner, hoezeer dan aanvankelijk de toeleg scheen 
te slagen, is ten slotte mislukt. 

Groot was de verontwaardiging, door deze Hamburgsche 
geschiedenis opgewekt zoo in als buiten de handelskringen 
in Duitschland en ook elders. En terecht: hoe toch kan 
handel mogelijk zijn, waar op dusdanige manier met de 
prijzen w^ordt rondgesprongen? Sommigen gaven de schuld 
uitsluitend aan de baissiers, die maanden lang den prijs 
zonder behoorlijke redenen gedrukt hadden en nu niet meer 
dan hun verdiende loon kregen. Anderen richtten hunne 
afkeuring uitsluitend aan het adres van het hausse-syndicaat, 
dat schromelijk misbruik maakte van zijne listig verkregen 
overmacht. De onpartijdige toeschouwer moet beide partijen 
even sterk veroordeelen. 

Na de opgedane ondervinding en onder den invloed 
der algemeene verontwaardiging heeft men te Hamburg, 
en later op andere wijzen ook elders, maatregelen geno- 
men om herhaling van het gebeurde te voorkomen. Deze 
maatregelen bestaan hoofdzakelijk in vrijgeviger bepalingen 
omtrent de vereischten, w^aaraan partijen koffie voldoen 
moeten om leverbaar te zijn. Tot nog toe kon te Ham- 
burg enkel good average Santos worden geleverd, en de 
qualiteit daarvan moest wezen 2/6 superior^ 3/6 good en 
1/6 regular. Na langdurige besprekingen is deze bepaling 
op 9 Januari 1889 in zooverre gewijzigd, dat eene partij 
ook geheel of ten deele uit andere koffies bestaan mag 



Digitized byVjOOQlC 



163 

(echter met opzicht tot den oorsprong uit niet meer dan 
vier soorten), mits 2/6 daarvan in qualiteit ten minste aan 
het type superior, 3/6 aan het type good en 1/6 aan het 
type regular beantwoordt. Degene, die van deze vrijgevige 
bepaling gebruik maakt, moet aan den ontvanger der partij 
eene som van 6000 Mark betalen. Deze som is later tot 
1000 Mark verminderd. Hiermede is dus de kring der 
leverbare koffies verruimd, en zullen de verkoopers nooit 
meer zóó in verlegenheid kunnen gebracht worden als in 
September 1888 het geval was. Althans dit hoopt men er 
mee te bewerken. Zoolang er echter lieden gevonden 
worden, die roekeloos genoeg zijn om dubbele premiën te 
nemen, zoodat zij b. v. pas op 15 April hooren of zij in 
Mei zullen moeten ontvangen dan w^el leveren, en die dus, 
als zij moeten leveren, ten hoogste 6 weken tijd hebben 
om aan die verplichting te voldoen - zoolang is ook het 
gevaar van „corners" niet uitgesloten. 

Intusschen mag men hopen, dat de langzamerhand overal 
van deze manoeuvres opgedane ervaring tot meerdere voor- 
zichtigheid zal leiden. Dat van de in de laatste jaren 
beproefde „corners'^ geen enkele volkomen is geslaagd, dit 
is in allen gevalle een bemoedigend teeken. Wel zal het 
niet de laatste maal geweest zijn, dat eene zich om niets 
bekommerende geldzucht den een tot de meest roekelooze 
lichtzinnigheid en den ander tot het leggen van de gevaarlijkste 
hinderlagen verleidt (1) - maar hoe minder succes deze 

(1) In onzen tijd hebben de woorden van den Romeinschen dichter nog 
niets van hunne geldigheid verloren: 

Dives qui fieri vult 
Et cito vult fieri, quae reverentia legum, 
Qnis xnelus aut pudor est umquam properantis avari ! 

(Juvenalis). 

11* 



Digitized by VaOOQlC 



t64 

;,corners" hebben, des te beter voor partijen zelf, en zeer 
zeker ook voor den handel en de geheele maatschappij. 

Ons oordeel over den termijnhandel kortelijk 
samenvattend, kunnen wij het volgende aannemen- 

Hij opent de mogelijkheid voor den producent om zich 
vooruit afzet te verzekeren, en voor den consument om 
zich eveneens van te voren te verzekeren van hetgeen hij 
behoeven zal. 

Van een algemeen maatschappelijk standpunt is hij, als 
aanvulling van de verkeersverbeterlngen, in hooge mate 
bevorderlijk aan het behoorlijk verdeden van de producten 
en het nivelleeren hunner prijzen ten opzichte van tijd 
en plaats. 

Hij verruimt de markt, en verschaft de gelegenheid om 
het risico van prijsverandering over een groot aantal per- 
-^^onen te verdeelen. 

Deze verruiming van de markt bezorgt aan de plaatsen, 
vaar termijnhandel gedreven wordt, grootere aanvoeren en 
airijker kooporders, dus eene verlevendiging van het verkeer. 

hl al deze opzichten hebben ook die transactiën haar 
lut, welke niet met levering en betaling afloopen, maar in 
erschilverrekening worden opgelost. 

De mogelijkheid dezer wijze van oplossing geeft echter 
tanleiding, dat vele koopheden zich in verhouding tot hunne 
iraagkracht veel te diep in termijnzaken steken. Zij bevor- 
iert tevens het betrekken van „outsiders" in den termijn- 
landel. Een en ander heeft ten gevolge, dat dikwijls 
e veel en onoordeelkundig op termijn wordt gehandeld, 
oodat de ware prijs geenszins bereikt en de nivelleerings- 
imctie verlamd wordt. 



Digitized byVjOOQlC 



165 

Hetzelfde geldt in nog hooger mate van de manipulatiën, 
die maar al te vaak worden in het werk gesteld om den 
prijs te drijven in eene voor de drijvers gewenschte richting, 
en om onnoodige schommelingen enkel uit winstbejag te 
veroorzaken. 

Door deze misbruiken wordt de nivelleerende invloed van 
den .termijnhandel wel niet op den . duur verijdeld; maar 
toch tijdelijk verschoven en herhaaldelijk verlamd, terwijl zij 
verder demoraliseerend werken op den handel en op de 
geheele maatschappij. 

Het is te hopen, dat men, door schade en schande wijs 
geworden, zal terugkomen van de overdrijving der termijn- 
zaken, en dat men middelen zal vinden om de boven- 
genoemde manipulatiën te beperken. Zoodoende zal de 
werkelijk nuttige invloed, dien de termijnhandel \)estemd is 
te oefenen, meer en meer tot zijn recht komen. 

Thans- nog een woord over de verplichte stor- 
tingen bij het sluiten der contracten en bij prijs- 
verandering daarna. 

Op blz. 34 e. v. hebben wij gezien, hoe men tot dat 
stelsel van stortingen is gekomen. De groote omvang der 
operatiën van vele lieden, de sterke fluctuatiën (hetzij die 
uit den loop des artikels, hetzij ze uit manoeuvres voort- 
spruiten), de dikwijls lange termijnen, en het groote belang 
dat de geheele handel heeft bij stipte nakoming van elk 
contract - al deze redenen hebben geleid tot een stelsel, 
waarin ieders solvabiliteit op elk oogenblik kan worden 
nagegaan, en de wederpartij zich kan dekken zoodra die 
solvabiliteit begint te ontbreken. 



Digitized byVjOOQlC 



166 

De schrijver van eenige, met ,,Veritas II" onderteekende 
artikelen „die Hamburger Waaren-Liquidations-Gasse mid 
„der Cafifee-Terminhandel" (1) beschouwt het feit, dat de 
handel, die altijd zijne taak naar behooren heeft kunnen 
vervullen met eigen kapitaal en crediet, thans in zijne 
onderlinge transactiën eene waarborgende instelling noodig 
heeft - als een bewijs, dat hij öf zwakte gevoelt öf onver- 
trouwbare elementen in zijne transactiën wil betrekken. 

Tegen deze bewering valt mijns inziens nog al iets te 
zeggen. Wanneer de omvang der zaken toeneemt en tevens 
de tijdelijke prijsfluctuatiën vermeerderen, zoodat de risico's 
grooter worden, dan schijnt het een eisch van verstandig 
beleid, bij die grootere risico's ook meerdere waarborgen 
te stellen. Bovendien zal het vereischte van stortingen juist 
een afschrikkenden invloed oefenen op de zwakke elementen' 
en dit te meer naarmate de stortingen en de contract- 
eenheden grooter zijn. Menigeen toch, die wel eens 100 bn. 
koffie op termijn zou willen koopen of verkoopen als hij 
vooreerst niets behoefde te betalen, zal zich onthouden, 
wanneer hij ten minste 500 bn. doen en terstond ƒ 1000 
daarvoor neerleggen moet. Ten aanzien van de „outsiders" 
werkt deze afschrikkende invloed slechts middellijk, en 
somtijds in 't geheel niet. Immers zij moeten hunne zaken 
doen door tusschenkomst en op naam van commissionairs. 
Daar dezen nu zelf tot storting verplicht zijn, zullen zij wel 
gewoonlijk geene orders uitvoeren tenzij de commissie-gevende 
„outsiders" de daarvoor benoodigde gelden er bij voegen, 
maar er worden ook commissionairs gevonden, die bereid 
zijn om de noodige gelden voor te schieten, hetzij dat de 

(1) In de .Hamburger Nachrichten" van 16 en 27 Febr. en 9 Maart 1889. 



Digitized byVjOOQlC 



167 

betrokken personen hun als crediet-waardig bekend zijn, 
hetzij dat zij hun als zoodanig worden voorgesteld. (1) 

In het algemeen echter kan men zeggen, dat de stortings- 
plicht zwakke elementen afhoudt van deelneming. Aan 
den anderen kant werkt echter de meerdere zekerheid, 
die van dit stelsel het gevolg is, verleidelijk op lieden, 
die anders het meedoen te gewaagd zouden vinden, en 
die bemiddeld genoeg zijn om de stortingen te volbrengen. 
Ik meen intusschen, dat het voordeel der zekerheid hier 
zwaarder moet wegen, en in het stadium, waarin de 
termijn-handel thans verkeert, het stelsel van de stortingen 
aanbeveling verdient. 

Evenwel rijst de vraag, of het niet op andere wijze 
behoorde te worden ingericht. Zooals het nu is, moet een 
zeker bedrag bij den aanvang gedeponeerd, en bij prijs- 
verandering aangevuld worden. Het is deze aanvullingsplicht, 
die nadeelige gevolgen met zich brengt. Vroeger zagen wij, 
hoe het in den strijd tusschen haussiers en baissiers er op 
aan komt, wie het verst durft gaan; nu komt daarbij: en 
wie het meeste geld heeft om te blijven storten. Als de 
haussiers door voortdurend meer te koopen (en daarvoor 
te .storten) den prijs opjagen, dwingen zij de baissiers tot 
aanhoudend bijstorten; zoodra er één in gebreke blijft, 
wordt voor diens rekening ingekocht, en daarmee alweer 
de prijs opgezet. Als ten slotte de meeste baissiers, aan 
het eind hunner middelen gekomen, zich met verlies gedekt 
hebben of wel geëxecuteerd zijn, dan zakt de prijs weer in, 

(1) De Heer ZeverUN (Economist 1888 blz. 167 en 168), wijst op het 
verschijnsel, dat tal van buiten land sche com missiehuizen op raad hunner agenten 
dergelijk crediet gaven aan Nederlanders, en op die wijze hunne cliënteele hier 
te lande aanzienlijk zagen toenemen. 



Digitized byVjOOQlC 



168 

en, als de termijn komt, is hij misschien niet eens hooger dan 
hij aanvankelijk was. Hadden de baissiers tot zoolang kunnen 
wachten, dan zouden zij die verliezen niet geleden hebben. 
Maar de verplichting tot bijstorting belette hen te wachten, 
en maakte dus voor de haussiers de zege gemakkelijker. 
Zoo wordt ook hierdoor weer een der voordeelen van den 
termijnhandel in gevaar gebracht. Terwijl toch de gelegenheid 
om zich vooruit te verzekeren van hetgeen men behoeft, de 
strekking heeft om den kleineren handelaar onafhankelijk 
te maken van het groote kapitaal, zien wij hier, hoe door 
de bestaande inrichting, de partij die het meeste kapitaal 
heeft, in staat wordt gesteld om de markt te haren behoeve 
meedoogenloos te exploiteeren. 

Er zijn voorbeelden van achtenswaardige kooplieden, die 
nooiT^waagde zaken deden en die juist ter wille van de 
zekerheid, de goederen, die zij wilden aanvoeren, op termijn 
verkochten. Gedurende dien termijn werd echter een 
hausse-veldtocht op touw gezet, en voor eiken cent rijzing 
moesten zij bijstorten, ofschoon daarvoor te hunnen opzichte 
geene reden bestond, daar immers de werkelijke goederen 
voor hen in aantocht waren. Maar de reglementen zijn 
algemeen, en zij hadden nu de keus om öf hunne verkoopen 
te dekken door inkoopen met zeer groot verlies, om 
misschien, als de goederen aankwamen, den prijs weer 
ingezakt te vinden en dan nog meer er aan te verliezen, - 
öf geduldig te blijven bijstorten, somtijds totdat hunne 
middelen waren uitgeput en executie moest volgen. Zoo 
zijn solide kooplieden, juist door sekuur te handelen, ten 
val gebracht. Dit is natuurlijk een groote misstand. 

Nog een ander bezwaar is aan het stelsel verbonden, 



Digitized byVjOOQlC 



169 

namelijk dat velen, voor het schrikbeeld eener executie 
beducht, tot hun laatste goed beleenen of verkoopen, om 
maar aan hunne verplichting tot bijstorting te kunnen voldoen. 
Zoo blijven wel degenen, die in den termijnhandel hunne 
crediteuren zijn, van hunne solvabiliteit zeker, maar wordt 
die solvabiliteit ten aanzien der andere- crediteuren vaak 
ten zeerste bedreigd. 

Op grond van een en ander is er wel iets te zeggen voor 
het meermalen aangegeven denkbeeld om de oorspronkelyke 
storting zoozeer te verhoogen dat bijstortingen zelden noodig 
zullen worden. De grondslag der zaken zou daardoor in 
ieder geval een andere, en eene exploitatie der markt door 
een machtig syndicaat zou vrij wat moeielijker worden. 
Tevens zou dan eene vermindering van de thans veel te 
groote termijnomzetten (1) intreden, hetgeen aan de markt zou 
ten goede komen, terwijl een aantal van die personen, wien 
het slechts om kunstmatige prijsbewegingen te doen is, er 
door zou worden geweerd. 

Terstond doet zich dan evenwel de vraag op, of tege- 
lijkertijd met die slechte elementen niet ook vele goede 
zouden worden geweerd, m.a.w. of de sterk verhoogde eischen 
niet ook voor den ernstigen en soliden handelaar een tè 

(1) De omzet in koffie op termijn bedroeg in 1887 en in 1S88 te: 
geopend : 

Amsterdam 1 Mei 1888 — 742,250 balen. 

Antwerpen 7 Nov .... 1887 475.000 3,291,500 » 

Hamburg 11 Juni.... 1887 7.135.000 16.610.500 * 

Havre.. 1882 20.305.000 19.770.000 » 

Londen 1 Mei 1888 - 1.002.000 » 

Marseille 1 » 1888 — 716.500 » 

New- York 16 Maart. 1882 24.880.000 21.016.000 » 

Rotterdam 16 Mei .... 1888 — 1.177.600 » 



Totaal 52.795.000 64.226.250 balen 

tegen eene jaarlijksche wereldproductie van ca. 10 a 11,000,000 balen. 



Digitized byVjOOQlC 



170 

groot bezwaar zouden opleveren, en of daardoor de om- 
zetten niet weer te veel beperkt zouden worden. Deze en 
andere vragen zouden eerst tot oplossing moeten worden 
gebracht, voordat over het denkbeeld zelf zou kunnen be- 
slist worden. 

Ten slotte eene nadere beschouwing van de 
Liquidatie-kassen, met behulp waarvan het stortingen- 
stelsel in Europa wordt toegepast. 

Vroeger, toen wij het ontstaan dezer instellingen bespraken 
en het gemak en de voordeelen aanwezen, die de handel 
van hunne tusschenkomst geniet, zeiden v^j, dat uit het 
enkele feit, dat de Amerikanen ze nog niet hebben over- 
genomen, reeds kan worden opgemaakt, dat ze ook hare 
schaduwzijden hebben. De aandacht is daarop vooral 
gevestigd geworden naar aanleiding van den Hamburger 
koffie-comer in September 1888. De houding toen door de 
„Waaren-Liquidations-Gasse" aangenomen, heeft naast warme 
verdedigers ook heftige bestrijders gevonden. In dien strijd 
te beslissen, daartoe acht ik mij allerminst bevoegd. Wel 
echter meen ik op eenige leemten en gevaren in de bestaande 
inrichting te moeten wijzen, die bij deze gelegenheid zijn 
aan den dag gekomen. 

Vooreerst is het voor de Liquidatie-kas te harer bevei- 
liging noodig, dat zij zich voorbehoudt, hare bepalingen 
voor den termijnhandel te veranderen, met name tijdelijk 
de stortingen te verhoogen. Er kunnen zich toch buiten- 
gewone omstandigheden voordoen van zóó snelle prijsver- 
anderingen, dat de gewone stortingen niet voldoende zijn 
om eventueele verliezen te dekken. Echter ligt in deze 



Digitized by VjOOQiC 



171 

discretionnaire macht een groot gevaar voor degenen, die 
van hare bemiddeling gebruik maken, en die nu plot- 
seling voor veranderde reglementen kunnen worden gesteld. 
Hiertegenover staat evenwel het belang, dat de Kas heeft 
bij het behoud harer cliënteele, want niets belet de onte- 
vredenen, om eene concurreerende Kas op te richten. Het 
eigenbelang der Kassen zal dus alreeds een dam op- 
werpen tegen misbruik van macht. Voorzichtig zal het 
altijd wezen, in de statuten der Kas te bepalen, dat hare 
reglementen - en dus ook alle blijvende veranderingen 
daarin - moeten worden gemaakt in overleg met de Ver- 
eenigingen van handelaren, die op sommige plaatsen naast 
haar bestaan en eigenlijk nergens moesten ontbreken. 

Ter beveiliging der Kas is eveneens noodig eene bepaling, 
die haar het recht geeft, aan bepaalde personen hare 
bemiddeling te weigeren, hetzij die niet solide genoeg zijn, 
hetzij ze zich aan kwade praktijken hebben schuldig gemaakt. 
Dat de Kas van dit recht misbruik. zou maken, is niet waar- 
schijnlijk, met het oog op den ongunstigen indruk dien zoo 
iets bij den geheelen handel maken zou. Het is iutusschen in 
dit als in zoovele andere gevallen: hoofdzakelijk komt het aan 
op het karakter en de vertrouwbaarheid van de personen, 
die de bepalingen uitvoeren. 

En nu is juist bij de Liquidatie-kassen eene goede keuze 
van bestuurders eene moeielijke zaak. Het zijn niet enkel 
administratieve lichamen; zij kunnen ieder oogenblik met 
de techniek des handels en met de verhandeld wordende 
goederen te doen krijgen , en hare directeuren moeten dus 
personen zijn, die met den handel in de betrokken goederen 
goed bekend zijn en ook over de handelende personen een 



Digitized byVjOOQlC 



172 

oordeel kunnen hebben. Aan den anderen kant mogen het 
ook weer niet personen zijn, die zelf op termijn handelen; 
immers dan zouden zij zich allicht bij hunne bestuursdaden 
door overwegingen van eigenbelang laten leiden, terwijl het 
ook verkeerd zou zijn, dat zij al de door hunne concurrenten 
gesloten contracten onder de oogen zouden krijgen. Het 
beste zal zijn, kooplieden in ruate tot directeuren te be- 
noemen, die de vereischte kennis bezitten en geen belang 
in de verhandelde artikelen meer hebben. 

Bij de keuze van commissarissen zal men zich zeer zeker 
behooren te bepalen tot personen, die zelf buiten allen 
termijnhandel staan. In Hamburg is het niet alzoo, en het 
feit, dat tijdens den koffie-corner in September 1888 het 
hausse-syndicaat in den „Aufsichtsrath'^ der Kas was ver- 
tegenwoordigd, heeft aanleiding gegeven tot de herhaaldelijk 
geuite beschuldiging, dat dit syndicaat langs dien weg op de 
hoogte van den omvang der baisse-operatiën kwam, en alzoo 
in staat was om te beoordeelen of zijne tegenpartij het nog 
lang zou kunnen uithouden. Vanwege de Liquidatie-kas is op 
deze aanvallen geantwoord, dat slechts beurtelings één der 
leden van den „Aufsichtsrath" inzage van de boeken nam 
en dan nog enkel het debet- of credit-saldo van lederen 
cliënt te zien kreeg, en geenszins de verdeeling van ieders 
operatiën over de verschillende maanden. Men mag echter 
vragen, of bij eene zóó beperkte inzage de taak van commis- 
saris wel behoorlijk is te vervullen. Maar hoe dit ook zij, 
zelfs de schijn moet worden vermeden, en de onpartijdigheid 
van commissarissen moet niet in twijfel kunnen worden 
getrokken. 

Een ander bezwaar tegen de inrichting der Kassen iS; 



Digitized by VjOOQiC 



173 

dat zij wel in den regel zelf geen risico loopen, wijl tegen- 
over eiken kooper bij haar een verkooper staat, maar dat 
in tijden van crisis die evenredigheid wel eens kan worden 
verbroken en de Kas zelf aansprakelijk kan worden. Tijdens 
eene geweldige hausse zullen tal van baissiers met hunne 
bijstortingen in gebreke blijven, en dan zal de Kas, om in 
hunne plaats andere verkoopers te krijgen, voor hunne 
rekening inkoopen moeten sluiten; dit zal tegen telkens 
hooger prijzen moeten gaan, hetgeen weer nieuwe executiën 
na zich sleept, en zelfs is het mogelijk, dat bij de in gang 
zijnde hausse niemand een verkoop wil sluiten, en de Kas 
dus zelve als verkooper moet blijven fungeeren en des- 
gevraagd leveren. In dit bezwaar is, dunkt mij, alleen te 
voorzien door aan de Kassen een ruim kapitaal te geven, 
en flinke reservefondsen te vormen, welk laatste middel, 
bij de groote winsten tot nog toe door de Kassen behaald, 
gemakkelijk kan worden toegepast. 

Men bedenke bij dit alles, dat de Kassen nog zeer jonge 
instellingen zijn, en daarom nog lang niet alles op vaste 
schroeven staat. De ondervinding zal veel moeten leeren, 
en uit de herhaalde reglements-veranderingen blijkt wel, 
dat men zich hare lessen ten nutte maakt. Langzamerhand 
zal dit alles wel tot rust komen, en zal men allerwege 
aanvaarden de regeling, die het meest proefhoudend is 
gebleken. .Naast de. zorg voor doelmatige reglementen zal 
echter steeds de keuze van geschikte en onpartijdige 
bestuurders eene hoofdzaak blijven. Bij vervulling van die 
twee voorwaarden kunnen de Liquidatie-kassen aan den 
termijnhandel belangrijke diensten bewijzen. 



Digitized by'LjOOQlC 



VIERDE HOOFDSTUK. 

Beschouwing; van den termyuhaudel uit 
liet oogpunt yan het recht. 



Door velen is en wordt nog betwijfeld, of een koop en 
verkoop in den termijnhandel eigenlijk wel een koop en 
verkoop is. En dat wel, omdat deze transactiën zoo dikwijls 
zonder levering en betaling afloopen, en zich in eene 
verschilverrekening oplossen. Mijns inziens kan dit geene 
reden zijn, om haar karakter van koop en verkoop in 
twijfel te trekken; dat in de wijze van nakoming door 
partijen verandering wordt gebracht^ daarmee wordt het 
rechtelijk karakter der overeenkomsten niet veranderd. Waar 
nu de een zich verbindt om eene zaak te leveren en de 
ander om den bedongen prijs te betalen, daar bestaat 
rechtens een koop en verkoop. 

Dit karakter wordt gemist bij zoodanige overeenkomsten, 
die wel is waar in den vorm van een koop en verkoop 
worden gehuld, maar waarbij tevens wordt bepaald, dat 
geene levering en betahng zal plaats hebben. Hier is dus 
geene later aangebrachte wijziging in. de nakoming, maar 
reeds van den aanvang af is bedongen, dat de z.g. koop en 
verkoop tot niets anders dan verschilverrekening leiden zal. 
Waar alzoo een essentiale ontbreekt, kan onmogelijk worden 
aangenomen, dat een koop en verkoop zou gesloten zijn. 



Digitized by VjOOQiC 



175 

Werkelijk worden wel dergelijke overeenkomsten (,,reine 
,,Dififerenzgeschafte) gesloten, (1) maar het zijn uitzonderingen. 
„Solche Geschafte kommen thats^chlich im grossen Verkehr 
„nicht vor/' (2) zegt Gareis; de reglementen of beursvoor- 
waarden, waarnaar de termijnzaken worden afgesloten, 
bevatten geen van alle eene uitsluiting van levering; het is 
slechts bij enkele op zich zelf staande transactiën, die niet 
volgens de reglementen en dus buiten het groote verkeer 
gesloten worden, dat het beding van niet-levering voorkomt. 
In ons geschiedkundig overzicht ontmoetten wij maar éénmaal 
dergelijke zaken, n.m. bij de quasi-verkoopen van doperwten 
en makreelen in den slappen tijd ter Londensche eflfekten- 
beurs. Dit waren zuivere weddenschappen; de één beweerde 
dat de prijs zou stijgen, de ander dat hij zou dalen; voor 
den schijn werd nu een koop en verkoop op tijd gesloten, 
maar in werkelijkheid was het er geen : als de tijd gekomen 
was, zou naar den prijs worden geïnformeerd en de zaak 
worden verrekend, terwijl levering was uitgesloten. Waar 
ook thans nog dergelijke overeenkomsten voorkomen, moeten 
die als weddenschappen worden aangemerkt. (3) 

De rechter moet de bevoegdheid hebben om te onder- 
zoeken, of bij eenige transactie, die als koop en verkoop 



(1) Zoo ten onzent bij de transactiën in de dividend-bewijzen (niet in de 
aandeelen) der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Aan die transactiën werd 
het karakter van koop en verkoop ontzegd o.a. door de rechtbank te Amsterdam 
(8 April 1875 W. 3873), op grond dat in de z.g. koopbriefjes voorkwam; ^te 
«verrekenen den dag na de aankondiging van het dividend'^ en de levering 
dus uitdrukkelijk was uitgesloten. 

(2) Gabeis, aangehaald werk blz. 19. Evenzoo andere daar aangehaalde 
schrijvers. 

(3) Aan de transactiën in dividend-bewijzen der Nederlandsche Handel- 
Maatschappü is dan ook in de rechtspraak regelmatig de rechtsvordering 
ontzegd; zie verder blz. 197. 



Digitized byVjOOQlC 



17G 

wordt voorgedragen, ook soms de levering is uitgesloten, 
m. a. w. of de inhoud der overeenkomst beantwoordt aan 
den vorm waarin ze gestoken is. Immers bij weddenschap 
sluit de wet rechtsvordering uit, en nu moet de rechter 
waken, dat niet, om die wetsbepaling te ontduiken, de wed- 
denschap in het kleed van eene volkomen rechtsgeldige 
overeenkomst worde gehuld. (1) 

Zoo dikwijls als echter niet blijkt van eene uitsluiting van 
de levering door partijen - alzoo in de overgroote meerder- 
heid der gevallen - moet ni. i. het bestaan van koop en 
verkoop worden aangenomen. (2) Blijkens de reglementen, 
blijkens de formulieren en koopbriefjes, worden alle termijn- 
zaken gesloten op \\erkelijke levering, en heeft altijd de 
verkooper de bevoegdheid om de levering aan te zeggen, 
en de kooper die om ze te vorderen. Aan alle termijn- 
markten wordt maandelijks een aantal contracten op die 

ze nagekomen, en men kan nooit van tevoren zeggen, 
welke bepaalde contracten tot dat aantal zullen behooren, 
en hoe groot het zijn zal. Bij een „corner" is het zeer 
groot, en bij zulk eene gelegenheid blijkt ten duidelijkste, 
dat de contracten op werkelijke levering worden afgesloten. 

Nu mogen beide partijen elk voor zich het voornemen 



(1) rAatrement rien n'empêcherait de faire un véritable pari sar. la haasse 
»oa la baisse et, pour se procarer une aotion en jastice, de lai donner la forme 
»d'an marohé k terme. Les tribanaux doivent toajours avoir Ie droii de constater 
#qa*nn acte a été simalë pour se sonstraire k la loi." Exposé des motifs da 
projet de la loi du 28 mars 1885, blz. 23. - Plas valet qaod agitar quam 
qaod simulate concipitar. 

(2) Ik kan mij te dezen opzichte vereenigen met de beginselen door Prof. 
T. M. G. ASSER ontwikkeld bg zijne beoordeeling van Wiebsma'S dissertatie 
in »de Gids" Maart 1869 (blz. 587), en met de nadere uiteenzetting van dezelfde 
theorie door Mr. M. Th.GocdsmIT in eene verhandeling „Bearsspel" in Themis 
1886 blz. 22 vv. - Vgl. in denzelfden zin o. a. Gareis blz. 19, 20. 



Digitized byVjOOQlC 



177 
m 
hebben, om zich door latere combinatiën van de levering te 
ontslaan - dit ontneemt aan de overeenkomst haar karakter 
niet. Heeft eene van haar zich niet vóór den termijn 
gedekt en wordt zij door de andere tot nakoming harer 
verplichtingen opgeroepen, dan zal zij zich daartegen niet 
op hare bedoeling kunnen beroepen, zelfs niet op weder- 
zijdsche bedoeling (tenzij die tot een beding was gemaakt, 
. en in dat geval is er geen koop en verkoop) ; aan het 
contract, zooals het daar ligt, ontleent de wederpartij hare 
bevoegdheid om tot nakoming van de verplichtingen op te 
roepen, en aan die oproeping moet worden voldaan. 

Zou men echter in de meeste gevallen wel kunnen zeggen, 
dat de bedoeling van eene der partijen is gericht op al of 
op niet leveren? Ik meen, dat deze vraag ontkennend 
moet beantwoord worden. Met name geldt dit van den 
importeur, die zich tegen daling dekt door een verkoop op 
termijn; hij zal, als de goederen zullen zijn aangekomen, 
te rade gaan met de omstandigheden zooals die dan zijn, 
om te beslissen, wat voor hem het voordeeligstè is: zijn 
termijnverkoop na te komen door levering, of wel dien 
termijnverkoop door een inkoop te dekken en de goederen 
elders te leveren. Evenmin kan van zooveel anderen, die 
termijnzaken doen, met zekerheid worden gezegd, of zij 
zullen leveren en betalen dan wel door latere combinatiën 
zich daaraan onttrekken; zij weten het zelf nog niet, maaT" 
zullen, als de tijd daar is, overleggen, wat hun dan het 
best en het voordeeligst uitkomt. Reeds hieruit blijkt, dat 
eene onderscheiding van deze zaken, naarmate de bedoeling 
op levering of op niet-levering zou gericht zijn, met geene 
mogelijkheid kan gemaakt worden, daargelaten nu nog de 

12 



Digitized byVjOOQlC 



178 

moeielijkheid om die bedoeling in elk concreet geval op te 
sporen (waarover later). 

Wat nu betreft die latere combinatiën, w^aardoor levering 
en betaling worden terzijde gesteld en de overeenkomst zich 
in eene verschilverrekening oplost, daarover hebben wij in 
het eerste hoofdstuk achtereenvolgens reeds gehandeld, 
zoodat hare werking hier niet opnieuw behoeft te worden 
uiteengezet. Alleen moet worden opgemerkt, dat de eerst 
behandelde wijze, n.1. eene nadere overeenkomst tusschen 
partijen, waarbij zij in haar beider belang de levering en 
betaling door eene verrekening vervangen, in de praktijk 
weinig meer voorkomt. Deze wijze van oplossing, waarin 
ik - zoo ze maar niet ab initio is overeengekomen - niets 
ongeoorloofds zien kan, zal gebezigd worden in een termijn- 
handel van kleinen omvang. Tegenwoordig echter geven 
degenen, die hunne koopen of verkoopen liquideeren willen, 
de voorkeur aan eene dekking door tegengestelde operatiën, 
waartoe bij de groote omzetten aan de termijnmarkten 
dagelijks gelegenheid bestaat. Wanneer nu die dekkings- 
operatie gedaan wordt met een anderen persoon dan dien, 
waarmee de eerste zaak was afgesloten, (levering op 
overwijzing of volgbriefjes, zoomede de contracts-overdracht 
en ringvorming) dan geschiedt de levering door den eersten 
verkoopep.--'"a^Sr~(ien laatsten kooper, en zulks door middel 
van delegatie door den éénen verkooper aan den anderen, 
en compensatie van de wederzijdsche vorderingen met 
uitkeering der prijsverschillen. Nu moge men tegen het 
reëel karakter der aldus geliquideerde operatiën van de 
tusschenliggende personen aanvoeren, dat het hun dan toch 
blijkbaar enkel om het prijsverschil te doen geweest is, 



Digitized byVjOOQlC 



179 

maar ik zou willen vragen: is het iemand die daden van 
koophandel verricht, d. i. die koopt om te verkoopen, ooit 
om iets anders te doen dan o©i het prijsverschil? En of 
nu de betrokken goederen den geheelen langen weg maken 
over al de personen, die ze gekocht en weder verkocht 
hebben, telkens tegen de volle betaling, dan wel of al die 
omslag vermeden wordt op de vroeger beschreven wijze - 
dit zal toch in den aard der gesloten overeenkomsten^ geen 
verschil brengen. Terecht zegt Mr. Goudsmit: (1) „Men 
„zal moeten erkennen dat zelfs de grootste vijand van 
„alle beurszaken, althans uit een juridisch oogpunt, tegen 
„deze uit delegatie en compensatie samengestelde transactiën 
„niets zou weten aan te voeren." 

En wanneer de tweede of dekkings-operatie wordt afge- 
sloten met denzelfden persoon, met wien de eerste zaak 
gedaan was, dan heeft eene zuivere compensatie van weder- 
zijdsche vorderingen plaats. Het moge vreemd schijnen, 
dat aldus eenzelfde persoon aan een ander verkoopt en 
weer van hem terugkoopt, - men vergete niet, dat de beide 
transactiën op verschillende tijdstippen worden gesloten, en 
dat in den tusschentijd zoowel de omstandigheden als de 
inzichten van partijen genoegzame verandering kunnen 
hebben ondergaan om eene aan de eerst geslotene tegen- 
gestelde operatie alleszins verklaarbaar te maken. Ook 
buiten den termijnhandel komt het niet zelden voor, dat 
iemand eene partij goederen aan een ander verkoopt, en, 
ze later wel terug willende hebben, aan dien ander een 
hoogeren prijs moet betalen of ook ze tot een lageren prijs 



(1) Themis 1886 blz. ^4 initio. 

12* 



Digitized byVjOOQlC 



180 

van hem kan krijgen (naarmate de toestand der markt in 
de eene of de andere richting is gewijzigd). 

De laatst behandelde wijze van dekking komt voor bij het 
meerendeel van de contraeten, die door tusschenkomst van 
Liquidatie-kassen worden afgesloten. Het is hier de plaats, 
om de verhouding van contracteerende partijen tot deze in- 
stellingen uit een rechtskundig oogpunt nader te beschouwen. 

Bij» onze beschrijving van hare werking zijn wij uitgegaan 
van de stelling, dat partijen niet met elkaar contracteeren, 
maar ieder voor zich met de Kas. Men heeft zich dan de 
zaak aldus voor te stellen, dat de ééne partij aan de Kas 
eene aanbieding doet om van haar te koopen, en de andere 
om aan haar te verkoopen, - dat de makelaar opdracht krijgt 
om die beide aanbiedingen gelijktijdig aan de Kas mee te 
deelen, - dat de Kas ze aanneemt door ze te registreeren, en 
dat, als de Kas de registratie weigert, tusschen partijen 
geene overeenkomst bestaat, daar ieder slechts eene aan- 
bieding aan de Kas heeft willen doen. 

Zoo is de opvatting in de praktijk; ze wordt bevestigd 
door het geheele mechanisme van de liquidatie, en ook 
zijdelings door tal van bepalingen in de reglementen der 
Kassen, alsmede door de gebezigde formulieren. Zoo zijn 
er voor de aanbieding ter . registratie afzonderlijke koop- 
briefjes en verkoopbriefjes, waarvan elk den naam vermeldt 
van slechts ééne der beide partijen. Die twee behoeven 
elkaar niet te kennen, en dit geval komt feitelijk zeer 
dikwijls voor; zelfs kan de makelaar volstaan met in de 
formuheren in te vullen „voor zijn meester" (terwijl dan 
later het contract kan worden overgeschreven op den naam 
van dien meester, en in dien tusschentijd de makelaar de 



Digitized byVjOOQlC 



181 

gevorderde stortingen moet bewerkstelligen). Om ons tot 
het Rotterdamsche reglement te bepalen, zoo blijkt uit de 
regeling der afwikkeling vóór den termijn (art. 15), dat b. v. 
de kooper, zoodra hij ook een verkoop gesloten heeft, die 
beide transactiën tegen elkaar kan liquideeren, onverschillig 
wat de eerste verkooper doet. Dat beide contractanten 
geheel los van elkander zijn, blijkt evenzeer uit art. 24, 
bepalende dat de Kas, wanneer haar door een verkooper 
levering aangezegd wordt, onverwijld aanzegging doet aan 
een door haar aan te wijzen kooper, die te zijnen name 
een contract heeft openstaan. 

Vraagt men nu echter of deze opvatting ook uitdrukking 
heeft gevonden in die artikelen van het reglement, waarin 
de verhouding tusschen partijen en de Kas bepaaldelijk 
wordt geregeld - dan kan die vraag niet bevestigend worden 
beantwoord. (1) hnmers leest men in art. 1 der statuten, 
dat de Kas „bezorgt en waarborgt overeenkomstig de 
„navolgende bepalingen, aan eiken contractant den geregelden 

„afloop of de afwikkeling van de termijnzaken, die 

„zijn afgesloten en door haar zijn geregistreerd." Hieruit 
schijnt te moeten blijken, dat de termijnzaken reeds 
zijn afgesloten, en dat de Kas door de registratie alleen 
op zich neemt, den geregelden afloop of de afwikkeling 
dier zaken te bezorgen en te waarborgen, alzoo eene 
bijkomende verbintenis. Nu wordt wel is waar er bij 
gevoegd „overeenkomstig de navolgende bepalingen", en 

(1) Ten aanzien der Fransche reglementen maakt ÜLIVIER Senn in zijne 
reeds vermelde »Etude sur les marchës k terme en marchandises et leur 
«liqaidation" op blz. 101 dezelfde opmerking. 

«On pourrait souhaiter, que les termes mêmes du Reglement dounent une 
«idee plus nette de eet effet, qui ne ressort clairement que de Texamen des 
bulletins (formulieren) employe'9/' 



Digitized byVjOOQlC 



182 

daartoe behooren ook o. a. artt. 15 en 24, volgens welke 
het «bezorgen en waarborgen" blijkt te bestaan in het op 
zich nemen der hoofdverbintenissen. Maar ook wordt in 
die „navolgende bepalingen" telkens gesproken van het 
„registreeren van het contract", welke woorden weder wijzen 
op het bestaan van het contract onafhankelijk van de 
registratie, te meer nu art. 4 alinea 6 bepaalt, dat met de 
registratie van het contract de verplichtingen der Kas 
aanvangen, waaruit zou vallen af te leiden, dat de onder- 
linge verplichtingen van partijen reeds tevoren bestaan en 
daarna ook blijven bestaan. Daarbij komt, dat, volgens 
alinea 1 van hetzelfde art. 4, in de koop- en verkoop- 
briefjes de Kas als „mede-contractant" moet worden vermeld, 
welk voorschrift is uitgevoerd door de formulieren te doen 
luiden „gekocht resp. verkocht per de Liquidatie-kas"; geene 
van deze bewoordingen nu wijst duidelijk aan, of de Kas 
de hoofdverbintenissen dan wel slechts bijkomende verplich- 
tingen op zich neemt. 

Nu is het Waar, dat uit deze onbepaaldheid in gewone 
omstandigheden niet spoedig moeielijkheden zullen ontstaan. 
Maar stellen wij het buitengewone geval van een „corner", 
als wanneer aan het eind der maand de haussiers levering 
eischen van de Kas, en deze harerzijds levering eischt van 
hare verkoopers. Als nu een dier verkoopers eens niet 
levert; dan zal de Kas niettemin zelf aan haren kooper 
moeten leveren, en zal zij dien verkooper aanspreken 
om schadevergoeding. Daarbij zal zij zich steunen op art. 18 
van haar reglement, volgens hetwelk de verkooper verplicht 
is, haar de levering aan te zeggen uiterlijk drie werkdagen 
vóór het einde der maand. Dan bestaat echter de moge- 



Digitized by VjOOQiC 



183 

lijkheid, dat de verkooper zich zal beroepen op den aard 
der rechtsverhouding zooals die in art. 1 omschreven is, en 
dat hij aan de Kas zal antwoorden: „Gij hebt mij alleen 
;,den geregelden afloop der zaak gewaarborgd, doch tot 
,,levering ben ik enkel verplicht jegens mijn oorspronkelijken 
„kooper, als die het komt eischen, maar geenszins jegens u." 
Ik zeg niet, dat zoo iets zich licht zou voordoen, maar met 
het oog op eene crisis dient men op alles bedacht te wezen, 
en in elk geval schijnt het wenschelijk, de rechtsverhouding 
tusschen de Kas en hare contractanten op ondubbelzinnige 
wijze vast te stellen. 

Er is nog een ander punt, waaromtrent wellicht nadere 
voorziening noodig zou kunnen wezen, n. 1. de depots. 
Daarvan wordt in art. 7 gezegd, dat zij strekken ter 
verzekering en als onderpand voor alle vorderingen, welke 
de Kas op den betrokken persoon zal verkrijgen, terwijl 
volgens art. 10 het geheele credit-saldo van een rekening- 
houder en al hetgeen, onder welken titel ook, hem van de 
Kas ten goede komt, speciaal verbonden is ter verzekering 
van alle vorderingen, die de Kas tegen hem ter zake van 
zijne nog loopende verplichtingen kan doen gelden. Wat 
beteekenen nu deze uitdrukkingen? Deze vraag heb ik 
nergens opzettelijk behandeld gevonden. Met de door 
Georges de La vele ye (1) gegeven omschrijving „une sorte 
„de dépót OU de cautionnement'' komt men niet veel verder. 
Mijns inziens kan het dépót, voorzoover het in efifekten of 
andere waarden bestaat, worden aangemerkt als pand, en 
wel als credietpand. Maar voorzoover de storting geschiedt 
in „contant geld'' (d.w.z. in specie, munt- of bankpapier), 

(1) In zijn «Moniteur des interets materiele" 18 Maart 1888 (n®. 23) ble. 577. 



Digitized byVjOOQlC 



184 

dat door de Kas - wijl zij rente er van moet geven - wordt 
uitgezet en dus niet in hare handen blijft, zal men die 
storting toch kwalijk als inpandgeving kunnen beschouwen. 
Naar mijne meening (die ik echter gaarne voor beter geef) 
zou men in de verplichte stortingen kunnen zien eene af- 
betaling van hetgeen de Kas volgens haar reglement in 
verband met den marktprijs telkens te vorderen heeft, maar 
zal het overig credit-saldo niet anders dan een gewoon 
deposito wezen. Gesteld dat een rekeninghouder een aantal 
contracten loopende heeft en op zekeren dag eenige daarvan 
afwikkelt door tegengestelde operatiên en compensatie, dan 
heeft hij het recht om zijne op die contracten in contant 
geld gedane stortingen terug te vragen. Daar hij echter 
van plan is, over eenige dagen nieuwe operatiên op touw 
te zetten, laat hij die gelden zoolang bij de Kas staan als 
credit-saldo. In dien tusschentijd echter moet hij door een 
of ander ongeval zijne betalingen staken, en wordt hij 
verklaard te zijn in staat van faillissement. De Kas gaat 
onmiddellijk over tot liquidatie zijner nog loopende contracten, 
maar de prijs verandert zóó, dat die Uquidatie een verlies 
oplevert, dat niet ten volle gedekt wordt* door hetgeen op 
die contracten gestort was. De rest er van zal de Kas op 
het credit-saldo willen verhalen, maar zal nu niet de curator 
in het faillissement dat credit-saldo voor den boedel komen 
opeischen, aan de Kas tegenwerpend dat zij noch pandrecht 
heeft noch eene schuldvordering waaraan de wet voorrecht 
toekent? De zaak schijnt nadere overweging waardig. 

Hiermede stappen vdj van de Liquidatie-kassen af, en 
keeren wij terug tot het juridisch karakter der termijnzaken. 



Digitized byVjOOQlC 



185 

Onze conclusie was, dat deze zaken moeten worden beschouwd 
als rechtsgeldige koopen en verkoopen (tenzij levering door 
partijen is uitgesloten). 

Intusschen heeft het groote misbruik, dat van den termijn- 
handel gemaakt wordt, den wetgevers van vroegere en latere 
tijden aanleiding gegeven om deze zaken niet rechtsgeldig, 
en zelfs om ze strafbaar te verklaren. 

Wat dit laatste aangaat, in ons geschiedkundig overzicht 
hebben wij tal van wetten en verordeningen, zoo in als 
buiten ons land, aangetroffen, waarbij straf gesteld werd op 
eiken verkoop op tijd van zaken die men nog niet onder 
zich had, en somtijds ook op eiken koop, die op tijd ge- 
sloten was. De reden van die verbodsbepalingen was niet, 
dat men de Iransactiën zelf onzedelijk achtte; daarover liet 
men zich niet uit. Maar men zag, hoe de termijnhandel 
meerdere gelegenheid bood eenerzijds om den prijs b.v. van 
actiën naar beneden te drijven, hetgeen de houders en het 
crediet der uitgevers benadeelde, en anderzijds om den prijs 
b.v. van graan en oUe op te jagen ten koste der verbruikers 
van deze artikelen. Dit nu achtte men verkeerd, en daarom 
werd straf gesteld op allen termijnhandel in deze en derge- 
lijke artikelen. 

Ten aanzien van deze soort van bepalingen valt vooreerst 
op te merken, dat de ervaring voldoende heeft aangetoond, 
hoe elke poging om van overheidswege prijzen voor het 
verkeer vast te stellen of invloed daarop te oefenen, schip- 
breuk heeft geleden. Sedert de beoefening der staathuis- 
houdkunde heeft doen inzien, dat de prijzen bepaald worden 
door de vrije werking van vraag en aanbod - zijn alle 
dergelijke pogingen veroordeeld. Gelijk men de officieele 



Digitized byVjOOQlC 



186 

zetting van de broodprijzen heeft moeten staken, zoo dient 
van elke ingrijping der overheid in den loop der prijzen 
te worden afgezien. Dat die loop der prijzen den een 
voordeel en den ander nadeel brengt, dat heeft hij met 
ongeveer alle aardsche zaken gemeen, en daartegen voor- 
zieningen aan te brengen, is eene onmogelijkheid. Het geval 
kan zich voordoen, dat de misbruiken zoó groot worden en 
zoovele belangen er door geschaad worden, dat de Staat 
zich genoodzaakt ziet, maatregelen te nemen, maar veel zal 
hij niet kunnen doen, en hij dient de grootst mogelijke 
omzichtigheid te betrachten, opdat niet het geneesmiddel 
erger zij dan de kwaal. (1) En in geen geval mag hij door 
een algeheel verbod ingrijpen in de verkeersvrijheid, waarop 
de geheele inrichting der maatschappij is gegrondvest. 

Een tweede bezwaar tegen zoodanig algeheel verbod is 
hierin gelegen, dat het bij gestrenge toepassing, met het 
misbruik ook het gebruik weert, en de nuttige en thans 
onmisbare werking van den termijnhandel verlamt. 

Het gewichtigste ai^ument echter tegen dergelijke straf- 
bepalingen is wederom ontleend aan de daarmee opgedane 
ondervinding. Quid leges sine moribus vanae proficiunt! 
De geheele geschiedenis, zooals wij die hebben nag^aan, 
is eene doorloopende aanwijzing, dat deze wetten niet werden 
geëerbiedigd en ook niet toegepast. Het ging daarmee 
denzelfden weg als met het woekerverbod in de Middel- 
eeuwen, alleen met dit onderscheid dat de termijnhandelaren 

(1) Zoo heeft dan ook tot nog toe de Engelsche Regeering op de herhaaldelijk 
in het Lagerhais tot haar gerichte vragen, of sij niets tegen de pogingen tot 
monopoliaeering van zont en andere Terbrniks-artikelen meende te moeten 
doen - regelmatig geantwoord, dat nog geene dezer pogingen geslaagd was, en 
zg, hoezeer ook alle monopoliën afkeurend, zich thans niet ^t handelend 
optreden geroepen achtte. 



Digitized byVjOOQlC 



187 

niet zijdelings maar rechtstreeks het verbod overtraden. 
Ondanks de zware straffen, die er op gesteld werden, bleef 
de terinijnhandel welig tieren, en evenmin als andere 
Regeeringen, wisten onze Staten-Generaal daartegen iets 
anders ■ te doen dan de plakkaten „in vilipendie van 
„welke" dit geschiedde, telkenmale te „renoveeren", altijd 
met even weinig succes. Niet anders is het later gegaan 
met de . desbetreffende artikelen van den Code Pénal, zoo 
in Frankrijk en België als hier te lande. Eene doortastende 
toepassing dier bepalingen zou op schier onoverkomelijke 
bezwaren afstuiten; men heeft ze zelfs nooit beproefd, en Uever 
toegelaten dat ze ongestraft dagelijks werden overtreden. 
Van zulke bepalingen geldt ten volle wat Napoleon I zeide : 
„n ne faut pas avoir la prétention de défendre ce qu' on 
„n'a pas Ie pouvoir d'empêcher. L'autorité publique se 
„compromet beaucoup moins en réformant une loi vicieuse 
„qu'en tolerant son infraction". (1) 

Die woorden zijn op des Keizers eigen Code Pénal 
toegepast door de afschaffing van de artt. 421 en 422 (2) in 
België (1867), in Frankrijk (1885), en evenzoo in Nederland 
(1 Sept. 1886) door de invoering van het nieuwe Wetboek 
van Strafrecht. Dit laatste heeft van de artt. 419 en 420 
C. F. (3) slechts eene enkele bepaling behouden in art. 334, 



(1) Mettetal, aangehaald werk, biz. 20. 

(2) Art. 421. Les paris qni auront été faits sur la hausse on la baisse 
des effets publics, seront panis des peines portées par Tart. 419. 

Art. 422. Sera rëputée pari de ce genre, toute convention de vendre ou de 
livrer des efFets publics, qui ne seront pas prouvës par Ie vendeur avoir existë 
èi sa disposition au temps de la convention, ou avoir dii s*y trouver au temps de 
ia livraison. 

(3) Art. 419. Tous oeux qui, par des faits faux ou calomnieux. semës k 
dessein dans Ie public, par des sur-offres faites aux prix que demandaient les 
vendeurs eux-mêmes, par rëunions ou coalitions entre les principaux dëtenteurs 



Digitized byVjOOQlC 



188 

luidende: „Hij die met het oogmerk om zich of een ander 
„wederrechtelijk te bevoordeelen, door het verspreiden van 
„een logenaehtig bericht, den prijs van koopv^raren, fondsen 
„of geldswaardig papier doet stijgen of dalen, wordt gestraft 
„met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren." • 

Bij veroordeeling kan volgens art. 339 de rechter de 
openbaarmaking zijner uitspraak gelasten, en de schuldige 
worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin 
hij het misdrijf begaan heeft. 

Hiermede is de termijnhandel teruggebracht binnen de 
grenzen van het gewone recht. Bedrog (2) wordt strafbaar 
gesteld, maar overigens laat de strafwetgever het verkeer 
zijn gang gaan zonder zich er mee te bemoeien. 

Kan dus een ingrijpend optreden van den strafwetgever 
hier niet worden goedgekeurd, is het dan soms wenschelijk, 
dat iian de termijn-operatiën, zonder ze strafbaar te stellen, 
echter ten civiele rechtsgevolg worde ontzegd, zoodat de 



d'Hne mème marchandise ou denrëe, tendant h. ne la pas vendre ou a ne la 
vendre qu'k un certain prix, ou qui, par des voies ou moyens frauduleux 
qaelcoDqnes, auront opërë la haasse ou la baisse du prix des denrées ou 
marchandises, ou des papiers et effets publiés au-dessus ou au-dessous des prix 
qu'aurait de'terminés la concurrence naturelle et libre du commerce, seront 
puuis d'un emprisonnement d'un mois au moins, d'un an au plus, et d'une 
amende de cinq cents francs k dix mille francs. 

Art. 420 bevat verdubbelde minima en maxima, «rsi ces manoeuvres ont éié 
Arpratiquées sur grains, grenailles, farines, substances farineuses, pain, vin ou 
«toute autre boisson.'^ 

(2) ir Het ontwerp neemt in beginsel aan, dat niet onbepaald alle listige 
<r kunstgrepen hier als strafwaardige middelen worden aangemerkt. Als zoodanige 
«kunstgreep zou men ligt het faccaparement'' kunnen beschouwen en den 
«rverkooper van effekten op t^jd eene bescherming verleenen, die moeielijk kan 
^./-r^orden gerechtvaardigd." M. v. T., bij SMIDT, Gesch. van het W. v. S. II 
blz. 541. 



Digitized byVjOOQlC 



189 

daarmee behaalde winsten niet in rechte kunnen worden 
gevorderd? Ook deze vraag meen ik ontkennend te moeten 
beantwoorden. 

Gedurende den geheelen loop der Nieuwe Geschiedenis 
berust het maatschappelijk verkeer op de algemeene vrijheid 
om overeenkomsten aan te gaan, die voor partijen ver- 
bindend zijn, en tot welker naleving zij kunnen worden 
genoodzaakt door tusschenkomst van den rechter als orgaan 
van het Staatsgezag. Pacta sunt servanda. Dit beginsel 
is bij ons neergelegd in art. 1374 B. W.: „Alle wettiglijk 
„gemaakte overeenkomsten strekken dengenen, die dezelve 
„hebben aangegaan, tot wet. Zij moeten te goeder trouw 
„worden ten uitvoer gebracht." 

Voor de bestaanbaarheid der overeenkomsten stelt art. 
1356 vier vereischten: toestemming van degenen die zich 
verbinden, - bekwaamheid om eene verbintenis aan te gaan, - 
een bepaald onderwerp, en eene geoorloofde oorzaak. 
Of de beide eerste vereischten aanwezig zijn, is eene 
feitelijke kwestie, waarmede wij ons hier niet hebben in 
te laten. Een bepaald onderwerp is bij de termijnzaken 
voorhanden; immers ook toekomstige zaken kunnen het 
onderwerp eener overeenkomst uitmaken (art. 1370), mits 
soort en hoeveelheid vaststaan (art. 1369), wat hier het 
geval is. En wat de oorzaak betreft, die is, zoolang men 
termijnhandel strafbaar stelt, natuurlijk ongeoorloofd, maar 
zoodra men dat niet meer doet, kan men aan deze overeen- 
komsten evenmin eene ongeoorloofde oorzaak toeschrijven 
als aan eenigen anderen koop en verkoop. Alle handel, die 
bestaat in koopen om te verkoopen, wordt gedreven om 
winst te behalen, en altijd is daarmee in meerdere of mindere 



Digitized by VjOOQiC 



190 

mate een kans-element verbonden: het kan mee- en het 
kan tegenloopen; maar het gaat niet aan, te verklaren dat 
alle gewaagde ondernemingen op eene ongeoorloofde oorzaak 
berusten; de meest grootsche en nuttige ondernemingen zijn 
gewoonlijk het meest gewaagd. In den termijnhandel nu is 
wel de uitkomst dikwijls zeer onzeker, en kan tegenover 
ontzaglijke winst voor den één, een aanzienlijk verlies voor 
den ander staan, maar hierin zal men, sedert met de 
aequalitas- contractuum en de vernietiging ob laesionem enor- 
mem is gebroken, toch wel geene ongeoorloofde oorzaak 
willen zien. (1) 

Indien alzoo de termijnhandel voldoet aan de voor wettige 
overeenkomsten gestelde vereisehten, dan moeten er, om 
des ondanks voor hem eene uitzondering op den regel 
„pacta esse servanda" te maken, wel zwaarwichtige redenen 
aanwezig zijn. Die redenen zouden dan moeten liggen in 
de hoogst nadeelige en betreurenswaardige gevolgen, die 
een roekeloos deelnemen aan den termijnhandel voor velen 
hebben kan, en waarop ik vroeger uitvoerig heb gewezen. 
Daarbij neemt men dan in aanmerking, dat velen hetzij 
door eigen hartstocht, hetzij door anderer uitlokking, over- 
gaan tot meedoen, en dan daarmee doorgaan om hunne 
winst te vergrooten of het verlorene te herkrijgen, - dat zij 
zichzelf niet meer meester zijn en alles opofferen, om te 
eindigen met zich en de hunnen in ellende te dompelen. 

Men mag vragen, of het wel op den weg van den Staat 



(1) ,Dat de causa iDhonesta zijn zoude'* zegt WlBRSMA, blz. 273, «deze 
«bewering heb ik bij geeu* schrijver, zelfs niet bij de verklaarde tegenstanders 
.der marchës k terme, COPFINIÈBES, JSANNOTTE BOZÉBIAN en anderen 
«aangetroffen/' 



Digitized byVjOOQlC 



191 

ligt, de menschen te ontheffen van de gevolgen der roeke- 
loosheden, die zij, al is het dan onder slechte invloeden, 
toch uit vrijen wil begaan hebben. Is er geweld of bedrog 
gepleegd, dan helpt het gemeene recht de slachtoffers 
(artt. 1359 e.v., 1485, 1488 e.v. B. W.). Maar bfl gebreke 
daarvan moet aan degenen, die in den termijnhandel onge- 
lukkig geweest zijn, geene meerdere bescherming worden 
verleend dan aan al wie eenige andere gewaagde onder- 
neming zonder succes beproefd heeft. 

Buitendien is weigering van rechtsvordering onmachtig 
om het daarmee beoogde doel, vermindering van de nadeelige 
gevolgen, te bereiken. Immers degenen, te wier behoeve 
de bepaling gemaakt wordt, zullen zich zelden er van be- 
dienen. Men bedenke , dat de handel zich niet stoort aan de 
ongeldigverklaring , dat hij de termijnzaken als volkomen 
geldig blijft beschouwen, en dat een beroep van den verliezer 
op de oninvorderbaarheid der behaalde winst, altijd zal worden 
aangemerkt als kwade trouw, zoodat het middel niet zal 
worden aangewend door wie maar eenigszins op een goeden 
naam prijs stelt. Zoo zal dan ook de omvang der trans- 
actiën geenszins afnemen, want de handel vreest de wets- 
bepaling niet, overtuigd als hij is dat ze bijna nooit zal 
worden ingeroepen. Wie ze wel zullen inroepen, dat zijn 
de zoodanige lieden, die niets geven om een goeden naam 
en enkel hunne geldzucht zoeken te bevredigen. Voor de- 
zulken levert eene wetsbepaling als bovenbedoeld eene 
schoone gelegenheid op, om zich in den termijnhandel te 
werpen, daar zij er nu nooit kwaad bij kunnen: hunne 
winsten zullen zij incasseeren (zij weten, dat men zich in 
den handel niet van de wetsbepaling bedient), hunne ver- 



Digitized byVjOOQlC 



192 

liezen zullen zij eenvoudig niet betalen, zich verschuilend 
achter de wet, die alzoo alleen ten bate strekt van gewe- 
tenlooze lieden, voor w^ie ze niet is gemaakt. De deelneming 
van lieden van slecht allooi w^ordt aldus uitgelokt, en de 
toestand erger in plaats van beter gemaakt. In Frankrijk 
is het in de crisis van 1882 voorgekomen, dat allerlei 
gew^etenlooze personen in de meest gezochte aandeelen 
opereerden, en wel tegelijk a la hausse en a la baisse, aldus 
de zekerheid hebbende van te zullen winnen^ hoe de 
prijs ook liep, en zonder vrees voor verhezen, die ze 
immers toch niet behoefden te betalen. Zoo zal de wet 
zelden tot de gewenschte, gewoonlijk tot ongewenschte 
gevolgen leiden. 

Toch is zoodanige wet nog te verdedigen, waar het vol- 
komen nuttelooze overeenkomsten als spel en weddenschap 
geldt. Daarbij toch kan men zeggen dat de wet vruchten 
draagt, als ook maar één ongelukkig speler of wedder gered 
wordt van den ondergang door een beroep op de ongeldig- 
heid, hnmers in die gevallen worden door de vernietiging 
van gesloten overeenkomsten geene maatschappelijke belangen 
geschaad; uit dat oogpunt heeft het hoegenaamd geen ge- 
wicht, of de winnende speler zijne winst betaalt krijgt al 
dan niet. Door spelen en wedden is de maatschappij nog nooit 
ééne schrede vooruitgebracht ; voor het verkeer hebben deze 
handelingen geen nut. Dat nu de regel „pacta sunt servanda" 
wordt gehuldigd en benadeeling in het algemeen geen grond 
tot vernietiging meer oplevert (art. 1486 B. W.), daartoe is 
men ook en vooral gekomen door de groote verkeers- 
belemmering, die het gevolg was geweest van het vroegere 
stelsel van vernietiging van overeenkomsten uithoofde van 



Digitized byVjOOQlC 



193 

benadeeling. Zoodanige verkeers-belemmering is echter geens- 
zins te duchten bij vernietiging van spel en weddenschap, 
daar elke handeling van dien aard op zich zelve staat, zoodat 
niet-nakoming er van geene verw^arring in andere handelingen 
kan brengen. Daarbij komt dan, dat spel en weddenschap, 
schoon niet ongeoorloofd, toch van dien aard zijn dat men 
zich weinig behoeft te bekommeren,of de winner zijne 
zonder eenigen arbeid behaalde winst al dan niet opstrykt. 
Dit laatste nu kan met gelijk recht gezegd worden van 
een aantal termijn-transactiën, n.1. van diegene, waarop wij 
in het laatste gedeelte van het vorig hoofdstuk de aandacht 
vestigden. Het is echter wel mogelijk, die categorie in het 
afgetrokkene te bepalen, maar ondoenlijk mag het genoemd 
worden, bij elke bijzondere transactie uit te maken, of die nu 
in deze categorie valt of niet. Hoe zal men b.v. bij het inge- 
wikkeld samenstel der handelszaken kunnen nagaan, of eene 
bepaalde zaak is op touw gezet om voordeel te trekken uit 
verwacht wordende prijsfluctuatiën, dan wel om zoodanige 
fluctuatiën kunstmatig op te wekken, - of de kansen tevoren 
nauwkeurig berekend waren dan wel maar blindelings er op 
ingegaan werd? Maar al ware zulks wel mogelijk, al zoude men 
met juistheid de verkeerde bestanddeelen kunnen aanwijzen 
en uitsnijden, dan nog zou dit geene aanbeveling verdienen. 
Immers ook die bestanddeelen hebben hunne functie in het 
samenstel van den termijnhandel, zooals die thans is in- 
gericht. Neem een enkelen verkeerden schakel weg - en 
al de andere schakels, waarop niets valt af te dingen, ja 
de geheele keten loopt gevaar. Op grond van de verkeerde 
factoren zou men het raderwerk, dat als een geheel genomen, 
nuttig werkt en niet meer kan gemist worden, bedreigen 

13 



Digitized byVjOOQlC 



194 

niet verlamming. In de couranten-overzichten van geld- en 
fondsfenmarkt kan men telkens lezen, met hoeveel spanning 
de veertiendaagsche liquidatiën aan de verschillende beurzen 
worden tegemoet gezien, uit vrees dat de een of ander 
boven zijne krachten gegaan is en door wanbetaling een 
kink in den kabel zal brengen. Niet anders is het in den 
goederenhandel: als men bedenkt, hoe vele malen een 
volgbrieQe wordt geêndosseerd, dan is het duidelijk, dat 
een zeer groot aantal belangen zou worden geschaad, als 
ook maar één dier endossanten in gebreke bleef. De handel 
zelf is hiervoor zóó beducht, dat hij een geheel stelsel van 
stortingen heeft aangenomen, om zulke gevallen te voor- 
komen. En nu zou de wetgever aan iedereen het recht 
gaan geven om door eene willekeurige weigering eene spaak 
ui het wiel te steken (want al werd later in rechte uit- 
gemaakt, dat zijne operatie niet in de categorie der vernietig- 
bare viel, het kwaad zou middelerwijl reeds bedreven, de 
geheele afwikkeling in verwarring gebracht zijn). Tot zulk 
eene belemmering van het verkeer, tot zulk eene benadeeling 
van veler belangen mag de wetgever geene aanleiding geven. 
Op grond van een en ander komt het mij voor, dat eene 
ontzegging van rechtsvordering uit termijnzaken niet op den 
weg des wetgevei-s ligt. In foro civili gelijk in foro criminali 
vergenoege hij zich met het gewone recht op den termijn- 
handel toe te passen. Aan de Avering van misbruiken en 
kwade gevolgen ai'beide de Staat op dit gebied enkel door 
het verspreiden van gezonde staathuishoudkundige begrippen. 
Als de menschen meer algemeen leerden inzien, dat het beter 
is, liun geld in eigen zaken productief te maken of aan solide 
spaarbanken toe te vertrouwen, dan het te steken in 
gewaagde zaken, waarvan zij zelf geen verstand hebben, - dan 



Digitized by VjOOQiC 



195 

zou al veel gewonnen zijn. En wat de misbruiken betreft, 
de beteugeling daarvan late hij over aan den handel zelven, 
die het meest er aan kan doen. De eerlijke koopman 
wende zich af van de elementen, die door oneerlijke prak- 
tijken den handel ontsieren; de zoodanige moeten worden 
uitgesloten van het onderling verkeer. Door een bedachtzaam 
optreden en beleidvolle maatregelen moeten manoeuvres als 
die wij vroeger geschetst hebben, worden voorkomen. Met 
doeltreffende maatregelen in de reglementen kan men op dit 
stuk een heel eind ver komen. Maar een nog veel betere toestand 
zou worden verkregen, wanneer ieder voor zich de woorden 
ter harte nam, die de Heer Zeverijn plaatste als motto boven 
zijn opstel in „de Economist" (1888 blz. 153 v. v.): „Swindle 
„is impossible without some one who is willing to take the 
„risk of being swindled" (H. C. Adams, „Public Debts"). 

De termijnhandel in zijne tegenwoordige gedaante verkeert 
betrekkelijk nog in het tijdperk zijner kindsheid. Door de 
ontzaglijke uitbreiding, die de termijnzaken in korten tijd hebben 
ondergaan, is de handel als het ware verrast geworden. 
De gedurige veranderingen in de reglementen bewijzen, dat 
men nog lang niet met alles op orde is. Als nu de groote 
beweging eenigszins zal zijn tot rust gekomen, als men aan de 
veranderde wijze van zaken doen zal zijn gewend geraakt, dan 
zal ook de tijd zijn aangebroken om te overwegen, op welke 
wijze verbetering in eigen boezem zal worden aangebracht. 
Meer dan wetten vermogen hier de zeden van den handel. Moge 
de gesteldheid daarvan zoodanig blijken te zijn, dat de termijn- 
handel, van misbruiken zooveel mogelijk ontdaan, zijne onte- 
genzeggelijk nuttige bestemming ten volle zal kunnen bereiken. 



13* 



Digitized byVjOOQlC 



VIJFDE HOOFDSTUK. 

Oyerzieht yan den staat yan wetgeying 
en rechtspraak in Nederland en In het buitenland. 

Na in het vorig hoofdstuk te hebben uiteengezet, welke 
naar mijn inzien de juridische natuur van den termijnhandel 
is, en welk standpunt de wetgever te zijnen aanzien zou 
behooren in te nemen, blijft mij nog over, aan te A\ijzen, 
in hoeverre wetgeving en rechtspraak zoo in ons eigen land 
als in den vreemde met mijne opvatting overeenstemmen,, 
en in hoeverre ze daarvan verschillen. 

Nederland. 

In onze wetgeving wordt de termijnhandel niet opzettelijk 
besproken. Jurisprudentie daarentegen is volop voorhanden. 
In de verzamelingen vindt men een groot aantal beslis- 
singen vermeld op art. 1825 e. v. B. W. (spel en wedden- 
schap). Daarvan gaf Mr. Goudsmit reeds een uitvoerig 
verslag. Niettemin heb ik gemeend, dat ook hier een kort 
overzicht niet mag ontbreken. 

In deze geheele rechtspraak wordt van de door mij 
omhelsde opvatting enkel het negatieve gedeelte aangenomen. 
Zoodra levering door partijen is uitgesloten, wordt de 
overeenkomst verklaard, spel en weddenschap op te leveren. 



Digitized byVjOOQlC 



197 

Regelmatig is dan ook ontzegd elke rechtsvordering uit 
transactiën in dividend-bewijzen (wel te onderscheiden van 
die in aandeelen) der Nederlandsche Handelmaatschappij, 
waarbij was overeengekomen „te verrekenen den dag na 
,,de aankondiging van het dividend.'^ (1) De in de vonnissen 
aangevoerde gronden zijn ten deele ook andere, maar op 
„de uitspraken zelve valt niets af te dingen, daar levering 
hier van den aanvang af door partijen was uitgesloten. 
Verder is er betreffende den rogge-termijnhandel eene uit- 
spraak van scheidsmannen, waarbij de gedaagde werd 
toegelaten tot het bewijs van de door hem gevoerde bewering, 
„dat bij het aangaan dezer handeling bepaaldelijk zou zijn 
„overeengekomen, dat er van levering of ontvangen geen 
„sprake behoefde te zijn/' (2) 

Maar hoe is nu de rechtspraak in de gevallen, waarin 
levering niet uitdrukkelijk is buitengesloten, en die de over- 
groote meerderheid uitmaken? Zonder uitzondering treedt 
dan de rechter in een onderzoek van de vraag, of de 
bedoeling van partijen gericht is geweest op levering en 
betaling der waren, dan wel enkel op verschilverrekening, 
en wanneer hij tot de slotsom komt dat dit laatste het 
geval is, dan wordt de handeling verklaard te zijn spel 
en weddenschap, en de rechtsvordering ontzegd. Eene 
enkele maal bij „eflfets publics'^ kon dit onderzoek 



(4) Zie vier vonnissen van de Rb. te Amsterdam, als: van 12 en 21 Juli 
1874, R.B. 1874 blz. 561 en 562, Mag. v. H.R. dl. XVI blz. 210 en 211.— 
8 April 1875 W. 3873, R.B. 1875 B blz. 158, Mag. v. H.R. XVII blz. 177.— 
30 Maart 1876 W. 3982, R.B. 1876 B blz. 188. 

Een vonnis der Rb. te Rotterdam van 1 Nov. 1876 (W. 4045, R.B. 1877 B blz. 
11) waarbij de vordering werd toegewezen, is vernietigd door het Gerechtshof 
te '8 Gravenhage 20 Mei 1878 (W. 4241, R.B. 1878 B blz. 231.) 

(2) Amsterdam 17 Juli 1871, W. 3362. 



Digitized byVjOOQlC 



198 

zich bepalen tot de vraag, of de handeling viel in 
de termen van artt. 421 en 422 C. P. (hiervoren blz. 187 
aangehaald) (1); maar dit enkele geval heeft na de af- 
schaffing dier artikelen zijne beteekenis verloren. De juris- 
prudentie steunt geheel op art. 1825 B. W., luidende: 
„De Avet staat geene regtsvordering toe, ter zake van eene 
„schuld uit spel of uit weddingschap voortgesproten''. 

Over spel en weddenschap is al zooveel geschreven 
(o. a. ten onzent een vijftal dissertatiën) (2), dat ik te dezer 
plaatse niet meer daarover behoef te zeggen dan in verband 
met mijn onderwerp bepaald noodig is. Hetzelfde geldt van 
de kans-overeenkomsten in het algemeen, waaromtrent ik 
meen te mogen volstaan met eene verwijzing naar de dis- 
sertatie van Mr. Goudsmit. (3) Zoowel hij als Opzoomer en 
anderen zijn van meening dat er geene reden bestaat om 
die overeenkomsten, waarvan de uitkomsten, met betrekking 
tot voor- en nadeel van partijen, van eene onzekere gebeur- 
tenis afhangen, tot eene afzonderlijke rubriek te maken 
(immers aan schier elke overeenkomst is een zoodanig 
element verbonden of kan er althans een verbonden worden), 



(1) Mr. Goudsmit (Themis 1880, noot op blz. 35) schijnt te meenen, dat 
dit nooit gebeurd is. Het zij mij vergnnd, hem te wijzen op een arrest van 
het Hof van Noord-Holland 26 Nov. 1846 (R.B. 1847 blz. .35 en 36), waarin 
betreffende een premiekoop van 50 certt. 2|°/o N. W.S. overwogen werd, «dat 
f echter, ten aanzien van den handel in publieke fondsen, de Code Pénal in 
vart. 421 en 422, als spel of weddingschap definieert, en als een onregtmatige 
#daad beschouwt allen handel in effecten, waarvan de strekking is, te specu- 
fleren op de rijzing en de daling, en die geenen wezenleken handel ten doel 

f heeft, dat deze handel (onder die definitie valt en^ derhalve een 

«verbodene is, en das geene actie in regten kan opleveren." 

(2) De jongste is die van Mr. M. G. L. VAN LOOHEH, Amsterdam 1880. 

(3) Mr. Goudsmit „Het begrip en wezen der kansovereenkomsten" Leiden 
1871, die eene uitgebreide literatuur aangeeft. Zie ook Mr. W. L. P. A. Mo- 
LENORAAFF «Het contract van verzekering" in Rechtsgeleerd Magazijn 1882 
blz. 14-35, 393-479. 



Digitized byVjOOQlC 



199 

en verder dat de definitie, die art. 1811 ons van kans- 
overeenkomsten geeft, volmaakt overbodig is, daar aan de 
kans-overeenkomsten geen enkel gemeenschappelijk rechts- 
gevolg v^ordt vastgeknoopt. Integendeel worden voor elke 
der vier in art. 1811 opgenoemde soorten de rechtsgevolgen 
afzonderlijk geregeld, voor verzekering en bodemerij in het 
W. V. K., voor lijfrente en voor spel en weddenschap in 
het B. W. zelf. Alleen aan spel en weddenschap wordt de 
rechtsvordering ontzegd; voor de redenen, die tot deze 
eenige uitzondering op den regel „pacta esse servanda" 
geleid hebben, verwijs ik naar hetgeen ik op blz. 190-193 
uiteen zette. 

Onaannemelijk is voor mij dan ook de redeneering, in 
sommige vonnissen (1), dat elke kans-overeenkomst, die niet 
valt onder verzekering, bodemerij of lijfrente, door de wet 
zou worden beschouwd als spel of weddenschap. Art. 1811 
is geenszins limitatief; de opnoeming; ingeleid met de 
woorden „van dien aard zijn'', strekt volgens de toelichting 
der Regeering „om de voornaamste dier kans-contracten 
„aan te duiden" (2). De enuntiatieve aard van het artikel 
werd ook aangetoond door den Advokaat-Generaal bij den 
H. R., Mr. Smits, in eene conclusie opgenomen in W. 4271. 

Er kunnen dus nog tal van overeenkomsten wezen, die 
onder de wettelijke definitie van kans-overeenkomsten te 
brengen zijn, zonder dat ze daarom juist onder spel of 



(1) Rb. Amsterdam 9 Mei 1845 W. 629, R.B. 1845 blz. 627-628, N.R. 
dl. 29 § 92. — Kantongerecht Groningen November 1874 W. 3804. 

(2) VOOBDUIN, V blz. 393. 

Het in 1833 ingevoegde artikel is eene navolging van art. 1964 C. C. («Tels 
ffsont"'), en ook daar luidde de toelichting van den Staatsra^id PORTALIS 
(LOCBÉ, deel XV, V n*'. 3): /»Tou8 les contrats qui peuvent être repiitds 
laleatoireS) ne sauraient recevoir un nom particalier. Les principaux sont , etc." 



Digitized byVjOOQlC 



200 

weddenschap zouden behoeven Ie vallen. Integendeel: om 
op grond van art. 1825 aan eenigerlei overeenkomst de 
rechtsvordering te kmmen ontzeggen, dient men aan te 
toonen, dat zulk eene overeenkomst bepaaldelijk onder spel 
of onder weddenschap valt. 

Onjuist schijnt mij de door Prof. Asser (1) en Mr. Goüdsmit (2) 
verdedigde stelling, dat eene overeenkomst niet juist „speP^ 
en ook niet juist „weddingschap" behoeft te wezen, en 
toch voor onze wet onder „spel en weddingschap'' 
begrepen kan zijn. Uit het breedvoerig geschiedkundig 
overzicht der wetgeving op dit stuk, door Wiersma ge- 
geven, blijkt ten duidelijkste, dat spel en weddenschap 
geenszins altijd en overal op gelijken voet zijn behandeld, 
en dat, waar dit wel het geval was, over elke dezer beide 
overeenkomsten toch afzonderlijke bepalingen werden gemaakt. 
De Code Civil voegde ze bijeen, maar bij de toelichting en 
verdere behandeling der artt. 1964 en 1965 werd niettemin 
afzonderlijk gesproken over „Ie jeu" en over „la gageure 
„OU pari". (3) 

Mr. GouDSMiT beroept zich voor zijn gevoelen op het 
denkbeeld, dat de bepaling heeft ingegeven: de wetgever 
wilde waken tegen de rampzalige gevolgen van al te 
gewaagde ^n tevens nuttelooze contracten, en die met eene 
algemeene uitdrukking aanwijzen; daartoe koos hij dan, te 
rade gaande met hetgeen zich in het dagelijksch leven in 
den meest tastbaren vorm voordoet, de benaming „spel en 
„weddingschap". 



(1) Gids Maart 1869 blz. 589. 

(2; Themis 1886 biz. 30. 

(3) LOCRÉ deel XV, V n9. 7 en 10, VU n«. 3 en 7. 



Digitized byVjOOQlC 



201 

Het komt mij echter voor, dat dit beroep op den 
vooronderstelden gedachtengang des wetgevers alle gewicht 
verliest tegenover de duidelijke woorden, waaraan hij zich 
in art. 1825 heeft bediend door te spreken van eene schuld 
uit spel o f uit weddingschap voortgesproten. Het is Diephuis, 
die deze eenvoudige en m. i. afdoende opmerking maakt. (1) 
Ook Opzoomer komt, bij zijne verklaring van art. 1825, 
tot dezelfde slotsom. 

De woorden van ons artikel, in verband met de omstandigheid 
dat daarin de eenige uitzondering op het hoofdbeginsel „pacta 
„sunt servanda" geformuleerd is, - verbieden het aannemen 
van eene ruime rubriek „spel en weddingschap" en dwingen 
tot eene nauwkeurige afbakening van de twee gewraakte 
overeenkomsten, al moge Mr. Goudsmit in zijn aangehaald 
Themis-artikel dit eene „juristische Spielerei" noemen. 

Ofschoon de laatstgenoemde schrijver met deze verklaring 
tevens een deel van zijn vroeger verrichten arbeid veroor- 
deelde, meen ik hier toch uit dien vroegeren arbeid („Het 
begrip en wezen der kansovereenkomsten", blz. 69) de 
definitiën, door hem gegeven, te mogen aanhalen. Zij 
luiden als volgt: 

„Spel is eene overeenkomst , door bepaalde regelen 



(1) DiEPHüIS, Nederlandsch Burgerlijk Recht, deel VIII, n». 587. Na die 
opmerking gaat hij aldus voort: 

fMaar dan kan het ook niet nauwkeurig zijn, ^e bedoelde speculatiën tot 
•spel en weddingschap" te brengen. Het zou zelfs eeuigszins den schijn hebben, 
lalsdf men, met de qualificatie verlegen zijnde, van spel en weddingschap 
• beide spreekt, om de ongunstig beoordeelde speculatiën des te veiliger te 
«kunnen brengen tot de alzoo wat ruimer gestelde soort van kansovereenkomsten, 
fwaarop de wet geone regtsvordering toekent." 

De juistheid dezer opmerking komt nog sterker uit bij vergelijking met 
art. 1965 CC: tLa loi n'accorde aucune action pour une dette de jeu oupour 
f Ie paiement d'un pari." 



Digitized byVjOOQlC 



202 

„beheerscht, waarbij over winst en verlies beslist de 
„onzekere uitkomst eener handeling, tot het uitlokken dier 
„beslissing opzettelijk verricht." 

„Weddingschap is eene overeenkomst, waarbij partijen ten 
„gevolge van een strijd van beweringen wederkeerig beloven, 
„dat hij, wiens bewering blijkt onjuist te zijn, een bepaalde 
„som of zaak zal verbeuren." 

Deze definitiën, welke in hoofdzaak met die van Wiersma 
overeenkomen, hier neerschrijvend, doe ik eene keuze uit 
de zeer groote hoeveelheid die voorhanden is. Vooral 
Duitsche schrijvers hebben zich veel moeite gegeven voor 
het vaststellen van „den begrifflichen Unterschied zwischen 
„Spiel und Wette"; een overzicht daarvan vindt men bij 
Opzoomer ad art. 1825. Groote verschilpunten bestaan 
tusschen die schrijvers; wat de een onder spel brengt, 
behoort volgens den ander bij weddenschap. Toch hebben 
de meeste theorieën dit met de bovengenoemde definitiën 
gemeen, dat voor spel vereischt wordt eene handeling, 
(het geven en uitspelen der kaarten, het ronddraaien der 
roulette), die opzettelijk verricht wordt om over winst en 
verlies eene beslissing uit te lokken, - en voor weddenschap 
een strijd van beweringen met beding van eene bepaalde 
som of zaak als straf voor den betweter of als voldoening 
voor dengene die blijkt gelijk te hebben. 

Waar nu bij een termijncontract levering uitdrukkelijk is 
uitgesloten, daar heeft men m. i. te doen met eene zuivere 
weddenschap. Men moge daartegen al aanvoeren, dat hierbij 
geene beweringen aangaande het rijzen of dalen van den 
prijs geuit worden, - ik meen, dat Opzoomer het aan het 
rechte eind heeft, wanneer hij zegt, dat in de afspraak 



Digitized byVjOOQlC 



203 

tusschen partijen stilzwijgend die strijd van beweringen ligt 
opgesloten. Neemt men dit aan, dan heeft men ook geene 
ruimere rubriek „spel en weddingschap" noodig, om de 
genoemde contracten onder art. 1825 te doen vallen. 

Intusschen komt deze uitsluiting van levering zelden voor. 
De gewone termijncontracten, waarbij altijd de verkooper 
het recht heeft om te leveren en de kooper het recht om 
levering te vorderen, - deze vallen klaarblijkelijk niet onder 
de aangegeven definitie van weddenschap. Nog minder onder 
die van spel, want er wordt geene handeling hoegenaamd 
verricht, en op de beslissing wordt noch door den kooper 
noch door den verkooper eenige invloed geoefend (tenzij 
dan door de vroeger geschetste manoeuvres, maar die mogen 
in dit opzicht niet in aanmerking worden genomen). 

Het is 'nu maar de vraag, of onze wetgever, die noch 
„spel" noch „weddingschap" definieert, deze woorden heeft 
gebezigd in hunne boven omschreven engere beteekenis, 
dan wel in een meer algemeenen zin. Dit laatste zou 
meer overeenkomen met het spraakgebruik; de benaming 
„beursspel" voor den termijnhandel heeft in zekere mate 
burgerrecht verkregen, en velen zgn gewoon, alle handels- 
operatiën, die naar hunne meening de grenzen der soliditeit 
te buiten gaan, met den naam van spel te betitelen, terwijl 
o. a. de Heer Zeverijn (1) een termijn-contract tusschen 
twee „outsiders" als eene weddenschap aanmerkt. 

Welke der beide opvattingen van art. 1825 de ware is, 
valt moeielijk uit te maken. Na de uitvoerige bespreking 
van de vraag door Wiersma en door Mr. Goüdsmit, meen ik 
mij te moeten bepalen tot het aangeven van eenige gronden, 

(1) .Economist" 1888 blz. 157. 



Digitized byVjOOQlC 



204 

die m. i. aannemelijk maken, dat onze wetgever den termijn- 
handel noch onder spel noch onder weddenschap heeft 
begrepen. 

Vooreerst dan had ik in het geschiedkundig overzicht 
reeds meermalen gelegenheid om te doen opmerken, dat 
in de plakkaten betreffende den tijdhandel regelmatig als 
grond voor het verbod wordt opgegeven, dat door het 
neerdrijven van den prijs der actiën, de houders daarvan 
en het crediet der Compagnieën werden benadeeld, en dat 
door het opjagen van den graanprijs de geheele bevolking 
schade leed. (1) Nooit werden die contracten als spel 
of als weddenschap betiteld, en dit terwijl daarnaast andere 
plakkaten tegen het dobbelen en spelen gericht werden en 
bij tal van plaatselijke keuren tegen kaart- en andere spelen 
werd voorzien. Beide zaken werden dus als geheel ver- 
schillend beschouwd. Ook bij de schrijvers vindt men niets 
dat op eene gelijkstelling duidt (2). De termijnhandel werd 
nooit in het algemeen, wegens de gewaagdheid der operatiën, 
strafbaar gesteld (3). Neen, het verbod betrof telkens 



(1) Merkwaardig is eene bepaling van gelijke strekking, maar uit veel ouderen 
tijd, n.m. in een handvest, door Graaf RbtnOUT VAN GELDER aan de stad Bommel 
en den Bommeler en Tielerwaard gegeven in 1316. 

«Item setten wü, dat nymant koren en kope op daege to leveren, in der 
•vuegen dat midlertyt, eer hy 't in synen behoeff ontfenckt, 't selve koren off 
/rden geenen daer h^ 't off gekoft heeft, off eenen anderen wederom verkope.'' 

Groot Gelders Placaet-boek, appendix op deel I en II, blz. 70. 

(2) Vgl. ook de op blz. 78 (noot 1) aangehaalde plaats van RiCABD. 

(3) Wel komen in veel vroeger jaren algemeene verbodsbepalingen voor tegen 
het koopen en verkoopen op tijd, maar die bepalingen waren gericht tegen 
ontduiking van het woekerverbod. In dien tijd was n.1. het uitleenen van geld 
op interest verboden, en nu werd dit ontdoken door eene verbinding van twee 
geoorloofde koopcontracten. Degene, die geld wilde opnemen, kocht van den 
geldschieter de eene of andere zaak op tijd, en verkocht ze hem dadelijk weer 
contant en tegen veel lageren prijs; hij kreeg dus eene som in handen, en bleef 
eene hoogere som op termijn schuldig. Het is tegen deze praktijk, dat wij 



Digitized byVjOOQlC 



205 

slechts bepaalde artikelen, waarbij de termijnhandel, door 
zijnen invloed op den stand der prijzen, voor de maatschappij 
nadeelige gevolgen na zich sleepte. 

In de oude Fransche Arrêts tegen den tijdhandel in 
efifekten komt wel de benaming „paris sur la hausse ou la 
„baisse'' voor, en het zijn. deze verordeningen die den 
grondslag van de artt. 421 en 422 C. P. hebben gevormd. 
Of ze echter ook op art. 1965 C. G. van invloed zijn geweest, 
is eene andere vraag. In de stukken betreffende dit artikel 
komt slechts ééne uitlating voor, die daaraan zou kunnen 
doen denken, n.1. in Portalis' Exposé des motifs: „Le jeu 
„dégénère-t-il en spéculation de commerce, nous retombons 
„dans la première hypothese que nous avons posée". (1) 

Men zou geneigd zijn, den zin om te keeren, en te zeggen, 
dat de handelsspeculatiën kunnen ontaarden in spel. Of 
PoRTALis met deze niet zeer duidelijke woorden ook die 
tijdkoopen, welke op werkelijke levering worden afgesloten, 
op het oog had, valt moeielijk uit te maken. Pothier, die 
de hoofdbron was voor de stellers van den Code Civil, 
beschouwt in zijn „Traite du jeu'' het spel geheel als eene 
bezigheid, getuige o. a. zijne verdeeling in „jeux de pure 
„adresse, jeux mixtes et jeux de simple hasard." Voort- 
durend spreekt hij van „deux joueurs" als van twee personen, 
die samen bezig zijn met spelen. Van eene ruimere opvatting. 



bepalingen aantreffen in de Middeleenwsche Rechtsbronnen der stad Utrecht 
(uitgegeven door Mr. S. MULLER P.ZN.) I, blz. 93 (anno 1370) en blz. 228 
(anno 1400), en bij NiJHOFP /» Gedenk waardigheden uit de Geschiedenis van 
/^Gelderland", deel I, oorkonde n^. 195 (anno 1322). 

In Frankrijk werd deze ontduiking van het woeker verbod onder den naam 
van f Ie contrat Mohatra" toegelaten door de casuistische schriivers. waarmee 
Pascal den draak steekt. 

Zie Pascal, rhaitiéme lettre provinciale". 

(1) LOCBÉ deel XV, V blz. 173. 



Digitized byVjOOQlC 



206 

waarin ook de termijnzaken zouden begrepen zijn, is bij 
hem geen sprake. (1) 

Er is nog eene omstandigheid, die pleit voor de beperkte 
opvatting van ons art. 1825. Bij de voorbereiding van onze 
burgerlijke wetgeving was de termijnhandel ter sprake gebracht. 
Door olieslagers te Amsterdam was aan de Regeering een 
rekwest ingediend, waarin verzocht werd om maatregelen 
tot stuiting van den zoogenaamden windhandel. Dat rekwest 
was, met eene memorie der Kamer van Koophandel te 
Amsterdam en het daarop uitgebracht advies van den 
Minister van Binnenlandsche zaken, gesteld in handen van 
de Commissie, die met het ontwerpen van een burgerlijk 
wetboek was belast. Deze Commissie nu zeide in het 
rapport aan den Koning, dat haar ontwerp (dat van 1816) 
vergezelde, dat zij gemeend had, dienaangaande niets te 
moeten doen : „ Algemeene voorschriften toch te dezen aanzien 
„belemmeren den handel meer, dan zij denzelven bevoor- 
,,deelen, en eene juiste bepaling, waardoor het kennelijk 
„zoude worden, waarin zich handel op tijd, van windhandel 
„onderscheidde, is ons onuitvoerlijk voorgekomen, zoodat wij 
„het, na lange en herhaalde overwegingen, eindelijk veel 
„doelmatiger hebben gevonden, deze zaak aan de bepab'ng 
„van voorbijgaande wetten en besluiten over te laten, dan 
„iets in het algemeen te bepalen, hetwelk den handel niet 
„anders dan nadeelig kon worden." (2) 

In datzelfde ontwerp nu, waarvan verklaard werd dat het 
geene bepalingen tegen den windhandel behelsde, kwamen wel 
bepalingen omtrent spel en weddenschap voor. (art. 3191 e. v.) 



(1) Hierop wees WiERSMA blz. 230. 

(2) VOOBDUIN I : I, blz. 43. 



Digitized byVjOOQlC 



207 

Ziedaar eenige gronden, die volgens mij aannemelijk maken, 
dat art. 1825 de woorden „spel'' en „weddingschap" in 
beperkten zin opvat, en dat de wetgever de termijnzaken 
daarbij niet heeft op het oog gehad. 

Intussehen, gelijk reeds gezegd, vindt deze mijne meening 
geen steun in de jurisprudentie. Zoo dikwijls als een prijsverschil 
als saldo van verrekende termijnzaken wordt gevorderd, en 
daartegen door den gedaagde eene exceptie op grond van art. 
1825 wordt opgeworpen, - treedt de rechter in een onderzoek, 
of soms bij den gedaagde de bedoeling bestaan heeft om de 
zaak te verrekenen, en of de eischer met die bedoeling bekend 
geweest is. Leidt nu dit onderzoek tot een toestemmend 
antwoord, dan wordt verklaard, dat partijen enkel op het 
prijsverschil hebben willen speculeeren, en dat dit oplevert 
hetzij „spel", hetzij „weddingschap", hetzij „spel en wedding- 
„ schap" (in de vonnissen treft men deze verschillende qualifica- 
tiën aan), zoodat des eischers vordering moet worden afgewezen. 

Hiervoren heb ik reeds opgemerkt, dat het altijd bedenkelijk 
is, op grond van de vooronderstelde bedoeling der partijen 
af te wijken van de duidelijke bewoordingen eener over- 
eenkomst. Tevens wees ik toen aan, dat het voor den 
rechter niet wel doenlijk is, uit te maken, of de bedoeling 
van partijen bij het sluiten der overeenkomst gericht was 
op verrekening. Partijen weten dan zelf nog niet, hoe zij 
de zaak zullen beëindigen. Wèl weten zij, dat, wanneer 
zij de zaak op haar beloop laten en geene dekkingsmaat- 
regelen nemen, alsdan bij het verschijnen van den termijn, 
levering en betaling moeten plaats hebben. 

De rechtspraak neemt nu echtet" eenmaal aan, dat naar 



Digitized byVjOOQlC 



208 

de oorspronkelijke bedoeling van partijen onderzoek moet 
gedaan worden. Zien wij nu, uit welke vermoedens die 
bedoeling wordt opgemaakt. 

Somtijds wordt dit gedaan uit de omstandigheid, dat 
partijen over en weder groote hoeveelheden hebben gekocht 
en verkocht ; daaruit wordt dan afgeleid, dat het haar enkel 
om speculatie op de rijzing en daling te doen geweest is. 
In andere vonnissen wordt echter in deze compénsatiën 
geene aanleiding gevonden om spel aan te nemen. 

Er wordt gelet op de omstandigheid of de kooper ooit zelf 
eene zoo groote hoeveelheid als door hem gekocht werd, zou 
kunnen gebruiken. Eveneens wordt in aanmerking genomen, 
of eene der partijen soms geheel buiten het verhandelde 
artikel stond, in welk geval spoediger wordt aangenomen, dat 
de bedoeling niet op werkelijke levering en betaling was ge- 
richt. Ook wordt \yel eens onderzocht, of eene der partijen 
soms boven hare krachten ging, en of dit aan dè andere partij 
bekend was. Dit is natuurlijk een zeer twijfelachtig criterium. 
Het is aan A niet bekend, of B genoeg vermogen heeft om 
eventueele verliezen te kunnen dragen, en of B soms niet nog 
op andere plaatsen omvangrijke operatiën verricht; derhalve 
zal de rechter dan moeten nagaan, welken indruk B's finan- 
cieele toestand op A moest maken, en daarbij hangt zeer 
veel van subjectieve opvatting af. 

Voor meerdere voorbeelden verwijs ik naar het overzicht 
van Mr. Goüdsmit, die den grondslag dezer rechtspraak aan- 
duidt met den naam van ,,de intentie-leer"; deze benaming 
komt overeen met hetgeen in Frankrijk en België op dit 
stuk de „jurisprudence d'appréciation" wordt genoemd. 
Dat deze intentie-leer aanleiding moet geven tot uiteen- 



Digitized byVjOOQlC 



209 

loopende beslissingen, naar gelang de ééne of de andere 
rechter meer of minder gewicht hecht aan de omstandig- 
heden, die de gedaagde aanvoert om de spelbedoeling te 
bewijzen - dat springt terstond in het oog. 

Reeds in 1842 merkte de redactie van het Rechtsgeleerd 
Bijblad (blz. 293) op, dat geene rechtsvraag tot meer uiteen- 
loopende beslissingen aanleiding geeft dan de vraag, of koop 
en verkoop op tijd, van fondsen, olie en dergelijke, als spel 
en weddenschap moet beschouwd worden. En zij voegt er 
bij, dat de reden daarvan niet ver is te zoeken. Immers 
de vraag hangt alleen daarvan af, of partijen werkelijke 
levering en betaling, dan wel verrekening van prijsverschillen 
bedoeld hebben. Deze kwestie nu is geheel van feitelijken 
aard, en leidt dus, naarmate zij in den eenen of anderen 
zin door den rechter wordt uitgemaakt, noodwendig tot 
verschillende beslissingen, wat het recht betreft. 

Eene dergelijke onvastheid nu is allerminst wenschelijk. 
Bij hef aangaan van overeenkomsten moet iedere partij 
zekerheid kunnen hebben omtrent de rechtsgeldigheid van 
hetgeen zij verricht. In bijzondere piate geldt dit voor den 
handel, waar de nauw met elkaar samenhangende transactiën 
niet op losse schroeven moeten kunnen gezet worden. Dit 
laatste nu kan, zoolang de intentie-leer gevolgd wordt, ieder 
oogenblik plaats hebben. Wel is waar heeft, als ik goed 
zie, de rechtspraak langzamerhand meer bezwaren in den 
weg gelegd aan het toelaten der exceptie van art. 1825, - 
wel is waar wordt daarvoor met meer nadruk gevorderd, 
dat de gedaagde klaarblijkelijk moet aantoonen, dat de 
bedoeling was om te spelen, en dat de eischer kennis droeg 
van die bedoeling en dus ook zijnerzijds wilde spelen, - 

14 



Digitized by VjOOQiC 



210 

maar dit neemt toch het gevaar niet weg, dat de eene of 
andere maal eene termijnzaak zal worden verklaard, spel 
en weddenschap op te leveren, en daardoor blijft de geheele 
termijnhandel in eene onzekere positie verkeeren. 

Met name bij een faillissement kan het voorkomen, dat 
de eisch tot verificatie eener schuldvordering met de exceptie 
van art. 1825 wordt bestreden. Dit is het geval geweest in 
het éénige proces, waarin - zoover ik heb kunnen nagaan - 
de vraag is ter sprake gebracht na het tijdstip, waarop 
Mr. GouDSMiT zijn overzicht schreef. Eene Rotterdamsche graan- 
firma had met een Keulsche graanfirma verscheidene koopen 
en verkoopen op termijn gesloten, overeenkomstig de te Keulen 
geldige beurs- en Schlusschein-voorwaarden ; eenige daarvan 
waren tegen elkaar verrekend, en de laatste was door de Keul- 
sche firma geliquideerd, toen de Rotterdamsche failleerde. In 
het faillissement kwam nu de Keulsche firma op voor het prijs- 
verschil, en de curator verzette zich tegen verificatie op grond 
dat partijen de bedoeling hadden gehad om te spelen. De vor- 
dering tot verificatie werd echter toegewezen op grond dat de 
curator niet bewezen had, dat die bedoeling beiderzijds zou 
hebben bestaan; en dit vonnis werd in hooger beroep beves- 
tigd. (1) Intusschen bleef ook daarbij de intentie-leer gehuldigd. 

Zoover mij bekend is, hebben daarna nog slechts tw^ee- 
malen termijnzaken tot een proces aanleiding gegeven. Bij 
geene dier beide gelegenheden evenwel werd de exceptie 
van art. 1825 ingeroepen. Beide malen werd door gedaagde 
alleen betwist, dat de eischer volgens de betrokken regle- 
menten het recht had gehad om tot executie over te gaan, 



(1) Het vonnis der Rechtbank te Rotterdam is van 2 Januari 1886 
(W. 5299), dat van het Hof Ie 's Gravenhage is van 9 Mei 1887 (W. 5470). 



Digitized byVjOOQlC 



211 

en beide malen werd die verwering ongegrond verklaard. 
Het eerste dier vonnissen was van de Rechtbank te Arnhem, 
27 Juli 1888 W. 5616, en betrof eenige inkoopen, voor 
rekening eener Nijmeegsche firma gedaan door eflfekten- 
makelaars te Londen, „subject to the rules and regulations 
,/of the Stock-Exchange of London." 

Het tweede geval deed zich voor te Rotterdam. Eene 
firma aldaar had aan een commissiehuis te New-York 
order gegeven om voor hare rekening bepaalde termijn- 
zaken in granen te doen, op de voorwaarden der New-Yorker 
Productenbeurs , en verder op conditie dat de marges 
(bijstortingen) onmiddellijk op verlangen van het commissie- 
huis, door de firma zouden worden betaald. Op zekeren 
dag werd de firma des ochtends te 9f uren gesommeerd, om 
dienzelfden ochtend te 1 1 uren f 4800 aan marges te betalen. 
De betaling volgde niet; de firma werd in verzuim gesteld; 
het commissiehuis liquideerde voor hare rekening de loopende 
zaken, en vorderde f 6893,92 als prijsverschil. De gedaagde 
firma beweerde, niet in verzuim te zijn, daar betalen of 
deponeer en van f 4800, — in IJ uur redelijkerwijze niet 
mogelijk was, hetgeen volgens haar te meer klemde, waar 
zij niet een bepaald quantum verschuldigd was, maar het 
quantum harer schuldplichtigheid geheel afhing van den wil 
des eischers. Deze antwoordde, dat de gedaagde firma dit 
quantum konde kennen uit de beursnoteering van den 
vorigen dag, en steeds bereid moest zijn om hare geheele 
schuld te voldoen. De Rechtbank wees op 1 December 1888 
(W. 5677) den eisch toe: 

„Overwegende dat - daargelaten materieele mogelijkheid 
„om binnen den tijd van 5 kwartier eene volgens het 

14* 



Digitized byVjOOQlC 



212 

„contract opeischbare schuld van f 4800, — te voldoen - 
„de eischeres ingevolge dat contract het recht had, onniid- 
„dellijke betaling te vorderen, en rule 30 (der betrokken 
„beurs voorwaarden) door de eischeres als termijn van respijt 
„behoorlijk is in acht genomen." 

Dit was de eerste maal, dat de termijnhandel in goederen 
in den vorm, waarin hij tegenwoordig gedreven wordt, voor 
den rechter gebracht is. Dat deze eerste maal de geldigheid 
der contracten onbetwist is erkend , is evenwel geen 
waarborg voor de toekomst. Als eene volgende keer de 
exceptie van art. 1825 wordt opgeworpen en de rechterlijke 
colleges, wederom de intentie-leer huldigend, de geldigheid 
gaan ontkennen van die contracten, waarbij zij eene bedoeling 
van verschilverrekening meenen te kunnen aannemen, dan 
zouden daaruit voor den termijnhandel wel eens ernstige 
bezwaren kunnen ontstaan. En dan zou het overweging 
verdienen, de termijnzaken te onttrekken aan de toepassing 
van art. 1825, door een wettelijken maatregel in den trant 
van dien, welken men in Frankrijk genomen heeft, zooals 
wij terstond zien zullen. 



Frankrqk. 

Aldaar heerschte met betrekking tot de toepassing van 
art. 1965 C. G. (= art. 1825 B. W.) tot kort geleden 
dezelfde rechtspraak als die, welke in Nederland nog bestaat. 
Vainberg (1) zegt daarvan: „Pour résumer cette jurisprudence, 

\\) Aangehaald werk, blz. 72. Dit haldigen van de intentie-leer begon in 
1857; het is het laatste der 5 tijdperken, die de Fransche schrijverB onder- 
Bcbciden in de rechtspraak op dit stuk sedert 1804. Een beknopt overzicht dier 
5 tijdperken geeft Vainbebg blz. 60-73. Over de verordeningen uit de 18de 
eenw wordt uitvoerig gehandeld door FbéMERY, blz. 423 e. v, 



Digitized byVjOOQlC 



213 

„nous pouvous dire que c'est Tarbitraire Ie plus absolu: 
„la question de droit est complètement abandonnée, et chaque 
„affaire est laisseé a la souveraine appréciation du juge." 

Reeds meermalen waren van verschillende zijden pogingen 
gedaan, om daarin verandering te doen brengen, en de 
termijnzaken bij de wet als geldig te doen erkennen. Geene 
enkele dier pogingen had echter tot het beoogde doel 
geleid. Eerst de crisis, die in 1882 de Fransche effekten- 
beurzen trof, deed de nadeelen der bestaande jurisprudentie 
zóó duidelijk uitkomen, dat eene wettelijke voorziening vrij 
algemeen noodzakelijk werd geacht. De crisis begon met 
den val van de „Union Générale", eene groote financiëele in- 
stelling, welker aandeelen ontzaglijk in de hoogte gedreven 
waren. Na haren val moesten nu de in die aandeelen 
gesloten termijninkoopen met zeer aanzienlijke verliezen 
geliquideerd worden, en daarbij ' geschiedde het, dat vele 
koopers die de aanvankelijk behaalde winsten zonder 
gemoedsbezwaren geïncasseerd hadden , thans eenvoudig 
weigerden hunne verliezen te betalen, en de „exception de 
„jeu'* opwierpen. En het was door deze „allegatio propriae 
„turpitudinis", dat die personen, waaronder vele die zeer 
wel betalen konden, zich aan de nakoming hunner ver- 
plichtingen onttrokken. 

Het succes van dit schaamteloos optreden gaf aan- 
leiding tot het op touw zetten van eene nieuwe beweging 
om eene wetsverandering te verkrijgen, die hieraan voor 
het vervolg paal en perk zou stellen. De Kamer van 
Koophandel te Parijs zond opnieuw een adres in dien 
geest aan de Regeering. Het was toen ook, dat de 
advocaat Henri Mettetal, („ancien juge suppléant au 



Digitized byVjOOQlC 



214 

„tribunal de la Seine*') zijn reeds meermalen aangehaald 
geschrift „Les jeux de bourse et la législation" in het licht 
zond, waarin hij een uitvoerig overzicht gaf van al wat in 
den loop dezer eeuw in en buiten Frankrijk over de kwestie 
was voorgevallen, om ten slotte eveneens op wetsverandering 
aan te dringen. Verschillende voorstellen werden door leden 
der Kamer van Afgevaardigden ingediend, en de Regeering 
benoemde op 14 Februari 1882 eene extra-parlementaire 
Commissie om de zaak opnieuw te onderzoeken. Binnen 
zeer korten tijd leverde deze Commissie een wetsontwerp 
met toelichting in^ dat door de Regeering onveranderd bij 
de Kamer van Afgevaardigden werd ingediend op 5 Juni. 
Reeds den 20**®° Juli bracht de Commissie, in wier handen 
het wetsontwerp door de Kamer gesteld was, haar verslag 
daarover uit. (1) Het duurde echter eenige jaren, voordat 
de zaak in de beide takken der vertegenwoordiging was 
afgehandeld, en eerst den 28^**"^ Maart 1885 kon de wet door 
den President der Republiek worden vastgesteld, waarna ze 
den 8^^^ April in het Journal Offlciel werd afgekondigd. (2) 



(1) Het bezit van beide de genoemde stokken, waarin uiterst belangrijke 
beschouwingen over den termijohandel voorkomen, dank ik aan de welwillend- 
heid van den Heer M^LIVOIRE DB BUTET, Consnl-Generaal van Frankrijk 
te Rotterdam, wien ik daarvoor hier mijne welgemeende erkentelijkheid betuig. 

(2) Loi du 28 mars 188ö sur les march^s k terme. 

Art. 1. Tous marchës k terme sur effets publiés et antres, tous maroh^s a 
livrer sur denreës et marchandises sort reconnus légaux. 

Nul ne peut, pour se soustraire anz obligations qui en rësultent, se prévaloir 
de Tarticle 1965 du Code civil, lors même qu'ils se rësoudraient par Ie payement 
d'nne simple diffërence. 

Art. 2. Les artL 421 et 422 du Code pënal sont abroges. 

Art. 3. Sont abrogëes les dispositions des anciens arrêts du conseil des 24 Sept. 
1724, 7 aoüt, 2 oct. 1785, et 22 eept, 1786, Part 15 chapitre Ier, Tart. 4 chapitre 
2 de la loi du 28 vend. an IV, les artt. 85 par. 3, et 86 du C d. c. 



Digitized byVjOOQlC 



215 

Art. 2 en ten deele ook art. 3 behelzen de intrekking van 
de oude verbodsbepalingen; het verdere betreft uitsluitend 
de „agents. de change." Voor ons is van het meeste 
belang de redactie van het tweede lid van art. 1. Het 
vereischte, waaraan de termijnzaken moesten beantwoorden 
om aan de toepassing van art. 1965 C. C. te ontkomen, 
was in het ontwerp der extra-parlementaire Commissie 
aldus gesteld: „lorsque Tacheteur a Ie droit d'exiger la 
„livraison ou lorsque Ie vendeur a Ie droit de l'imposer.'' 
Voor de toelichting zie ïnen de zinsnede, die ik op blz. 176 
noot 1 aanhaalde. 

De Commissie uit de Kamer was echter bevreesd, dat 
het onderzoek naar het bestaan van dit vereischte bij elk 
contract, al spoedig* zou leiden tot een onderzoek naar de 
bedoeling van partijen, en dat alzoo de „jurisprudence 
„d'appréciation," waartegen men waken wilde, zou blijven 
voortbestaan. Zij stelde daarom deze redactie voor: „lors 
„même qu'ils (les marchés a terme) devraient se résoudre par 
„Ie payement d'une simple diflférence," waarmede Regeering 
en Kamer zich vereenigden. 

De Commissie uit dén Senaat, die toen het wetsont- 
werp te behandelen kreeg, deinsde terug voor deze redactie, 
waarin ook eene ab initio overeengekomen verschilverrekening 
scheen gewettigd te worden. Daarom stelde zij voor, de 
woorden „devraient se résoudre" te vervangen door „se 



Art.. 4. L'art. 13 de l'arrêtë da 27 pr. an X est modiiië aiosi qu'il suit: 
«Ghaque agent de change est responsable de la livraiBon et da payement de 

«ce qa'il aura venda oa achete'. Son caotionnement sera affectë k cette garantie." 
Art. ö. Les conditions d'exëcation des marchës é. terme par les agente de 

change seront fixées par Ie reglement d'administration pabliquO) prcva par 

Tart. 90 da C. d. c. 



Digitized byVjOOQlC 



216 

„résoudraient.'' Dienoi^ereenkomstig werd door den Senaat 
besloten, en de Kamer zoowel als de Regeering legden zich 
ten slotte daarbij neer. 

Deze eindredactie heeft echter geenszins aan alle moeielijk- 
heden een eind gemaakt. Al spoedig kwamen er uitspraken 
in verschillenden zin. De ééne rechter las in de wet een 
vermoeden van rechtsgeldigheid voor alle transactiën, die 
den vorm van termijnzaken hebben, en liet geen tegenbewijs 
toe. De andere liet den gedas^de wel toe tot het bewijs, 
dat niet-levering was overeengekomen, maar eischte daarvoor 
schriftelijk bewijs, met een beroep op de over de wet 
gewisselde stukken (l). Een derde eindelijk, nam aan, dat 
de wet de termijnzaken slechts heeft willen „valider et 
„régulariser'', maar dat de rechter naar de bedoeling van 
partijen moet bUjven onderzoeken. (2) 

Hoe het nu verder gaan zal, moet de tijd leeren. Voor 
nadere bijzonderheden omtrent deze wet verwijs ik naar de 
reeds in 1886 daarover geschreven „these pour Ie doctorat" 
van M. Louis Jalenqües. Een tweede uitvoerige commentaar 
is er aan gewijd door Prof. P. Lagoste, (3) 

Deze laatste vestigde de aandacht op het inderdaad 
merkwaardig verschijnsel, dat, terwijl in 1724 (den tijd van 
John Law) de wetgever het misbruik van den termijnhandel 
trachtte tegen te gaan door ontzegging van rechtsvordering 



(1) SiBEY 1886 (2, 6; 2, 7), vermeldt arresten in den eenen en in den 
anderen zin. 

(2) Aldus de 3e Kamer van de Burgerlijke Rechtbank der Seine, Gaz. des 
Trib. 1 Februari 1886. 

(3) irExplication de la loi dn 28 mars 1885 snr les marohës k terme" par 
M. P. Lacoste, professenr k la Facultë de droit d'Aix. Eerst verschenen 
in de «> Revue critique de lëgislation et de jurisprudence" 1889 blz. 194-208, 
260-293, 329-343, - is deze commentaar nu afzonderlijk uitgegeven. 



Digitized byVjOOQlC 



217 

uit dien hoofde, - de wetgever van 1885 heeft gemeend 
de uitspattingen te moeten bezweren, juist door te dwingen 
tot nakoming van de aangegane verbintenissen. 

België. 

De Code Pénal Beige van 1867 heeft de Fransche 
artikelen 421 en 422 niet weer opgenomen. 

Ten civiele bestaat echter geheel dezelfde „jurisprudence 
„d'appréciation" als in Nederland. Mettetal citeert daarvan 
eenige voorbeelden. (1) 

Op 13 Maart 1882 besloot de „Union Syndicale de 
„Bruxelles'', bij de Regeering aan te dringen op terzijde- 
stelling van de „exception de jeu". Dit besluit werd 
genomen naar aanleiding van een gelijkluidend verzoekschrift 
van het beurs-comité aan de Kamer van Afgevaardigden. 
Aan die verzoeken is echter tot nog toe geen gevolg gegeven. 



Dultsehland. 

In Pruisen wordt in de praktijk de bepahng van het 
Landrecht omtrent weddenschap (Theil I, 11, § 579) op de 
termijnzaken toegepast, en dus rechtsgeldigheid daaraan 
ontzegd (2). 

In § 1482 van het Saksisch burgerlijk wetboek wordt de 
intentie-leer gehuldigd, en wordt met spel en weddenschap 
gelijkgesteld iedere „Lieferungskauf, welchernur zum Scheine 
„auf Lieferung zu einer ge wissen Zeit gerichte t ist, und bei 
„welchem die Absicht der Vertragschliessenden nur dahin 
„geht, dass der Unterschied zwischen dem vereinbarten 



(1) Mettetal, blz. 133, 134. 

(2) Gabkis, blz. 7. 



Digitized byVjOOQlC 



218 

„Kaufpreise und dem Marklpreise oder Curse zur schein- 
„ baren Lieteruiigszeit von dem Einen dem Andern vergütet 
„werden soU". 

Wat nu de wetgeving voor het geheele Duitsche Rijk 
betreft, zoo wordt in art. 357 van het ,,Handelsgesetzbuch" 
bepaald, dat, als eene koopovereenkomst op een bepaalden 
termijn is afgesloten, en eene der partijen in gebreke blijft, - 
de andere partij alsdan, zonder dat eenige aanmaning noodig 
is, het recht heeft om hetzij van de geheele zaak af te zien, 
hetzij de zaak te liquideeren voor rekening der nalatige 
partij en schadevergoeding van haar te eischen; wanneer 
bij een artikel, dat een beurs- of marktprijs heeft, de ver- 
kooper nalatig blijft, dan wordt de schadevergoeding, die 
de kooper eischen kan, in eens af gesteld op het prijsverschil 
tusschen den contractprijs en den beurs- of marktprijs op 
den gestelden termijn. 

Voorts is in § 210 der Konkursordnung bepaald dat 
schuldenaren, die hunne betalingen gestaakt hebben of in 
staat van faillissement verklaard zijn, wegens eenvoudige 
bankbreuk kunnen worden gestraft met ten hoogste twee 
jaren gevangenisstraf, als zij „durch Aufwand, Spiel oder 
„Diflferenzhandel mit Waaren oder Börsenpapieren, über- 
„massige Summen verbraucht haben oder schuldig geworden 
„sind." 

Eene zijdelingsche erkenning van de termijnzaken vindt 
men in het „Gesetz, betr. die Erhebung von Reichsstempel- 
„abgaben" van*l Juli 1881 (R.-G.Bl. S. 185). Daarbij 
worden alle „Schlussnoten" betreffende handelstransactiën, 
ingeval de waarde van het voorwerp 300 Mk. (en bij koop- 
mansgoederen 1000 Mk.) te boven gaat, onderworpen 



Digitized by VjOOQiC 



219 

aan een vast zegelrecht van 0.20 Mk.; dit recht nu wordt 
verhoogd tot 1, — Mk., als de transactie „auf Zeit abge- 
„schlossen oder auf Zeit prolongirt" wordt. (1) 

Het „Reichsgericht" heeft de intentie-leer niet willen 
huldigen. Als levering niet uitdrukkelijk is buitengesloten, 
erkent het zonder zich in een onderzoek naar de bedoelmg 
van partijen te verdiepen, de geldigheid der contracten (2). 

Toch zal de kwestie zwevend blijven, zoolang niet één 
burgerlijk wetboek voor het geheele Ryk bestaat. De 
Commissie, die het ontwerp daarvoor opstelde, zegt in hare 
toelichting van § 664 (spel en weddenschap), dat eene 
wettelijke beslissing van de vraag, of de „eigentliche und 
wahre „Diflferenzgeschafte" tot spel en weddenschap behooren, 
doelloos zijn zou, aangezien zij in de praktijk nagenoeg niet 
voorkomen. Met deze zeldzame contracten mogen echter 
de gewone termijnzaken geenszins worden gelijk gesteld, al 
lossen ze zich veelal in verschil verrekening op. „Wenn ein 
„solcher Ausgang gewöhnlich auch den Partien beim Ab- 
„schlusse des Vertrages vorschweben mag, so werden die 
„fraglichen Geschafte dadurch noch keines wegs zu wahren 
„Differenzgeschaften. Einer solchen Auffassung stande der 
,,Umstand entgegen dass am Stichtage der Kaufer wirkliche 
„Lieferung verlangen, der Verkaufer solche bewirken kann, 
„und dass der erwahnte regelmassige thatsachliche Erfolg 



(1) Deze wet is te vinden in GrOTEFBND'S «Gesetze und Verordnungen 
#f»r den Preussischen Staat und das Deutsche Keioh", jaargang 1881, blz. 313. 
Bene definitie van icZeitgescfa&fte" is in deze wet opzettelijk achterwege gelaten, 
ten einde eene ontduiking der belasting te voorkomen; zie VON HOLTZENDOBFF'S 
Recbtslexicon, ii^ voce «rZeitkauf". 

(2) Zie voorbeelden van deze rechtspraak bij GOUDSMIT, Themis 1886, 
blz. 57, 58. 



Digitized byVjOOQlC 



220 

„seinen wesentlichen Gmnd in der Eigenthüralichkeit aller 
„Zeitgeschafte hat." (1) 

Of deze laatstgenoemde zaken zouden kunnen en moeten 
beperkt worden, die vraag zou volgens de genoemde Com- 
missie, pas bij eene herziening van het Handelswetboek tot 
beslissing kimnen komen. 

Intusschen is daai-omtrent reeds thans een onderzoek 
ingesteld, en wel naar aanleiding van den koffie-comer te 
Hamburg, in September 1888. In vele nieuwsbladen, en 
ook in andere geschriften (2), werd te velde getrokken 
tegen de verhoudingen, die de koffie-termijnhandel te 
Hamburg allengs had aangenomen. Tegen deze aanvallen 
heeft de Kamer van Koophandel te dier plaatse eene 
„Denksehrift über den Kafïee-Terminhandel" in het licht 
gezonden in Maart 1889. 

Aan den Rijksdag werd door de Heeren Nietsghmann & 
Oehme eene petitie ingediend, waarin op wettelijke maat- 
regelen tegen den termijnhandel werd aangedrongen. De 
Commissie, in wier handen dit verzoekschrift werd gesteld, 
concludeerde dat het ter overweging aan den Rijkskanselier 
zou worden verzonden. 

Over deze conclusie werd in de zitting van 16 Mei 1889 
beraadslaagd, waarbij o. a. de Hamburgsche afgevaardigde 
WoERMANN, verklaarde, dat hij van wettelijke maatregelen 
op dit stuk veel bezwaar en geen voordeel verwachtte. De 
conclusie werd echter aangenomen. 

Inmiddels was reeds vanwege het Ministerie van Koop- 



(1) Zie de officieele uitgave der «Motive aa dem Entwurfe eines Bürger- 
«lichen Gesetzbuches" (1888), deel II blz. 647, 648. 

(2) O. a. door de Heeren LEN8ING <b VAN GULPEN te Emmerik. 



Digitized byVjOOQlC 



221 

handel in Pruisen een onderzoek ingesteld, en wel door 
toezending van een aantal vraagpunten aan de verschillende 
handelscorporatiën en Kamers van Koophandel. Voorzoover 
mij bekend is, wordt in het meerendeel der ingekomen en 
openbaar gemaakte adviezen verklaard, dat Hamburg in de 
gegeven omstandigheden goed gedaan heeft met eene koffie- 
termijnmarkt te vestigen ; sommige voegen daarbij, dat ééne 
zoodanige instelling voor Duitschland nu ook genoeg is. 
Van een ingrijpen des wetgevers worden vrij algemeen geene 
goede gevolgen verwacht: beteugeling van de misbruiken 
worde het best aan de betrokken kringen zelve overgelaten. 
Intusschen zijn er ook verscheidene adviezen (o. a. van de 
Kamers van Koophandel te Keulen, Erfurt en Wesel), waarin 
sterk geklaagd wordt over den nadeeligen invloed van de 
termijnmarkt op den geheelen koffiehandel. 

In dit stadium van onderzoek verkeert de zaak thans nog. 

De handelsrechtelijke afdeeling van den IG**®" Duitschen 
Juristentag had reeds in 1882, op advies van Prof. Gareis 
en Dr. Heinsen, met groote meerderheid uitgemaakt: „Es 
„empfiehlt sich nicht, die Differenzgeschafte gesetzlich zu 
„verbieten oder zu beschranken." Het bleef echter nog de 
vraag, of tegen de misbruiken geene voorziening w^as te 
maken bij verordeningen, waarvan de handhaving aan de 
handelsorganen zelf zou kunnen worden opgedragen. Deze 
vraag gaf aan Gareis de aanleiding tot het uitgeven van 
zijn aangehaald geschrift. 

Op den 17^®^ Juristentag in 1884 werd nu aangaande dit 
punt door de handelsrechtelijke afdeeling beslist als volgt: 
„Ein wirksamer Schutz gegen die beim Speculationsverkehr 
„in Zeitkaufgeschaften vorkommenden Misbrauche ist von 



Digitized byVjOOQlC 



222 

„einer im Wege der Gesetzgebung zu normirenden, auf Hand- 
„habung einer straffen Disciplinargewalt abseiten der Börsen- 
„organe gerichteten Börsenordnung nicht zu erwarten''. 

Daarentegen zou het volgens de afdeeling nadere over- 
weging verdienen, of niet strafbaar moest worden verklaard 
al wie ,,für Personen oder mit Personen welche öflfentlich 
„oder von Privaten angestellt sind, in Kenntniss dieser ihrer 
„Eigenschaft, ohne Vorwissen ihrer Vorgesetzten oder Prin- 
„zipale, Zeitkaufgeschafte abschliesst" , zoomede al wie 
„unter wissentlicher Benützimg des Leichtsinns oder der 
„Unerfahrenheit eines Anderen, für denselben oder mit 
„demselben Zeitkaufgeschafte abschliesst^\ 

Deze vragen kwamen alsnu in de handelsrechteUjke 
afdeeling van den 18^®° Juristentag aan de orde, en werden 
daar ontkennend beantwoord. (1) 



Oostenryk. 

Na den „Wiener Krach" van 1873 is onder dagteekening 
van 1 April 1875 eene wet gemaakt op de „Börsengeschafte", 
waaronder de zoodanige verstaan worden „die im öflfent- 
„lichen Börselocale in der festgesetzten Börsezeit über solche 
„Verkehrsgegenstande geschlossen worden sind, welche an 
„der betreffenden Börse gehandelt und notirt weerden 
„dürfen" (art. 12). Bij deze zaken nu wordt door art. 13 
het opwerpen der exceptie van spel of weddenschap uit- 
drukkelijk buitengesloten. Tot degenen, die door art. 5 
van de beurs geweerd worden, behooren ook die personen, 

(i) Zie over al deze besprekingen de jrVerhandlangen des Deutachen Juristen- 
•tagea" n». 16, deel II blz. 165 e. v. - n». 17, deel I bU. 250 e. v., deel II bla. 
172 e.y. - nO. 18, deel I blz. 104 e. v., deel II blz. 153 e.v. 



Digitized by VjOOQiC 



223 

„welche und insolange sie den ihnen aus einem Börsen- 
„geschafte obliegenden Verbindlichkeiten nicht entsprochen 
„haben'\ (1) 



Italië. 



Hier zijn, ter vervulling van een uitdrukkelijken wensch 
van den handelsstand, gelijksoortige bepalingen gemaakt als 
in Oostenrijk, en wel bij eene wet van 14 Juni 1874 (later 
vervangen door die van 13/16 September 1876), waarbij 
tevens eene zegelbelasting op de beurstransactiën gelegd werd. 

Niettemin zijn er verschillende rechterlijke colleges, die de 
intentie-leer blijven volgen,' en naar de al of niet ernstige 
bedoeling van partijen onderzoek doen. (2) 



Engeland. 



Sir John Barnard's „Act for the better preventing the 
„infamous practice of stockjobbing" van 1734 (zie blz. 76), 
die eerst voor drie jaren gemaakt en daarna onbepaald 
verlengd was, is in 1860 ingetrokken. 

Sedert is door sommige rechters aan de termijnzaken 
rechtsgeldigheid ontzegd op grond van de wet van 1845 
(8 en 9 Victoria c. 109), waarbij „all contracts or agree- 
„ments, by way of gaming or wagering, are declared to be 
„null and void" (3). Maar de toepassing van die wet op 
deze zaken is allengs zeldzamer geworden, en tegenwoordig 



(1) GAREIS, blz. 11-13. 

(2) Ga REIS, blz. 10. 

(3) Blackstone, » Gommen tariee on the laws of Ëngland'', 4de uitgave 
1876, deel IV, blz. 171, 172. 



Digitized byVjOOQlC 



224 



worden de termijncontracten, die overeenkomstig de regle- 
menten zijn afgesloten en alzoo op levering luiden, vrij 
algemeen als rechtsgeldig erkend. (1) 



Yereenigde Staten. 

Nadat de Gerechtshoven in verschillende Staten uiteen- 
loopende beslissingen hadden gegeven, besliste het Hoog 
Gerechtshof in 1884, dat de termijnzaken geldig zijn, als 
de bedoeling van partijen op levering is gericht. 

Later hebben echter verschillende Staten ze ongeldig 
verklaard en zelfs verboden; zoo o.a. Arkansas, Mississippi, 
Ohio, Illinois (waarin Ghicago ligt). 

In de praktijk houdt men zich evenwel aan die bepalingen 
niet ; volgens de mij verstrekte inlichtingen komt het feitelijk 
niet voor, dat iemand zich op de ongeldigheid der trans- 
actiën beroept. (2) 



Andere landen. 

In Spanje zijn de termijnzaken, die volgens bepaalde 
reglementen zijn afgesloten, geldig verklaard bij Decreet 
van 12 Maart 1875. (3) 

Omtrent Porttigal voAd ik vermeld, dat in het onlangs 
opgemaakte ontwerp voor een handelswetboek, de termijn- 
zaken worden geldig verklaard, tenzij bedongen is dat ze door 
betaling van een prijsverschil kunnen worden afgedaan. (4) 

(1) De door Mettetal (blz. 136) ingewonnen inlichtingen stemmen hier- 
omtrent overeen met die, welke aan schrijver dezes uit Engeland verstrekt zijn. 

(2) Zie Olivieb Senn, blz. 177, 183, 184. 

(3) Mettetal, blz. 157, 158. 

(4) Mr. C. D. ASSER Jr., in W. 5603. 



Digitized byVjOOQlC 



225 

Zwitserland. Het kanton Geneve heeft eene wet van 
22 Februari 1860, die - onder intrekking van artt. 421 
en 422 G. P. - alle termijnzaken, die ter beurze afgesloten 
en door het beurs-comité geregistreerd zijn, als geldig 
erkent, - verschilverrekening toelaat, en aan art. ).965 C. C. 
derogeert. Echter is met 1 Januari 1883 eene Bondswet 
op het verbintenissenrecht in werking getreden, die in 
art. 512 aan spel en weddenschap de rechtsvordering ontzegt, 
en daarop laat volgen: „Dasselbe gilt von solchen Lieferungs- 
„und Diflferenzgeschaften über Waaren oder Börsenpapiere, 
„welche den Character eines Spieles oder einer Wette haben''. 
Over deze bepaling , waarin de intentie-leer wordt gehuldigd, 
is veel te doen geweest. De Stendenraad nam ze ten slotte 
aan. De Nationale Raad echter wenschte de bepaling 
te vervangen door de navolgende: „bi den nach den 
„Handelsgebrauchen abgeschlossenen Lieferungsgeschaften 
„über Waaren oder Börsenpapiere kann die Einrede des 
„Spiels nicht erhoben werden". Bij dit verschil tusschen 
de beide takken der Vertegenwoordiging, werd het artikel 
opnieuw naar den Bondsraad verwezen. Deze besloot daarop: 
„Aus Opportunitatsrücksichten wird an der ursprünglichen 
„Fassung des Entwurfes festgehalten, in der Meinung dass 
„das, was der nationalrathliche Beschluss anstrebt, in 
„der Praxis der Gerichte sich von selbst Bahn brechen 
„werde'\ (1) 

hl Rusland zijn alle termijnzaken verboden bij art. 2167 
§ 2 in deel X van den Svod (verzameling van wetten). 
Deze bepaling werd bij de toepassing aanvankelijk tot 



(1) SCHNEIDBB nnd FiCE f das SchweizeriBche Obligatioo onrecht", 2de uitgave 
Zttrioh 1883, deel II, blz. 881-388. 

15 



Digitized byVjOOQlC 



226 

actiën beperkt, maar sedert 1876 wordt ze ook op den 
goederenhandel toegepast. (1) 

Eenzelfde geest bezielde den wetgever van Canada. Daar 
toch is in 1887 eene wet afgekondigd, waarbij straf gesteld 
wordt op alle termijn-contracten, waarvan niet kan bewezen 
worden, dat werkelijke levering daarbij bedoeld was. (2) 



Met het oog op den omvang, dien dit proefschrift allengs 
begon aan te nemen, heb ik mij in dit laatste hoofdstuk 
eenigszins moeten beperken. Aan het overzicht van wet- 
geving en rechtspraak in het buitenland, kon daardoor niet 
zooveel plaats worden ingeruimd als het wel verdiende. 
Uit deze beknopte opgaven kan echter voldoende blijken, 
dat in verreweg de meeste landen bij wetgever en rechter 
meer en meer het ook door mij verdedigd beginsel door- 
dringt, dat de termijnzaken, tenzij levering door partijen is 
buitengesloten, als rechtsgeldig behopren te worden erkend. 



(1) GAREIS, blz. 10. 

(2) Zie een Engelscben brief in het Algemeen Handelablsd van 2 Jnni 
1887 (ochtendblad). 



Digitized byVjOOQlC 



STELLINGEN. 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized by VjOOQlC 



STELLINGEN. 



I. 
Art. 1811 B. W. is enuntiatief. 

n. 

Ten onrechte wordt o. a. door Prof. Asser (Gids, Maart 
1869, blz. 589) en Mr. Goudsmit (Themis 1886, blz. 30 e.v.) 
beweerd, dat eene overeenkomst niet juist „spel'' en niet 
juist „weddingschap" behoeft te wezen, om onder art. 1825 
B. W. te vallen. 

m. 

Termijnzaken, in den vorm van koop en verkoop gesloten, 
kunnen niet onder art. 1825 B. W. gebracht worden, tenzij 
levering door partijen is buitengesloten. 



IV. 

Verkeerdelijk wordt door Julianus (lex unica § 4 Dig. de 
remissionibus 43: 25) aan den vruchtgebruiker van een erf, 
die in het genot van de aan dat erf toekomende erfdienst- 
baarheden gestoord wordt, het jus vindicandarum servitutimi 
toegekend. 



Digitized byVjOOQlC 



V. 

De personen, wier toestemming tot het aangaan van een 
huwelijk vereischt wordt, kunnen bij de voltrekking daarvan 
tevens als getuigen optreden. 

VI. 

Tot de voltrekking van het huwelijk wordt vereischt de 
bij art. 44 B. W. bedoelde verklaring van den ambtenaar 
van den burgerlijken stand. 

vn. 

De opstaller is geen eigenaar van de door hem geplaatste 
gebouwen, werken en beplantingen. 

Vin. 

De uitvoerder van een uitersten wil kan een geding aan- 
hangig maken om de geldigheid van dien uitersten wil 
staande te houden. 

IX. 

De curator in een faillissement kan zich verzetten tegen 
de verificatie van eene schuldvordering^ op grond dat de 
schuldbekentenis niet vóór den aanvang van het faillissement 
geregistreerd is. 

X. 

Instelling van afzonderlijke handelsgerechten, geheel of 
ten deele uit kooplieden bestaande, is niet aan te bevelen. 



Digitized byVjOOQlC 



231 

XI. 

• Art. 325 § 2 W. V. K. geldt ook in geval het schip tot 
eene reis bevracht is. 

XII. 

Een koopman, die surséance van betaling heeft verkregen, 
kan, met opzicht tot zijn vermogen, niet in rechte optreden 
zonder medewerking van de bewindvoerders. 

xm. 

Ook de vreemdeling, die zich bij den gedaagde voegt, 
is desgevorderd verplicht tot de zekerheidstelling, bedoeld 
bij art. 152 B. R. 

XIV. 

De formaliteiten, voorgeschreven bij artt. 816 e.v. B. R., 
moeten ook worden in acht genomen door den gedaagde, 
die, in een geding tot echtscheiding, bij reconventie insgelijks 
echtscheiding vorderen wil. 

XV. 

Als de vermoedelijke erfgenaam van de Kroon geen na- 
komeling des regeerenden Konings is, komt hem de titel 
„Prins van Oranje" niet toe. 

XVI. 

Ontbinding van de Provinciale Staten wordt door de 
Grondwet niet toegelaten. 



Digitized by VjOOQiC 



232 

xvn. 

In geval van eenvoudige mishandeling na veroordeeling 
wegens mishandeling van de moeder, is art. 422 W. v. S. 
toepasselijk. 

xvni. 

Hij die zonder de toelating, gevorderd in art. 1 der Wet 
van 16 Pluviose an XII (6 février 1804), eene bank van 
leening houdt, valt onder art. 436 W. v. S. 

XIX. 

Bij vervolging wegens meineed, door een getuige in eene 
strafzaak gepleegd, is het proces-verbaal der terechtzitting 
niet het eenige bewijsmiddel. 



Digitized byVjOOQlC 



STELLINGEN" 

TER VERKRUGINO VAN DEN GRAAD VAN 

DOCTOR IN DE STAATSWETENSCHAP 

AAN DB RIJKS-ÜNIVBRSITEIT TB LBIDBN, 
OP GEZAG VAN DEN RECTOR MAGNIFICUS 

Dr. J. M. VAN BEMMELEN, 

Hoogleeraar in de Faoalteit der Wis- en Nataarknnde, 

voor de Faculteit te verdedigen 
op DINSDAG 9 JULI 1889, des namiddags te 3 uren, 

DOOR 

EDÜARD LEONARD JACOBSON 

geboren te Rotterdam. 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized byVjOOQlC 



STELLINGEN. 



I. 

De termijnhandel in goederen heeft, in den tegenwoordigen 
toestand van het verkeer, eene nuttige taak te vervullen. 

n. 

Het misbruik, dat van den termijnhandel kan gemaakt 
worden, is door wettelijke maatregelen niet op afdoende 
wijze te keeren. 

m. 

Een Staat, die een conventioneel en daarnaast een hooger 
algemeen tarief van invoerrechten vaststelt, handelt in strijd 
met de beginselen van vrijen handel, en benadeelt daardoor 
zichzelven. 

IV. 

Wederinvoering van de octrooien van uitvinding is niet 
wenschelijk. 

V. 

In beginsel behoort een normale arbeidsdag, ook voor 
volwassen werklieden, bij de wet te worden vastgesteld. 

VI. 

Invoering van arbeidsraden is voor Nederland niet aan 
te bevelen. 



Digitized byVjOOQlC 



vn. 

De voordeelen, aan de heffing van een statistiek-recht 
verbonden, wegen niet op tegen de belemmering, die de 
handel daardoor zou ondervinden. 

vm 

Bij volkstellingen verdient het stelsel van individueele 
téücdartm de voorkem* boven dat van ^ezm^-téUystm. 

IX. 

Art. 13 der wet van 25 Juli 1871 Stbl. 91 (houdende 
regeling van de bevoegdheid der consulaire ambtenaren tot 
het opmaken van burgerlijke akten, en van de consulaire 
regtsmagt.) is overbodig. 

X. 

De beginselen, ontvouwd in het rapport der Commissie 
voor de consulaire examens (Staats-Courant 17 Aug. 1887), 
verdienen ondersteiming. 

XI. 

Het „droit de visite" in tijd van oorlog is geene schen- 
ding van de Souvereiniteit der neutrale mogendheden. 

xn. 

Terecht heeft de Grondwet aan de Eerste Kamer het 
recht van amendement onthouden. 



Digitized byVjOOQlC 



237 

xm. 

Terecht schrijft art. 139 G. W. voor, dat de Provinciale 
Staten hunne Gedeputeerden uit hun midden moeten benoemen. 

XIV. 

Art. 151 G. W. laat de zoogenaamde onteigening par zone 
niet toe. 

XV. 

Het is te betreuren, dat de bepaling van het tegenwoordig 
art. 163 § 1 bij de Grondwetsherziening behouden is. 

XVI. 

De Burgemeester, tevens lid van den Raad zijnde, mag 
het bij art. 58 der Gemeentewet bedoelde presentie-geld 
niet genieten. 

XVII. 

De verordening, door den Raad der gemeente Leiden op 
28 Jum716 Augustus 1888 vastgesteld, tot regeling van den 
werkkring der Commissie van Financiën, is terecht bij K.B. 
van 12 Februari 1889 Stbl. 31, vernietigd wegens strfld 
met de wet. 

XVIII. 

De bepaling van art. 6 der wet van 13 Augustus 1849, 
Stbl. 39 (tot regeling der toelating en uitzetting van vreemde- 
lingen), houdende dat de reis- en verblijfpassen slechts voor 
den tijd van drie maanden geldig zijn, - strijdt met art. 4 
G. W. 



Digitized byVjOOQlC 



238 

XIX. 

In art. 7 § 2 der wet van 5 Juni 1875 Stbl. 110 
(tot vaststelling van bepalingen bij het voorkomen van 
hondsdolheid) moet het woord „erf worden opgevat als 
„aanhoorigheid eener woning". 

XX. 

Verdeeling van het Hooger Onderwijs over afzonderlijke 
Faculteits-scholen, verdient geene aanbeveling. 

XXI. 

Bij de bepaling van de schadeloosstelling wegens ont- 
eigening, mag niet in aanmerking worden genomen de schade, 
die uit het voorgenomen werk kan voortvloeien. 

XXII. 
Het door de Regeering ingediend ontwerp van wet, 
houdende bepalingen tot waarborging van de vrije be- 
schikking door werklieden over hun verdiend loon (Bijlagen 
Tweede Kamer 1888-89, n*". 110), berust op goede gronden. 

xxin. 

Invoering van persoonlijken dienstplicht mag niet langer 
worden uitgesteld. 

XXIV. 
Tusschen „koloniën** en „bezittingen*' behoort, naar Neder- 
landsch recht, geen onderscheid te worden aangenomen. 

XXV. 
De opium -pacht op Java behoort te worden vervangen 
door een stelsel van régie. 



?^//v^ kiyt2>. 



Digitized byLjOOQlC 



Digitized byVjOOQlC 



I 

Digitized byVjOOQlC 



Digitized byVjOOQlC 



^;--v"„*-Vr^^-., 






Digitized.by 



^^^^ 



Digitized byVjOOQlC 



DigitizedbyVjOOQlC * 



Digitized byVjOOQlC 



Digitized byVjOOQlC